zondag 30 augustus 2026

Vier punten die u moet weten over de beantwoording van de vragen over de bibliotheekwet

Het was alsof de staatssecretaris het erom deed. Ik was koud op vakantie of ze publiceerde de antwoorden op de 212 vragen die waren gesteld over de wijziging van de bibliotheekwet. Die antwoorden heten overigens 'Nota naar aanleiding van het verslag' als u het zoekt als u op de link klikt.  Maar met die vragen en antwoorden is het debat over wijziging van de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen (WSOB) schriftelijk in ieder geval begonnen. In het najaar moet dan het debat met de Kamer plaatsvinden. 

Die 212 vragen over de wijziging van de bibliotheekwet leverden 90 pagina's aan antwoorden op. Die las ik voor u en ik pikte er vier punten uit waarvan ik denk dat u ze wilt weten. Die antwoorden liggen overigens in het verlengde van eerdere episoden die ik schreef.  Deze blog staat dus niet op zich. Wie het hele dossier wil lezen kan terecht bij:
Episode 1: De wijziging van de bibliotheekwet in vijf vragen (oktober 2025)
Episode 2: Het gemeentelijk meerjarenplan voor de bibliotheek in vier vragen (februari 2026)
Episode 3: Rondetafelgesprek wijziging WSOB en samenwerking onderwijs (april 2026)

Punt 1: Hogere rijksbijdrage: € 2,90 wordt 3,05, basisbedrag van € 100.000 wordt 105.000

Het staat verstopt in voetnoten op pagina 39, 47 en 81 van alle vragen maar voor gemeentelijke bibliotheekambtenaren en bibliotheekdirecteuren toch belangrijke informatie: de toegezegde bijdrage van het Rijk gaan nog iets omhoog. De bijdrage die in 2025 en 2026 € 2,95 bedroeg zou in 2027 dalen naar € 2,90. Maar door indexeringen gaat die bijdrage omhoog naar € 3,05 per inwoner. En dat bedrag zal blijvend geïndexeerd blijven omdat het in het gemeentefonds meegaat. 

Daarnaast was er een minimale bijdrage van € 100.000,- en die wordt € 105.000,- per jaar.

De gemeentebegroting en de subsidieaanvraag kan hier dus op aangepast worden. De bedragen zullen in de septembercirculaire (direct na Prinsjesdag) zichtbaar worden.

Punt 2: Lokale context bepaalt bibliotheekwerk; staatssecretaris volgt de cijfers

De vraagbeantwoording geeft op heel veel plekken aan dat gemeenten zelf echt aan zet zijn om te bepalen wat goed bibliotheekwerk is. Er wordt veel gevraagd waar men nu aan moet voldoen? Het antwoord is dat er geen mal is en geen strenge normen waar gemeenten zich aan kunnen vasthouden. Veel discussie is er bijvoorbeeld over het begrip 'redelijke afstand' tot een bibliotheekvoorziening. Wat is die redelijke afstand? Is dat één kilometer, twee of vijf kilometer?

Om te illustreren hoe je daar naar moet kijken en hoe dus gemeente aan zet is, laat ik hier het antwoord van de staatssecretaris zien op die vraag:

"Of het aanbod aan bibliotheekvoorzieningen binnen een gemeente of openbaar lichaam binnen redelijke afstand toegankelijk is, hangt af van de lokale context, dat wil zeggen van demografische en geografische kenmerken van gemeenten en openbare lichamen waaronder de oppervlakte en het aantal inwoners, plus sociaal-maatschappelijke factoren. Alle gemeenten en openbare lichamen moeten in het meerjarenplan toelichten hoe zij de zorgplicht invullen en hoe zij, rekening houdend met bovengenoemde lokale context, voorzien in een aanbod van bibliotheekvoorzieningen, dat als geheel binnen redelijke afstand voor de inwoners toegankelijk is.  Om ruimte te bieden om met de lokale context rekening te houden is in het wetsvoorstel en in het concept-Besluit stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen bewust niet gekozen voor een feitelijke definitie in absolute termen van het begrip ‘redelijke afstand’"

In simpel Nederlands: de gemeente bepaalt zelf wat een redelijke afstand is. De gemeente bepaalt de norm. Niemand anders. Eén van de partijen vraagt de staatssecretaris of de gemeenten wel te vertrouwen zijn met zoveel beleidsvrijheid. Het wordt in iets andere bewoordingen gevraagd maar daar komt het wel op neer. De staatssecretaris antwoordt daar met keurige bewoordingen op met: 

"Doel van de wetswijziging is een verdere versteviging van het bibliotheekstelsel in de komende jaren. In de samenleving is breed enthousiasme en draagvlak voor bibliotheken. Gemeenten én bibliotheken staan positief tegenover de komst van een zorgplicht. Het bibliotheekstelsel is een decentraal stelsel waarbinnen overheden op basis van vertrouwen met elkaar samenwerken. De regering opereert binnen dit kader en zal regelmatig de balans voor het stelsel opmaken."

 De zin 'Het bibliotheekstelsel is een decentraal stelsel.' of zinnen van gelijke strekking komen negen keer voor in de hele beantwoording en is daarmee het meest gebezigde inhoudelijke thema. En dat onderstreept wat ik hierboven al zei: het is de gemeente die bepaalt wat goed bibliotheekwerk is. 

Hoe gaat de staatssecretaris dan toch de gemeenten volgen en ingrijpen als het nodig is? Daarover wordt aangegeven dat er twee middelen worden ingezet. Op de eerste plaats zal de staatssecretaris via de gegevenslevering jaarlijks volgen hoe het bibliotheekwerk zich ontwikkeld. Daarbij zal ze specifiek letten op 1) het aantal en de verschillende soorten bibliotheekvoorzieningen, 2) het bereik en het gebruik van de bibliotheek en 3) omvang van de gemeentelijke financiële bijdrage. Ze geeft aan dat ze op al deze punten een stijging verwacht. Dus meer voorzieningen, meer bezoekers, activiteiten en leden en meer gemeentelijke subsidie. 

Het tweede punt waar de staatssecretaris wat mee kan is het bestuurlijk overleg waar gemeenten, provincies en de bibliotheekpartners samen om tafel zitten om de voortgang te bespreken. Daar kan ze gemeenten aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Dat is niet hard en daar kun je wat van vinden maar dat is natuurlijk wel precies ons polderlandschap.

Punt 3: Toezicht door de provincie is in de basis risicogericht en niet inhoudelijk

In onze rechtstaat is geregeld dat er bij een zorgplicht door een lagere overheid, de volgende overheidslaag het interbestuurlijk toezicht verzorgd. Dat betekent dat de provincies toezicht houden op de gemeenten waar het gaat om de zorgplicht voor bibliotheken. Die zorgplicht houdt in dat elke gemeente een volwaardige bibliotheekvoorziening binnen redelijke afstand (mede) in stand moet houden en dat de gemeente een meerjarenplan opstelt inclusief meerjarige financieel perspectief. Met die twee vereisten is geregeld dat zowel nu als in de komende jaren goed bibliotheekwerk mogelijk is. 

Mag de provincie ook iets van het bibliotheekwerk vinden bij gemeenten? Nee, dat is niet direct de bedoeling. De staatssecretaris meldt dat dit toezicht 'in beginsel risicogericht is  en in beginsel geen instrument om de kwaliteit van de taakuitvoering van gemeenten te verbeteren'. In eerste aanleg moet een provincie dus vaststellen of er een bibliotheek is en of er een meerjarenplan is. Pas als dat er niet is, is er vanuit interbestuurlijk toezicht een mogelijkheid om in te grijpen. Maar de vaststelling of iets binnen redelijke afstand is, of een volwaardige voorziening is niet aan de provincie maar aan de gemeente zelf. Als de uitleg er maar bij is in het meerjarenplan. 

Kan een provincie meer doen dan alleen vinkjes zetten? Ja, dat kan. En wel op twee manieren. Op de eerste plaats is er een hele escalatieladder in het interbestuurlijk toezicht. Dat begint met een vriendelijk gesprek en een kop koffie om het erover te hebben. Maar als een gemeente duidelijk in gebreke blijft en bijvoorbeeld in het geheel geen bibliotheek in stand houdt kan de provincie de taak van de gemeente overnemen. Dan ben je echt al wel een tijdje verder en ik vermoed dat het nergens zo ver gaat komen.

De tweede manier om toch verder te gaan dan alleen vaststellen dat er een bibliotheek is en een plan  is dat de provincie samen met (alle) gemeenten afspreekt om samen een inhoudelijk traject te volgen. In ons poldermodel komt dat vaak voor. En dat zal zeker in provincie waar de provinciale ondersteuningsinstelling gekoppeld is aan lokaal bibliotheekwerk het geval zijn. Dan praten we over Groningen, Drenthe en Zeeland. 

Maar ook in andere provincies is dat mogelijk maar dan moet je overeenstemming hebben met de gemeenten dat je samen zo'n traject ingaat. Je moet het dus met elkaar eens worden. Dat kan bijvoorbeeld met een bestuurlijk akkoord, een convenant of een samenwerkingsafspraak. In Gelderland is men nu bijvoorbeeld bezig met de voorbereiding van mogelijke afspraken. Dit doet men met een stuurgroep van gemeenten en bibliotheken. Vooruitlopend heeft men daar ook al een format voor een meerjarenplan vrijgegeven waar gemeenten die nu al willen starten mee aan de slag kunnen. De provincie geeft aan dat wie vooruitlopend op de vaststelling van de wet nu conform dat format werkt, de provincie niet tegen zal komen in het toezicht. Dat biedt ruimte om nu al aan de slag te gaan. Overigens gaat dat format verder dan de wetswijziging waarschijnlijk zal voorschrijven. Maar daar is via de stuurgroep dus overeenstemming over. Op provinciaal niveau zal dat zeker gaan verschillen. En dat is ook passend voor de verschillende situaties.  

Overigens zegde de staatssecretaris bij de beantwoording toe dat de gemeenten de meerjarenplannen ook moeten opsturen aan de provincie en dat wordt bij wet geregeld. Dat was nog een kleine fittie tussen de gemeenten en de provincie waar ik niet zoveel van begreep. Hoe ingewikkeld kon dat zijn?

Punt 4: De streefwaarden

Wat uit de hele vraagbeantwoording spreekt, is dat de staatssecretaris een groot vertrouwen heeft in de gemeenten als het gaat om het beschikbaar stellen van de extra middelen en de insteek om het bibliotheekwerk te versterken. Het spel tussen Rijk en gemeenten als het gaat om geld is veel breder dan alleen bibliotheken en dat maakt dat veel gemeenten bredere afwegingen moeten maken dan alleen extra geld geven aan bibliotheken. 

De zorgplicht geeft een ondergrens aan. De kans bestaat dat gemeenten hiermee ook de zorgplicht als basis gaan gebruiken. Als dat gebeurt krijg je een 'race to the bottom'. Dat is gezien de huidige positie van bibliotheken en de serieuze aandacht van bijna alle gemeenten op dit moment niet de verwachting. Maar stel dat we in financieel slecht weer zouden komen dan zou dat natuurlijk kunnen. 

Eerder werd hiervoor een zogeheten 'normenkader' ontwikkeld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Vereniging van Openbare Bibliotheken. Dat normenkader is alweer van naam veranderd en heet nu 'streefwaarden' omdat het geen afdwingbare normen zijn. Die streefwaarden zijn nog nergens officieel gepubliceerd. Officieus kun je ze hier op mijn website vinden. Sinds voorjaar 2024 circuleren deze waarden al. 

De staatssecretaris zegt hierover:

"Lopende de voorbereiding van het wetsvoorstel en de afstemming hierover met betrokken partijen, waaronder de VNG en de VOB, hebben beide partijen besloten in aanloop naar de introductie van het wetsvoorstel met een zorgplicht streefwaarden te ontwikkelen, in eerste instantie aangeduid met de term ‘normenkader’. Het betreft streefwaarden ten aanzien van de gewenste financiering en kwaliteit van openbare bibliotheken, waarbinnen gemeenten worden gecategoriseerd op basis van inwonertallen. Het gegeven dat de zorgplicht een minimale ondergrens bevat, was voor de betrokken partijen een belangrijke aanleiding om tot streefwaarden te komen: partijen willen de streefwaarden gebruiken om gemeenten te stimuleren de zorgplicht ambitieus in te vullen. De streefwaarden zijn niet formeel gepubliceerd en ook nog niet in gebruik, al is het eerdere ‘normenkader’ wel digitaal terug te vinden . De streefwaarden worden overigens niet opgenomen in de Wsob maar worden gepubliceerd in een handreiking voor gemeenten die de VNG in samenspraak met de VOB ontwikkelt."

De handreiking van VNG is in concept ook al enige tijd klaar maar wacht op de afhandeling van de wet in de Kamer. Eerder was al wel geopperd om de concept-handreiking al vrij te geven en later een definitieve versie te maken.  Men wilde toch graag de behandeling in de Kamer afwachten. Tja, voor alles is iets te zeggen. 

Ook bij de streefwaarden geldt dat de staatssecretaris de bal terug legt bij gemeenten: zij hebben de sleutel voor goed bibliotheekwerk en zij moeten overtuigd zijn dat investeren in bibliotheekwerk een investering in de toekomst is.

In de beantwoording werd zijdelings ook melding gemaakt dat er voor provincies en hun zorgplicht ook nog een handreiking komt. 


Op naar de echte behandeling in de Kamer en halen we 1 januauri 2027?

De schriftelijke ronde is geweest. De eerste schijnbewegingen zijn gemaakt. De ambtenaren hebben weer 90 pagina's puik werk geleverd met de beantwoording. Er is veel waardering voor deze wetswijziging bij alle partijen die gereageerd hebben. Dat waren er acht in getal. Ook kun je hieruit aflezen dat deze wetswijziging zeker een meerderheid zal krijgen. Zelfs bij een mogelijke val van het kabinet zal dit naar verwachting niet controversieel worden verklaard. Dat gebeurde bij de vorige val van het kabinet ook niet. 

De vraag is alleen nog even wanneer de wet precies ingaat en wat er nog in het debat met de Kamer gebeurt. Wat betreft planning zal begin september meer bekend worden. De behandeling zal zeker niet voor Prinsjesdag zijn en we hobbelen dus al verder het najaar in voordat de Tweede Kamer aan zet is. En dan nog de Eerste Kamer.
 
Oorspronkelijk zou de wetswijziging ingegaan moeten zijn op 1 januari 2025. Dat is wat toenmalig staatssecretaris Uslu aangaf. Dat station is inmiddels ver gepasseerd. 1 januari 2027 is theoretisch nog steeds mogelijk maar 1 juli 2027 lijkt eigenlijk aannemelijk. Dit datum circuleert informeel ook. Voor de financiële bijdrage vanuit het Rijk maakt het niets uit. Dat is allemaal al geborgd in begrotingen. Hoewel ook wordt gefluisterd dat de overheveling naar gemeentefonds nog een jaar uitgesteld zou kunnen worden en dat het nog een jaar een decentralisatie-uitkering wordt. Het maakt voor de uitvoering niet heel veel uit.

Inhoudelijk is de race zeker nog niet gelopen. Mijn ervaring leert dat bij het sluiten van de markt nog wel een paar afspraken worden gemaakt. Zie de beantwoording dus niet als eindbod. Zo ligt er nog een amendement van Mohandis om het gratis lidmaatschap te verruimen naar 27 jaar. De staatssecretaris is er niet principieel tegen maar heeft er geen geld voor en ziet nog te weinig impact hiervan. Ik vermoed dat het vooral een geldkwestie is. Dus als daar iets slims wordt gevonden, zou het toch nog kunnen. En dat moet je bijna denken dat dit nog een uitruil wordt rond de begrotingsbehandeling. Maar of het punt daarvoor groot genoeg is, is de vraag. En zo zijn er nog wel een paar, weliswaar kleinere punten, die om nadere uitwerking zullen vragen. 

Zo, u bent weer bij met een nieuwe episode in de bibliotheekwet. Dit najaar zal ik er zeker nog een paar keer over schrijven. Op naar episode 5 en 6! Net zolang tot het geregeld is!

Zoals gezegd: wie terug wil lezen kan alle episodes van de wetswijziging hier vinden:

Geen opmerkingen: