Het was juni 2012. Ik was koud een paar maanden interim-directeur van de Bibliotheek in Hengelo en we lanceerden bovenstaande actie. Over ebooks werd als sinds 2009 gezegd dat ze nu écht gingen doorbreken. 2009 werd het niet maar 2010 zou dan toch echt het jaar van de ebooks worden. Toen zou 2011 dat worden, en toen 2012... Wat ook hip was in 2012 waren QR-codes. Als je al een smartphone had, had je er vaak nog een speciaal programma op je telefoon nodig om het te kunnen lezen.
Maar goed, daar ging het niet om. We wilden graag aandacht schenken aan de collectie van maar liefst 40.000 ebooks die - ja, toen al - beschikbaar waren via het Gutenbergproject. Toegegeven, rechtenvrij en daardoor ouder materiaal, maar toch. Die ebooks waren toen gewoon beschikbaar in de Overijsselse catalogus, via de Aquabrowser-zoeksoftware.
Dat aandacht schenken aan al die ebooks deden we via speciale posters waarop aansprekende ebooks stonden die je vervolgens met je QR-code direct kon downloaden. 24 per dag, 365 dagen per jaar. Auke van der Meer, die toen de marketing van de bibliotheek deed, had het uitgedacht. En de posters werden door de posterplakker van het poppodium Metropool door de hele stad gehangen. Ik schreef er destijds ook al een artikel over. En toen dacht ik al dat het wel een aardige actie zou zijn om breder in te zetten.
Eén van de posters was die van de Kama Sutra. Dat vond ik toen nog wel een spannende. Niet vanwege de inhoud maar of ik daar geen gedonder mee kreeg met vragen van raadsleden van wat conservatievere partijen. Je zou kunnen zeggen: any publicity is good publicity maar ik wilde wél publiciteit maar géén gedonder.
De vragen bleven gelukkig uit, de actie kreeg veel aandacht maar het gebruik bleef nihil. 2012, nu tien jaar geleden, was dus toch niet hét jaar van de ebooks. De grootste groei in ebooks kwam pas jaren later en werd gestimuleerd door een COVID-pandemie en gesloten bibliotheken.
Gejat van Tesco
Het idee van die QR-codes en die posters hadden wij als Bibliotheek Hengelo ook weer gejat van Tesco. Kijk maar eens naar dit filmpje waar ik in september 2011 over schreef. U leest het goed, al weer elf jaar geleden!
Landelijke acties in 2023
Een kleine glimlach kon ik dan ook niet onderdrukken toen ik de afgelopen week de digitale nieuwsbrief van de Koninklijke Bibliotheek kreeg met daarin de oproep om je aan te melden voor de posteractie voor ebooks die je met QR-codes kunt downloaden. Deze actie, die best een beetje veel lijkt op die van Hengelo in 2012, is een initiatief van Fieldlab Noord. Want: 2023 wordt het jaar van de ebooks!
Het bericht meldt:
"Er zijn ontelbaar veel toepassingen. QR-codes kunnen in plattelandsbibliotheken worden ingezet als aanvulling op een kleine collectie. Of toon voorleesboeken en boeken met korte verhalen op plaatsen waar mensen wachten, bijvoorbeeld OV-hubs. In samenwerking met campings en recreatieparken kunnen gasten tijdens hun vakantie worden voorzien van talloze e-books van de bieb. Of QR-codes kunnen op specifieke plekken worden ingezet om nieuwe doelgroepen zoals jongeren te bereiken met het (digitaal) aanbod van de Bibliotheek. Daarbij versterken collectie en programmering elkaar."
Het doel is dan ook, als ik het goed lees, om vooral te experimenteren met die QR-codes. Wat kun je er allemaal mee? Het lijkt mij een interessante en ook aardig inderdaad om op vele plaatsen eens te kijken wat kan. Vanuit de KB zal, zoals we inmiddels gewend zijn, aan effectmeting worden gedaan.
Wie mee wil doen, doet er goed aan om op 1 december deel te nemen aan de online vragenronde op 1 december. Op deze pagina, lees je er meer over en kun je je ook aanmelden.
De poster die bij het bericht zit is die met het boek van Marco van Basten. Dit is dus precies wat Bibliotheek Hengelo ruim tien jaar geleden deed!
De wet van de remmende voorspong
Wie denkt dat dit ik dit bericht cynisch bedoel, die leest dit verkeerd. Ik vind het een mooie actie en fijn dat op zoveel plekken er straks met creativiteit naar gekeken wordt. Wel vind ik het opvallend dat het tien jaar duurt voor het zover is. Deze actie lag tien jaar geleden al bijna voor het grijpen.
Wat is er in die tien jaar gebeurd? Nou, het ebookaanbod is echt flink verbeterd en gecentraliseerd. Mooie stappen vooruit. Maar op andere plekken hebben we stappen achteruit gedaan. De zoekfunctionaliteit die destijds via de Aquabrowser (zie plaatje) beschikbaar was, is nog altijd superieur boven de huidige gemiddelde bibliotheekcatalogus. Je kon zoeken door krantenartikelen, lokale beeldbanken of ingescande AO-boekjes. Uiteindelijk werd landelijk gestopt met de Aquabrowser en was content niet meer op die manier beschikbaar.
Er voor in de plaats kwamen de - verschillende - interfaces van de leveranciers van bibliotheeksystemen. In het samenvoegen van die systemen zijn bibliotheken ook nog niet heel veel verder. Daar hebben de Vlamingen ons links en rechts ingehaald. Wie grote stappen wil zetten zal toch een keer iets moeten doen in het verkavelde landschap van catalogi en gebruikersgegevens.
Het is dus een beeld van een stapje achteruit en twee stapjes vooruit. Of andersom als u iets pessimistischer bent.
Blijven investeren in digitaal én in de combinatie
Het is mooi dat de Koninklijke Bibliotheek de taak heeft om de digitale bibliotheek van Nederland te verzorgen. Maar die bibliotheek moet verbonden zijn met al die lokale bibliotheekvestigingen. Tien jaar geleden werd er actief nagedacht met de lokale en provinciale aquabrowsers, hoe je invloed kon uitoefenen op hoe burgers zoeken. Hoe je lokale fysieke bibliotheekcollecties kon combineren met allerlei digitale content. Dat denken lijkt volledig verschoven naar het landelijke niveau. Krantenartikelen waren toen in één zoekgang samen met bibliotheekboeken én ebooks te vinden. Nu moet je met een lampje zoeken waar die toegang tot de artikelen van Financieel Dagblad te vinden is. In totaal maakte afgelopen maand in heel Nederland bij bibliotheken daar maar 259 mensen gebruik van. Hoeveel waren dat er geweest als die artikelen gewoon in onze catalogus te vinden waren geweest?
En zeg eens eerlijk: wie denkt er in uw organisatie nog na over hoe er in uw catalogus gezocht kan worden, hoe die er uit moet zien of welke content toegevoegd kan worden? Hoeveel mensen weten in uw organisatie precies welke digitale content er is en hoe je die kunt bereiken? En wanneer keek u zelf waar die digitale bronnen eigenlijk te vinden zijn?
Ik zal een klein voorbeeld geven. Als ik in mijn eigen bibliotheek zoek op het theorieexamen vind ik wel de boeken maar niet de online inlog naar het de oefenexamens die landelijk ingekocht worden. En om eerlijk te zijn vind ik het ook niet zo snel op de site. Ik denk dat mijn eigen bibliotheek daar niet uniek in is. De afgelopen maand werd met bibliotheekabonnementen er ruim 2.900 keer gebruik gemaakt van Theorie.nl. Maar ook hier geldt: dat kan en moet beter.
Voor het onderwijs zou het toch prachtig zijn als krantenartikelen, Literom en de WinklerPrins Junior gewoon in de catalogus zitten? Ooit werd beloofd dat dit in de Nationale BibliotheekCatalogus zou komen. Die belofte is ergens onder het stof terecht gekomen. Maar wat mij betreft mag die er zo weer onder vandaan. Zoeken en vinden zijn nog steeds een kerncompetenties van de bibliotheek.
Alleen ga je sneller, samen kom je verder?
Als het gaat over het samenwerken in het netwerk van bibliotheken hoor ik met regelmaat het Afrikaanse spreekwoord 'Alleen ga je sneller, samen kom je verder' voorbij komen. Vaak bedoeld om te benadrukken dat je vooral samen tot grote dingen moet komen. Om eerlijk te zijn voel ik me altijd een beetje ambivalent als dit gezegde gebruikt wordt.
Als er tussen 'alleen' en 'samen' altijd tien jaar verschil zit (en dan zijn we eigenlijk nog niet een zo heel veel verder) dan is er voor ons toch nog wel wat te leren in de snelheid van 'samen' dingen doen. En er zit er dat 'alleen'gaan ook een kracht die we 'samen' zouden moeten benutten. Verkenners die vooruit gaan maar niet zonder de anderen kwijt te raken. En dat is precies wat volgens mij nu met deze actie gaat gebeuren.
Ik verheug me vast op welk alternatief er komt van de Kama-Sutra-poster van tien jaar geleden en welke directeur dit keer denkt: 'het is een fantastisch bedacht idee maar ik hoop dat ik er geen ruzie krijg met deze actie'. En voor het overige: laten we van onze catalogus weer een zoekmachine maken met meer bronnen. We hadden het maar zijn het in de gezamenlijkheid kwijt geraakt. Terug op de agenda ermee!
Als de politiek ons de afgelopen jaren iets heeft geleerd dan is het wel dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken. Het niet of te laat
ingrijpen bij grote maatschappelijke problemen lijkt op korte termijn
interessant maar keert als een boemerang naar ons terug. De voorbeelden kunt u
zelf wel verzinnen als u om u heen kijkt, denk ik.
Laaggeletterdheid is niet alleen een curatief maar vooral een preventief probleem
Eén van die crises, die slechts in de zijlijn telkens voorbij komt, is de leescrisis. Het gaat dan om de slechte leesvaardigheid van
kinderen en er wordt op dit moment zelfs een heus
masterplan basisvaardigheden voor gemaakt.
Het getal dat daarbij telkens wordt genoemd is dat van het Pisa-rapport. Daaruit blijkt dat 24% van de 15-jarigen zich in het voor portaal van de
laaggeletterdheid bevindt. Een kwart dus. En allemaal kinderen die na 2000 geboren zijn. We
hebben het dus niet over 19e of vroeg-20e-eeuwse taferelen. Nee, dit is de realiteit van de 21e
eeuw. Er komen kinderen van onze scholen die uiteindelijk laaggeletterd blijken en daarmee belangrijke vaardigheden missen om regie te krijgen over hun eigen leven.
Bij elk onderzoek dat gedaan wordt door stichting Lezen en Schrijven stijgt het aantal laaggeletterden. Ondanks alle inspanningen. Laaggeletterdheid is dan ook niet alleen een curatief probleem van volwassenen maar een preventief probleem bij kinderen. Wie laaggeletterdheid wil oplossen moet beginnen met het leesniveau van kinderen. Als je dat niet doet, blijft het dweilen met de kraan open. Draai de kraan dus dicht!
Dat leesniveau van kinderen kent een directe relatie met leesmotivatie. Kinderen die lezen leuk vinden, lezen meer en scoren daardoor beter. En u raadt het al: de Nederlandse kinderen scoren bijzonder laag in het internationale Pisa-rapport op die leesmotivatie.
Met beperkte middelen aan de slag...
In 2011 schreef ik over een driepuntenplan voor het onderwijs. De sector moest zich toen nog en masse achter de Bibliotheek op school scharen. Veel bibliotheken hadden eigen programma's met meer of minder resultaat. Dat de sector dat samen oppakte had succes. Het landelijk programma werd beter gemonitord en een landelijk team stimuleerde op vele plaatsen de samenwerking. Die samenwerking met onderwijs werd ook structureler en professioneler. Er werd een concept gebouwd waarmee structureel vooruitgang geboekt kon worden op leesplezier.
In de afgelopen jaren hebben bibliotheken dan ook veel van hun
schaarse middelen hiervoor vrij gemaakt. En met succes. De helft van de basisscholen heeft
inmiddels een Bibliotheek op school. Met een collectie en met, minstens zo
belangrijk, een leesconsulent. En om eerlijk te zijn: dat was best een opgave
want er werd tegelijkertijd flink bezuinigd. In 2010 had het bibliotheekwerk nog ruim 5.000 volledige arbeidsplaatsen. In 2021 waren er daar nog 4.400 van over. Tel daarbij dat bibliotheken van die 4.400 arbeidsplaatsen een flink deel hebben weten te verschuiven naar de functies van leesconsulenten en onderwijsspecialisten. Deze omwenteling van dienstverlening is dus dwars door de bankencrisis en later de dencentralisatiecrisis doorgevoerd.
En werkt de Bibliotheek op school? Het antwoord is ja. Maar het antwoord is ook: ja, maar het kan nog veel beter. Dat leg ik uit.
Naar een volgende ambitie voor de Bibliotheek op school
In de afgelopen week las ik over de geschiedenis van het Overijsels bibliotheekwerk in de jaren '50 van de vorige eeuw. In de jaren '50 en '60 groeide het bibliotheekwerk op het platteland onder leiding van de heer Van Uxem. Overal werden vestigingen geopend. Het lijkt een beetje op de snelle groei van de Bibliotheek op school in onze tijd. De professionele bemensing van die vestigingen was een probleem.
In het boekje dat ik daar over las staat daarover:
'In plaats van de "rijdende bibliotheek" introduceerde Van Uxem "de reizende assistente", die voor de service aan het publiek van plaats naar plaats trok. ... Voorwaar hadden deze reizende assistenten een avontuurlijke boeiende werkkring met ontberingen en nauwe contacten, passende bij het pioniersbestaan.'
Van Uxem had door dat de vestigingen de ankerpunten waren waar hij verder op kon bouwen maar dat het de mensen waren die het verschil maakten in de dienstverlening. De bibliotheken waren daardoor maar beperkt open want de mogelijkheid om bibliothecarissen in te zetten was altijd te schaars.
Herkent u de parallel met de Bibliotheek op school? De leesconsulenten die van school naar school trekken overal maar een beperkt aantal uur hebben om hun goede werk te doen. Twee uur hier, vier uur daar en hoera, maar liefst acht uur op plek drie. En ja, je kunt veel in samenwerking met de leraren doen maar ook het onderwijs zelf heeft een capaciteitsprobleem.
Ergo: we doen ontzettend ons best maar we komen gewoon capaciteit tekort voor een echte grote stap.
Elke basisschool een fulltime leesconsulenten een robuuste, toekomstbestendige en volwaardige schoolbibliotheek
We weten dus dat we een groot probleem hebben in ons land met laaggeletterdheid en leesvaardigheid. En in de crisis van het afgelopen decennium is het bibliotheken gelukt om met de helft van de scholen een start te maken met een beter leesprogramma. Programma's waar een school een tientje per leerling op tafel legt en de bibliotheek er per leerling er nog een paar tientjes bij legt. Groot geld? Nee. Op de grote onderwijsbegroting blijven dit kruimels.
Volgend jaar komt het volgende Pisa-rapport uit. Hebben we in de afgelopen drie jaar een stap vooruit gezet op leesvaardigheid? Nee. Door corona is zelfs de verwachting dat de achterstanden verder zijn opgelopen.
Wie dit ziet, kan niet anders dan pleiten voor een veel forsere aanpak tussen bibliotheken en scholen. Het gaat niet om een paar procent erbij. Het gaat om veel grotere stappen. Verdubbeling, verdrie- en verviervoudiging van de capaciteit die we beschikbaar hebben. In mei van dit jaar stuurde onderwijsminster Wiersma zijn brief over Basisvaardigheden naar de de Kamer. Toen pleitte ik er al voor om in 2026 op alle scholen een Bibliotheek op school te hebben. Leesconsulent met collecties. Maar ik realiseer me dat dat eigenlijk nog te weinig is. Het moet nog forser willen we niet alleen het probleem dempen maar echt terugdringen.
Ik zou een fulltime leesconsulent op elke basisschool geen overbodige luxe vinden. Een leesconsulent overigens met een didactische bevoegdheid die ook betaald wordt op het niveau van de leerkracht basisonderwijs. En vergroot die schoolbibliotheken flink en maak daar een leeslandschappen van waar elke dag geïnvesteerd wordt in leesplezier. De leesconsulent die elke dag in dat leeslandschap kan werken aan leesmotivatie. Denk groot en maak meters!
Zoals nu in het regeerakkoord gepraat wordt over een volwaardige bibliotheek in elke gemeente, zou ik alvast willen pleiten voor een volwaardige schoolbibliotheek op elke school.
Masterplan basisvaardigheden en NPO-gelden: Naar een volwaardig leeslandschap!
Hoewel bibliotheken voor het eerst sinds lange tijd zich mogen verheugen op wat extra geld, is dat voor het onderwijs nog steeds een druppel op de gloeiende plaat. De € 60 miljoen die bibliotheken de komende jaren extra gaan krijgen in het regeerakkoord staan in schril contrast met de € 8,5 miljard eenmalig voor het Nationaal Programma Onderwijs om corona-achterstanden in te halen en komt er € 1 miljard structureel voor het Masterplan Basisvaardigheden om taal rekenen en digitaal burgerschap vorm te geven.
Van mij mag de ambitie dus flink omhoog. Want we hebben het al jaren over een leesoffensief maar ik durf het met die luttele miljoenen die er tot nu in gestoken werden geen leesoffensief te noemen. Een offensief vraagt veel meer inzet. Een aanzet voor de middelen is er. Durft de bibliotheeksector het aan om zichzelf in vijf tot tien jaar tijd zichzelf te verdubbelen in omvang? In vijf tot tien jaar een paar duizend leesconsulenten aanstellen, opleiden en inzetten?
Parlementaire enquêtecommissie Leesvaardigheid
We kennen het probleem al jaren, we weten ook al lang wat we er aan moeten doen en de uitvoerders zouden niets liever willen dan het uitvoeren. Maar in de politiek werden te laat te kleine besluiten genomen. Zie hier de samenvatting van een rapport van een gemiddelde parlementaire enquêtecommissie. Zover gaat het hier toch niet komen, beste politiek?
En beste bibliotheken, kom met de scholen tot grotere plannen. In uw plaats, in uw provincie maar ook voor heel het land. De landelijke uitstraling van de Bibliotheek op school heeft onze sector als geheel geholpen. En dat met de zeer beperkte middelen die we hadden terwijl we tegelijkertijd bezuinigden. Kom met een Masterplan, parallel aan dat van Wiersma: het Masterplan Leesplezier. En ga zoals Van Uxem in Overijssel bouwde aan zijn bibliotheken, bouwen aan een groot netwerk van schoolbibliotheken met lesprogramma's en fulltime leesconsulenten. Leg de middelen bij elkaar die er zijn: reguliere onderwijsgelden, NPO-gelden, Masterplangelden, bibliotheekgelden, WEB-gelden, gelden rondom gezinsaanpak etc.
Maak lokale, provinciale en landelijke coalities. Het kostte tien jaar om de helft van de basisscholen aan te voorzien van een Bibliotheek op school. Laten we in de komende tien jaar doorbouwen en zorgen dat we op elke school zitten maar dat onze inzet echt veel groter zal zijn. Ik ben ervan overtuigd dat het kan. Van Uxem liet het zien in de jaren '50 in Overijssel en wij zelf lieten het de afgelopen tien jaar zien met de Bibliotheek op school.
Denk vooral niet te klein, daar is het probleem te groot voor. Hier zijn geen zachte heelmeesters nodig maar ambitieuze en enthousiaste vakmensen.
Het was in een discotheek. Ik was een jaar zestien of zeventien. Ik praatte met een meisje dat hoorde bij een andere vriendengroep maar onze groepen hadden zich wat in elkaar gevlochten die avond. Het was een leuk en vrolijk gesprek. Ze vroeg of ik niet even met haar mee wilde om wat te drinken te halen. Ik bedankte vriendelijk. Waarom? Geen idee meer van. Pas toen ik weer thuis was, had ik door, dat deze vriendin hele andere bedoelingen had gehad. Via het drankje had het moeten leiden tot wat in onze streken 'brommers kieken' heet. En toen ik dat, toen ik al thuis was, door had, kon ik me wel voor het hoofd slaan. Het was een leuke meid en het leven had daar een hele andere afslag kunnen nemen. Maar ik had de afslag niet gezien.
Spijt? Nee, dat niet maar wel het besef dat je leven heel anders had kunnen lopen. Soms zijn die keuzes heftig en zie je de consequenties, soms zijn die keuzes heel impliciet en intuïtief en zie je pas achteraf dat je een belangrijke afslag in je leven hebt genomen. Of hebt gemist. Over die kruispunten van het leven gaat het volgende boek. En ik ga die als een ouderwetse bibliothecaris bij u onder de aandacht brengen.
De middernachtbibliotheek
Meerdere mensen hadden al gezegd dat ik het moest lezen. En een onverwacht iemand gaf me het cadeau. Hoeveel signalen heb je nodig om te weten dat dit dus blijkbaar een boek voor jou is? Het ging over het boek 'Middernachtbibliotheek' van Matt Haig. Dat boek gaat precies over wat ik hierboven beschrijf: hoe had mijn leven eruit gezien als ik een andere afslag had genomen op dit kruispunt van het leven? Had ik inderdaad alles kunnen worden wat ik wilde?
Matt Haig werd in 2015 bekend met zijn boek 'Redenen om te blijven leven' waarin hij schrijft over de helletocht van zijn eigen depressie. Dat boek leerde hem dat je op het dieptepunt van je leven, niet kunt weten welke mooie momenten er nog voor je liggen. Maar het leerde hem ook hoe ingewikkeld het is om boven je leven te staan en het te overzien. Dat element heeft hij in feite in dit boek uitgewerkt.
De cruciale rol in het boek wordt gespeeld door een bibliotheek en een bibliothecaresse: de middernachtbibliotheek waar mevrouw Elm de baas van is. De middernachtbibliotheek is een plaats tussen leven en dood waar je nog opnieuw richting kunt geven aan je leven. De middernachtbibliotheek bevat evenveel boeken als levens die je geleefd had kunnen hebben. Dat is dus een ontelbare hoeveelheid boeken, evenzoveel als je keuzes had kunnen maken. De hoofdpersoon, Nora Seed, mag zelf kiezen welk leven ze wil leiden. En dat leidt natuurlijk tot vragen als, waar heb je spijt van gehad en wat had je eigenlijk willen doen?
Schrijfster Susan Smit zegt over dit boek dat het eigenlijk een zelfhulpboek is in romanvorm. Die opmerking kan ik wel volgen. Het is een boek dat je probeert te helpen je te gidsen door je eigen leven en de grote vragen die daar bij horen. Het lijkt wel iets op 'De alchemist' van Paolo Coelho.
Het boek leest als een filmscript, kent korte hoofdstukken en is opmerkelijk eenvoudig geschreven. Sommige recensenten vallen daarover. Ik had daar minder moeite mee. Ik had namelijk net het boek 'Het lied van de ooievaar en de dromedaris' uit, een compexe roman in Brönte-stijl van ruim 700 pagina's. Ook mooi, maar het boek van Matt Haig las daarna wel als een speer. Ik denk dat dit boek het ook goed doet als Young Adult-boek, maar ik ben geen specialist in die materie.
En nu we toch wat filosofisch bezig zijn, blijf ik daar maar even bij. Wat Haig laat zien is dat de samenleving zelf één grote bibliotheek van levens is. Sommige boeken zijn al helemaal klaar en opgeborgen maar onze eigen levens kennen nog steeds lege bladzijden. Bladzijden die we nog zelf in kunnen vullen. Boeken die we nog met elkaar kunnen schrijven.
Reünie
Zelf had ik een paar weken geleden een reünie van de klas van mijn basisschool. De foto van die klas ziet u hierboven. Probeer me maar te vinden. Een club mensen die ik al heel lang niet meer had gezien. Een collectie mensen die een tijdje naast elkaar op de plank had gestaan in de bibliotheek van levens die de basisschool heet. Daarna ging ieder zijn eigen pad en schreef zijn eigen boek. In hoog tempo trekken op zo'n avond de verhalen aan je voorbij. De een had geluk, de ander pech. Zoveel afslagen en kruispunten in evenzovele levens.
Maar ondanks al die jaren die waren afgelegd en hoe levens veranderd waren, viel me ook op hoe mijn eigen oude klas, na bijna veertig jaar, zich weer ordende in patronen van evenzoveel jaar geleden. Ongeschreven regels en verhoudingen die toen golden, lagen nog als fundament onder de reünie. De klas plooide zich bijna precies zo als we hem zo lang geleden achter ons hadden gelaten. Het verhaal dat we samen die avond vertelde ging verder waar het veertig jaar geleden eindigde.
Een bibliotheek vol levens
Die reünie en dat boek van Matt Haig vielen dus opmerkelijk samen. Als je dit artikeltje hebt gelezen, weet je wel of dit boek iets voor je is. En anders is de boodschap toch vooral om zelf de bladzijden van je eigen boek te blijven schrijven. Je eigen keuzes doen ertoe terwijl spijt over het verleden vaak groter wordt gemaakt dan het is.
Blijft nog over: dat meisje waar ik niet wat mee ging drinken. Volgens mij heette ze Nicole. En welk toeval zou ze het zijn dat ze dit leest. Nemen we alsnog die afslag en doen we dat drankje. Ik garandeer overigens niet dat het 'brommers kieken' wordt.
In de afgelopen tien jaar is tegen mij een paar keer gezegd dat mijn cijferlijstjes over bibliotheken wel wat leken op 'de Bijbel van Piet'. Het waren steevast bibliothecarissen met een lange staat van dienst in het Gelders bibliotheekwerk die dat zeiden. In een ver verleden was er een Piet die lijstjes bijhield. De lijstjes kregen een bijna goddelijke status waardoor het eerbiedig de 'Bijbel van Piet' werd genoemd.
Ton Mengerink, de inmiddels oud-directeur van de Bibliotheek Oost-Achterhoek en voormalig rayondirecteur in Gelderland, ruimde zijn archief op en bood me een stapel rapporten aan. Beginnend in 1985 en eindigend in 2002. 'Zo', zei hij 'dit zijn de bijbels van Piet. Die mag je meenemen'. Ton wist dat hij me er een plezier mee deed. De lijstjes waar menigeen het over had gehad maar die niemand meer had, hield ik nu zo maar in mijn handen. 'Als je meer wilt weten, moet je Henk ten Zijthoff even vragen, die weet vast meer'. Zo geschiedde. Ik neem u mee in het bijzondere verhaal over de Bijbel van Piet.
Hoe werkte de Bijbel van Piet?
De Bijbel van Piet is ontstaan in 1985 bij de rayonchefs van de Provinciale Bibliotheek Centrale (PBC) Gelderland. Het was de tijd van de eerste bibliotheekautomatisering en ook van de automatisering van de financiële administratie. Daarmee werd het mogelijk om de prestaties op bibliotheekvlak te gaan vergelijken met de financiële cijfers. Tegelijkertijd was het de tijd van bezuinigingen - een terugkerend refrein in bibliotheekwerk - en was er daardoor behoefte aan onderlinge vergelijking.
De rayonchefs hadden echter niet zo'n hoge pet op van de financiële afdeling, het was niet de meest flexibele afdeling en niet echt in voor vernieuwing. Piet van Lier, toen hoofd van de boekhouding bij de PBC Gelderland, was volgens de rayonchefs nog de meest flexibele en dus gingen ze met hem om tafel. Ze organiseerden een werksessie met een externe deskundige. Dat zou wel eens Paul Zijlstra kunnen zijn geweest die niet veel later de klassieker 'Management in dienstverlenende organisaties' schreef met daarin veel aandacht voor zogeheten kengetallen voor het bibliotheekwerk. Een week na die werksessie schoof Piet een stapeltje papier op de bureaus van de rayonchefs met de woorden: 'Ik denk dat dit is wat jullie bedoelen'. De Bijbel van Piet was geboren.
Dat eerste lijstje zag er zo uit en omvatte zo'n 10 pagina's en beschreef alle bibliotheekvestigingen van de PBC Gelderland.
In 1985 kende het overzicht 47 cijfers en kengetallen in 2002 was dit aantal gegroeid tot 58. In de tussentijd kwamen er bijvoorbeeld cijfers bij over de zaterdagopenstelling, de uitleningen van nieuwe media zoals CD-ROM en Video. Maar in de basis veranderde er in die zeventien jaar niets. In 2001 zag de lijst er dan ook als volgt uit.
De cijfers waren bijzonder populair. Je kon namelijk met deze cijfers een prima argumentatie opbouwen voor extra financiering voor gemeenten of voorkomen dat er bezuinigd werd. Explosieve gegevens dus. In de laatste jaren werden de cijfers dan ook gedrukt op rood papier. Zo waren ze namelijk niet te kopiëren en er was een strikte opdracht dat de Bijbel van Piet niet in zijn geheel aan ambtenaren mocht worden gegeven.
De opbouw van de Bijbel van Piet was op grootte van de plaats. Alle plaatsen met ongeveer dezelfde omvang stonden bij elkaar. Zo kun je dus vrij makkelijk onderling vergelijken. Bovenaan zie je een letter staan. Dit is de letter van de rayondirecteur (M= Mieke, T=Ton, D=Dick, etc).
Het is aardig om zo nog eens door de oude cijfers te bladeren. Opvallend is bijvoorbeeld het hoge percentage van de bevolking dat lid is. In 2001 in Beuningen 45,5%, in Lichtenvoorde 45,4%, in Zaltbommel 40,8% van de bevolking. In het hele gebied van de PBC Gelderland was het maar liefst 35,3%. Het huidige landelijke gemiddelde ligt op 19%.
Interessant is dat men ook bijhield hoeveel boete er per uitlening werd betaald. Dat berekende je door alle boetegelden te delen door het aantal uitleningen. Gemiddeld was dat in 2001 fl. 0,15 per uitlening. Maar ook hier forse verschillen. Zo was het fl. 0,20 in Zutphen en zelfs fl. 0,30 in 't Harde terwijl het maar fl. 0,07 per uitlening was in Doorwerth en fl. 0,09 in Pannerden. Of men in Zutphen en 't Harde nu zo stout was met inleveren of dat de tarieven gewoon hoger waren vertelt het staatje niet. Maar ik blijf het vermakelijk vinden.
Verder zijn het natuurlijk vooral echte 'bibliotheekcijfers'. Zelfs bezoekers komen nog niet voor in de meest recente overzichten. De reeks eindigt in 2002. Dan begint in Gelderland de vorming van de basisbibliotheken en eindigt het imperium van bibliotheken van de PBC Gelderland die toen al Biblioservice Gelderland heette.
En wie was Piet?
Henk ten Zijthoff, ook oud-rayondirecteur, wist me nog wat meer te vertellen over Piet van Lier. Piet werd geboren in 1937 in Nijmegen en maakte als jongetje het bombardement op Nijmegen mee in februari 1944. Als kind wordt hij daarna geëvacueerd naar een klooster in Keyenborg. Hij is daar zonder zijn ouders en in het voorjaar maakt hij mee dat ook de Achterhoek bevrijd wordt. Vlak voor de bevrijding maakt hij mee dat een Duitser zichzelf opblaast in een munitiedepot met een flink aantal doden tot gevolg. De Canadezen vinden hem als jongetje bibberend onder zijn deken. Hij huilt samen met hen om de bevrijding. Alles bij elkaar is dat een tekenende ervaring voor zijn leven geweest.
Voordat Piet bij de PBC Gelderland komt te werken, is hij boekhouder bij een bouwbedrijf. Hij neemt daar ontslag omdat er naar zijn mening teveel geknoeid werd in de boekhouding. Daar kon hij zich niet mee verenigen. De eerlijke Piet kwam zo in het bibliotheekwerk terecht.
Bij de PBC maakt hij mee hoe er steeds meer geautomatiseerd wordt. Hieronder zien we hem in de reusachtige computerruimtes met terminals en de grote matrixprinter waar wellicht de bijbels van het eerste uur op zijn geprint.
Piet werkte nog vele jaren voor de PBC en later Biblioservice. Het was een zeer gewaardeerde collega als ik de verhalen hoor, hoewel zijn leven niet bepaald over rozen ging. Piet overleed in 2018 in Nijmegen, hij was toen 81 jaar oud.
'In den beginne was het woord', staat in die andere Bijbel. De Bijbel van Piet zou moeten beginnen met 'In den beginne was het getal'. Een kengetal wel te verstaan. Piet schiep een nieuwe wereld en werkelijkheid met zijn lijstjes.
Dit verhaal werd mogelijk door de hulp van Henk ten Zijthoff en Ton Mengerink.
De wekker gaat. Een dikke gaap maar de adrenaline schiet ook gelijk omhoog. Want vandaag is het weer: Bibliotheekplaza! Het is wel een vroegertje voor me van Deventer naar Vijfhuizen... En het bizarre is, het gaat over virtual reality. En hoewel het over virtueel gaat moet ik er toch fysiek naar toe. Maar ik heb het er graag voor over. Bibliotheekplaza is het bibliotheekevenement waar buiten naar binnen wordt gehaald. En men snijdt altijd thema's aan waar je nog lang op kunt doorkauwen.
Ga ik nu onderweg naar Vijfhuizen. Vanaf 10 uur neem ik je vanaf deze plek mee door de dag door telkens een update te plaatsen. Stay tuned!
10.13 uur
En we zijn van start in een expocenter op het oude Floriadegebied in Hoofddorp. Een zaal gevuld met bibliotheekvolk en een line-up die staat te trappelen in de coulissen. Ik zit weer naast m'n maatje Edo Postma. Hij doet de tweet en soundbites en ik doe verslag. Door menigeen worden we al aangeduid als de mannetjes van de Muppetshow.
Marit van Bohemen, actrice en presentatrice opent de dag en is dagvoorzitter. Vorig jaar nog hybride maar dit jaar maar weer helemaal fysiek. Marit vraagt natuurlijk even de directeur van Probiblio even op het podium. Hij geeft aan dat Probiblio Bibliotheekplaza van harte organiseert om de bibliotheeksector te inspireren. Elk jaar vraagt de organisatie aan bibliotheken weer welk thema er op de agenda moet komen en virtual reality was één van die thema's. Maar voordat we aan die thema's beginnen, krijgen we een korte entree van Jochem Noyen, illusionist. Hij leert ons wat perspectief met ons doet en hoe je beïnvloedt kunt worden. Daar kan ik u niet in meenemen maar als alternatief dan maar zijn aardige filmpje.
We zijn los!
10.48 uur Roanne van Voorst
Roanne is onderzoeker, toekomstverkenner, antropoloog, universitair docent en spreker. Ze neemt ons mee over onze hoogtechnologische toekomst. Antropologen kijken naar hoe mensen handelen en proberen dat te begrijpen. En antropologen moeten steeds vaker in de meta-werelden verblijven. Want we verblijven als mens steeds vaker in die virtuele werelden. Toch lijkt die virtuele wereld best op de papieren wereld: je kunt je er in verliezen en er nieuws vandaan halen bijvoorbeeld.
Ze vertelt dat ze voor onderzoek een relatie heeft gehad met een avatar. Die avatar ging haar langzaam aan begrijpen: wat ze lekker vond, hoe ze dacht etc. En warempel: die avatar leek haar inderdaad te gaan begrijpen en kon haar appjes sturen die ook haar echte vrienden konden sturen. Ze merkte dat er dus toch een soort relatie ontstond. Dat vond ze zelf toch wel verbazingwekkend. De avatar vervulde een rol voor haar: ze gaf afleiding. Dat was fijn maar ze ging niet de diepte in, geen persoonlijke groei.
Onder al onze technologie zitten nog steeds mensen. Ze vertelt dat ze ook mee in gegaan in de wereld van metaverses: ze kon alles doen wat ze in de werkelijke wereld niet altijd durfde te doen: paaldansen, een relatie met een man met sixpack. En toch ga je op bepaalde punten achteruit: je leert door al die schermen minder goed om menselijke gezichten af te lezen.
Jongeren zijn dan ook veel beter dan ouderen in die digitale wereld, ze kunnen meerdere schermen tegelijk open hebben maar op gevoelsvlak lopen ze achter op voorgaande generaties. Ze illustreert dat met een verhaal over de OBA waar ze lange tijd zelf gewerkt heeft. Ze legt uit waarom bibliotheken plekken zijn waar mensen elkaar lijfelijk en veilig ontmoeten. En dat is niet meer voor iedereen vanzelfsprekend door alle digitale ontmoetingen.
Maar we leven ook breder in een bijzonder tijd. We leven in een tijd waarin de huidige generaties denken dat volgende generaties het niet automatisch beter krijgen. Groeiend welvaart is niet zeker, milieuproblemen die steeds dichter bij komen. En het kan bij mensen leiden in de werkelijke wereld leiden tot terugtrekkend gedrag. En mensen 'vluchten' dan naar een virtuele. Terugtrekken in eigen bubbels. Bubbels waar we de confrontatie met andere 'waarheden' niet meer aangaan. Binnen die eigen bubbels vinden we alleen de informatie die bij onze werkelijkheid hoort.
En bekend is dat als mensen zich afgewezen voelen in hun eigen waarheid dat ze nog sneller denken dat ze ook echt afgewezen worden. We denken dus nog sneller dat mensen die ons willen helpen bijvoorbeeld mensen zijn die ons willen bijsturen. Of mensen die een neutrale blik hebben worden dan eerder als negatief ervaren dan nodig.
De tegenreactie is dat er kleine kringen ontstaan die mensen willen helpen. Burgerinitiatief, vaak los van de overheid of van andere verbanden. Kringen waar men het gevoel heeft dat men in ieder geval doet wat kan. In de bibliotheek zien we veel van dit soort voorbeeld: denk aan taalmaatjes of vrijwilligers bij de VoorleesExpress.
Waarom zijn deze ontwikkelingen belangrijk? Nou, je moet bijvoorbeeld durven om kennis te nemen van andere bubbels. Dat voelt heel erg onnatuurlijk, want waarom zou je juist willen weten wat je niet wilt horen? Nou, om je eigen bubbel te onderzoeken en te weten of je geen oogkleppen hebt opgezet. Trek je niet terug, is haar boodschap en help mensen om zich niet terug te trekken. De kwaliteit van onze samenleving is er van afhankelijk. Het gebeurt al in de mooie ruimte van bibliotheken maar bibliotheken kunnen er nog meer in doen.
Je kunt als bibliothecaris die ene persoon voor iemand zijn, die hem of haar vooruit helpt. Ik geloof haar graag en ik weet zeker dat het nu al gebeurt.
Hoe dat begint? Blijven kijken naar de mensen om je heen, vraag door en kijk verder dan je eigen bubbel. Maar blijf ook mens. Want echt contact maken, dat blijft nog steeds iets van echte mensen en niet van avatars.
Verdorie, wat is het toch weer heerlijk om zo een half uur naar een lang en goed verhaal te luisteren...
11.18 uur Panel
Bibliotheekplaza gaat verder met een panel over desinformatie. Aan tafel komen naast Roanne van Voorst, ook Annique Moussou van Bellingcat, Michael Hameleers van ASCoR en onze eigen Erik Reuvers van Probiblio. Marit van Bohemen ondervraagt deze specialisten over waarom desinformatie een probleem is? Hoe moeten we aankijken tegen deepfakes? Erik Reuvers geeft aan dat de bibliotheek hier wel een rol heeft, hoe moet je als kind of volwassene je toch mediawijs gedraagt.
Wat was deep fake ook alweer? Kijk dan nog even naar dit nog redelijk onschuldige filmpje.
Roanne van Voorst merkt dat mensen inderdaad wel groeien op dit punt. Mensen hebben steeds vaker door dat ze feiten moeten checken. Annique Moussou kijkt iets verder weg en benoemt hoe er bijvoorbeeld op dit moment verslag wordt gedaan over de oorlog in de Oekraïne en met name hoe feiten verdraaid worden of gemanipuleerd. Moussou geeft aan hoe Bellingcat daar bijvoorbeeld in werkt want het is best ingewikkeld om als objectief beschouwd te worden. Bellingcat trekt dus geen conclusies maar verzameld feiten die jezelf mag controleren.
Hameleers vraagt aan de zaal hoeveel desinformatie er is? Een deel van de zaal denkt dat het meer dan 20% van al onze informatie is. In werkelijkheid, en dat is onderzocht, is het 1%. Er is dus ook veel aandacht voor desinformatie want we denken dat het groter is dan het is. Deels komt dat doordat we door de discussie over desinformatie ook steeds vaker, vanuit ons eigen perspectief, feiten die ons niet welgelegen zijn ook als desinformatie aanduiden. Reuvers vraagt hoeveel mensen in de zaal iemand kennen die in een complottheorie gelooft. En opnieuw gaat ongeveer bij een aanzienlijk deel in de zaal de vinger omhoog. Vanuit de zaal wordt benoemd dat deze desinformatie en complottheorieën voor sociale media erg interessant zijn omdat er juist veel kijkers voor zijn, en dus veel advertentie-inkomsten... Dat is een ziek model.
Moussou van Bellingcat geeft aan dat ze in haar werk, waar ze veel complotten ziet en naar feiten moet kijken, dat ze zichzelf elke keer moet controleren dat ze niet meegaat in de complotten.
De 'experts' in het panel hekelen overigens dat er tegenwoordig steeds meer experts zijn. Bij elk item moet een expert gevraagd worden en men wil dan ook experts van verschillende kanten hebben.
Van Bohemen trekt het panel nog even terug naar datgene wat we zelf kunnen beïnvloeden: wat moeten bibliotheken er mee? Reuvers geeft het terechte antwoord waarvan je wist dat het zou komen: zoek contact met Probiblio.
12.04 uur VPRO: Geert Jan Strengholt en Regina Rijpkema
In de deelsessie schuif ik aan bij een presentatie van de VPRO. Daarbij gaat Regine Rijpkema kort in op de Tegenlicht Meetups. Tegenlicht Meetups zijn bijeenkomsten die naar aanleiding van een Tegenlicht-uitzending worden georganiseerd op diverse plekken. Bibliotheken kunnen daarbij gebruik maken van deze toolkit. De VPRO organiseert deze graag met bibliotheken.
Geert Jan Strengholt gaat in op het archief van de toekomst van Tegenlicht. In de afgelopen 20 jaar zijn er zo ongeveer 500 onderwerpen aan bod zijn geweest. De vraag was hoe je dat archief opnieuw zou kunnen inzetten. Dat wilde men op een aantal eigentijdse manier doen. Lang drie lijnen vulde men dat in: een boek van de toekomst, een installatie van een kunstenaar en een archief van de toekomst. In 2020 wilde men een prototype hebben. Daarbij kwamen tal van vragen aan bod: metadata, AI-technologie.
En warempel terwijl Geert Jan vertelt, hoor ik toch heel veel oude bibliothecaire principes voorbij komen. Aan de achterkant lijken die AI-systemen toch meer op de oude kaartenbak dan je denkt. Daar werd vervolgens een 'Airtable' uit, een spinneweb van onderwerpen en bijbehorende content. Samen met het Instituut van Beeld en Geluid - de Koninlijke Bibliotheek van Beeld en Geluid - die meehielp met hun technologie. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan hoe je bijvoorbeeld kunt zoeken in bewegend beeld.
Op basis van dit archief van de toekomst heeft de kunstenaar Richard Vijgen een installatie van gemaakt (zie foto) Als het archief verandert, verandert ook de installatie.
Hé maar dit was nog maar het prototype. Hoe nu verder? Nou, er ligt nog wel wat werk want men had nog niet het hele archief ingevoerd en stel dat je klaar ben met Tegenlicht, hoe ga je dan verder? Stap voor stap ontwikkelt men nu verder.
De presentatie maakt voor mij wel een beetje pijnlijk duidelijk dat bibliotheken echt niet meer in de voorhoede zitten van zoekmachines. Ja, wij hebben ebooks nu geïntegreerd in onze catalogus maar de verbinding met goede zoekontwikkelingen buiten bibliotheken is wel ongeveer weg: verbindingen met bijvoorbeeld krantenartikelen (weet u nog waar u ze allemaal vindt?), verbinding met streaming media etc. We zijn sterk gefocust op burgers mediawijs te maken maar onze eigen systemen staan eigenlijk toch wel ongeveer stil. Waarom zou je in de catalogi van bibliotheken niet kunnen zoeken naar alle beeldfragmenten van Nederland?
14.03 uur Jarno Duursma
De lunch zit erop en we starten weer. Dagvoorzitter Marit van Bohemen roept de illusionist Jochem van Noyen er weer bij en de zaal wordt getrakteerd op een paar illusies. Vermakelijk, maar ik kan het jullie toch moeilijk met woorden meegeven.
De spreker die volgt is Jarno Duursma. Schrijver en techexpert. Hij laat een aantal plaatjes van zichzelf zien van een gewone foto via een deepfake naar zijn online avatar. Hij geeft aan dat jongeren hun online avatar zeggen dat deze representatiever is dat hun echte foto.
Jarno komt uit Stadskanaal. En daar stond een bibliotheek. Hij liep er de deur plaat. En hij was jaloers op de muziekbibliothecaris daar. Dat moest toch een topbaan zijn: de hele dag met muziek bezig. In die bibliotheek ontdekte hij dat hij eigenlijk maar heel weinig wist.
Als we praten over kunsmatige intelligentie is ons beeld vooral gevoed door films. En dat betekent dat kunstmatige intelligentie vooral negatief gevoed is. Terwijl het juist ook allerlei positieve invullingen kent. Voorlezen? Nee, dat hoeft je niet meer zelf te doen.... dat kan software ook doen. Een samenvatting maken van een lange tekst? Ook dat kan software. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid noemt artifiële intelligentie een systeemverandering. Dat betekent dat we er fundamenteel over moeten nadenken hoe we er mee om willen gaan.
Met software kunnen we onze eigen inzet versterken. AI kan van ons een beetje een supermens maken. Jarno spiegelt het met veel positief voor. Maar hij zegt dat er toch ook donkere kanten zijn. Want kijk eens naar PimEyes, die een foto voor jou analyseert en opzoekt wie het is. Of kijk naar Wordtune waarmee je tekst kunt opleukt. Of Quilbot die een artikel zo herschrijft dat het niet meer als gestolen citaat is te vinden. De basis van die tekstsoftware is GPT-3. Het is software die voor jou kan schrijven op basis van eerste aanzetten of doorschrijven. Of een tool die voor jou automatisch de Excel-formule geeft. Hij geeft voorbeeld naar voorbeeld en je voelt dat de zaal versteld staat hoe ver het eigenlijk al is. En waar houdt dit op? Nou, nergens. Want van tekst gaan we naar voice-cloning. Hij is ervan overtuigd dat het voorlezen van boeken echt niet meer door bekende Nederlanders worden ingesproken. Maar met een beetje voice-cloning kun je elk boek door elke bekende.
Het is helder: wat je maar kunt verzinnen moet ongeveer kunnen. En hier kantelen we in zijn presentatie. Want, geeft hij nu toe, hoe zit het met interactie tijdens het voorlezen. Want elke vorm van software en automatisering betekent ook dat je een vaardigheid of een vorm van aandacht verliest. AI-software kent nog grote tekortkomingen. Wij kennen (nog) zoveel context. Bemiddelen is bijvoorbeeld nog iets wat computers niet kunnen. Of mensen bij elkaar brengen.
Duursma laat de zaal versteld staan over wat er allemaal kan. En tegelijkertijd laat hij - gelukkig - ook zien wat mensen toch ook vooral nog zelf aan zet zijn. Maar: omarm deze technologie wel. Want het kan ons echt verder helpen. Het kan ons veel werk uit handen nemen. En tegelijkertijd: kijk wat je wilt om het voor je zelf prettig te houden of juist prettiger te maken.
Zijn slotopmerking: blijf mens en word nog meer mens. Mooie boodschap.
15.08 uur Nick van Breda
Ik volg een deelsessie van Nick van Breda, sociaal ondernemer. Nick was van zijn negende tot negentiende verslaafd aan games. Zijn drug heette Runescape. Wie zijn verhaal nog eens wil horen, kan bij bovenstaande Tedx terecht. Hij geeft aan hoe hij ongelofelijk veel uren in deze game doorbracht. Hij sliep maar vier uur per nacht. En hij geeft aan hoe hij oprecht en diep verdrietig was toen hij in de virtuele wereld een vriendinnetje kwijt raakte. Het overlijden van zijn oom bracht hem terug naar de werkelijkheid en hij heeft zich nu ten doel gesteld om een miljoen mensen van hun passie hun beroep te maken. Daar zaten wel wat stappen tussen. Hij stopte met gamen en besloot zich af te vragen: wat moet ik vandaag doen om straks goed herinnerd te worden? En welke comfort zone moet ik daarvoor verlaten? En dat deelt hij ook met anderen, vooral jongeren. Hij laat jongeren hun droom voor dit land, hun stad of hun omgeving te maken. En vervolgens laat hij ze de vraag beantwoorden: wat wil jij doen om dat scenario in te vullen? En wie heb je nodig om je verder te helpen?
Hij geeft voorbeelden van jongeren die hij heeft geholpen, jongeren die scholen in het buitenland ondersteunen, jongeren die vernieuwend bezig zijn in de ICT-wereld. Hij vraagt dat het vinden van je eigen doel van je leven, is voor hem een kernzaak. Welk wereldprobleem wil je meehelpen oplossen? Je inzetten voor zo'n doel beziet hij deels ook wel als een game. De steun die van anderen krijgt omdat je je inzet, is hetzelfde als een level omhoog gaan in een game. En ook de werkwijze lijkt op een lan-party, hij organiseert 'hackatons' voor jongeren om mee te denken over maatschappelijke vraagstukken.
Als gamenerd was Nick een eenling. Nu is hij een teamspeler die jongeren weet te inspireren. Van een gesloten jongen werd hij iemand die open stond voor allerlei nieuwe mensen en wat ze willen bereiken. De organisatie moet deze enthousiaste spreker letterlijk en figuurlijk stoppen.
Nick van Breda de jongen die transformeerde van gameverslaafde naar changemaker.
16.03 Afsluiting
Marit van Bohemen mag als dagvoorzitter gaan afsluiten. Nog één keer komt Jochem Nooyen. Hij speelt als illusionist de Privacy-show met de zaal. Ik verklap niet wat hij doet maar hij ontfutselt iemand iets op een bijzondere manier waarvan je verwachtte dat je het nooit weg zou geven, hij onderhandelt over hoeveel informatie je je over jezelf.
De dag zit erop, de borrel lonkt. Het was weer mooi en gezellig met Edo Postma naast me. Zijn we klaar? Nee, we hebben een inkijkje gekregen in wat ons virtueel nog te wachten staat. Veel waar we ons nog toe te verhouden hebben en veel waar we nog wat mee gaan doen. Ben ik klaar? Nee, voor mij wacht nog een kleine afsluiting want morgen zal er ook een verslagje voor Bibliotheekblad zijn en kunt u daar nog een korte slotbeschouwing zijn.
Het was natuurlijk een prachtige week. Met Prinsjesdag ging de vlag uit voor bibliotheekwerk, na jaren hard werken door de hele sector kwam er extra geld. En toch startte ik dit weekend met een melancholisch en wat verdrietig gevoel. Waar kwam dat toch vandaan, waarom voelde ik me alsof ik een vriend zag huilen? Pas toen ik mijn hardloopschoenen aan deed en een uur lang door de stralende regen rende, vielen er naast de druppels ook wat kwartjes. En daarbij kon ik mijn melancholie of verdriet toch wel verklaren. Het bleek een verhaal waar het grote en landelijke zich verbond met het kleine en nabije.
Over Mark en Thierry
Want ondanks het goede nieuws van geld voor bibliotheekwerk was de teneur van de Troonrede toch dat we wel weer de volgende crisis inrollen, de energiecrisis en in het verlengde een vluchtelingencrisis en een oorlog in de Oekraïne. De crisis, welke dan ook, lijkt wel een constante te worden. Wie dacht dat dat dan wel de hoofdpunten van de Algemene Beschouwingen zouden worden kwam bedrogen uit. Terwijl deze week helder werd dat 23% van de Nederlanders op dit moment alleen rond kan komen door schulden te maken of door spaargeld aan te spreken, was het item dat het meeste aandacht kreeg de ordinaire rel die Thierry Baudet veroorzaakte over de universiteit waar Kaag zou hebben gestudeerd. En een premier die met zijn kabinet wegloopt. Weg aandacht bij de echte problemen...
Afgelopen donderdag trapte Sander Schimmelpenninck in Welkom bij dbieb de eerste van 4 talks af over De Kloof in kansen en vermogen. Josse de Voogd (13 okt) spreekt over de Kloof tussen weldenkend en afgehaakt Nederland, Eva Rovers over de Kloof tussen politiek en burger (10 nov) en Jaron Harambam (8 dec) over de Kloof tussen mainstream en complotdenkers.
Kijk, dat is nog eens een programma met sprekers die ingaan op de kloof in Nederland en die allemaal iets kunnen zeggen over een mogelijke richting voor een oplossing. Ik weet dat meerdere bibliotheken met dit soort programma's bezig zijn maar ik denk dat dit echt heel waardevol is. Natuurlijk is het niet dé oplossing maar alle beetjes helpen. En beter dan nog meer olie op het vuur.
Over Ton en Anneke
En het was ook de week waarin ik afscheid nam van twee bibliotheekcollega's: van Ton Mengerink, de bibliotheekdirecteur van Oost-Achterhoek en van Anneke Westland, de adjunct-directeur van collega-POI Bisc. Wat hen beiden verbindt is dat ze allebei meer dan veertig jaar actief waren in het bibliotheekwerk.
Ton was vroeger rayondirecteur bij Biblioservice Gelderland en werd later directeur van de basisbibliotheek Oost-Achterhoek. In die laatste functie heeft hij zo'n jaar of tien geleden verschrikkelijke bezuinigingen moeten opvangen. Tot de helft van het budget. Het was de tijd dat aangekondigd werd dat er 50% bezuinigd werd op bibliotheekwerk en dat je gefeliciteerd door raadsleden als ze dat tot 25% hadden weten terug te brengen. En als je de wethouder vroeg naar de visie het beleid achter die 50% bezuiniging dan wist die wethouder zonder blikken of blozen te vertellen dat die 50% bezuiniging zijn visie en beleid was. Verder nog vragen? Er vielen ontslagen en spreiding werd zo goed en kwaad als dat ging overeind gehouden. Het bibliotheekwerk overeind houden was al een prestatie op zich. En toch werd ook tegelijkertijd de bibliotheek opnieuw uitgevonden.
Ton zag ik geregeld en ik hielp hem met zijn beleid. Anneke zag ik wel wat minder en we troffen elkaar vooral rond allerlei samenwerking tussen POI's. Waar Ton vooral aan de voorkant van het bibliotheekwerk zat, zat Anneke aan de achterkant. Anneke zei altijd dat het haar opdracht was om zaken als een bibliotheeksysteem aan de achterkant zo handig mogelijk te regelen zodat er aandacht en geld overbleef om aan de voorkant te handelen. Anneke is iemand die veel weet van bibliothecaire processen en die kennis wordt zeldzaam en verdwijnt via vrolijke afscheidsfeestjes uit onze sector.
Ton en Anneke zaten beiden op hun manier in de frontlinie van het bibliotheekwerk. Poten in de klei en met kennis van zaken. Overeind houden wat er is en ondertussen blijven veranderen.
Over Arie en Ria
En het was ook de week van mijn ouders, Arie en Ria. Ja, al wat op leeftijd en knokkend met hun eigen gezondheid en ondertussen 55 jaar getrouwd. Ze kregen een nieuwe PC deze week en die moest geïnstalleerd. Daar hielp ik ze mee. En voor mijzelf is een wisseling van de ene naar de ander PC al een dingetje want je bent echt even een paar dagen ontregeld over wat nu waar weer verstopt zit. Voor mensen voor wie dit geen dagelijkse kost is, is het dat dan al helemaal.
Staatssecretaris Van Huffelen vroeg zich onlangs in een expertbijeenkomst af hoe het toch kan dat in Nederland nog steeds zoveel mensen moeite hebben om het digitale geweld bij te benen. Nou, dacht ik toen ik dat zo van haar hoorde, dat komt onder andere omdat de overheid zelf steeds hogere eisen stelt. Het komende najaar wordt de tweewegfactor bij DigiD verplicht bij belastingzaken en voor gezondheidszaken komt er de driewegfactor waarbij je niet alleen een smartphone nodig hebt maar ook je identiteitsbewijs moet combineren met je DigiD. Het is de overheid en de maatschappij zelf die de lat steeds hoger legt. Begrijpelijk, maar verbaas je niet dat de groep van mensen die er moeite mee heeft niet kleiner wordt.
En het is dan ook niet zo gek dat mijn ouders zich wat opgejaagd voelen door al die ontwikkelingen. Je mag ook nooit eens stilstaan, telkens moet je weer opletten. Maar het toont ook aan hoe waardevol al die cursussen Klik en Tik en Digisterker zijn. Bibliotheekcollega's die keer op keer weer geduldig uitleggen hoe het zit. Collega's waar je telkens terug mag komen. En wie zo'n cursus volgt, ziet zijn digitale zelfvertrouwen stijgen. Weer meer regie over het leven. Lees daarvoor het boekje 'Digisterke verhalen' nog eens terug.
Een vriend zien huilen
Een gekke week. De vreugde van extra geld voor bibliotheken. De wetenschap dat we daar jaren voor knokten. Maar ook dat we collega's verloren in de bezuinigingen van het afgelopen decennium. Een week waarin het vertrouwen in de politiek weer niet groter werd. En dat terwijl overheid en burgers elkaar zo nodig hebben. Een week van bibliotheekmaatjes die vertrokken die de frontlinie van het bibliotheekwerk in die moeilijke tijd overeind hielden en die de transformatie daardoor mogelijk maakten. Maar die nu toch het veld verlaten. En een week waarin je je het ongemak van je eigen ouders ziet die zich ook maar staande proberen te houden in de digitale wereld. Twee lieve mensen die knokken om regie te houden over hun eigen leven.
Een week waarin het grote en kleine naadloos in elkaar over lijken te gaan. Genoeg om te huilen als een vriend. Maar ook genoeg om volgende week weer hard aan het werk te gaan. Er is nog zoveel te doen. Meer dan wat extra geld kan doen.
Het was toch een beetje de dag waarvan je wist dat ie zou komen. Vanmiddag rond half vier werden de begrotingen vrijgegeven op de site van de Rijksoverheid. En de vraag was: was nu bekend hoeveel geld er extra beschikbaar zou komen voor bibliotheekwerk? Het antwoord is ja en de hoeveelheid is € 62,7 miljoen structureel vanaf 2025. Tot 2025 bouwt het bedrag zich nog op via € 35,7 en € 56,7 miljoen.
Hoe zat het ook al weer?
Waar kwam dit extra geld ook al weer vandaan? Ik neem u even mee door de geschiedenis. In 2015 werd de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen (WSOB) ingevoerd. Die wet zou na vier jaar geëvalueerd worden. Die evaluatie was positief maar stelde ook dat er nog wel een aantal gemeenten waren zonder bibliotheek. In 2020 ondersteunde de Raad voor Cultuur dit nog met het rapport 'Een bibliotheek voor iedereen' en stelde eigenlijk vast dat het stelsel van bibliotheken als geheel sterk onder druk stond. Dit kwam door gemeenten die bezuinigden op bibliotheekwerk. Een algehele versterking was nodig en in het bijzonder voor gemeenten zonder bibliotheek. De Raad adviseerde om 95 miljoen extra te investeren in bibliotheekwerk.
In het regeerakkoord 'Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst' werden bibliotheken opnieuw genoemd. Dit keer met de regel dat de regering zei te streven naar 'een toekomstgerichte bibliotheek(voorziening) en elke gemeente. Deze zinssnede zat in een pakket van cultuurmaatregelen van € 170 miljoen. Onduidelijk was nog welk deel de bibliotheken zou toevallen. Tot vandaag dus. Een groeiend bedrag naar € 62,7 miljoen structureel.
Wat moet er mee gebeuren?
Tja, dat is even de vraag. In het laatste overleg van de Staatssecretaris met de Kamer hierover in juni, was duidelijk dat er in de Kamer een meerderheid is om te komen tot een zorgplicht voor gemeenten. Met andere woorden: er moét dat in elke gemeente een bibliotheek zijn. Dat is op dit moment in bijna alle gemeenten zo. Er zijn een paar gemeenten zonder eigen bibliotheekvestigingen maar wel met afspraken met een bibliotheek voor dienstverlening in een naburige gemeente. En er zijn een paar gemeenten die echt geen bibliotheek hebben.
De PvdA'er Mohandis diende aan het eind van de hoofdlijnenbrief Cultuur dan ook de volgende motie in.
Deze motie werd met 130 van de 150 stemmen aangenomen. De wetswijziging waar in deze motie op gedoeld wordt is de verplichting dat elke gemeente een bibliotheek moét hebben. Maar eerlijk gezegd, voor de de paar gemeenten die nu nog geen bibliotheek hebben, heb je geen € 62,7 miljoen nodig. Het overige bedrag moet dus gaan naar versterking van bestaande bibliotheken die het moeilijk hebben. Bibliotheek die onvoldoende vorm kunnen geven aan een 'volwaardige' of 'toekomstgerichte' bibliotheek. U hoort al wel, hier zit nog wel wat interpretatieruimte. De komende tijd zullen de ambtenaren van het ministerie wel ijverig met een uitwerking bezig gaan.
De Staatssecretaris zegde in het debat in juni en begin juli toe om in het najaar nog met een bibliotheekbrief te komen. Daar zal dan wel een eerste verdere uitwerking in komen. Overigens verwacht ik niet dat dit hele bedrag naar lokale bibliotheken gaat. Er lagen ook nog wel uitdagingen bij een paar andere bibliotheekdossiers. Maar het grootste deel gaat denk ik toch wel naar versterking van bibliotheken. Overigens ligt het voor de hand dat het ministerie zaken gaat doen met gemeenten in plaats van direct met bibliotheken. Als er een zorgplicht afgedwongen moet worden en er veel geld bij komt vanuit het Rijk zullen gemeenten wel garanties willen hebben en het Rijks een zekerheid dat de gemeenten er niet weer aan de andere kant 'afbezuinigen'. Dat wordt nog een interessante.
Is het veel geld?
Ik vind € 62,7 miljoen een flinke hoeveelheid. In 2021 ontvingen lokale bibliotheken samen in totaal € 461 miljoen subsidie van gemeenten. Structurele en incidentele subsidies. Dan is ruim € 60 miljoen toch ongeveer 15% van het totaal. In die zin is het echt wel een historische impuls, zeker omdat het om structureel geld gaat. Een bedrag voor bibliotheekwerk dat niet te negeren is door een gemeente.
Want dat in de afgelopen elf jaar hebben de gezamenlijke gemeenten flink bezuinigd op bibliotheekwerk. In 2021 kregen bibliotheken nog altijd minder geld dan in 2010... En dan tellen we inflatiecorrectie niet mee.
Bovenstaande staatje laat wel zien, hoe knap het werk is van de ambtenaren van het ministerie. Het is hen gelukt om in de afgelopen jaren, dwars door alle crises die we gehad hebben, extra middelen te vinden voor bibliotheekwerk. Wie keek wat nog meer betaald moest worden uit die € 170 miljoen van cultuur ziet dat bibliotheekwerk er eigenlijk heel goed uit gekomen is.
Na jaren van bezuiniging zullen we moeten wennen. Jaren moesten we bezuinigen, voorzichtig zijn en uiterst creatief. En we moeten weer meer naar ondernemen, risico nemen en bouwen. Ik merk dat dat echt een andere mindset is.
Voor de verdere invulling is het dus afwachten op de Bibliotheekbrief van staatssecretaris Uslu die de komende maanden wel zal volgen. Ook is het wachten op het masterplan Basisvaardigheden van Wiersma want daarin kan nog iets gezegd worden over bijvoorbeeld de Bibliotheek op school.