Het PISA-rapport wordt dus veel gedeeld maar bijzonder weinig gelezen. Wel ironisch voor een rapport dat ons vertelt dat we zo slecht lezen. Alle reden dus om er eens echt in te duiken en wellicht nog eens wat resultaten toe te lichten. Ik neem u mee langs drie grafieken die u moet kennen en één grafiek die het rapport niet laat zien. Geïnteresseerd? Mooi, lees dan verder.
Wat is het PISA-onderzoek?
Eerst even het begin. Want wat is dat onderzoek eigenlijk? PISA staat voor Programme for International Student Assessment. Men wil met met het PISA-onderzoek in al die landen meten in hoeverre 15-jarige leerlingen zijn voorbereid op het functioneren als mondige burger in de huidige kennismaatschappij. Het onderzoek meet dan ook veel meer dan alleen de leesvaardigheid maar kijkt ook naar wiskunde, natuurwetenschappen.
Het is een onderzoek waaraan 81 landen deelnemen en dat wordt afgenomen onder 600.000 15-jarigen. In Nederland deden een kleine 5.000 jongeren mee. Het onderzoek wordt normaal gesproken elke drie jaar gehouden. Door corona is het onderzoek dit keer één jaar later uitgevoerd.
Het feit dat je in het nieuws meer hoort over de leesvaardigheid dan over de andere vaardigheden heeft te maken met het feit dat de leesvaardigheid harder achteruit is gegaan dan de andere vaardigheden.
Dat brengt ons dan ook tot de eerste grafiek uit het rapport.
Nederland deed het slechter dan andere landen dus corona is geen excuus
Hierboven zie je hoe de Nederlandse leerlingen scoorden op leesvaardigheid vanaf 2003. Dit is afgezet tegen de gemiddelde EU-score en de gemiddelde score van alle deelnemende OESO-landen. Waar Nederland tot 2012 keurig bovengemiddeld scoorde zien we vanaf dat moment een steeds sterker verval optreden. In 2015 zaten we nog net op het EU-gemiddelde, in 2018 zakten we al door het OESO-gemiddelde en 2022 is het verval nog harder gegaan.
Een veel gehoord argument is dat dit verval komt door de coronacrisis. Uiteraard heeft dat effect gehad op kinderen. Scholen sloten, bibliotheken sloten en er moest meer online. Maar, dat gold wereldwijd en toch zien we Nederland steeds sneller en harder wegzakken.
Het PISA-rapport doet geen analyse naar de oorzaak, het is een vergelijkend onderzoek dat vooral cijfers levert. Maar laten we even verder gaan.
Het VMBO zakt harder weg dan het HAVO en het VWO
Er is namelijk een uitsplitsing te maken naar onderwijssoort en dn zie je het volgende beeld. Het verval van leesprestaties is overal zichtbaar maar er is een sterker verval bij VMGO gl/tl, VMBO kb en VMBO bb. Het pro-onderwijs kent overigens een vrij kleine onderzoekspopulatie, ik ben dus voorzichtig met die cijfers.
Als je deze cijfers ziet snap je wel dat het Kunst van Lezen met de impulsregelingen voor de Bibliotheek op school extra inzet op het VMBO-onderwijs.
1 op de 3 jongeren in het voorportaal van laaggeletterdheid
Waar ik journalisten nog te weinig goed naar vind kijken is naar de leesniveaus. En omdat dit rapport niet heel uitgebreid ingaat op alle resultaten - het rapport van 122 pagina's is namelijk nog maar een beknopte samenvatting - worden die leesniveau nog maar heel beknopt in beeld gebracht.
In totaal kent PISA zes taalvaardigheidsniveaus. Om te kunnen functioneren als burger wordt gesteld, heb je minimaal niveau 2 nodig. Verder geeft het rapport geen toelichting op die niveaus. In het rapport uit 2019 wordt die toelichting wel gegeven. En daar wordt het volgende aangegeven voor niveau 0, 1 en 2.
Laaggeletterdheid betekent niet dat je niet kunt lezen maar dat je jezelf onvoldoende kunt redden met taal. Die grens ligt inderdaad tussen niveau 1 en niveau 2.
In het rapport wordt daarbij deze grafiek gegeven.
33% van de 15-jarigen haalt niveau 2 niet. Laaggeletterdheid meten wij in Nederland vanaf 16 jaar. Die 15-jarigen hebbend dus nog een kleine kans om te groeien in lees- en taalniveau. Maar ze zitten toch dicht tegen die 16 jaar aan. Wie op 15-jarige leeftijd nog niet niveau 2 heeft bereikt zit domweg in het voorportaal van laaggeletterdheid. Om vervolgens bij de 16e verjaardag voorzien te worden van het label: laaggeletterd.
33% van die 15-jarigen zit dus in het voorportaal van laaggeletterdheid. En Nederland doet het verdacht veel slechter dan de OESO-landen (27%) en het gemiddelde van EU (24%).
Uit de detailgegevens van het onderzoek van 2018, toen nog 24% in deze categorie zat, bleek dat de achterstand onder het VMBO logischerwijs het grootste was. Tot aan de VMBO/tl zat 50% toen al in het voorportaal van laaggeletterdheid. Dat aandeel zal dus nog gestegen zijn.
De grafiek het PISA-rapport niet toont
Er is één schokkende grafiek die dit rapport nog niet toont. Ik vermoed dat die in de meer uitgebreide analyse komt die volgend jaar uit moet komen. Maar die grafiek heb ik alvast voor u gemaakt. En dat is hoe het percentage jongeren in het voorportaal van laaggeletterdheid steeg sinds 2003 in vergelijking met de OESO en EU. Die grafiek ziet u helemaal bovenaan het artikel. Door de cijfers uit vorige rapporten te combineren door de jaren heen, zie je wat er gebeurt in Nederland ten opzichte van de OESO-landen en de EU. Deels zag je dat ook al wel in de leesprestaties maar hier zie je het terug in jongeren die voorgesorteerd staan als laaggeletterde. Bij de OESO-tabel zien we wat fluctuatie die denk ik te verklaren is door zich ontwikkelende landen. Bij EU zien we ook de geletterdheid afnemen maar minder snel dan in Nederland.
Eén conclusie kun je wel trekken...
Ik ben geen onderwijskundige en ook geen specialist in taal. Ik trek ook geen conclusies over ons onderwijssysteem, over schermpjes die overal zijn of over de opkomst van Engels als voertaal. Ik weet dat gewoon allemaal niet. Daar onthou ik me dus ook van. Maar één conclusie kun je wel trekken....
Er is heel veel werk aan de winkel.....
En de vraag die we ons zelf dan kunnen stellen als bibliotheeksector is: kunnen we nóg meer bijdragen aan het leesplezier van kinderen? Dat alles in de wetenschap dat er ruim 3.000 schoolbibliotheken zijn geopend in de afgelopen tien jaar, dat we op elk van die scholen enthousiaste leesconsulenten inzetten en inzetten op leesbeleid op elke school. En ik heb ontzettend veel waardering voor al die inzet die we al plegen.
En twee zaken kunnen we doen..
Ik weet het, bibliotheken zijn maar een kleine schakel in het hele grote onderwijssysteem. Er zijn twee dingen die door mijn hoofd gaan. De eerste is de klassieke reflex: er moet véél meer geld bij. Zelfs de mooie tijdelijke regeling van € 74 miljoen die onlangs naar buiten kwam, is dan nog volstrekt onvoldoende. We blijven ook met dat bedrag een klein guerrillaleger voor lezen in plaats van een groot leesoffensief. Dat is één.
Maar mijn tweede gedachte is ook: kan het nog anders en nog effectiever? Zien we nog iets over het hoofd?
Op beide vlakken denk ik dat we ons kunnen en moeten inzetten. Kijken hoe we nog meer kracht kunnen organiseren en ook blijven zoeken nog betere manieren.
Want de kinderen van dit land verdienen echt beter.
Als de politiek ons de afgelopen jaren iets heeft geleerd dan is het wel dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken. Het niet of te laat
ingrijpen bij grote maatschappelijke problemen lijkt op korte termijn
interessant maar keert als een boemerang naar ons terug. De voorbeelden kunt u
zelf wel verzinnen als u om u heen kijkt, denk ik.
Laaggeletterdheid is niet alleen een curatief maar vooral een preventief probleem
Eén van die crises, die slechts in de zijlijn telkens voorbij komt, is de leescrisis. Het gaat dan om de slechte leesvaardigheid van
kinderen en er wordt op dit moment zelfs een heus
masterplan basisvaardigheden voor gemaakt.
Het getal dat daarbij telkens wordt genoemd is dat van het Pisa-rapport. Daaruit blijkt dat 24% van de 15-jarigen zich in het voor portaal van de
laaggeletterdheid bevindt. Een kwart dus. En allemaal kinderen die na 2000 geboren zijn. We
hebben het dus niet over 19e of vroeg-20e-eeuwse taferelen. Nee, dit is de realiteit van de 21e
eeuw. Er komen kinderen van onze scholen die uiteindelijk laaggeletterd blijken en daarmee belangrijke vaardigheden missen om regie te krijgen over hun eigen leven.
Bij elk onderzoek dat gedaan wordt door stichting Lezen en Schrijven stijgt het aantal laaggeletterden. Ondanks alle inspanningen. Laaggeletterdheid is dan ook niet alleen een curatief probleem van volwassenen maar een preventief probleem bij kinderen. Wie laaggeletterdheid wil oplossen moet beginnen met het leesniveau van kinderen. Als je dat niet doet, blijft het dweilen met de kraan open. Draai de kraan dus dicht!
Dat leesniveau van kinderen kent een directe relatie met leesmotivatie. Kinderen die lezen leuk vinden, lezen meer en scoren daardoor beter. En u raadt het al: de Nederlandse kinderen scoren bijzonder laag in het internationale Pisa-rapport op die leesmotivatie.
Met beperkte middelen aan de slag...
In 2011 schreef ik over een driepuntenplan voor het onderwijs. De sector moest zich toen nog en masse achter de Bibliotheek op school scharen. Veel bibliotheken hadden eigen programma's met meer of minder resultaat. Dat de sector dat samen oppakte had succes. Het landelijk programma werd beter gemonitord en een landelijk team stimuleerde op vele plaatsen de samenwerking. Die samenwerking met onderwijs werd ook structureler en professioneler. Er werd een concept gebouwd waarmee structureel vooruitgang geboekt kon worden op leesplezier.
In de afgelopen jaren hebben bibliotheken dan ook veel van hun
schaarse middelen hiervoor vrij gemaakt. En met succes. De helft van de basisscholen heeft
inmiddels een Bibliotheek op school. Met een collectie en met, minstens zo
belangrijk, een leesconsulent. En om eerlijk te zijn: dat was best een opgave
want er werd tegelijkertijd flink bezuinigd. In 2010 had het bibliotheekwerk nog ruim 5.000 volledige arbeidsplaatsen. In 2021 waren er daar nog 4.400 van over. Tel daarbij dat bibliotheken van die 4.400 arbeidsplaatsen een flink deel hebben weten te verschuiven naar de functies van leesconsulenten en onderwijsspecialisten. Deze omwenteling van dienstverlening is dus dwars door de bankencrisis en later de dencentralisatiecrisis doorgevoerd.
En werkt de Bibliotheek op school? Het antwoord is ja. Maar het antwoord is ook: ja, maar het kan nog veel beter. Dat leg ik uit.
Naar een volgende ambitie voor de Bibliotheek op school
In de afgelopen week las ik over de geschiedenis van het Overijsels bibliotheekwerk in de jaren '50 van de vorige eeuw. In de jaren '50 en '60 groeide het bibliotheekwerk op het platteland onder leiding van de heer Van Uxem. Overal werden vestigingen geopend. Het lijkt een beetje op de snelle groei van de Bibliotheek op school in onze tijd. De professionele bemensing van die vestigingen was een probleem.
In het boekje dat ik daar over las staat daarover:
'In plaats van de "rijdende bibliotheek" introduceerde Van Uxem "de reizende assistente", die voor de service aan het publiek van plaats naar plaats trok. ... Voorwaar hadden deze reizende assistenten een avontuurlijke boeiende werkkring met ontberingen en nauwe contacten, passende bij het pioniersbestaan.'
Van Uxem had door dat de vestigingen de ankerpunten waren waar hij verder op kon bouwen maar dat het de mensen waren die het verschil maakten in de dienstverlening. De bibliotheken waren daardoor maar beperkt open want de mogelijkheid om bibliothecarissen in te zetten was altijd te schaars.
Herkent u de parallel met de Bibliotheek op school? De leesconsulenten die van school naar school trekken overal maar een beperkt aantal uur hebben om hun goede werk te doen. Twee uur hier, vier uur daar en hoera, maar liefst acht uur op plek drie. En ja, je kunt veel in samenwerking met de leraren doen maar ook het onderwijs zelf heeft een capaciteitsprobleem.
Ergo: we doen ontzettend ons best maar we komen gewoon capaciteit tekort voor een echte grote stap.
Elke basisschool een fulltime leesconsulenten een robuuste, toekomstbestendige en volwaardige schoolbibliotheek
We weten dus dat we een groot probleem hebben in ons land met laaggeletterdheid en leesvaardigheid. En in de crisis van het afgelopen decennium is het bibliotheken gelukt om met de helft van de scholen een start te maken met een beter leesprogramma. Programma's waar een school een tientje per leerling op tafel legt en de bibliotheek er per leerling er nog een paar tientjes bij legt. Groot geld? Nee. Op de grote onderwijsbegroting blijven dit kruimels.
Volgend jaar komt het volgende Pisa-rapport uit. Hebben we in de afgelopen drie jaar een stap vooruit gezet op leesvaardigheid? Nee. Door corona is zelfs de verwachting dat de achterstanden verder zijn opgelopen.
Wie dit ziet, kan niet anders dan pleiten voor een veel forsere aanpak tussen bibliotheken en scholen. Het gaat niet om een paar procent erbij. Het gaat om veel grotere stappen. Verdubbeling, verdrie- en verviervoudiging van de capaciteit die we beschikbaar hebben. In mei van dit jaar stuurde onderwijsminster Wiersma zijn brief over Basisvaardigheden naar de de Kamer. Toen pleitte ik er al voor om in 2026 op alle scholen een Bibliotheek op school te hebben. Leesconsulent met collecties. Maar ik realiseer me dat dat eigenlijk nog te weinig is. Het moet nog forser willen we niet alleen het probleem dempen maar echt terugdringen.
Ik zou een fulltime leesconsulent op elke basisschool geen overbodige luxe vinden. Een leesconsulent overigens met een didactische bevoegdheid die ook betaald wordt op het niveau van de leerkracht basisonderwijs. En vergroot die schoolbibliotheken flink en maak daar een leeslandschappen van waar elke dag geïnvesteerd wordt in leesplezier. De leesconsulent die elke dag in dat leeslandschap kan werken aan leesmotivatie. Denk groot en maak meters!
Zoals nu in het regeerakkoord gepraat wordt over een volwaardige bibliotheek in elke gemeente, zou ik alvast willen pleiten voor een volwaardige schoolbibliotheek op elke school.
Masterplan basisvaardigheden en NPO-gelden: Naar een volwaardig leeslandschap!
Hoewel bibliotheken voor het eerst sinds lange tijd zich mogen verheugen op wat extra geld, is dat voor het onderwijs nog steeds een druppel op de gloeiende plaat. De € 60 miljoen die bibliotheken de komende jaren extra gaan krijgen in het regeerakkoord staan in schril contrast met de € 8,5 miljard eenmalig voor het Nationaal Programma Onderwijs om corona-achterstanden in te halen en komt er € 1 miljard structureel voor het Masterplan Basisvaardigheden om taal rekenen en digitaal burgerschap vorm te geven.
Van mij mag de ambitie dus flink omhoog. Want we hebben het al jaren over een leesoffensief maar ik durf het met die luttele miljoenen die er tot nu in gestoken werden geen leesoffensief te noemen. Een offensief vraagt veel meer inzet. Een aanzet voor de middelen is er. Durft de bibliotheeksector het aan om zichzelf in vijf tot tien jaar tijd zichzelf te verdubbelen in omvang? In vijf tot tien jaar een paar duizend leesconsulenten aanstellen, opleiden en inzetten?
Parlementaire enquêtecommissie Leesvaardigheid
We kennen het probleem al jaren, we weten ook al lang wat we er aan moeten doen en de uitvoerders zouden niets liever willen dan het uitvoeren. Maar in de politiek werden te laat te kleine besluiten genomen. Zie hier de samenvatting van een rapport van een gemiddelde parlementaire enquêtecommissie. Zover gaat het hier toch niet komen, beste politiek?
En beste bibliotheken, kom met de scholen tot grotere plannen. In uw plaats, in uw provincie maar ook voor heel het land. De landelijke uitstraling van de Bibliotheek op school heeft onze sector als geheel geholpen. En dat met de zeer beperkte middelen die we hadden terwijl we tegelijkertijd bezuinigden. Kom met een Masterplan, parallel aan dat van Wiersma: het Masterplan Leesplezier. En ga zoals Van Uxem in Overijssel bouwde aan zijn bibliotheken, bouwen aan een groot netwerk van schoolbibliotheken met lesprogramma's en fulltime leesconsulenten. Leg de middelen bij elkaar die er zijn: reguliere onderwijsgelden, NPO-gelden, Masterplangelden, bibliotheekgelden, WEB-gelden, gelden rondom gezinsaanpak etc.
Maak lokale, provinciale en landelijke coalities. Het kostte tien jaar om de helft van de basisscholen aan te voorzien van een Bibliotheek op school. Laten we in de komende tien jaar doorbouwen en zorgen dat we op elke school zitten maar dat onze inzet echt veel groter zal zijn. Ik ben ervan overtuigd dat het kan. Van Uxem liet het zien in de jaren '50 in Overijssel en wij zelf lieten het de afgelopen tien jaar zien met de Bibliotheek op school.
Denk vooral niet te klein, daar is het probleem te groot voor. Hier zijn geen zachte heelmeesters nodig maar ambitieuze en enthousiaste vakmensen.
Op de eerste plaats: Ik heb iedereen die zich inzet in de politiek hoog zitten. Of je nu minister, burgemeester of gedeputeerde bent, het zijn rotbanen. Iedereen weet het namelijk altijd beter, je doet het nooit goed en je verdient een fractie van wat je in het bedrijfsleven zou hebben verdiend.
Arie Slob, onze huidige minister van Onderwijs, heb ik een paar keer ontmoet. Eén keer in zijn functie als directeur van het HCO en een paar keer tijdens verschillende halve marathons die we allebei liepen. Hij harder dan ik trouwens. Altijd vriendelijk en voorkomend.
Allebei goeierikken dus. Zo, dat is maar vast gezegd.
Het probleem: 1 op de 4 jongeren laaggeletterd
Het item van Lubach was grotendeels gebaseerd op het Pisa-rapport. In februari van dit jaar behandelde ik hier dat rapport al en ik noemde dit rapport het luchtalarm van de leescrisis. Uit dat rapport blijkt dat 24% van de 15-jarigen zo slecht kan lezen en schrijven dat deze als volwassenen laaggeletterd zijn. Dat percentage was zes jaar eerder - schrik niet - 14%. En wie de cijfers binnen Europa vergelijkt ziet dat Nederland is afgegleden naar ongeveer het slechtste jongetje van de klas. Met name op leesmotivatie scoren Nederlandse kinderen dramatisch. Lubach noemt dat de leeshaat.
Met andere woorden: wie het tij wil keren, heeft niets aan halve maatregelen. Met ongewijzigd beleid gaat het percentage jongeren dat laaggeletterd is gewoon verder stijgen. Wie zich afvraagt waarom er steeds meer volwassen laaggeletterden zijn: hier zit dus het lek. En zolang die kraan niet dicht gaat, is het dweilen met de kraan open. In die zin zijn taalhuizen de symptoombestrijders van te weinig aandacht voor taal en lezen bij kinderen.
De Leescoalitie: Tijdvooreenleesoffensief.nl
Toch is er goed nieuws. Er is een leescoalitie die zich hiervoor inzet. Met heus manifest voor een leesoffensief. U vindt dat manifest hier.
Even ter herinnering: In 2012 werd de Leescoalitie opgericht. Een samenwerkingsverband van toen CPNB, Stichting Lezen, Stichting Lezen & Schrijven, SIOB (nu: KB) en VOB. Bij het bibliotheekcongres in 2014 presenteerde Prinses Laurentien de ambities van de leescoalitie en ik heb ze later nog vaak gebruikt:
In 2025 verlaat geen kind de school met een leesachterstand en
In 2025 is elke volwassenen geletterd of in een traject op weg daar naar toe.
Het was in de Beurs van Berlage dat ze deze woorden uitsprak tegenover honderden bibliothecarissen. Het werd stil... en iedereen begreep dat dit een ambitieuze maar broodnodige doelstelling was.
Van de leescoalitie heb ik daarna niet zo heel veel meer gehoord. Tot nu gelukkig. Want het manifest waar men mee komt bevat wel een aantal aanknopingspunten:
Zo stelt het dat:
Lezers worden gemaakt, niet geboren. Het Leesoffensief heeft als uitgangspunt dat alle
inwoners van Nederland een goede leesvaardigheid ontwikkelen. Lezen, goed kunnen
lezen, zou kabinetsbreed beleid moeten zijn.
Dus beste volksvertegenwoordigers: werk aan de winkel. Kom met beter en intensiever beleid dan er is.
Tegelijkertijd stel het dat:
De Leescoalitie roept daarom alle onderwijs- en leesbevorderingsorganisaties, en
iedereen die zich inzet voor lezen, op tot een Leesoffensief. Alleen samen kunnen wij het tij
keren.
Het Leesoffensief zien wij als een beweging van onderwijs-, leesbevorderings- en
andere relevante maatschappelijke organisaties die het belang van lezen maatschappelijk en
politiek agenderen vanuit een gezamenlijk gedragen visie.
Dat is een mooie balans. Het mes moet aan twee kanten snijden: meer aandacht van de politiek maar ook nog meer samenwerking tussen alle partijen die zich voor onderwijs en leesbevordering inzetten.
Hier word ik blij van. Het was nog mooier geweest als er ook al een bedrag was genoemd. Mensen die er verstand van hebben, zeggen dat dat nog te vroeg is. Daar word ik dan weer moedeloos van... We zijn al van 14% naar 24% laaggeletterdheid gegaan onder 15-jarigen. Hoe lang wil je dan nog wachten met ingrijpen?
Beleidsbrief Slob en Van Engelshoven over Leesoffensief
Kinderen leren lezen is een van de belangrijkste doelen van het onderwijs.
Leesvaardigheid is nodig om kennis te vergaren, kritisch te zijn op
informatiestromen en om mee te kunnen doen in de maatschappij. Wij maken ons
zorgen over de leesvaardigheid en het leesplezier in Nederland. We zien al een
aantal jaren dat het leesplezier daalt, en we zien ook dat de leesvaardigheid van
met name zwakke lezers daalt. We vinden dit onacceptabel en leggen ons hier
niet bij neer.
Dat is een hoopvol begin... men gaat zich er niet bij neerleggen. Maar daarna voel ik mezelf tijdens het lezen in een moeras zakken. Er komt een technische analyse wat er mis gaat in het onderwijs en er worden speciale doelgroepen benoemd.
Daaruit vloeien voor de ministers drie actielijnen:
1) Een betere structurele verankering van leesvaardigheid in het onderwijs
2) Stimuleren van meer leesplezier
3) Actie-agenda met maatschappelijke partners
Bij die drie lijnen noemen ze telkens allerlei projecten die al lopen, hoe belangrijk ze zijn en dat we daarmee door moeten.
Het gaat niet om een klein probleem of beperkte doelgroepen
En daar gaat het naar mijn gevoel mis in de brief.... Als het hier zou gaan om een klein probleem voor een beperkte doelgroep zou dat allemaal kloppen. Dat los je op met een paar projecten.
Maar het is geen klein probleem en het gaat niet om beperkte doelgroepen! Als een kwart van de jongeren laaggeletterd is, moet er iets fundamenteel anders, is er veel meer gevoel van urgentie nodig en bovenal: veel meer inzet.
Waar ik ook kijk in de brief: er wordt niets nieuws aangekondigd. Niet anders dan dat het met curriculumvernieuwing maar mee moet. Het onderwijs moet hier het gevoel krijgen dat zij het zoveelste probleem zelf mogen oplossen. En misschien dat het nu nog niet lukt want we hebben onze handen ook nog vol aan corona.
De beleidsbrief stelt:
Tegelijkertijd is het in de huidige situatie, waarin de coronacrisis scholen in zijn
greep houdt en het uiterste vergt van schoolleiders en leraren, niet eenvoudig om
dit complexe probleem van teruglopende leesvaardigheid en teruglopend
leesplezier aan te pakken en er extra aandacht aan te besteden.
Leest u even mee en kijkt u even mee of u het bedrag kunt ontdekken voor de crisis die groter is dan de luchtventilatie:
Bij alle betrokken partijen die wij in de afgelopen maanden hebben gesproken, is
het besef aanwezig dat het tij gekeerd moet worden en dat alle Nederlandse
leerlingen goed moeten kunnen lezen als zij van school af komen. Er is echter nog
een slag te maken tussen dit besef en de daadwerkelijke aanpak op scholen. Het leesoffensief moet ervoor zorgen dat vereende krachten en een gecombineerde
inzet op zowel korte als lange termijn leidt tot een duurzame verandering in het
leesonderwijs en in de leescultuur.
Ik keek nog een keer goed. Hield hier de brief op? Miste er niet een velletje? Nee, hier hield het op. 360 miljoen voor ventilatiesystemen. Voor de leescrisis een paar lieve woorden.
Lobby!
Mensen die wijzer en geduldiger zijn dan ik, zeggen dat er nog beleid komt na deze brief. Dat het opgebouwd wordt. Dat het iets wordt van de nieuwe regering en het regeerakkoord. Als dat zo is, is het vooral een oproep aan onszelf als bibliotheken om een krachtige lobby in te zetten. Niet alleen maar samen met vele partijen uit onderwijs en maatschappelijk middenveld.
Voor goede taalontwikkeling moeten leeskilometers worden gemaakt. Daar kunnen scholen, kinderopvang, bibliotheken en ouders elkaar de hand reiken. Bibliotheken kunnen daar collectie, expertise en enthousiasme in aanbieden. Bibliotheken zijn een schakel. We hebben iedereen nodig om dit tij te keren.
Beste ministers, dank voor jullie werk en jullie zullen er ook alles aan proberen te doen. Ik twijfel er geen moment aan. Maar ik, als bibliothecaris begin langzaam de hoop te verliezen. In 2014 hoorde ik de grote ambities voor 2025. Daar heb ik me achter geschaard en voor ingezet.
Bibliotheken hebben dwars door de banken- en Eurocrisis op 50% van de basisscholen een leesprogramma en een schoolbibliotheek opgezet. En dat terwijl onze budgetten krompen. We hebben 20%-25% van ons personeel omgeschoold naar leesconsulenten. Er zijn taalhuizen opgericht met veel betrokken en vrijwillige taalmaatjes.
Dat alles gedaan en ondertussen overal bezuinigingen.
Wij willen ons bijdrage leveren aan het oplossen van de leescrisis. We willen ook op de tweede 50% van de basisscholen een leesprogramma en een schoolbibliotheek starten. We willen alle VO-leerlingen helpen met het boek dat hen raakt. We willen nog meer ouders helpen om voor te lezen.
Leesplezier zorgt voor gelijke kansen
Maar bovenal willen we leesplezier maken. Want plezier is een motor die zorgt dat je er mee doorgaat. Overal lees ik in verkiezingsprogramma's over gelijke kansen. Die gelijke kansen beginnen echt met gelijke kansen in taal. En gelijke kansen in taalontwikkeling begint met (voor)leeskilometers.
Leesplezier zorgt voor gelijke kansen. En daar niet in investeren is naar mijn gevoel een gemiste kans. Stop met dweilen terwijl de kraan nog open staat. Zorg dat jongeren geen leesachterstand oplopen. Met meer voorleesplezier thuis of in de kinderopvang met minder achterstand naar het basisonderwijs. Met meer leeskilometers in het basisonderwijs gaan kinderen naar een hoger schoolniveau. En met mooie leesprogramma's in het voortgezet onderwijs zorgen we zo dat dat percentage laaggeletterde jongeren eindelijk teruggedrongen wordt.
Er was al veel over dat PISA-rapport gezegd. De Volkskrant heeft het over 'dramatisch slechter lezende jongeren'. NRC kopt: 'leesvaardigheid achteruit gegaan' en de Telegraaf heeft het over een 'Alarm om leesprestaties'. De berichten worden veel geretweet en gedeeld door vakcollega's in het bibliotheekwerk. Maar ik heb eens rondgevraagd onder hen wie het rapport echt gelezen had? Dat viel tegen.... Het aantal was te tellen op de vingers van één hand. En dan ook nog een hand van iemand die daar al weer vier vingers van kwijt was....
Het PISA-rapport wordt dus veel gedeeld maar bijzonder weinig gelezen. Wel ironisch voor een rapport dat ons vertelt dat we zo slecht lezen. Alle reden dus om er eens echt in te duiken en wellicht nog eens wat resultaten toe te lichten. Het rapport zelf lezen is natuurlijk ook een goed idee. Dat rapport vindt u hier.
Wat is het Pisa-rapport?
Het rapport zegt zelf:
"PISA staat voor Programme for International Student Assessment en is een grootschalig vergelijkend trendonderzoek naar de wijze waarop 15-jarige leerlingen worden voorbereid op het functioneren als mondige burger in de huidige kennismaatschappij. In PISA worden leerlingen getoetst in de mate waarin zij hun vaardigheden in lezen, wiskunde en natuurwetenschappen kunnen toepassen in dagelijkse situaties. Daarnaast wordt met vragenlijsten bij de leerlingen en hun schoolleiders informatie verzameld over de context waarbinnen leerlingen deze vaardigheden aangeboden krijgen en over hun welbevinden."
Het is dus een uitgebreid onderzoek in vele landen. Om precies te zijn: bij deze editie deden 77 landen mee en 500.000 leerlingen. In Nederland hebben 4.765 15-jarige leerlingen afkomstig van 156 scholen voor voortgezet onderwijs deelgenomen.
Het onderzoek is dus ook breder dan alleen leesvaardigheid maar gaat ook over wis- en natuurkunde en een aantal aanpalende onderwerpen. Elke drie jaar is één van de drie thema's het hoofdthema en wordt dan ook verdiept uitgevraagd. In het rapport van 2019 is dat de leesvaardigheid.
Wie overigens de toelichting op het uitgevoerde onderzoek leest, ziet ook dat het onderzoek dat al sinds 2000 wordt uitgevoerd wel elke keer licht wijzigt en wordt aangepast. Het wordt aangepast in de wijze van toetsing, van papier naar digitaal bijvoorbeeld. En het wordt ook aangepast aan de eisen van de tijd. Hoe je nu moet lezen is anders dan hoe je 20 jaar geleden moest lezen. De onderzoekers gaan er ook op in dat de verandering onderzoekswijze wellicht van invloed zou kunnen zijn op de uitslagen.
We zakken inderdaad flink
Hierboven zie je een grafiek die veel gebruikt is in de media. Hij laat zien hoe de leesvaardigheidsscore van Nederlandse kinderen is gedaald. Tot 2012 scoorde Nederland boven het gemiddelde van de EU15 - zeg maar de 15 rijkste EU-landen - en ver boven het gemiddelde van de OESO-landen. Hoewel ook bij de EU- en OESO-landen het gemiddelde terugloopt, daalt Nederland zo sterk dat het de daling van de EU15 en OESO inhaalt. Dat zegt wel iets.
Het PISA-rapport deelt lezers vervolgens in, in zeven leesniveaus die ook gekoppeld zijn aan de gemiddelde score. Ik geef u hieronder even de beschrijving van niveau 0 tot en niveau 2.
Met een gemiddelde score in Nederland van 480 komen we in één keer verdacht snel in de onderste regionen terecht.
Het PISA-rapport stelt dat wie onder niveau 2 scoort - en kijk maar even wat je op niveau 2 moet kunnen - waarschijnlijk minder goed kan functioneren op school en in de maatschappij en risico loopt op laaggeletterdheid. Het rapport vergelijkt de score van Nederland met de OESO en de EU-15. Dat ziet er dan als volgt uit.
Een kwart van de Nederlandse jongeren zit in de wachtkamer van laaggeletterdheid
Het percentage 15-jarigen dat in Nederland in deze categorie zit is 24%! Een kwart van de 15-jarigen zit in de wachtkamer van laaggeletterdheid. En ook hier doen we het slechter dan de EU-15 en het OESO. Nu kun je zeggen: ach, drie procentpunt verschil, wat stelt dat voor? Het is echter zorgelijker dan dat. Kijk hieronder maar eens hoe het percentage met risico op laaggeletterdheid zich in de afgelopen jaren ontwikkelde.
De strijd tegen laaggeletterdheid is geen curatief maar een preventief probleem
In 2003 zat slechts 11% van de Nederlandse 15-jarigen in de risicogroep voor laaggeletterdheid. In 2018 was dat meer dan verdubbeld en met 13 procentpunt gestegen naar 24%. De EU-15 ging in die periode van 17% naar 21%. Slechts een stijging van 4 procentpunt. In Nederland verliezen wij de strijd tegen laaggeletterdheid bij onze kinderen en niet bij de volwassenen. Met andere woorden: het probleem van laaggeletterdheid is niet zozeer een curatief als wel een preventief probleem.
En er ontstaat een nieuwe kloof in Nederland
Wie kijkt naar wie die strijd verliezen in Nederland moet kijken naar bijgaande tabel waarbij gekeken wordt naar leesprestaties afgezet naar de hoogte van opleidingsniveau van de ouders. En daar zien we namelijk iets opvallends.
In 2003 was het verschil tussen kinderen van laag- en hoogopgeleide ouders 42 punten (het verschil tussen 537 en 495). In 2018 was dat 77 punten. Dat verschil is vooral opgelopen doordat kinderen van laagopgeleide ouders slechter zijn gaan presteren. Dit verschil zie je niet terug bij de verschillende onderwijsvormen. Die lijken ongeveer evenredig terug te lopen. Maar als je kijkt naar de achtergrond van de ouders, zie je wel een groot verschil. Het PISA-rapport doet er geen uitspraak over waarom dat zo is. Toch durf ik daar wel een schot voor de boeg te doen. En dat heeft alles te maken met voorbeeldgedrag en leesmotivatie.
Nederlandse jongere is één van de slechtst gemotiveerde lezers
Bovenstaande grafiek is geen eenvoudige. De nullijn geeft aan wat de gemiddelde score van alle 77 landen is als het gaat om leesplezier. Zoals je ziet scoren zowel de OESO- als de EU15-landen beneden dat gemiddelde. Maar Nederland is wel ongeveer koploper als het gaat om gebrek aan leesplezier. Helaas heeft men deze tabel nou net niet uitgesplitst naar opleidingstype of opleidingsachtergrond van de ouders.
Mijn vermoeden is namelijk dat voorbeeld-leesgedrag door ouders in het geheel is teruggelopen maar dat dat het meest voelbaar is bij ouders met een laag opleidingsniveau. Bij bibliotheken zien we dat veellezers regelmatige lezers worden en dat regelmatige lezers - weinig tot geen lezers worden. Bij laagopgeleide ouders zul je vroeger meer regelmatige lezers hebben gehad dan veellezers. Dit in tegenstelling tot hoogopgeleide ouders. Daar zaten weer meer veellezers. In de loop der tijd is dat overal minder geworden. En ik vermoed dat er bij laagopgeleide ouders daarom nauwelijks meer voorbeeldgedrag aanwezig is als het gaat om lezen. En ik denk dat dit verklaart waarom de kloof groter wordt. Kinderen volgen het gedrag van hun ouders.
Hoe krijgen we gelijke kansen?
Nederland heeft inderdaad een probleem. De kloof tussen hoog en laag die op veel vlakken zichtbaar wordt, manifesteert zich ook bij lezen. En dat is een probleem omdat om goed deel te kunnen nemen aan de samenleving dat lezen essentieel is. Bij het aanvragen van toeslagen, het invullen van formulieren voor je werkgever of het regelen van je eigen huis of zorgverzekering.
En Nederlandse kinderen hebben hierin geen gelijke kansen. Kinderen met laagopgeleid ouders hebben een flinke achterstand en die achterstand wordt groter.
Hoe ga je dat keren? Dat is een verdraaid lastig probleem. Dat onderkent ook de Stichting Lezen in een zeer recent gepubliceerd rapport 'Lezen stimuleren via vrij lezen, boekgesprekken en app-berichten' In dat rapport hebben ze op verschillende manieren onderzocht hoe je lezen kunt stimuleren. Daar blijkt uit dat je fervente lezers makkelijk meer kunt laten lezen met vrij lezen. Maar wie lezen al niet leuk vindt - en dat zijn er nogal wat in Nederland - krijg je met vrij lezen niet zo makkelijk verder.
Christiaan Weijts hekelde in een column in NRC de aanpak van Scoor een Boek om die reden. Zijn stelling: 'Lezen doe je als het een vanzelfsprekende aanwezigheid is in je omgeving. Niet als je het opgedrongen krijgt, met een charitatief geurtje.' Hij kreeg kritiek van vakcollega's maar het onderschrijft de conclusies van de Stichting Lezen. Wat overigens niet wegneemt dat je vooral door moet gaan met Scoor een Boek.
Je moet verleiden tot leesroutines, stelt stichting Lezen. Dat kan door meer te praten over boeken, door makkelijkere vormen aan te bieden zoals het luisterboek en door het inzetten van rolmodellen en, jawel, nudges.
Gelijke kansen door een leesoffensief
In mijn vorige artikel over de trends in de mediatijd liet ik zien dat lezen nog steeds een belangrijke invulling is van onze vrije tijd en dat met name onder de jeugd de leestijd lijkt te stabiliseren. Deskundigen hebben het er zelfs over dat de bodem van de ontlezing is bereikt. Nou, met het PISA-rapport in de achterzak en het blijven stijgen van het aantal 15-jarigen dat in de wachtkamer van de laaggeletterdheid zit, ben ik daar niet zo zeker van.
Het is leescrisis en het luchtalarm heet PISA. Ouders: haal u kinderen naar binnen en laat ze lezen! We moeten naar een aanpak waarin we ouders stimuleren om zelf het goede voorbeeld te geven. Er is meer en intensieve leesbegeleiding nodig op scholen. We moet rolmodellen zoeken die kinderen laten zien dat lezen leuk is. En ten overvloede: natuurlijk op alle scholen een schoolbibliotheek en alle kinderen gratis lid van de bibliotheek.
Zijn we er dan? Nee, nog lang niet. Wie denkt dat bibliotheken groot en sterk genoeg zijn om dit zelf te doen, bedriegt zichzelf. Er is een hele intensieve samenwerking met het onderwijs nodig. Ja, nog veel intensiever dan we nu doen.
Laten we beginnen met € 100 miljoen.... per jaar
Waar praat je dan over? Laten we beginnen met zo'n €100 miljoen per jaar extra voor bibliotheken - ja structureel en niet incidenteel. Je kunt er dan voor zorgen dat bibliotheken ook de laatste 50% van de scholen van een schoolbibliotheek kunnen voorzien. Daar heb je, is mijn ruwe schatting, zo'n 30 miljoen voor nodig per jaar. Daarnaast praat je over versteviging van de de bestaande schoolbibliotheken en hun aanpak. Meer leesconsulenten, meer programma's, meer boeken en meer rolmodellen. Zet zo'n € 70 miljoen daar op in.
Maar ook dan zijn we er nog niet. Er is voorbeeldgedrag nodig. Je moet een alliantie met ouders hebben die dit gedrag mee ondersteunen. Dat kan niet zonder het onderwijs schat ik zo in. En dat zullen grote programma's met veel media-aandacht moeten zijn. Van 'dry january' naar 'read february'. Dat soort ideeën. Het CPNB, Taalhuizen, boekhandels en ja ook sportclubs, je hebt ze allemaal nodig.
Dus naast geld voor onderwijs en programma's is een flinke hoeveelheid media-andacht nodig. Naast die € 100 miljoen voor bibliotheken per jaar mag je dit bedrag wel verdubbelen of verdrievoudigen om tot een landelijke en massieve aanpak te komen.
Ja, dat gaat wel wat kosten. Maar wie begint over een bedrag onder de € 100 miljoen per jaar kun je niet serieus nemen. Die heeft de cijfers nog niet goed begrepen.
Een leescrisis en € 1.000.000.000 per maand over
We leven in een land met een leescrisis en waar het luchtalarm dat PISA heet al een tijdje loeit. En we leven in een land waarin per maand één miljard (€ 1.000.000.000,-) overhouden op de rijksbegroting. Die miljard wordt afgelost aan de staatsschuld en zelfs de meest verstokte liberalen beginnen hier nu van te zeggen dat zoveel overhouden geen goed idee meer is en dat we moeten investeren in ons land.
Zorg dat de wachtkamer van de laaggeletterdheid weer leegloopt! Een overheid die met deze rapportcijfers en met zoveel geld nu niet acteert, is geen knip voor de neus waard.
Aan de slag jongens en meisjes! Over twee jaar begint het volgende PISA-onderzoek...