donderdag 20 december 2018
Deckers-index: Bibliotheek Hoogeveen is de best presterende bibliotheek van Nederland!
Bijna kerst. En ik vermoed zo ongeveer de laatste blogpost van mij voor dit jaar. Maar wel één met een fantastische uitsmijter. Wie is namelijk de best presterende bibliotheek van Nederland? De beste bibliotheek van Nederland staat in Zwolle, keurig gekozen door een jury en publiek.
De best presterende bibliotheek van Nederland volgens de Deckers-index is - tromgeroffel - Hoogeveen! Hoogeveen laat nipt Stadskanaal (die de vorige keer bovenaan stond) en Maas en Peel achter zich.
Deze ochtend mocht ik in de personeelsvergadering van de bibliotheek Hoogeveen het nieuws bekend maken, de oorkonde uitreiken en al die hardwerkende collega's daar feliciteren. Ze waren er blij mee zoals u ziet. Een mooie bibliotheek trouwens met een prachtige verhalenwerf die zeker het bezoeken waard is. Mijn felicitaties!
Deckers-index
Maar waar kijkt u eigenlijk naar in deze top-20 en hoe werkt die? Nou dat gaat als volgt. In de afgelopen week publiceerde ik al de top-15's van het aantal uitleningen per lid, het percentage lid, het aantal bezoeken per inwoner en het aantal activiteiten per 1.000 inwoners.
Van elk van deze kengetallen heb ik een lijst van alle bibliotheken. In totaal staan er 149 bibliotheekstichtingen op deze lijst. Degene die op één van bovenstaande lijsten bovenaan stond, kreeg 149 punten, de nummer twee krijgt 148 punten en zo verder. De nummer 74 en nummer 75 vormen gezamenlijk het midden van deze lijst en dus ook het landelijk gemiddelde. Tel vervolgens alle punten bij elkaar op et voila: de Deckers-index.
Knappe prestatie
Wie door de lijst heen kijkt ziet dat het een knappe prestatie is om op alle fronten goed te scoren. Daarmee denk ik dat het ook wel een redelijk gewogen verhaal is. Ik heb bijvoorbeeld overwogen om het gebruik van ebooks nog als aparte indicator mee te laten tellen. Maar wie dat doet laat ebooks (wat maximaal 5% van de uitleningen is) even zwaar tellen als de uitleen van fysieke materialen. Dat zijn onvergelijkbare eenheden. In die zin is dit wel een gebalanceerd aantal factoren.
Opvallend is ook dat er geen G4-bibliotheken tussen zitten en in het geheel geen bibliotheken met een heel groot werkgebied. Sterker nog: Scherpenzeel als kleinste bibliotheek van Nederland staat er gewoon leuk tussen. Het feit dat grote steden hier wellicht minder tussen staan is dat grote steden in de regel minder leden kennen dan kleinere plaatsen of plaatsen met een hoog opleidingsniveau.
Dank aan de bibliotheken en de Koninklijke Bibliotheek
Een speciaal woord van dank zo aan het eind van al die lijstjes wil ik graag nog kwijt aan de bibliotheken en de KB. Ik volg nu al een paar jaar de cijfers per bibliotheek en ik kan zien dat de kwaliteit van deze cijfers in de afgelopen jaren sterk verbeterd is. Deels ligt dit aan dat bibliotheken veel consequenter zijn gaan invullen maar het heeft ook te maken met het programma dat de KB uitvoert rond de gegevenslevering. Voor mij als blogger werpt die inspanning veel vrucht af en maakt de kwaliteit van de uitkomsten stukken beter. Dank daarvoor.
Gefeliciteerd!
Dat neemt allemaal één ding niet weg: wie op deze lijst staat heeft weer een prachtige prestatie geleverd dit jaar. Gefeliciteerd allemaal en Hoogeveen, Stadskanaal en Maas en Peel in het bijzonder.
Fijne dagen allemaal!
maandag 17 december 2018
Welke bibliotheek heeft de meeste bezoekers en activiteiten?
Vandaag weer een paar top-15's maar dit keer niet van uitleencijfers maar van bezoekers en activiteiten. Bibliotheken hebben gezamenlijk zo'n 60 miljoen bezoekers per jaar. Dat zijn uiteraard veel mensen die een boek hebben geleend maar dat kunnen ook krantenlezers zijn of mensen die een cursus volgen of die deelnemen aan een activiteit. Je hoeft voor lang niet alle bezigheden lid te zijn. Het daarom logisch om het aantal bezoekers te relateren aan het aantal inwoners. Hoe vaak bezoeken inwoners gemiddeld de bibliotheek. Landelijk gezien komt elke inwoner 3,5 keer per jaar in de bibliotheek.
Twee jaar geleden waren Deventer, Arnhem en Hengelo nummer 1, 2 en 3 in dit lijstje. Alledrie behoren ze zeker nog tot de top maar Scherpenzeel, Gouda en Maas en Peel nemen de kopposities over. Dat is toch een mooie prestatie van Scherpenzeel want dat is kleinste bibliotheek van Nederland met een werkgebied van 9.700 inwoners. En die komen dus allemaal ruim 11 keer per jaar in de bibliotheek. Pluim voor Alfred Haaksma, de dappere directeur van deze bibliotheek.
Ook constateerde ik twee jaar geleden al dat er relatief veel instellingen in deze lijst zitten met een gecombineerde functie. Denk aan Rozet, het Eemhuis, Zinin, Kulturhus Borne en de Nieuwe Nobelaer. Combineren van functies leidt dus tot meer bezoekers zou je kunnen stellen. Het kan zijn dat het de gebruikscijfers vertroebelt maar het kan ook goed zijn dat bezoekers die eenmaal in huis zijn, verleid worden om meerdere functies te gebruiken.
Digitale bezoekers
Bibliotheken doen veel via internet. Je kunt iets opzoeken, je kunt iets reserveren, je kunt naar ebooks. Cijfers van websites zijn soms wat lastig te vergelijken. Hoewel veel bibliotheken nu hetzelfde pakket gebruiken, blijf ik het altijd nog een beetje een spannend cijfer vinden. Met die kanttekening geef ik u die top-15.
Ook hier maak je een kengetal door het totaal aantal bezoekers te delen door het aantal inwoners of het aantal leden. Ik heb er voor gekozen om dit nu per lid te doen. De meeste handelingen op de website zijn namelijk gerelateerd aan het lidmaatschap.
Bibliotheek Aan den IJssel, Centre Cèramique (Maastricht) en BiblioPlus (Boxmeer e.o.) voeren de lijst aan. Gemiddeld komt een bibliotheeklid drie keer per jaar op de website. Bij de koplopers is dat minstens twee keer zoveel en bij Bibliotheek Aan den IJssel bijna tien keer zoveel. Waarom Bibliotheek Aan den IJssel het zo goed doet, kan ik niet gelijk ontdekken aan hun site.
De meeste actieve bibliotheek
Ook hier maak je een kengetal door het totaal aantal bezoekers te delen door het aantal inwoners of het aantal leden. Ik heb er voor gekozen om dit nu per lid te doen. De meeste handelingen op de website zijn namelijk gerelateerd aan het lidmaatschap.
Bibliotheek Aan den IJssel, Centre Cèramique (Maastricht) en BiblioPlus (Boxmeer e.o.) voeren de lijst aan. Gemiddeld komt een bibliotheeklid drie keer per jaar op de website. Bij de koplopers is dat minstens twee keer zoveel en bij Bibliotheek Aan den IJssel bijna tien keer zoveel. Waarom Bibliotheek Aan den IJssel het zo goed doet, kan ik niet gelijk ontdekken aan hun site.
De meeste actieve bibliotheek
En naar de laatste top-15 van dit jaar. Die van activiteiten. Dit wordt nog niet zo heel lang goed geteld maar het bestand wordt wel steeds beter. Activiteiten vormen dan ook steeds vaker een belangrijker onderdeel van het werk.Wellicht speelt ook een beetje mee dat we de cijfers per bibliotheek openbaar maken en dat dat wat meer druk geeft om te zorgen dat er cijfers zijn.
Bij activiteiten is het wel een beetje opletten want ze zitten verstopt in meerder kolommetjes: schattingen en geregistreerde tellingen. Het meeste is overigens netjes geregistreerd.
De activiteiten bereken ik - om ze vergelijkbaar te maken - per 1.000 inwoners. Voor activiteiten hoef je bijna nooit lid te zijn dus delen op het inwonertal is dan logischer.
Dan de top-15. Fier aangevoerd door Kultuhus Haaksbergen. Een gecombineerde instelling waar inderdaad veel activiteiten plaats vinden: bibliotheek en theater onder één dak. Gevolgd door Hoogeveen en Drachten. Op de vierde plaats het door bezuinigingen getergde Graafschap waar de vestiging Warnsveld nog altijd onder druk staat. Je snapt niet dat de politiek daar twijfelt: er gebeurt daar hartstikke veel! Gemiddeld in Nederland zo'n 8,5 activiteit per 1.000 inwoners per jaar en bij de top rond de 50 activiteiten per jaar.
Type activiteiten en total omvang
Naast al die top-15's is het ook wel aardig om nog een te kijken naar alle typen activiteiten. Een paar jaar geleden deed ik dat ook. In 2015 werden er nog maar 77.000 activiteiten geteld. In 2017 bijna twee keer zo veel? Magie? Nee, deels zijn er veel meer activiteiten en deels moet ik zeggen dat bibliotheken het ook veel beter zijn gaan registreren. Een paar jaar geleden had zo'n 30% van de bibliotheken deze cijfers niet ingevuld. Nu is het nog slechts een enkeling.
Activiteiten vormen naar collectie dus steeds vaker een kernbezigheid. Het sluit aan bij het artikel dat ik in 2015 al schreef over het feit dat de programmeur de nieuwe collectioneur lijkt te worden.
Ook de verdeling van activiteiten is veranderd. . Het aandeel Lezen en Literatuur is kleiner geworden ten gunste van educatie en ontwikkeling. Dat zou kunnen komen door activiteiten rond taalhuizen en bibliotheek op school. Maar een goede definitie wat waaronder valt zal vaak nog wel een kluif zijn en kan per bibliotheek ook verschillende geïnterpreteerd worden.
Op naar een top-20 aller top-15's?
Nou alle bibliotheken die weer in het lijstje staan: klasse! Mooie prestatie. Wij gaan zo langzamerhand richting kerst. Eens kijken of we alle statistieken nog eens samen kunnen brengen tot een top-aller-top-15's kunnen maken en zo kunnen bepalen wat de best presterende bibliotheek van Nederland is. Wie denkt u dat dat is?
Stay tuned.
vrijdag 14 december 2018
Welke bibliotheek heeft de meeste leden en wie leent het meeste uit?
Hoewel de uurtjes vrije tijd in december schaars zijn, heb ik toch wat tijd gevonden om weer een paar top-15's voor te bereiden. U leest het goed: een paar. Dus na dit blog krijgt u er nog een paar. Vandaag hele klassieke bibliotheekcijfers: wie heeft de meeste leden en wie leent het meeste uit?
Tja, hoe meet je wie de meeste leden heeft? Want Amsterdam is groter dan Kampen? In bibliotheken is het vrij gebruikelijk om dat uit te drukken in het percentage van de bevolking dat lid is. En dat lijstje ziet u hierboven. In een gemiddelde plaats is rond de 20% van de bevolkin lid van de bibliotheek. Ongeveer één op de vijf.
Maar in bovenstaande lijstje Zwolle, Zaanstreek en Zeeland (allemaal plaatsen met een Z) waar niet één op de vijf maar één op de drie inwoners lid is. Twee jaar geleden bestond de top-3 ook uit Zwolle en Zeeland maar stond Hengelo op de derde plaats. Er is stuivertje gewisseld in de top.
Echt iets opvallende kan ik niet gelijk ontdekken aan deze lijst. Zijn het typische middenklasse-plaatsen met iets meer dan gemiddeld hoger opgeleiden? Zijn het bibliotheken die allemaal stevig investeren in Bibliotheek op school en daardoor veel kinderen hebben? Zijn het plaatsen met een actief marketingbeleid of een sterke collectie? Het zal een combinatie van alle zijn. Wel veel 'Beste bibliotheken van Nederland' in de lijst: Zwolle, Hengelo, Almere en Arnhem.
Waar leent men het meeste uit?
En dan het tweede cijfer over de klassieke bibliotheek: wie leent het meeste uit? Ja natuurlijk grotere bibliotheken lenen in absolute aantallen meer uit dan anderen. Maar als je bibliotheken onderling wilt vergelijken dan kijk je vaak naar het aantal uitleningen per bibliotheeklid. En dan ziet de top-15 er als volgt uit.
Enschede, Staphorst en Achterhoekse Poort voeren de lijst aan. Enschede zelfs met 43 uitleningen per lid terwijl het landelijk gemiddelde op 'slechts' 19,7 staat.
Twee jaar geleden maakte ik ook dit overzicht en toen stonden Enschede en Staphorst ook bovenaan. Het landelijk gemiddelde lag in 2015 op 20,7 uitleningen per lid en nu dus 19,7.
In de lijst relatief veel bibliotheken met een werkgebied met christelijke signatuur. De leestraditie is daar blijkbaar nog altijd sterk. Hoogste nieuwe binnenkomer in deze lijst is Bibliorura uit Roermond evenals Heuvelland en Nuth. De katholieken slaan terug zullen we maar zeggen.
In het volgende blog gaan we kijken naar de bezoekers en activiteiten. Stay tuned!
zondag 2 december 2018
Het beste sinterklaascadeau.... maar wel voor volgend jaar
In twee eerdere blogs liet ik u al weten dat ik bezig was met een bijzondere speurtocht, die van de oorlogsdagboeken van de Bibliotheek Deventer. Kort samengevat: ik had een bijzonder oorlogsdagboekje gevonden van een noodfiliaal van de Deventer bibliotheek. Het dagboekje was bijgehouden door twee 20-jarige jongedames die in de laatste maanden van de oorlog dit noodbibliotheekje draaiend houden. De locatie is een oude Jaminwinkel waar men, tussen de geallieerde bombardementen door, boeken uitleent en klanten te woord staat. Klanten die soms zelf net geliefden hebben verloren of klanten die toch gewoon onder hun bibliotheekboete uit proberen te komen.
Het is een lieve kleine geschiedenis waar ik flink wat achtergrondinformatie bij heb gevonden. Wat deden deze jongedames na de oorlog? Wat gebeurde er verder in de bibliotheek en welke kleine verzetsdaad voerde men uit?
U wist al van mij dat ik bezig was om het boekje gepubliceerd te krijgen en dat WalburgPers de mooie uitgever was die dit op zou pakken. Ruim een maand geleden tekende ik het contract met WalburgPers en ze gingen vlot aan de slag. Een week of twee geleden kwam bovenstaande omslag gereed! Ik ben er blij mee, ik vind het een mooi ontwerp dat Walburg heeft gemaakt.
U kunt al intekenen!
Vrijdagavond kwam ik thuis na een lange week werken en trof in mijn brievenbus de voorjaarscatalogus van WalburgPers. En ja hoor! Het boekje staat erin! Die catalogus is vooral bedoeld voor de boekhandelaren. Ze baseren op deze informatie hun inkoop. Die kunnen dus nu aan de slag.
Maar wie op de site van WalburgPers kijkt ziet ook dat je daar al kunt intekenen op het boek! Het verschijnt pas begin april maar u bent dan natuurlijk wel verzekerd van een exemplaar...... zei hij optimistisch.
Ook bij Bol.com is nu het boek al te reserveren.
Het boek moet nog af....
Terwijl WalburgPers dus alle voorbereidingen treft voor de verkoop, werk ik zelf nog aan de laatste afronding van het boek. Van familie van beide dames heb ik prachtige foto's gekregen. Foto's van soldaten die in huis verbleven en waar iets moois mee opbloeide en foto's van platgebombardeerde huizen Het boek gaat zo een aantal verborgen documenten onthullen die samen een mooi beeld gaan bieden op de laatste maanden van de oorlog in Oost-Nederland in het algemeen en de geschiedenis van bibliotheken in de oorlog het bijzonder.
U kunt dus al bestellen voor Sinterklaas.... u hebt het dan ruim op tijd voor Sinterklaas volgend jaar. Zo vroeg was u nog nooit klaar! Snel bestellen dus.
woensdag 28 november 2018
De 15 armste bibliotheken, welke bibliotheek krijgt het minste geld?
Vorige week maakt de Koninklijke Bibliotheek de bibliotheekstatistieken over 2017 bekend. Ik wrijf me dan altijd in de handen want parallel aan dat bericht wordt ook altijd de dataset openbaar gemaakt. In die dataset vind je een schat aan gegevens per bibliotheek: bezoekersaantallen, collectie, uitleningen, leden, activiteiten en kosten. De komende tijd ga ik er weer wat meer naar kijken.
Vandaag: hoeveel subsidie krijgen bibliotheken? En welke basisbibliotheken - die vaak door meerdere gemeenten worden gefinancierd - bungelen onderaan in de financiering? Ik laat u drie verschillende staatjes zien. Alledrie worden ze gebruikt in onze sector.
Totale gemeentelijke subsidie per inwoner
Het eerste staatje vind je hierboven. Dit is de totale gemeentelijke subsidie gedeeld door het aantal inwoners. In dit staatje is niet alleen de reguliere exploitatiesubsidie meegenomen maar ook extra subsidies voor bijvoorbeeld een taalhuis, voor schoolbibliotheken of voor trajecten in het sociaal domein. Stijf bovenaan staat de bibliotheek van Langedijk die het moet doen met slechts € 10,20 per inwoner. Die Langedijk zullen we in elk staatje terugzien.
Exploitatiesubsidie per inwoner
De tweede manier om er naar te kijken is door alleen naar de reguliere exploitatiesubsidie per inwoner te kijken. Zeg maar de stucturele gemeentelijke subsidie voor de bibliotheek. Het landelijk gemiddelde daalt dan van € 24,17 naar € 22,80. Een bibliotheek heeft dus gemiddeld € 1,37 per inwoner aan projectsubsidies of subsidies uit andere potjes van de gemeente.
Het lijstje verandert in grote lijnen niet maar eer komen er wel een paar andere bij. Zoals de Zeeuwse Bibliotheek bijvoorbeeld. Maar die is qua cijfers wat lastig snel te interpreteren omdat zowel provinciale en gemeentelijke subsidie krijgen en hierdoor kosten op twee plaatsen kunnen laten landen. Dat zal ongetwijfeld allemaal keurig geregeld zijn maar is voor mij als simpele leek er niet goed uit te halen.
Exploitatiesubsidie per inwoner exclusief huisvesting
De laatste methode en naar mijn gevoel de meest gebruikte is die in de vergelijking van exploitatiesubsidie per inwoner minus de huisvestingslasten. Die huisvestingslasten kunnen nogal verschillen per gemeente (denk aan aantal vestigingen) maar ook de financiering daarvan kan sterk verschillen. Soms krijgt men ruimte van een gemeente, heeft een maatschappelijke huur, is het pand eigendom en al afbetaald. Kortom, die haalt men er dan uit om beter te kunnen vergelijken.
Als je dat doet ziet het lijstje eruit zoals hierboven. Ook nu in top nauwelijks verschillen. Wel nog een hoge nieuwe binnenkomer die we in de andere twee lijstjes niet zagen. Dat is Tynaarlo. Die heeft blijkbaar een hoog bedrag in de huisvesting zitten.
Het landelijk gemiddelde daalt in deze drie lijstjes van € 24,17 naar € 22,80 naar € 15,99. Gemiddeld heeft een bibliotheek dus € 6,81 per inwoner nodig voor huisvesting.
Op naar deugdelijke financiering
Ik wens alle bibliotheken op deze lijstjes een betere financiering toe. Van veel van deze bibliotheken ken ik directeuren of medewerkers. Allemaal mensen die knokken met de beperkte middelen die ze krijgen. Overigens, kunnen er gemeenten zijn die nog veel lager zitten in hun financiering. Hierboven zien we bibliotheken die soms wel door tien gemeenten worden gefinancierd. Daar kunnen nog grote verschillen tussen zitten.
Dus wethouders, raadsleden, ambtenaren: kijk er nog eens naar. Ook het ministerie onderkent de kwetsbare positie van bibliotheken in kleine gemeenten. Vorig jaar werd hier al motie over aangenomen. Maar deze motie werd gisteren tijden de stemming over de cultuurbegroting nog bevestigd. Die tekst ziet u hierboven.
Voor het onderwijs komt meer geld. In de thuiszorg is flink geprotesteerd. Het publieke domein, dus ook bibliotheken, verdienen een goede en deugdelijke financiering.
Toelichting:
In dit artikel is gebruik gemaakt van de door bibliotheken zelf aangedragen informatie over 2017. Evidente tikfouten - die voorkomen in de dataset - heb ik buiten de dataset geplaatst.
Dit artikel is gecorrigeerd op 29 november 2018. De bibliotheek Rivierenland kwam in een vorige versie twee keer voor in de lijstjes. Uit aanvullende informatie bleek dat zij hun huisvesting niet binnen de reguliere subsidie krijgen. Dat gaf een vertekend beeld ten opzichte van andere bibliotheken. Dat heb ik gecorrigeerd in de cijfers. Daardoor vallen zij nu net buiten deze lijstjes.
dinsdag 20 november 2018
Is het einde van de vrijwilliger nabij?
Het einde van de vrijwilliger is nabij.... Ik zie u schrikken. Nee, toch? We hebben er net weer een hele hoop aan het werk! En dan bent u in goed gezelschap getuige de grafiek hierboven. De inzet van vrijwilligers kent een stevige herwaardering in bibliotheken.
Maar toch, het einde van de vrijwilliger zou wel eens nabij kunnen zijn. Dat zou namelijk mijn conclusie kunnen zijn nadat ik de afgelopen weken een flink aantal burgerinitiatieven bezocht in het oosten van het land. Bij elk bezoek hoorde ik weer: 'het is zo moeilijk om vrijwilligers te werven'. Is de vrijwilliger dan toch een uitstervend ras en is het eind van de vrijwilliger nabij?
Misschien goed om toch even verder te lezen.
Ze zijn zo moeilijk te vinden...
Even iets meer achtergrond. De reden dat ik die kleine burgerbibliotheken bezocht had te maken met het feit dat deze bibliotheek graag wilde weten hoe ze de samenwerking met deze initiatieven zou kunnen vergroten en hoe men wederzijds meer profijt van elkaar zou hebben. Stuk voor stuk prachtige initiatieven waar mensen zich echt met hart en ziel voor inzetten en die echt gedragen worden door deze dorpjes. Niets dan lof daarvoor en petje af voor al die mensen die zich inzetten.
Bij elk van de initiatieven constateerde men echter wel dat de vrijwilligers steeds ouder werden, dat jongeren nauwelijks mee wilden doen en dat ouders tegenwoordig allebei werken en zo druk zijn. Soms klonk daar ook wel wat frustratie in door: 'Als mensen willen dat we iets houden in ons dorp, moeten ze zich daar wel voor inzetten!' Een hele logische gedachte.
Overdonderd
Toch ken ik ook een hele andere ervaring. In 2012 mocht ik in de Bibliotheek Hengelo, waar ik toen directeur was, het taalpunt openen. Het was opgezet door een zeer betrokken ambtenaar die zag dat haar baan rond inburgering op de tocht stond. En dus was ze maar begonnen om in de stad een hulpstructuur op te zetten. Als zij dan straks ontslagen was dan zou haar werk toch door kunnen gaan.
Ik zal eerlijk zijn dat ik daar toen ambivalente gevoelens bij had. Ik zag een overheid die zich letterlijk aan het terug trekken was en die het initiatief overliet aan de participatiesamenleving. Bij de start gingen we op zoek naar taalmaatjes: mensen die het leuk vinden om een ander te helpen met taal. Wat bleek? Binnen enkele weken was er een grote groep van - vaak - hoogopgeleide vrijwilligers die graag aan de slag wilde. Huisartsen-in-ruste, docenten, jonge studenten en zelfs rechters. Het vinden van de taalmaatjes was makkelijker dan het vinden van de laaggeletterde die een taalmaatje nodig had.
Het zette mij wel aan het denken. Had men dan toch gelijk dat de overheid wel een paar stapjes achteruit kon doen? Kon de maatschappij het zelf wel?
Hoe rijmen deze twee ontwikkelingen zich met elkaar? Hoe kan het dat men op de ene plek naarstig zoekt naar vrijwilligers en dat ze op de andere plek bijna uit de lucht lijken te vallen?
Bovenstaande plaatje komt uit een prima recent onderzoek van de Stichting Bibliotheekwerk over vrijwilligerswerk in bibliotheken. Bibliotheken zetten vrijwilligers om heel verschillende redenen in. De twee meest gehoorde reden zijn laaggeletterdheid en programmering. Twee onderdelen die redelijk in de speerpunt van het bibliotheekbeleid zitten. Pas daarna volgen ruimer open en meer bezorging (denk aan boek-aan-huis). Dat zijn wat klassiekere taken. Wat je ziet is dat door nieuwe taken er ook een nieuw type vrijwilliger wordt geworven.
De grootste vrijwilliger is de gebruiker zelf
Overigens de grootste vrijwilliger ontbreekt altijd in alle overzichten En dat is de bibliotheekgebruiker zelf. Door zelfbediening is de gebruiker zelf steeds vaker zijn eigen vrijwilliger bij het uitlenen en zelfs bij het opruimen. Door het afschaffen van bibliotheekboetes verdwijnt ook hier het werk. Werk dat vroeger door betaalde krachten of vrijwilligers werd gedaan.
In een artikel deze zomer schreef ik al dat de 'klantenservicemedewerker' verdwijnt en dat deze verschuift naar 'de leesconsulent'. In de volle linie zie je gewoon dat we volop bezig zijn om te transformeren van klassiek uitleenbibliotheek naar maatschappelijke en educatieve bibliotheek.
En waarom zou dat bij 'vrijwilligers' dan niet zo zijn? Het klassieke werk verdwijnt... en daarmee ook de klassieke vrijwilliger.
Hoog opgeleid Nederland
Ondertussen is het Nederland van deze tijd natuurlijk niet meer het Nederland van vijftig of zestig jaar geleden. Nederland kent jaar na jaar een hoger opleidingsniveau. We worden een kennissamenleving. Ons land concurreert niet op loonkosten maar op kennis. Van arbeidsintensieve naar kennisintensieve productie.
Dat proces is in volle gang en de maatschappij verandert mee. Zoals we steeds minder mensen hebben die in de massa-productie werken, zo zullen we ook steeds minder medewerkers én vrijwilligers hebben rond onze eigen massa-productie: het uitlenen. Taken worden geautomatiseerd en gedigitaliseerd en overigens: het aantal uitleningen is in de laatste 20 jaar gehalveerd en daarmee ook het werk.
Zowel het werk als de (vrijwillige) medewerker die dit werk leuk vindt verdwijnt dus. Wie luistert naar de trends in vrijwilligerswerk ziet dat vrijwilligers steeds meer gericht is op het individu van de vrijwilliger en minder op de samenleving als geheel. Vrijwillige inzet als transactie dus; als een mogelijkheid je eigen talenten te ontwikkelen. Vrijwilligerswerk dat steeds vaker op CV's terug komt in plaats van als maatschappelijk plicht. Een verdere individualisering van de motivatie van de vrijwillige inzet. Niet minder welkom overigens hoor.
Van vrijwilligers naar maatjes?
In dat licht bezien is het dus de vraag of je op lange termijn nog vrijwilligers vindt voor - als ik het wat oneerbiedig zeg - de 'onderkant van het klassieke bibliotheekwerk'.
En voor de inzet van vrijwilliger in programma's of projecten is het dan voor mij de vraag of het woord 'vrijwilliger' wel de lading dekt. Is die niet te veel verbonden aan dat klassiek werk? En gaat het hier niet veel meer om burgerkracht of actief burgerschap? Zijn het niet allemaal 'maatjes'?
Dat neemt niet weg dat op dit moment de bibliotheek beide soorten 'vrijwilligers' nodig heeft. Of het nu om klassieke taken gaat of om die van de maatschappelijke en educatieve bibliotheek. Laat dat wel gezegd zijn.
Maar de bibliotheek is wel steeds minder de organisatie die vrijwilligers nodig heeft om de eigen organisatie goed te laten draaien. Nee, de bibliotheek faciliteert steeds vaker de samenleving en professionele partners om samen tot oplossingen te komen. Dat is een hele andere rol. We gaan daarbij van vrijwilligers naar maatjes.
In dat licht kon het einde van de vrijwilliger inderdaad wel eens nabij zijn.
Geluk bij een ongeluk: u krijgt wel meer maatjes..... Ook fijn.
Maar toch, het einde van de vrijwilliger zou wel eens nabij kunnen zijn. Dat zou namelijk mijn conclusie kunnen zijn nadat ik de afgelopen weken een flink aantal burgerinitiatieven bezocht in het oosten van het land. Bij elk bezoek hoorde ik weer: 'het is zo moeilijk om vrijwilligers te werven'. Is de vrijwilliger dan toch een uitstervend ras en is het eind van de vrijwilliger nabij?
Misschien goed om toch even verder te lezen.
Ze zijn zo moeilijk te vinden...
Even iets meer achtergrond. De reden dat ik die kleine burgerbibliotheken bezocht had te maken met het feit dat deze bibliotheek graag wilde weten hoe ze de samenwerking met deze initiatieven zou kunnen vergroten en hoe men wederzijds meer profijt van elkaar zou hebben. Stuk voor stuk prachtige initiatieven waar mensen zich echt met hart en ziel voor inzetten en die echt gedragen worden door deze dorpjes. Niets dan lof daarvoor en petje af voor al die mensen die zich inzetten.
Bij elk van de initiatieven constateerde men echter wel dat de vrijwilligers steeds ouder werden, dat jongeren nauwelijks mee wilden doen en dat ouders tegenwoordig allebei werken en zo druk zijn. Soms klonk daar ook wel wat frustratie in door: 'Als mensen willen dat we iets houden in ons dorp, moeten ze zich daar wel voor inzetten!' Een hele logische gedachte.
Overdonderd
Toch ken ik ook een hele andere ervaring. In 2012 mocht ik in de Bibliotheek Hengelo, waar ik toen directeur was, het taalpunt openen. Het was opgezet door een zeer betrokken ambtenaar die zag dat haar baan rond inburgering op de tocht stond. En dus was ze maar begonnen om in de stad een hulpstructuur op te zetten. Als zij dan straks ontslagen was dan zou haar werk toch door kunnen gaan.
Ik zal eerlijk zijn dat ik daar toen ambivalente gevoelens bij had. Ik zag een overheid die zich letterlijk aan het terug trekken was en die het initiatief overliet aan de participatiesamenleving. Bij de start gingen we op zoek naar taalmaatjes: mensen die het leuk vinden om een ander te helpen met taal. Wat bleek? Binnen enkele weken was er een grote groep van - vaak - hoogopgeleide vrijwilligers die graag aan de slag wilde. Huisartsen-in-ruste, docenten, jonge studenten en zelfs rechters. Het vinden van de taalmaatjes was makkelijker dan het vinden van de laaggeletterde die een taalmaatje nodig had.
Het zette mij wel aan het denken. Had men dan toch gelijk dat de overheid wel een paar stapjes achteruit kon doen? Kon de maatschappij het zelf wel?
Hoe rijmen deze twee ontwikkelingen zich met elkaar? Hoe kan het dat men op de ene plek naarstig zoekt naar vrijwilligers en dat ze op de andere plek bijna uit de lucht lijken te vallen?
Bovenstaande plaatje komt uit een prima recent onderzoek van de Stichting Bibliotheekwerk over vrijwilligerswerk in bibliotheken. Bibliotheken zetten vrijwilligers om heel verschillende redenen in. De twee meest gehoorde reden zijn laaggeletterdheid en programmering. Twee onderdelen die redelijk in de speerpunt van het bibliotheekbeleid zitten. Pas daarna volgen ruimer open en meer bezorging (denk aan boek-aan-huis). Dat zijn wat klassiekere taken. Wat je ziet is dat door nieuwe taken er ook een nieuw type vrijwilliger wordt geworven.
De grootste vrijwilliger is de gebruiker zelf
Overigens de grootste vrijwilliger ontbreekt altijd in alle overzichten En dat is de bibliotheekgebruiker zelf. Door zelfbediening is de gebruiker zelf steeds vaker zijn eigen vrijwilliger bij het uitlenen en zelfs bij het opruimen. Door het afschaffen van bibliotheekboetes verdwijnt ook hier het werk. Werk dat vroeger door betaalde krachten of vrijwilligers werd gedaan.
In een artikel deze zomer schreef ik al dat de 'klantenservicemedewerker' verdwijnt en dat deze verschuift naar 'de leesconsulent'. In de volle linie zie je gewoon dat we volop bezig zijn om te transformeren van klassiek uitleenbibliotheek naar maatschappelijke en educatieve bibliotheek.
En waarom zou dat bij 'vrijwilligers' dan niet zo zijn? Het klassieke werk verdwijnt... en daarmee ook de klassieke vrijwilliger.
Hoog opgeleid Nederland
Ondertussen is het Nederland van deze tijd natuurlijk niet meer het Nederland van vijftig of zestig jaar geleden. Nederland kent jaar na jaar een hoger opleidingsniveau. We worden een kennissamenleving. Ons land concurreert niet op loonkosten maar op kennis. Van arbeidsintensieve naar kennisintensieve productie.
Dat proces is in volle gang en de maatschappij verandert mee. Zoals we steeds minder mensen hebben die in de massa-productie werken, zo zullen we ook steeds minder medewerkers én vrijwilligers hebben rond onze eigen massa-productie: het uitlenen. Taken worden geautomatiseerd en gedigitaliseerd en overigens: het aantal uitleningen is in de laatste 20 jaar gehalveerd en daarmee ook het werk.
Zowel het werk als de (vrijwillige) medewerker die dit werk leuk vindt verdwijnt dus. Wie luistert naar de trends in vrijwilligerswerk ziet dat vrijwilligers steeds meer gericht is op het individu van de vrijwilliger en minder op de samenleving als geheel. Vrijwillige inzet als transactie dus; als een mogelijkheid je eigen talenten te ontwikkelen. Vrijwilligerswerk dat steeds vaker op CV's terug komt in plaats van als maatschappelijk plicht. Een verdere individualisering van de motivatie van de vrijwillige inzet. Niet minder welkom overigens hoor.
Van vrijwilligers naar maatjes?
In dat licht bezien is het dus de vraag of je op lange termijn nog vrijwilligers vindt voor - als ik het wat oneerbiedig zeg - de 'onderkant van het klassieke bibliotheekwerk'.
En voor de inzet van vrijwilliger in programma's of projecten is het dan voor mij de vraag of het woord 'vrijwilliger' wel de lading dekt. Is die niet te veel verbonden aan dat klassiek werk? En gaat het hier niet veel meer om burgerkracht of actief burgerschap? Zijn het niet allemaal 'maatjes'?
Dat neemt niet weg dat op dit moment de bibliotheek beide soorten 'vrijwilligers' nodig heeft. Of het nu om klassieke taken gaat of om die van de maatschappelijke en educatieve bibliotheek. Laat dat wel gezegd zijn.
Maar de bibliotheek is wel steeds minder de organisatie die vrijwilligers nodig heeft om de eigen organisatie goed te laten draaien. Nee, de bibliotheek faciliteert steeds vaker de samenleving en professionele partners om samen tot oplossingen te komen. Dat is een hele andere rol. We gaan daarbij van vrijwilligers naar maatjes.
In dat licht kon het einde van de vrijwilliger inderdaad wel eens nabij zijn.
Geluk bij een ongeluk: u krijgt wel meer maatjes..... Ook fijn.
donderdag 15 november 2018
De trendcurve voor Openbare bibliotheken
Wat is een trendcurve? Wie mijn blog met regelmaat leest, kan hem al een keer zijn tegen gekomen die trendcurve. In januari van dit jaar schreef ik over de trendcurve voor gemeenten. De trendcurve duidt trends voor een specifieke sector en geeft aan in welke fase trends zitten zodat je kunt bepalen óf en op welke wijze je er op in moet spelen.
Werksessie, werksessie, werksessie
In het voorjaar en in de zomer hield ik samen met Duco een flink aantal werksessies met allerlei collega's binnen Rijnbrink. Onderwijsspecialisten, managers, specialisten in het sociaal domein, organisatiedeskundigen en ga zo maar door. Allemaal vroegen we ze op welke trends nu relevant zijn voor openbare bibliotheken. Dat leverde een lijst op met 200 trends. Sommige werden maar één keer genoemd, andere werden meerdere keren genoemd.
Van 200 naar 28 trends
In de zomer brachten we de trends terug tot de 28 meest belangrijke. Een hachelijke zaak. Want hoe bepaal je dat? Deels doordat ze vaker genoemd worden, deels omdat je in een veelheid van trends een lijn denkt te ontdekken. Toen we er 28 hadden grapten we vaak dat het er eigenlijk 29 moeten zijn. Want uiteraard hebben net die trend weggelaten die iemand heel belangrijk vond. Maar al met al denk ik dat het toch een hele aardige set is.
Trends op de trendcurve
De trends zijn gerangschikt op mate van 'volwassenheid'. Trends volgen een cyclus. Die zie je op bovenstaande lijn. Per fase gebeurt er het volgende.
Een groot deel van de trends bereikt niet de 'overwinningsfase'. Die sneuvelen in de reactiefase en weten zich onvoldoende aan te passen.
Bij innovatie vangen die hele nieuwe trends vaak de meeste aandacht. Toch is dat niet helemaal terecht. Artificial Intelligence kan heel interessant zijn maar een bibliotheek die nu niet bezig is met laaggeletterdheid maar wel met AI slaat toch de plank mis.
Van trends naar beleid
De volgende vraag is wat je met al die trends moet? In het rapport bieden we daar een model voor waar je mee aan de slag kunt. En als voorbeeld matchen we de trends met de thema's van de innovatieagenda van bibliotheken. We trekken conclusies voor de lijnen Jeugd en Onderwijs, Participatie en Zelfredzaamheid, Persoonlijke ontwikkelingen en Verandering en verbreding van de klassieke bibliotheek. Als dat nu ook uw beleidslijnen zijn - en dat is bij veel bibliotheken zo - dan kunt u die conclusies eens tegen uw eigen beleid houden.
Een nieuwe traditie?
Dit is nog maar een eerste trendcurve. Wij zijn benieuwd wat jullie er van vinden. Is het handig? Kan het beter? En vooral: moeten we het vaker doen? Want deze lijst met trends is natuurlijk maar beperkt houdbaar. Je kunt je voorstellen dat je dit document jaarlijks aanvult en vernieuwt. Maar goed, dat hangt natuurlijk ook af van hoe prettig iedereen dit vindt.
Dank, dank, dank
Het maken van zo'n trendcurve doe je niet in je eentje. Op de eerste plaats vanaf hier dank aan Duco. Duco en ik delen beiden de passie voor alles wat nieuw is maar voor het overige zijn we redelijk verschillend. En ik mag wel zeggen heel aanvullend in dit traject. Duco heeft veel meer geduld dan ik bijvoorbeeld. Dank ook aan Karin Nijhuis en Frank de Wit die in een moordend tempo het rapport nog hebben afgerond en er iets moois van hebben gemaakt. Dank aan Astrid Kroon, Carola Oortwijn, Paul Hulman en Elin Groot Rouwen voor hun toetsing van alle trends. Dat leidde soms tot zeer goede aanvullingen of een instemmend: 'hier kun je niks van zeggen'. En natuurlijk dank aan die vele tientallen collega's die hielpen bij het vinden van al die trends.
Veel leesplezier. En laat ons weten wat je er van vindt.
Het hele rapport kun je op deze plaats downloaden.
Abonneren op:
Posts (Atom)


















