Posts tonen met het label uitleningen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uitleningen. Alle posts tonen

zondag 19 januari 2025

Bibliotheekstatistieken 1915-2023: van uitleenorganisatie naar community voor leven lang ontwikkelen


De afgelopen week vroeg iemand mij of ik toevallig een staatje met statistieken wist vanaf het begin van het bibliotheekwerk in Nederland? Ik moest even graven maar wist eigenlijk zeker dat ik dat al eens op een rijtje had gezeg. En warempel, in januari 2015, nu precies tien jaar geleden, deed ik dat. Dat artikel uit 2015 vindt u hier. 

Nu 10 jaar later heb ik de grafieken nog eens een update gegeven. Ik moet toegeven dat ik de gegevens nog wel had maar de excelbestanden al verdwenen waren. Het was dus even wat extra werk. Maar interessant is het wel. Mijn artikel uit 2015 kende 2013 als laatste jaar. Nu is dat 2023, precies tien jaar later. Als tussenstap heb ik naast 2015 niet 2020 genomen maar 2019 om het corona-effect er uit te halen. 

De bibliotheek: vier muren en een collectie

De klassieke definitie van een bibliotheek is een gebouw met vier muren met boeken erin. Daarvoor heb je dus een vestiging nodig en een collectie.... Dat was inderdaad lang het adagium. In 1915 waren er 31 bibliotheekvestigingen die samen een collectie van 190.000 boeken hadden. Tot de Tweede Wereldoorlog sukkelde dat langzaam verder. Dat veranderde na de Tweede Wereldoorlog. Er kwam toen een regeling voor bibliotheekwerk op het platteland waar Rijk, provincies en gemeenten gezamenlijk in investeerden. In 1975 waren en 846 vestigingen die samen 20,5 miljoen banden aan collectie hadden. Dat is ook het jaar dat de Bibliotheekwet werd ingevoed die overigens in de loop van de jaren '80 van de vorige eeuw ook weer afgeschaft zou worden. 

Het toppunt in vestigingen en collectie wordt in 1990 bereikt: 1.165 vestigingen met een collectie van ruim 40 miljoen banden. Een aantal jaar later komt internet op. Informatie die tot die tijd zo ongeveer het exclusieve recht was van de bibliotheek zal in de decennia beschikbaar komen op elke computer, laptop of smartphone: uittreksels, informatie over landen, kookrecepten, gezondheidsinformatie en ga zo maar door.

En met al die ontwikkeling zijn we in 2023 met de omvang van de collectie terug op het niveau van rond 1975. 

Het aantal vestigingen is sinds 1990 gedaald 1.165 naar 919. Vroeger werd overigens alleen van vestigingen gesproken, ergens in deze eeuw is het onderscheid tussen vestigingen (meer dan 15 uur open) en servicepunten (5-15 uur open) gekomen. Het oude woord vestigingen omvat nu dus vestigingen en servicepunten. 

Toch zien we bij de vestigingen een andere trend. Die schiet veel minder hard naar beneden dan de collectie. En bij de grafiek van uitleningen en leden zie je die trend ook. In de cijfers kun je zien dat we het bibliotheekpand anders zijn gaan inzetten.  

Een kleine kanttekening tot slot. Tot 2015 was een vestiging elk gebouw dat meer dan 4 uur open was. Vanaf 2015 tellen we servicepunten mee en die zijn minmaal 8 uur per week open. Maar op het gehele beeld gaat dit geen verschil geven. 

Uitleningen en leden


Wie de ledentallen en uitleningen op een rijtje zet, ziet een soortgelijke trend. Tot 1990 gaan leden en uitleningen met elkaar ín één lijn omhoog. Maar daarna gebeurt er iets vreemds: de leden blijven hangen maar de uitleningen dalen door. Tussen 1990 en 2023 - en dat is inmddels 33 jaar - blijven er veel leden terwijl ze veel minder lenen. Overigens stabiliseert de daling in uitleningen en zien we na corona zelfs tekenen die wijzen op een langere stabiliatie.

De aanwezigheid en activiteit in vestigingen en de verbondenheid in het lidmaatschap lijken in de loop van de jaren belangrijker geworden dan de fysieke collectie en de uitlening. Overigens: de digitale bibliotheek vult dit gat geenzins, voordat een wijsneus dat gaat roepen. Dat zette ik eerder aan de hand van tien grafieken al op een rij en die cijfers vindt u hier. 

Helaas heb ik nog geen volledig bestand kunnen vinden met bezoekerscijfers van bibliotheken vanaf 1915 of deelname aan allerlei activiteiten. Want ik zou het interessant vinden het langdurig perspectief van bezoekers versus uitleningen nog eens tegenover elkaar te zetten. Dat deed ik in 2019 ook al eens maar meer dan vijftien jaar kon ik toen nog niet overspannen. Dat artikel vind je hier. Toen bleek ook aan de hand van die cijfers al dat de bibliotheek meer en meer een verblijfplek voor het leren werd in plaats van een distributiehal van boeken. Overigens denk ik  dat die bezoekerscijfers sinds 1915 met met veel speur- en  knutselwerk ook wel te vinden moeten zijn. Maar activiteiten worden eigenlijk pas echt goed bijgehouden sinds 2015. Maar het zou een mooie aanvulling zijn. Tips zijn welkom.

Van uitleenorganisatie naar community voor leven lang ontwikkelen



Nee, er is iets anders aan de hand. We zijn echt andere dingen gaan doen in bibliotheken Het NRC-artikel van afgelopen maand met de titel 'Elke dag naar de bibliotheek, maar niet voor de boeken' spreekt daar - eh - boekdelen van. Zeker, een bibliotheek is nog altijd een bibliotheek doordat er collectie is maar het is veel breder dan dan. 

'De bibliotheek is een essentiële hulpstructuur in een complexe samenleving', is een oneliner die ik graag leen van een wethouder uit het oosten van het land. Dat was ik van harte met hem eens. Daarna ging hij overigens flink bezuingen. Dat snapte ik dan weer niet. 

De menselijke maat in deze complexe samenleving staat flink onder druk  en dat vraagt om een hulpstructuur dichtbij burgers. Vestigingen en servicepunten dus waar mensen andere mensen kunnen ontmoeten om jezelf te kunnen ontwikkelen. Dat kunnen professionals zijn die je ontmoet - zoals de bibliothecaris, een sociaal raadslid of iemand van de gemeente. Maar het kunnen evenzeer andere burgers die je treft in de vorm van maatjes of buddy op een specifiek terrein: taal, geld of gezondheid. 

De bibliotheek is in de gepolariseerde samenleving een plek waar brede groepen elkaar nog treffen, elkaar zien en soms spreken en samen dingen doen. Allemaal activiteiten die groot of klein gericht zijn op een leven lang ontwikkelen. 

Pas ons dat? Ik denk het wel.  In de beginjaren van de Centrale Vereniging van Opebare Leeszalen en Bibliotheken - laten we zeggen zo rond 1910 - circuleerden er al standaard-statuten voor een bibliotheek. In die statuten werd ook het doel genoemd van de bibliotheek. Dat was als volgt benoemd:
'De stichting heeft ten doel het oprichten en in stand houden van een openbare leeszaal en bibliotheek om  daarmede te werken aan de geestelijk ontwikkeling en ontspanning van de bevolking zonder aanzien van  maatschappelijke welstand, godsdienst of staatkundige  overtuiging. De leeszaal en bibliotheek worden zonder commercieel oogmerk ter beschikking van het publiek gesteld.'
 Van 1915 naar 2023: de middelen zijn wellicht veranderd maar het doel staat nog altijd op deze manier overeind. We zijn een community voor een leven lang ontwikkelen.

Verantwoording van de cijfers
Het begin van deze speurtocht naar cijfers begon ooit hier. Daarna wees Frank Huysmans wees mij er vervolgens op dat er ook nog statistieken waren die verder terug gaan. Daarna heb ik de reeksen aangevuld met CBS-cijfers of met cijfers van het dashboard met WSOB-gegevens van de KB Nationale Bibliotheek. Het was dus nodig om verschillende databestanden te koppelen om tot deze gegevens te komen. Het artikel dat ik in 2015 schreef, vind je hier.




dinsdag 17 mei 2016

Die nieuwe bibliotheek van u, weet u wel, wordt dat nog wat?

Gij weet waarom het is, ik niet.
Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?

Het zijn de twee slotregels van Gerard Reve uit het gedicht 'Graf te Blauwhuis'.  Reve foetert nog maar eens op God bij het overlijden van zijn buurvrouw: van dat Koninkrijk zal dan ook wel niet zo veel komen.  Het zijn dichtregels die me door het hoofd spookten, toen ik een aantal onderzoeken naast elkaar legde. En Reve parafraserend dacht ik: Die nieuwe bibliotheek van u, weet u wel, wordt dat nog wat?

Terugloop 'oude bibliotheek', groei 'nieuwe bibliotheek'
Om te beginnen: ik beschouw mijzelf als een optimist, soms tegen beter weten in. Begin 2015 schreef ik: 'De bibliotheek van de toekomst is dichter bij dan we denken'. Het ging toen over mijn ervaringen als interim-directeur in Deventer en hoe de contouren van die toekomstige bibliotheek ook al te zien zijn: bibliotheek op school, wijkwinkels, voorleesexpress en steeds meer activiteiten. We zien afkalvend gebruik in uitleningen en stijgend gebruik van die nieuwe bibliotheek. Maar gaat het snel genoeg? Groeien we hard genoeg om die 'oude functies' te compenseren?

De afgelopen week kwam ik cijfers uit Engeland tegen en die maakten me niet vrolijk.

Tja, die Britten... Een paar weken geleden was ik nog enthousiast over hun robuuste toekomstvisie, Een puike strategie noemde ik het. En fijn ook dat ze er zo de sokken inzetten met die nieuwe bibliotheekvisie. Maar nu snap ik ook wel een beetje waarom. Want afgelopen weekend las ik het rapport: 'Taking part, focus on libraries'. Kijk maar eens wat er met hun resultaten gebeurde sinds 2011.


Dat zijn lelijke cijfers. Het aantal actieve leners daalde in vier jaar tijd met 25%, het aantal bezoekers met 15%. Overigens een slechte grafiek want het lijkt hier alsof het aantal bezoekers harder daalt dan het aantal leden. Dat heeft met de assen aan de linker- en rechterkant te maken die ongelijk geschaald zijn... Visueel trucje. Maar goed, de cijfers zijn dramatisch.

Dat er minder geleend wordt: daar kan ik nog vrede mee hebben. Maar dat het aantal bezoekers zo hard terugloopt lijkt me 'shocking' voor onze theedrinkende overburen. 

En Nederland?
Toch tijd om eens te kijken hoe dat dan in Nederland is. Hoe gaat het daar met de bezoekersaantallen? Wij schermen toch al jaren met de opmerking dat bezoekers belangrijker worden dan leden en uitleningen. Is al zichtbaar wat alle inzet voor de maatschappelijke en educatieve bibliotheek oplevert?

Vorig jaar werd door de VOB met veel tamtam gemeld dat er maar liefst 72.000 activiteiten plaatsvonden in de bibliotheek. Verder werd op de site gemeld dat het aantal bezoeken in 2014 steeg naar 63 miljoen. Dat was in 2013 nog 60 miljoen.

Dat lijkt een goede score: drie miljoen bezoekers extra in één jaar tijd. Maar kijk even wat er voor 2013 gebeurde. Dit zijn de cijfers van de bibliotheekmonitor. Recenter worden ze daar nog niet aangeboden.


Met andere woorden: met de stijging in 2014 weer naar 63 miljoen zijn we terug op het niveau van 2012. Maar dat er steeds meer bezoekers naar de bibliotheek komen, is echt nog niet te zien. Hoe komt dat?

De 'oude bibliotheek' verdwijnt sneller dan de 'nieuwe bibliotheek' komt
Liegt de VOB als ze zeggen dat steeds vaker mensen naar activiteiten komen in de bibliotheek? Nee, dat denk ik niet. Maar er zijn wel twee zaken tegelijk aan de gang. Het aantal uitleningen daalt al jaren gestaag. En wie minder leent, krijgt ook minder bezoekers van uitleningen.Boeken worden geleend in fysieke bibliotheken. Een lener is dus ook een bezoeker. Daar komt nog bij dat er in de afgelopen jaren steeds vaker via internet wordt verlengd: dat wordt wel geteld als uitlening maar levert geen bezoeker op.

Dan zelf maar eens rekenen
Met wat rekenkundig knutselwerk met bovenstaande cijfers en de CBS-statistieken voor de uitleningen en de leden kom ik tot onderstaande grafiek. Daarin is een index te vinden vanaf 2005 over het verloop van ledenaantallen, uitleningen en bezoekersaantallen. 2005 is dus 100%. Hoe is het vanaf die tijd gegaan?


De uitleningen zijn het hardst gedaald sinds 2005. In 2014 is hier nog 58% van over. De leden zijn het meest stabiel met 93%. Hoewel gezegd moet worden dat het aantal jeugdleden sterk is toegenomen en het aantal volwassen leden is afgenomen.

Tot slot de bezoekersaantallen. Ten opzichte van 2005 zit die op 73%. Hoger dan die 58%.  Met andere woorden: bezoekers presteren beter dan uitleningen!

Tempo!
Het goede nieuws is dus: ja, we hebben meer bezoekers dan je alleen op basis van uitleningen zou mogen verwachten. Het slechte nieuws is echter dat de terugval in bezoek door minder uitleningen zeker niet in zijn geheel gecompenseerd wordt door nieuwe activiteiten.

Is dat erg? Nou, het is in ieder geval een constatering. Cijfers zijn niet heilig maar ze geven wel inzicht in de omvang. Voor mij is het een teken dat we als bibliotheken wel flink bezig zijn met ontwikkeling van die maatschappelijke en educatieve bibliotheek maar dat dit qua omvang nog maar beperkt te zien is in de cijfers. En dat is voor legitimatie naar de politiek wel degelijk een aandachtspunt. Niet alleen sturen op mooie concepten maar ook op evident publieksbereik en de zichtbaarheid van de resultaten.

Daar is dus nog wel wat werk aan de winkel.

Dubbelstrategie: behouden en vernieuwen
Wat deze cijfers verder aantonen voor mij is dat een dubbelstrategie nodig is. Om spreidingsbeleid te legitimeren zijn zowel de 'oude bibliotheek' als de 'nieuwe bibliotheek' nodig. Wie alleen inzet op de 'nieuwe bibliotheek' moet versneld afscheid nemen van een groot publieksbereik. Dat is nu nog echt te vroeg. Maar wie alleen inzet op de 'oude bibliotheek' heeft ook niet voldoende basis meer. De keuze tussen waar je moet investeren zijn daarom voor bibliotheken verdraaid lastig. We zijn verdediger en spits tegelijk. Alleen met heel hard werken gaat je dat lukken. Ik zal eens op zoek gaan naar cijfers van bibliotheken met zo'n dubbelstrategie om dat te onderbouwen. Als u die cijfers hebt, mag u me die toesturen. Dan ga ik ze verwerken.

De vraag van Reve
De VOB had gelijk toen ze zeiden dat burgers steeds vaker voor activiteiten naar de bibliotheek komen. En ja, ik had gelijk toen ik zei dat de bibliotheek van de toekomst al verder is dan we denken. Ik geef toe, het is zwemmen tegen de stroom in.

Terug naar de vraag van Reve:  Die nieuwe bibliotheek van u, weet u wel, wordt dat nog wat?

Het antwoord luidt: Die nieuwe bibliotheek van u, weet u wel, dat wordt wel wat hoor.
Het is alleen nog wel wat werk en we hebben geen tijd te verliezen.
Dus hup, aan de slag!

donderdag 3 december 2015

Dag CD's, dag bladmuziek, dag DVD's? Drie observaties en drie afspraken


Ik duik nog een keertje de CBS-cijfers in. Niet zo zeer om iets te zien wat we allemaal al weten maar wel om de conclusie erachter nog een keer te benoemen. Ik loop met u vandaag eens langs de cijfers van CD's, bladmuziek en DVD's.

Observatie 1: Waar zijn de CD's?
Hierboven ziet u de uitleencijfers voor CD's. Het zal u niet verbazen: al jaren een neergaande lijn. Op het hoogtepunt bijna 4 miljoen uitleningen en nu nog goed voor een kleine 600.000. Toen ik twee jaar geleden in Gelderland voor centraal collectioneren aan het werk was kwam ik er tot mijn schrik achter dat er nog slechts vier bibliotheken waren in deze hele provincie met een CD-collectie. Zonder overleg met elkaar stoten we deze onderdelen af. Rationeel volledig juist maar met de kans dat het plotseling weg is in het netwerk en dat er ook geen achtergrondcollectie meer is op provinciaal niveau.

Nu hoor ik u denken: maar we hebben de Centrale Discotheek Rotterdam toch? Jazeker. En hoewel ze wel degelijk een kleine landelijke subsidie ontvangen, hebben ze geen verplichte landelijke depotfunctie. Het heet niet voor niks Centrale Discotheek 'Rotterdam' en niet Centrale Discotheek Nederland. Overigens zou men van mij best zo mogen heten want men vult die depottaak naar eer en geweten in. Maar realiseer je wel dat we als stelsel geen bindende afspraak hebben op dit punt.

Observatie 2: Waar is de bladmuziek?
Bladmuziek is een kleinere doelgroep en kent al jaren een wat problematisch bestaan in openbare bibliotheken. Wie wat verder wil gaan dan meespeelmaterialen is gelijk een specialistische bibliotheek. Ik chargeer misschien wat maar bladmuziek is een hele grote wereld en een heel klein budget.

Er zijn een paar grotere collecties binnen openbare bibliotheken en ik zal u vertellen dat bij elk van die instellingen de vraag kan rijzen: 'waarom zouden wij dit nog doen?'. Wie een grotere bladmuziekcollectie heeft, is gelijk een netwerk- en achtergrondcollectie. Hebben we daar bindende provinciale of landelijke afspraken over? Nee, we vullen het naar eer en geweten in.

Observatie 3: DVD's
Ik hoor u denken: 'hier hoeven we ons gelukkig nog niet druk om te maken. Inderdaad, de uitleen van DVD's steeg de afgelopen jaren nog flink. Maar het hoogtepunt is bereikt met 1,1 miljoen uitleningen. En ik geef u op een briefje dat het vervolg ongeveer zo zal zijn als dat van de CD's. En voor de goede orde: het was in 2010 dat de CD's op het niveau stonden waar nu de DVD's staan.

Met andere woorden: over vijf jaar heeft het merendeel van de bibliotheken de DVD's weggedaan en vragen we ons af bij wie we nog terecht kunnen als we er één willen hebben. Hebben we met iemand de afspraak gemaakt dat die ze bewaart in het provinciale of landelijke netwerk? Inderdaad, het antwoord zal bijna altijd 'nee' zijn.

Drie afspraken: provinciaal, landelijk en lokaal
Hoe belangrijk we collecties ook vinden, een bindende afspraak maken op provinciaal op landelijk niveau schijnt bijster lastig te zijn. Twee afspraken daarover lijken me dan ook wel op zijn plaats maar dan wel met tegelijkertijd ook een lokale plicht daarachter om het te laten zien. Drie afspraken in totaal dus: provinciaal, landelijk en lokaal.

Eén afspraak op provinciaal niveau
Volgens mij is het niet zo ingewikkeld. Ik zou zeggen: bespreek met elkaar in het provinciale netwerk nou eens, waar als laatste de CD's ondergebracht gaan worden en breng alle afgeschreven collecties die vanaf nu weg gaan daar naar toe. Doe dat de komende vijf tot tien jaar. Daarmee hebt u voldoende buffer op provinciaal niveau. Dat kan een Plus-bibliotheek zijn, dat kan een PSO zijn maar ook gewoon een betrokken bibliotheek. Dat hoeft niet veel te kosten. Het gaat om maken van goede afspraken over het bijeen brengen en bewaren van de laatste collecties. Van Overijssel weet ik bijvoorbeeld dat er zo'n gezamenlijke afspraak voor CD's. Dat geeft elke bibliotheek de ruimte om nieuwe dingen te doen, terwijl men weet dat het leverbaar blijft in het netwerk.

Nou ja, en voor bladmuziek en DVD's geldt natuurlijk hetzelfde. Zorg voor een buffer op provinciaal niveau en breng die er nu zijn bij elkaar onder.

Eén afspraak op landelijk niveau
Voor Nederlandse boeken kennen we een depotfunctie en zijn er vele bewaarcollecties waar ook goed uit geleend kan worden. Voor CD's is er een halve afspraak met de CDR. Voor bladmuziek tekenen gezamenlijk een aantal Plusbibliotheken (maar ook alleen gezamenlijk) en voor DVD's is zeker geen afspraak.

Iedereen doet stapjes achteruit op de collectie. En dat is gezien de teruglopende uitleenaantallen volstrekt logisch. Sterker nog: onlangs liet ik zien dat bibliotheken nog steeds fors investeren in collecties. Als we het zo belangrijk vinden, snap ik niet dat we niet deze twee simpele afspraken maken.

Eén afspraak op  lokaal niveau
Tot slot; als we dit doen, ligt er ook op lokaal niveau nog wel een plicht. Want leuk als dit geregeld wordt op de bovenlokale niveaus maar betekent dit dat u achterover kunt lenen in uw lokale bibliotheek? Nee, dat denk ik niet. Want doordat CD's, bladmuziek en straks ook DVD's verdwijnen uit bibliotheken, verdwijnt ook de automatische zichtbaarheid van muziek en films. Bibliotheken die in hun catalogus niet het hele provinciale netwerk laten zien of niet de CDR hebben toegevoegd aan hun catalogus, bieden gewoon geen film of muziek meer aan. Met andere woorden: de Beatles en de Stones zijn dan niet meer vindbaar.... Dat is toch raar of niet? Dus zorg voor zichtbaarheid in de catalogus, ga aan de slag met 'MuziekWeb in de bibliotheek' en organiseer een pubquiz en een lezing op dit gebied. Vul die taak opnieuw in binnen die brede rol van de bibliotheek.

Kortom, drie afspraken: provinciaal een buffer, landelijk een depot en lokaal de plicht om het zichtbaar te houden. En ik snap dat er nog veel meer over valt te zeggen. Bijvoorbeeld over zichtbaarheid en aanvraagbaarheid in de Nationale Bibliotheek Catalogus of over tarieven. Maar eerst dit maar eens regelen.

Voordat het niet meer hoeft.

woensdag 30 september 2015

Bibliotheekcollecties worden geleid door rendementsdenken: waar of niet waar? Een zoektocht langs vijf ongmakkelijke waarheden en drie do's en don'ts.

Er zijn mensen die zeggen dat het rendementsdenken de overhand heeft gekregen in bibliotheken. Alles zou maar draaien om hoge efficiency en uitleencijfers. En de collectie zou het slachtoffer zijn. Is dat zo?

In vijf diagrammen met ongemakkelijke waarheden neem ik u mee om u te laten zien of dat zo is. Kijkt u mee?



Deze tabel kent u allemaal. Tussen 1999 en 2013 gingen bibliotheken massaal minder uitlenen. In een periode van 14 jaar verdween bijna 50% van alle uitleningen.
 Bibliotheken namen stappen die passen bij afnemende vraag: je koopt minder materialen. Overigens daalden Fictie en Non-fictie per ongeveer even hard. Wie snel kijkt, ziet dat de collectie-omvang met ongeveer 30% is afgenomen.


De verkleinde collectie leidden echter niet tot een verhoogd rendement van de collecties. Dit drukken bibliotheken uit in een uitleenfrequentie. Dit is het gemiddelde aantal uitleningen per boek, CD of DVD. Een gemiddeld fictie-boek werd in 1999 nog gemiddeld vijf keer per jaar uitgeleend in 2013 nog maar vier keer. Bibliotheken hebben dus relatief grotere collecties gekregen naar de omvang van de vraag.




50% minder vraag, 30% minder collectie, 20% meer kosten
In dezelfde statistiekenreeks die ik hierboven gebruik van bibliotheken, zit ook overzicht met ontwikkeling van kosten van bibliotheken. Die worden dan uitgesplitst naar huisvestingskosten, personeelskosten, ICT en onder ander mediakosten. Onder die laatste categorie vallen dus de gezamenlijke collectiebudgetten van Nederland.

En dan gebeurt er iets opmerkelijks: uitleningen dalingen, omvang van de collectie daalt maar de mediakosten stijgen. In 1999 bedroegen deze nog 60 miljoen euro. In 2013 is dit opgelopen naar 70 miljoen. De collecties zijn met 30% verkleind terwijl de kosten met bijna 20% stegen.

Wie de mediakosten deelt door het totaal aantal uitleningen krijgt de gemiddelde mediakosten per uitlening. Deze kosten zijn tussen 1999 en 2013 gestegen van € 0,38 tot € 0,83 per uitlening. Dit wordt veroorzaakt door twee componenenten: vraaguitval door minder uitleningen en kosten die toch bleven stijgen.

Rendementsdenken: Niet waar
De mensen die roepen dat bibliotheken geleid worden door rendementsdenken hebben geen gelijk. De efficiency van collecties is in de afgelopen jaren niet verbeterd.

Drie Do's en Don'ts
Tja, en wat nu? U achterlaten met die ongemakkelijke waarheid? Nee, zo kent u mijn niet. Op basis van deze cijfers, kun je naar mijn gevoel in ieder geval drie Do's en Don'ts formuleren.

Advies 1: Méér collectie is geen oplossing
Wie ziet hoe snel de vraaguitval (= minder uitleningen) is en hoe snel de kosten stijgen, weet dat meer collectie geen oplossing is.   De mediakosten zijn tot nu toe ondanks de crisis mild benadert. Gezien het aantal gedaalde uitleningen is dat onterecht. Bibliotheken hadden op basis van rendementscijfers hun collectiebudgetten kunnen laten dalen.

Advies 2: Samenwerken in de collectie Nederland is een must
Wie toch goede dienstverlening overeind wil houden maar wie niet nog meer geld wil besteden aan collectie, zal steviger moeten samenwerken. De afgelopen tijd is dat in veel provincies ook al gebeurd. Vaak gekoppeld aan de invoering van provinciale bibliotheeksystemen. De vraag is of ook in de komende jaren die breedte nog te garanderen is op provinciaal niveau en of niet nog veel meer werk moet worden gemaakt van de Collectie Nederland.

Advies 3: Maak werk van digitale of alternatieve levering
Samenwerken is nog een redelijk klassieke oplossing. Er zal ook nadrukkelijk gekeken moeten worden naar echte alternatieven. Voor de vuist weg zie ik er twee.

De eerste is dat we een definitieve koppeling moeten maken tussen de fysieke en digitale collectie. Als klanten iets reserveren uit de catalogus, krijgen ze dan gelijk de optie om ook het ebook te lenen? Of moeten ze daar zelf achter komen? Vorig jaar was in Nedelrand het boek van Isa Hoes lange tijd zeer populair in bibliotheken. Het heeft vorig jaar in de Vakantiebieb gezeten. Welke bibliotheek heeft zijn leden die dit boek gereserveerd hadden, gewezen op het e-book? Nou ja, dat soort acties dus.

Het tweede alternatief is meer samenwerken met burgercollecties. Bibliotheken zeggen zelf dat ze van 'collectie naar connectie' willen en meer ruimte willen maken voor nieuwe taken. Prima, geef burgerinitiatief dan de ruimte. Begin simpel met een ruilkast in de bibliotheek en bouw dat met enthousiaste burgers verder uit. Er zijn inmiddels voorbeelden genoeg in Nederland.

Tot slot: Niet alles over één kam
In dit artikel heb ik gebruik gemaakt van de landelijke cijfers van het CBS. De bronvermelding treft u hieronder aan. Er zijn veel bibliotheken die hebben geïnvesteerd in 'retail'-technieken. Mijn gevoel zegt dat deze bibliotheken wellicht beter scoren op bovenstaande. Kijk nog maar eens naar dit artikel.  Met andere woorden: er kon nog wel eens een groot onderling verschil zijn. Ik ga eens kijken of ik daar wellicht nog wat over kan zeggen. Ik ga eens vragen aan het CBS of ze me daar nog eens mee kunnen helpen.

Wordt vervolgd?

 Bron naar alle cijfers: CBS

dinsdag 11 maart 2014

Overijssel: +25%, Nederland -25%


De Overijsselse Bibliotheken scoorden de afgelopen zeven jaar 50% beter dan de rest van het land. Terwijl landelijk de uitleningen met 25% daalden, stegen ze in Overijssel met 25%. In bijgaande grafiek ziet u aan de hand van indexcijfers wat er gebeurde.

Cijfers...., ik heb er wel wat mee. In 2010, 2012 en in 2013 gaf ik een wake-up-call op basis van de landelijke cijfers. Conclusie: de klassieke bibliotheekfunctie: uitlenen loopt langzaam terug.

Verlengen van de levenscyclus klassieke bibliotheek...
In Overijssel werd om die reden een tweesporenbeleid uitgezet: op de eerst plaats een levensverlengende actie op de klassieke bibliotheektaak: de bibliotheekformule ontstond met meer frontale presentatie, een nieuwe collectie-indeling en -opbouw en nieuwe manier van werken. En door deze stap te nemen zou er meer tijd ontstaan om de overstap te maken naar een nieuw soort bibliotheekwerk: meer gericht op de werkplaats van de samenleving en de ontmoetingsplaats van de lokale gemeenschap.

Die werkplaats van de samenleving kreeg bijvoorbeeld een uitwerking met een speciaal programma voor middelbare scholieren (Biebsearch) en voor basisscholen (de voorloper van de Bibliotheek op school)

In 2009 al de eerste zwaluw....
In 2009 blogde ik al dat de Bibliotheek Zwolle op dat moment al 50% beter presteerde dan de landelijke cijfers. Zwolle stond toen vooraan met het beleid om de bibliotheken anders in te richten en om dienstverlening meer op scholen te richten. Veel bibliotheken in Overijssel volgden dit beleid en dat werpt nu dus zijn vruchten af. Na die eerste zwaluw volgde dus inderdaad de zomer.

Klaar?
Maar lekker achterover leunen dan en genieten van het succes? Ik dacht het niet! Hoewel de prestaties in Overijssel prettig zijn, moet de echte omslag nu komen. Een verdere invulling van die werkplaats en ontmoetingsplaats. Onderdelen die in het rapport Cohen dat onlangs gepresenteerd werd ook uitgebreid aan bod komen.  En om die reden is het ook goed dat de nieuwe bibliotheekwet spreekt over vijf functies in plaats van drie. Juist die vijf functies bieden ruimte voor het ontwikkelen van een nieuwe toekomst.

Timmerwerkplaats voor de basisvaardigheden
In het nieuwe programma van de Overijsselse bibliotheken staan dan ook zaken als de VoorleesExpress, Boekstart, de Bibliotheek op School, Volksuniversiteit en Laaggeletterdheid.

Jos Debeij noemde de bibliotheek van de toekomst: de timmerwerpkaats voor basisvaardigheden. Ik ben het hartgrondig met hem eens.

Op naar weer een mooie toekomst naar opnieuw veel waarde voor burgers en gemeenten!

Lees hier ook het persbericht van de Overijsselse bibliotheken.

dinsdag 28 februari 2012

Nieuwe CBS-statistieken: even lezen en weer snel aan de slag

Dia3

De afgelopen week las ik nieuwste reeks CBS-statistieken over Openbare Bibliotheken. Anderhalf jaar geleden stond ik al wat langer stil bij deze statistieken onder de titel: Vijf feiten om van te schrikken.

De oude bibliotheek verdwijnt
In de bovenstaande grafiek zien we dat leden en uitleningen de afgelopen tien jaar een dalende trend laten zien. En laat ik er dan bij zeggen dat in veel bibliotheken van die uitleningen ook nog eens circa 20% een internetverlenging is geworden.

Hoewel er enkele groeigemeenten en zelfs enkele groeiprovincies zijn, geeft iedereen toe dat het bestaande concept van de uitleenbibliotheek bezig is te verdwijnen. Is dat erg? Nee, dat is niet erg. Als je maar weet waar je in de toekomst naar toe wilt. Weten we dat? Soms wel, soms niet. De bereidheid van een gemeente om een bibliotheek te financieren heeft niet alleen te maken met het aantal leden en uitleningen. Sterker nog, juist bij bezuinigingen vragen gemeenten zich opnieuw af waarom ze ook al weer een bibliotheek subsidie verstrekten.

Dat de oude bibliotheek bezig is te verdwijnen is overigens geen reden om er niet meer in te investeren. Het is nog steeds de meest gebruikte culturele instelling van Nederland. Daar ga je voorzichtig mee om en is ook niet zo maar weg.

Dia1


Kinderen worden echt speerpunt
Een tweede grafiek die ik uit de CBS-cijfers kan halen is de volgende. Die laat zien dat het aantal volwassen leden is gedaald maar dat het aantal jeugdleden is gestegen. En momenteel hebben we meer jeugdleden dan volwassen leden. Wij zijn dus meer een instelling voor kinderen dan voor volwassenen geworden.

De ontwikkelingen rond Biebsearch en Bibliotheek op school sluiten daar erg op aan. Als ik me niet vergis worden kinderen, leesbevordering en mediawijsheid een belangrijke legitimatie gaan worden voor toekomstige subsidie.

Dia2


Meerwaarde voor volwassenen
Een laatste statistiek is de volgende. Die geeft aan wat de ontwikkeling is geweest van onze subsidie en de inkomsten van gebruikers. De inkomsten rond subsidies hebben geen gelijke tred gehouden met de stijging van subsidies. Hoewel we in deze grafiek nog niet zien dat het totaal aan subsidie daalt, zal dat de komende jaren een neergaande lijn laten zien.

In 1999 werd er 27 euro per volwassen lid bijdragen aan de bibliotheek. In 2010 was dat 38 euro. Ik voorspel dat deze bijdrage binnen vijf jaar naar rond de 50 euro zal gaan. Het zal een logische consequentie zijn van de bezuinigingen.

Tegelijkertijd zal de bibliotheek zich ook voor volwassenen opnieuw moeten uitvinden. En dat terwijl we allemaal steeds kritischer consumenten zullen worden. Grote vestigingen zullen zich steeds meer als een een verblijfsplaats en cultuurmagneet ontwikkelen. Kijk maar naar Almere, Delft en Amsterdam. In die bibliotheken zie je dat er ook al veel meer gebeurt dan alleen uitlenen. Het worden veblijfs- en ontmoetingsplaatsen met veel activiteiten. Er wordt een nieuwe meerwaarde gecreëerd en volwassen gebruikers zullen daar iets meer voor gaan betalen.

vestigingen-servicepunten-zelfbedieningsbibliotheken

Wat mist bij het CBS
Het CBS is een trouwe verzamelaar van gegevens maar drie soorten gegevens worden nog node gemist in de overzichten. En het zou wel aardig zijn om die van nu af aan mee te nemen in de overzichten.

Op de eerste plaats is er geen enkel digitaal cijfer te vinden. Hoe vaak zijn we op internet geraardpleegd, hoe vaak is er gezocht in onze zoekmachines en wat is er digitaal geconsumeerd.

Op de tweede plaats ontbreken gegevens over het aantal vestigingen. Het spreidingsbeleid zal de komende jaren onder druk komen te staan. Her en der zijn daar wel goede antwoorden op te vinden door allerlei vormen van samenwerking. Daarom is het aardig om bovenstaande grafiek van het SIOB nog eens te bekijken: we hebben minder vaste vestigingen maar steeds meer servicepunten en zelfs al een klein aantal zelfbedieningsbibliotheken. Per saldo zijn we op steeds meer plaatsen.

Op de derde plaats mist elk gegeven buiten de uitleenbibliotheek: klassebezoeken, lezingen, cursussen en nog zo wat cijfers. Wie daar nog een goed overzicht voor weet, doet me daarmee wel een plezier.

Niet schrikken, aan de slag
Zijn de cijfers schrikken? Nee. Het geeft aan dat we tempo moeten maken.

Tempo met de samenwerking met het onderwijs.
Tempo met de ombouw van grote vestigingen tot cultuurmagneten.
Tempo om rond kleine vestigingen een slim spreidsingbeleid te voeren.
En tempo met de digitale bibliotheek.

En dan de bezuinigingen ook nog eens zo gebruiken dat je samen met de gemeente uitkomt op dat tempo.

Niet in de koplamp blijven staren maar aan de slag. Er is genoeg te doen en genoeg te winnen.