Mensen die mij een beetje kennen, weten dat ik bijzonder blij ben dat Dieuwertje ambassadeur is geworden van de bibliotheek. En nu kan het natuurlijk niet anders dan dat ze binnenkort de Beste Bibliothecaris wil ontmoeten. Ik wacht de uitnodiging gespannen af.
vrijdag 1 juni 2012
woensdag 23 mei 2012
maandag 21 mei 2012
Literatuur Late Night
De Bibliotheek Den Haag organiseert al enige tijd Literatuur Late Night. Op de website omschrijven zij dit als volgt:
De bibliotheek zendt deze literaire avonden sinds kort live uit via internet en via het kanaal van BibliotheekTV zijn ze ook terug te kijken. De opzet zit leuk en professioneel in elkaar. Door de inzet van internet kan het bereik van dit soort avonden veel groter worden.Elke eerste vrijdagavond van de maand is de eerste verdieping van de Centrale Bibliotheek in Den Haag het decor voor de talkshow Literatuur Late Night. Afwisselend gaan presentatoren Abdelkader Benali en Oscar Kocken in gesprek met schrijvers die zij bewonderen.de gasten behoren grote namen en aanstormende talenten. Zij praten over hun nieuwste (of eerste) werk. Na afloop signeren en verkopen zij hun boek(en). Literatuur heet van de naald, met gevestigde en debuterende schrijvers, live muziek, de literaire maandagenda en een prijsvraag.
En naar mijn gevoel is het iets wat je ook goed samen met meerdere bibliotheken zou kunnen organiseren. Verder is het leuk om via je eigen bibliotheek weer te attenderen op deze uitzendingen en zo met elkaar 'buzz' te genereren rond deze bijeenkomsten. Een initiatief dat zich dus heel goed leent om ingezet te worden in literaire communities. Iemand nog meer ideeën wat je met zoiets samen zou kunnen?
zondag 20 mei 2012
Een pleidooi voor oppervlakkigheid
‘En toen wisten we alles, was alles meetbaar, en toen mocht de koning alleen nog lintjes knippen, en toen mocht je helemaal nergens meer roken, en toen was iedereen in balans, en toen was alles live, en toen sprak de wet voor zich, en toen waren we gelukkig, en toen waren we alleen nog een brein en toen hadden ook dieren rechten, en toen was iedereen gelijk.
En zo groeven we ons eigen graf.’
Het zijn de hoofdstukken uit het boek ‘En toen wisten we alles’ van de jonge filosoof Coen Simon. Het boek is een pleidooi voor oppervlakkigheid. De afgelopen weken heb ik het boek met een glimlach gelezen. Simon hekelt de superioriteit van de wetenschap en vooral Robert Dijkgraaf – tot voor kort toch de ongekroonde koning van de wetenschap moet het ontgelden. Maar er zijn er wel meer die een sneer van Simon krijgen: Dick Swaab, Mark Mieras, Geert Wilders en Bram Mosckowicz. Om er maar een paar te noemen.
En zo groeven we ons eigen graf.’
Het zijn de hoofdstukken uit het boek ‘En toen wisten we alles’ van de jonge filosoof Coen Simon. Het boek is een pleidooi voor oppervlakkigheid. De afgelopen weken heb ik het boek met een glimlach gelezen. Simon hekelt de superioriteit van de wetenschap en vooral Robert Dijkgraaf – tot voor kort toch de ongekroonde koning van de wetenschap moet het ontgelden. Maar er zijn er wel meer die een sneer van Simon krijgen: Dick Swaab, Mark Mieras, Geert Wilders en Bram Mosckowicz. Om er maar een paar te noemen.
Powers of ten
Simon haalt in zijn boek een filmpje aan de Dijkgraaf gebruikte bij diens optreden in zomergasten: de powers of ten. Een filmpje waarmee extreem uitgezoomd en ingezoomd wordt op het menselijk bestaan. De uitersten van ons weten, zeg maar. Dijkgraaf wilt met het filmpje aantonen wat de wetenschap allemaal wel niet kan en dat wat we niet weten steeds kleiner wordt. Simon vraagt zich vervolgens af hoe iemand kan beweren dat wat we niet weten steeds minder is, als we niet weten wat we niet weten. En vanaf dat punt gaat Coen Simon hetzelfde principe toepassen als Dijkgraaf op heel veel onderdelen van ons leven. Hij zoomt in en hij zoomt uit en telkens constateert hij hoe wij zelf ons voorstellingen maken om de werkelijkheid te vangen. En hoe wetenschappers beelden proberen in te vullen die ze zelf gecreëerd hebben.
Van wetenschap gaat hij naar liefde. Van de liefde naar onze gezondheid en onze gelijkheidsidealen. En van de gelijkheidsidealen naar de politiek.Van de politiek gaat hij naar religie en spiritualiteit en eindigt hij – net als iedereen – bij ons sterven en de dood.
In- en uitzoomen
Het in- en uitzoomen op al die aspecten van ons leven levert veel informatie op en houdt ons bezig. Maar Simon betwijfelt of al dit onderzoek wel de onderbouwing van de werkelijkheid is. We hebben een enorme hang naar autoriteit. En door de wetenschap vult die autoriteit steeds vaker in. En door die wetenschap tot werkelijkheid te verklaren, creëren we letterlijk en figuurlijk onze werkelijkheid. Om er vervolgens ook moeilijk weer van los te komen. Hij zegt met Plato: ‘we leven in een voorstelling’. Niets ontstijgt ons voorstellingsvermogen en daarmee zijn we gebonden aan de oppervlakte. Ongeacht of we in- of uitzoomen, het blijft een gezichtspunt. Ons leven zit altijd aan de oppervlakte.De oppervlakkigheid waar hij voor pleit gaat over een oefening in kijken en geduld. Over zelf blijven kijken en zelf blijven handelen. Een boek dat je doet stilstaan bij de dubbele bodems van het leven.
Zet niet elke wetenschapper of deskunige op een voetstuk. Dus ook niet een filosoof en ook niet een blogger. Leef vanuit je eigen oppervlakte. Lees dus ook vooral zelf dit boek en geloof mijn mening niet. Lang leve die oppervlakkigheid!
Coen Simon in de Overijsselse catalogus
Coen Simon bij VPRO-boeken
vrijdag 18 mei 2012
dinsdag 15 mei 2012
Over brandgevaar en lucifers… Handreiking VNG : Deel 6, epiloog
En zo sloot Van Swelmen het verhaal af. Op zijn eigen wijze draaide hij er een eind aan. En Ottavio reageerde terecht: En is dit het dan? Nee, dit kan het eind niet zijn.
Op de eerste plaats: het VNG-rapport op zichzelf is geen slecht rapport. Natuurlijk, ik heb er wel wat over op te merken. Maar het meest beroerde van het rapport is de timing. Om mij heen krijgen vele bibliotheken bezuinigingen aangezegd. Her en der in het land verdwijnt zelfs een hele bibliotheek en zal er straks geen bibliotheek meer zijn in een gemeente. Forse bezuinigingen waarbij de bibliotheek soms vraagt naar welke beleid er zit achter bijvoorbeeld die bezuiniging van 50%. Waarop een wethouder dan zegt: die 50% ís ons beleid. Met zo’n antwoord is geen dialoog mogelijk.
Het VNG-rapport en de bezuinigingen zijn twee verschillende verhalen en ik snap ze allebei. Het grote venijn is natuurlijk dat het VNG-rapport gebruikt wordt om bezuinigingen te rechtvaardigen. En zo wordt een rapport waar je een goede dialoog over zou kunnen hebben plotseling een document om de mond te snoeren.
Tegelijkertijd is dit voor bibliotheken niet het moment om het hoofd te laten hangen. Maar belangrijk is om het VNG-rapport en de bezuinigingen wel uit elkaar te trekken. Het VNG-rapport pleit voor landelijke samenwerking voor de digitale bibliotheek. En dat is een beweging die ik bibliotheken én PSO’s zie maken op dit moment. Hoe lastig ook, er is niemand die het betwist. De overeenkomsten zijn hier veel groter dan de verschillen. Leg het vergrootglas dus op die overeenkomsten.
Voor het overige moeten we inderdaad bezuinigingen invullen. Naar eer en geweten en soms met een : “tot hier en niet verder”. We hebben de plicht om nu de maximale samenwerking op te zoeken in regionale, provinciale en landelijke bibliotheeknetwerken. Waar het nog efficiënter kan, moeten we het efficiënter maken. En in onze eigen gemeenten hebben we de plicht om optimaal samen te werken met culturele en maatschappelijke instellingen.
Maar goed, met die constatering wringt het VNG-rapport natuurlijk wel. VNG komt met een mooi theoretisch verhaal dat natuurlijk haaks staat op de praktijk van forse bezuinigingen. Daarmee is VNG als iemand die waarschuwt dat je toch langzaam dat houten huis moet verlaten vanwege brandgevaar. Waarna sommige gemeenten al met lucifers klaar staan…
Hou ze weg bij de lucifers is het enige dat ik kan zeggen…
Foto: The Knowles Gallery
Op de eerste plaats: het VNG-rapport op zichzelf is geen slecht rapport. Natuurlijk, ik heb er wel wat over op te merken. Maar het meest beroerde van het rapport is de timing. Om mij heen krijgen vele bibliotheken bezuinigingen aangezegd. Her en der in het land verdwijnt zelfs een hele bibliotheek en zal er straks geen bibliotheek meer zijn in een gemeente. Forse bezuinigingen waarbij de bibliotheek soms vraagt naar welke beleid er zit achter bijvoorbeeld die bezuiniging van 50%. Waarop een wethouder dan zegt: die 50% ís ons beleid. Met zo’n antwoord is geen dialoog mogelijk.
Het VNG-rapport en de bezuinigingen zijn twee verschillende verhalen en ik snap ze allebei. Het grote venijn is natuurlijk dat het VNG-rapport gebruikt wordt om bezuinigingen te rechtvaardigen. En zo wordt een rapport waar je een goede dialoog over zou kunnen hebben plotseling een document om de mond te snoeren.
Tegelijkertijd is dit voor bibliotheken niet het moment om het hoofd te laten hangen. Maar belangrijk is om het VNG-rapport en de bezuinigingen wel uit elkaar te trekken. Het VNG-rapport pleit voor landelijke samenwerking voor de digitale bibliotheek. En dat is een beweging die ik bibliotheken én PSO’s zie maken op dit moment. Hoe lastig ook, er is niemand die het betwist. De overeenkomsten zijn hier veel groter dan de verschillen. Leg het vergrootglas dus op die overeenkomsten.
Voor het overige moeten we inderdaad bezuinigingen invullen. Naar eer en geweten en soms met een : “tot hier en niet verder”. We hebben de plicht om nu de maximale samenwerking op te zoeken in regionale, provinciale en landelijke bibliotheeknetwerken. Waar het nog efficiënter kan, moeten we het efficiënter maken. En in onze eigen gemeenten hebben we de plicht om optimaal samen te werken met culturele en maatschappelijke instellingen.
Maar goed, met die constatering wringt het VNG-rapport natuurlijk wel. VNG komt met een mooi theoretisch verhaal dat natuurlijk haaks staat op de praktijk van forse bezuinigingen. Daarmee is VNG als iemand die waarschuwt dat je toch langzaam dat houten huis moet verlaten vanwege brandgevaar. Waarna sommige gemeenten al met lucifers klaar staan…
Hou ze weg bij de lucifers is het enige dat ik kan zeggen…
Foto: The Knowles Gallery
zondag 13 mei 2012
Over mentale drempels en moderne Rembrandts
Iedereen kent in zijn leven momenten waarin je geprobeerd hebt wat je nog niet eerder durfde. Een moment waar je mentale drempels over gaat: voor het eerst een presentatie houden voor een grote groep, veranderen van baan of besluiten om veel meer van jezelf te tonen. En soms durf je wel een stap te zetten en soms niet. Soms moet je zelf dat moment creëren en soms wordt het in je schoot geworpen.
Elk half jaar maak ik voor mijzelf een lijstje wat ik graag wil doen en leren. Eén van de dingen die voor dit half jaar op het lijstje stond was om mee te doen met een workshop voor profesionele fotografen. Niet dat ik een professionele fotograaf ben, maar soms moet je iets doen dat je laat groeien. En zo belandde ik in een professionele fotostudio met de bekende fotograaf Ronald Koster.
De cursus ging over Strobist. Dit is een fototechniek waarbij je als het ware het daglicht uitdraait en vervolgens alles met eenvoudige reportageflister weer invult. Die flitser bevindt zich bij deze techniek echter nooit op de camera zelf. Het licht komt dus vanuit onverwachte hoeken. Dat levert magische foto's op. Voor mij een soort ontdekking als het licht van Rembrandt. Want de foto's die je hier ziet, zijn op die dag gemaakt.
De bovenste foto is bijvoorbeeld gemaakt doordat je flisters achter het model plaats. Daardoor krijg je ene soort lichtkring achter het model. De foto hierboven is bij daglicht gemaakt maar vanaf de zijkant met een flitser uitgelicht. Hieronder zie je hoe de set eruit ziet op het moment dat de foto gemaakt wordt. Er staan dus overal mensen met losse flitsers die met radiozendertjes worden aangestuurd.
Bijzonder vind ik ook wel dat de locatie waar je dit doet, eigenlijk heel weinig uit maakt. Want deze foto's zijn gemaakt op een volstrekt oninteressant indrustrieterrein in de Bijlmer. En geloof het of niet, deze foto's zijn echt allemaal bij daglicht gemaakt. Het bewijs is deze foto, die ik kon maken vanaf het perspectief van het model.
Elk half jaar maak ik voor mijzelf een lijstje wat ik graag wil doen en leren. Eén van de dingen die voor dit half jaar op het lijstje stond was om mee te doen met een workshop voor profesionele fotografen. Niet dat ik een professionele fotograaf ben, maar soms moet je iets doen dat je laat groeien. En zo belandde ik in een professionele fotostudio met de bekende fotograaf Ronald Koster.
De cursus ging over Strobist. Dit is een fototechniek waarbij je als het ware het daglicht uitdraait en vervolgens alles met eenvoudige reportageflister weer invult. Die flitser bevindt zich bij deze techniek echter nooit op de camera zelf. Het licht komt dus vanuit onverwachte hoeken. Dat levert magische foto's op. Voor mij een soort ontdekking als het licht van Rembrandt. Want de foto's die je hier ziet, zijn op die dag gemaakt.
De bovenste foto is bijvoorbeeld gemaakt doordat je flisters achter het model plaats. Daardoor krijg je ene soort lichtkring achter het model. De foto hierboven is bij daglicht gemaakt maar vanaf de zijkant met een flitser uitgelicht. Hieronder zie je hoe de set eruit ziet op het moment dat de foto gemaakt wordt. Er staan dus overal mensen met losse flitsers die met radiozendertjes worden aangestuurd.
Bijzonder vind ik ook wel dat de locatie waar je dit doet, eigenlijk heel weinig uit maakt. Want deze foto's zijn gemaakt op een volstrekt oninteressant indrustrieterrein in de Bijlmer. En geloof het of niet, deze foto's zijn echt allemaal bij daglicht gemaakt. Het bewijs is deze foto, die ik kon maken vanaf het perspectief van het model.
En zo worden mentale drempels goede leermomenten en mooie herinneringen.
Mijn volgende drempel wordt om iemand te vinden die zich nu op deze wijze door mij wil laten fotograferen. Want wat ik geleerd heb, wil ik nu natuurlijk ook uitproberen. Die mag zich bij mij melden. Roept u maar!
Foto's: Jeroen Hansen en Mark Deckers
Abonneren op:
Posts (Atom)
