Posts tonen met het label uitlenen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uitlenen. Alle posts tonen

woensdag 25 september 2019

Is het einde levencyclus voor de klassieke bibliotheek?


Enige weken geleden publiceerde de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) een lezenswaardig maar taai rapport over een leenrechtkwestie. De casus is dat Stichting Leenrecht en Openbare Bibliotheken nog geen vergelijk hebben gevonden voor een leenrechtvergoeding rond uitleningen in schoolbibliotheken. Stichting Leenrecht vindt dat er meer betaald moet worden, de bibliotheken zeggen dat dat niet klopt. Pleiade, het onderzoeksbureau dat is ingehuurd door de VOB, stelt in het rapport met verwijzing naar bovenstaande grafiek:
Bij voortzetten van de huidige daling van het aantal uitleningen kan men op basis van de hier gepresenteerde trendlijn verwachten dat in de jaren na 2025 de opbrengsten van de leenrechtafdracht niet meer opwegen tegen de apparaatskosten van de collectieve beheersorganisaties. De onontkoombare conclusie lijkt dan ook dat het leenrechtstelsel zich aan het einde van haar levenscyclus bevindt.
Zo, die zit, zal men bij de VOB gedacht hebben. Het model dat de uitgevers voorstaan is gewoon niet meer houdbaar....

Einde levenscyclus leenrecht = einde levenscyclus klassieke bibliotheek?
Ik wil mij niet mengen in die leenrechtdiscussie. Want behalve dat een aantal bibliotheekdirecteuren zich wellicht in de handen wrijven dat ze minder leenrecht hoeven te betalen is er ook wat anders aan de hand. Want zegt de bibliotheek hier over zichzelf eigenlijk niet dat we rond 2027 wel kunnen stoppen met uitlenen? En verkondigt de VOB hier eigenlijk niet mee dat niet alleen de levenscyclus van het leenrecht in zicht is maar ook de levenscyclus van de klassieke uitleenbibliotheek?

Zijn we klaar soms?
Zijn we klaar met lezen dan? Nou, als je de leestijd door de tijd heen bekijkt zoals de leesmonitor die weergeeft (zie grafiek) zou je dat wel denken. Noteer daarbij wel even dat men in 2006 een andere methode is gaan gebruiken. De werkelijkheid is dat we gewoon in een vlucht naar beneden zitten met lezen.


Nou kun je zeggen dat de tijd veranderd is en dat lezen daar minder bij past. Het is zeker waar dat ons mediagebruik veel diverser is geworden maar dat vraagt vooral méér en nieuwe vaardigheden en juist ook nog die leesvaardigheden. Probeert u maar eens een vliegticket te boeken met weinig leesvaardigheden.... dat gaat u niet lukken. Of op zijn minst mist u die opmerking over de omvang van de koffers. Kortom, ja wij lezen minder maar lezen is niet minder belangrijk geworden.

Het feit dat we zoveel aandacht besteden aan laaggeletterdheid onderschrijft dat natuurlijk. Aan de preventieve kant is het natuurlijk mooi  dat we op veel scholen nu leesprogramma's doen maar het is ook ontzettend nodig. Dat is geen luxe maar noodzaak. Bibliotheken  zouden -samen met scholen en ouders - alle kinderen van Nederland moeten uitdagen om elke dag te lezen!

Een tijdje geleden deden de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad nog een oproep tot een leesoffensief: Lees! De twee raden deden drie grote aanbevelingen:
1. Voer een krachtig en samenhangend leesbeleid Voor scholen is het stimuleren tot lezen een belangrijke taak. Maar zij mogen er niet alleen voor staan. Voor de landelijke overheid, de gemeenten, de scholen en de bibliotheken samen moet het vergroten van leesmotivatie een speerpunt zijn.
2. Zorg voor een rijk leesaanbod . De raden pleiten ervoor om jongeren in hun gehele schoolloopbaan te voorzien van een rijk leesaanbod – boeken en langere verhalende teksten,hetzij van papier hetzij digitaal.
3. Breng een leescultuur tot stand Jongeren zijn meer geneigd om te lezen wanneer ze worden omgeven door een leescultuur. In een leescultuur zijn behalve boeken ook volwassenen aanwezig die de rol van leesbevorderaar vervullen.
Wie deze aanbevelingen leest ziet dat de bibliotheek zich eigenlijk toch wel flinke zorgen moet maken als men zelf constateert dat de levencyclus van het leenrecht eindig is en daarmee eigenlijk ook de levenscyclus van de klassieke uitleenbibliotheek. Het zegt namelijk ook iets over het lezen en de vaardigheid om met teksten om te gaan.

De maatschappelijk-educatieve bibliotheek kan niet zonder de klassieke bibliotheek
Zelf vertel ik vaak verhalen over bibliotheken bij gemeenteraden, wethouders en bibliotheken zelf. We constateren dan altijd dat bibliotheken een flinke transitie doormaken. Van collectie naar connectie, van een ruimte met kasten en boeken erin naar een bruisende werk- en leerplek voor de samenleving.

Zeker: het karakter van de bibliotheek is veranderd. Hoogleraar Bart Brouwers verwoorde dat goed  in een opiniestuk in Trouw deze week:
Bibliotheken leveren niet alleen letterlijk kennis, maar zorgen er ook voor dat er een op feiten beruste uitwisseling van gedachten kan plaatsvinden tussen mensen die kunnen accepteren het niet met elkaar eens te zijn over de consequenties van die feiten. Ze openen verborgen werelden, bieden beschutting en ontmoetingen, leren respect te hebben voor cultureel en fysiek bezit, helpen bij de opvoeding van kinderen, vullen specifieke gaten in kennis van hen die het nodig hebben, faciliteren vriendschappen en zorgen ervoor dat ontbrekende literaire en digitale geletterdheid wordt opgelost. Dat alles maakt dat bibliotheekbezoekers sterkere burgers worden en meer kunnen bijdragen aan onze democratische samenleving. Doorslaggevend daarbij is dat bibliotheken open zijn: iedereen is er welkom, ongeacht geloof, politieke voorkeur, ras, leeftijd, overtuiging of wat dan ook.
Ja, bibliotheken zijn plaatsen geworden met cursuslokalen om te leren, met studieplekken en cafés om te ontmoeten. Mooie plekken om een leven lang te leren. Maar een bibliotheek waar niet meer gelezen wordt, is ondenkbaar.  Lezen is van wezenlijk belang voor een ieder die zich wil blijven ontwikkelen.

Geen leesoffensief zonder boeken! En geen leesoffensief zonder bevlogen bibliothecarissen, leesconsulenten, vrolijke leraren en andere enthousiaste lezers! En het einde van de levenscyclus van de klassieke uitleenbibliotheek? Welnee, het is een belangrijke bouwsteen van die maatschappelijke educatieve bibliotheek!

Lezen en laten lezen!

maandag 15 januari 2018

Alle ebook-statistieken over 2017 en drie top-10's!


Zo daar ben ik weer. Vorige week publiceerde ik al vlot en vluchtig twee grafieken over de ebook-cijfers van bibliotheken. Ik publiceer die twee grafieken hier ook nog een keer om een totaaloverzicht van alle ebook-statistieken bij elkaar te hebben. En verderop nog een paar top-10's met lokale bibliotheken.

Uitleningen +15%
Zoals ik eerder al meldde: de uitleningen van ebooks steeg in 2017 met 15% nar 3,2 miljoen ebooks. De turbulente stijging van voorgaande jaren vlakt iets af, hoewel menig bibliotheekdirecteur nog steeds jaloers zou zijn op dit soort groeicijfers bij fysieke boeken.

De fysieke uitleningen stonden in 2016 nog op 73 miljoen. Ebooks blijven met 3 miljoen uitleningen de komende jaren dus een aanvulling op het gedrukte aanbod. Er zeker geen sprake van massale verdringing.

Aantal gebruikers +28%



Het aantal ebookaccounts steeg opnieuw met bijna 100.000. Het jaar ervoor was er een stijging van 110.000 nieuwe accounts. Hoewel procentueel de stijging dus iets afvlakt, is de stijging in absolute zin nog ongeveer even groot. Het aantal accounts stijgt harder dan het aantal uitleningen wat er op lijkt te wijzen dat de bestaande gebruikersgroep bestaat uit lezers die meer ebooks lezen dan de nieuwe accounts.

Vooral 40-plussers lezen ebooks



Wie die 440.000 accounts afzet tegen het totaal van 3,7 miljoen bibliotheekleden ziet dat ongeveer 11% van alle bibliotheekleden een account heeft. Dat lijkt nog niet zo heel veel maar wie kijkt naar wie die ebooks lezen, ziet dat het vooral 40-plussers zijn. Het merendeel van de 3,7 miljoen leden van de openbare bibliotheek bestaat uit kinderen. Van de volwassen heeft een aanzienlijk deel dus een ebookaccount. Mijn schatting is dat ongeveer 20% van de volwassen bibliotheekleden wel eens een ebook leent of heeft geleend. Maar dat zal ik nog eens een keer uitzoeken door een ledenbestand van bijvoorbeeld de provincie Overijssel er eens tegen aan te leggen.

Welke bibliotheek leent de meeste ebooks uit?




Zo, genoeg algemene cijfers. Laten we gauw eens kijken hoe de individuele bibliotheken presteren.
Eind juli van dit jaar publiceerde ik al een prognose over 2017 en had daarin ook een aantal top-10-overzichten zitten. Daar gaan we de definitieve balans maar eens van op maken.

Biblionet Groningen is met de Groningse bibliotheken de grootste uitlener van ebooks met ruim 150.000 uitleningen. Daarna volgt de Koninklijke Bibliotheek met de digital-only-leners met ruim 120.000 leners. Amsterdam volgt op de derde plaats. In de zomer stonden deze organisaties ook in de top-3, ware het niet dat Amsterdam toen tweede stond. Die is dus voorbij gestreefd door de KB.

Opvallend is dat Groningen, dat in omvang kleiner is dan de OBA, Aanzet of Rotterdam toch zoveel meer digitale uitleningen maakt. Hoe zou dat komen? Misschien dat de volgende top-10's daar nog wat licht op werpen.

Gemiddelde uitleningen per account



Om bibliotheken, die qua grootte nogal kunnen verschillen, beter onderling te kunnen vergelijken met ebooks kunnen we gebruik maken van twee kengetallen. De eerste is het aantal uitleningen per account. Zie hier de top-10 van bibliotheken  waar per account het meest wordt geleend.

Gemiddeld leent elke ebookgebruiker iets meer dan zeven ebooks per jaar. De digital only leners via de KB staan stijf bovenaan met ruim zeventien ebooks per jaar. Dat is ook wel logisch want die digital-only-leners gebruiken ook echt alleen ebooks en geen gedrukte media uit een gewone bibliotheek. Als je het vergelijkt met de gewone bibliotheekleden die samen met 3,7 miljoen zijn en 73 miljoen uitleningen doen, weet dat een gewone bibliotheeklid gemiddeld negentien materialen per jaar leent. Die digital-only-leners van de KB komen daar dus aardig bij in de buurt.

Bij de verder top-10 valt op dat er veel bibliotheken in zitten met een werkgebied van christelijke signatuur: denk aan  Barneveld, Staphorst, Zwartewaterland, Altena en Veenendaal. Zou het ebookaanbod zo geschikt zijn voor deze doelgroep? Zijn ebooks lekker anoniem zodat men niet van elkaar ziet  wat men leest ? Of heeft het toch gewoon te maken met een sterkere leescultuur in deze kringen?  Het zal een combinatie zijn denk van deze factoren.

Welk percentage van de leden heeft een ebookaccount?


Het tweede kengetal om bibliotheken te vergelijken is hoeveel procent van de bibliotheekleden een ebookaccount heeft. Je bent namelijk niet automatisch lid van de online bibliotheek en je moet je bibliotheekpas daarvoor activeren. Wie niet zijn account activeert  kan ook niet lenen. Het is dus naast het aantal ebooks dat men per account leent een belangrijke graadmeter over hoeveel mensen interesse hebben in ebooks.

Om dit in beeld te brengen moet ik twee databestanden combineren: die van het aantal leden per bibliotheek (die beschikbaar zijn in de kb-dataset over 2016) en het aantal accounts dat elke bibliotheek heeft. Die cijfers komen uit twee verschillende bestanden en niet alle stichtingen sluiten dan op elkaar aan (door stichtingen die infuseren sluiten vooral Zeeland en Groningen niet aan helaas). Maar het overgrote deel is goed te berekenen.

Dat levert dan bovenstaande top-10 op. Met DOK Delft strak bovenaan met 18%, gevolgd door Dommeldal en Noord West Veluwe. Wat mij hier opvalt is dat het ook hier, behalve Utrecht en Zuid Kennemerland en Centre Ceramique Maastricht, het wat kleinere stichtingen zijn. Wie dan naar de andere twee top-10's kijkt ziet dat dat eigenlijk elke keer zo is. En wellicht verklaart dat ook wel de hoge plekken van de provincies Groningen en Zeeland in de eerste top-10. Het lijkt erop dat vooral landelijk gebied meer lijkt te profiteren van het aanbod dan de randstad. Zou daar een plausibele verklaring voor zijn?

Zo, en daarmee hebben we alle cijfers over 2017 weer eens naast elkaar. Volgend jaar maar weer?

maandag 26 januari 2015

Honderd jaar cijfers over openbare bibliotheken: Dag uitleenorganisatie, welkom clubhuis van de samenleving!



Structurele statistische gegevens over openbare bibliotheken in Nederland zijn er sinds 1915. Daarmee hebben we dit jaar cijfers over 100 jaar bibliotheekwerk! Hoe hebben ze het in die 100 jaar gedaan?

Die cijfers laat ik u vandaag eens zien in twee grafieken. Eén over de groei van vestigingen en collecties en één over leden en uitleningen.

En laten we wel zijn: 100 jaar is een lange tijd en plaatst veel van wat we doen in een veel ruimer perspectief dan de jachtige vier jaar van een beleidsplan. Best aardig om eens naar te kijken dus.Vooral omdat er twee bijzondere conclusies aan te verbinden zijn.

Collecties en vestigingen
De eerste grafiek gaat over collecties en vestigingen (zie hierboven). Te zien is dat het aantal vestigingen na de Tweede Wereldoorlog snel toeneemt. De collecties ijlen daar iets op na. Na 1985 daalt het aantal vestigingen licht. Wat betreft vestigingen zitten we nu op hetzelfde niveau als ongeveer in 1985.

De collecties dalen veel sneller. En dat past natuurlijk ook in de verandering die de bibliotheek inzet: van collectie naar connectie. Wat betreft de omvang van collecties zitten we nu op hetzelfde niveau als in 1978.

Doe ik een discutabele uitspraak als ik zeg dat vestigingen voor ons belangrijker zijn geworden dan collecties?

Leden en uitleningen


Dan de leden en uitleningen. Atijd gebruikt als onze kerncijfers. En 'guess what?': deze grafiek laat een soortgelijk beeld zien. Ook hier zien we een sterke groei tot 1985 en daarna een teruggang. Alleen is de teruggang van uitleningen veel sterker dan die van leden.

Doe ik een discutabele uitspraak als ik zeg dat hieruit blijkt dat leden voor ons belangrijker zijn geworden dan uitleningen?

'Vestigingen en leden' boven 'collecties en uitleningen'
In beide grafieken zit een opvallende parallel. De uitleenaantallen en de collectieomvang maken dezelfde scherpe daling. Vestigingen en leden vertonen een veel zachtere daling.

Mijn conclusie is dat je kunt zien dat de bibliotheek in de kern al veel eerder veranderde dan we zelf door hadden. De aanwezigheid van vestigingen was belangrijker dan de omvang van collecties. Zichtbaarheid in de samenleving door veel vestigingen ging en gaat dus boven een grote collectie. En dat past bij het beeld dat er ook hele andere redenen zijn gekomen om naar de bibliotheek te gaan. Denk dan aan lezingen, spreekuren, cursussen, workshops of gewoon leeszaalgebruik.

Nieuw spreidingsbeleid: van collectie naar connectie
Voor wie preekt dat we van 'collectie naar connectie' gaan is dit dan ook een logisch beeld. In deze participatiesamenleving is het verbinden van burgers onderling misschien wel belangrijker dan burgers in contact te brengen met bergen informatie. Bergen informatie die men overigens met een muisklik van internet kan halen.

Voor mij zijn de cijfers ook een bevestiging dat er een nieuw spreidingsbeleid ontstaat. Vroeger was spreiding van vestigingen een noodzaak om collectie dichter bij burgers te brengen. Nieuw spreidingsbeleid is nodig om die nieuwe activiteiten als spreekuren, cursussen, workshops en lezingen dicht bij burgers te brengen.

En zo zie je, door de statistieken van 100 jaar op een rijtje te zetten, dat er ook in de toekomst nog een mooie rol ligt voor bibliotheken waar vestigingen en leden een cruciale rol spelen. We zitten al veel meer in de toekomst dan we zelf denken. Waar kennen we dat ook al weer van?

Dag uitleenorganisatie... Welkom clubhuis van de samenleving!

Verantwoording van de cijfers
De afgelopen week werd ik geatendeerd op de leuke cijfers over de statistieken van bibliotheken tussen 1950 en 2013. Frank Huysmans wees mij er vervolgens op dat er ook nog statistieken waren die verder terug gaan. Reden genoeg om met alle cijfers eens te knutselen en de statistiekenreeksen aan elkaar te plakken. Want de reeks die Frank aandroeg gaat slechts tot 1995. Het CBS heeft vervolgens nog een statistiekreeks vanaf 1999. Op verzoek mail ik mijn Excelsheet of grafieken toe aan geïnteresseerden.