Er wordt flink bezuinigd op collecties maar dat leidt niet tot verschraling van collecties. Sterker nog: collecties krijgen wel minder exemplaren maar meet titels! Dat is een conclusie die je zou kunnen trekken op basis van bovenstaande grafiek.
Naar aanleiding van mijn vorige blog over de daling van aantal boeken in de bibliotheken meldde Elma Lammers van de Koninklijke Bibliotheek iets interessant bij de opmerkingen:
"Nav het Gezamenlijk Collectieplan en de herijking van de plusfunctie onderzocht Maurits van de Graaf ook de omvang van de OB-collecties. We zagen toen dat de OB-collecties in 2017 (peildatum 1/1) qua aantal beschikbare exemplaren met 2,8% zijn gekrompen tov een jaar eerder, maar dat het aantal beschikbare titels juist 3,7% is gestegen. Totale omvang neemt dus af, maar het aanbod is wel meer divers. Te wijten aan het beter op elkaar afstemmen van collecties dmv o.a. gezamenlijk collectioneren?"Het onderzoek van Maurits van der Graaf is nog niet gepubliceerd maar Elma verwees mij naar Johan Stapel (uiteraard Johan, wie anders) die hier de cijfers voor aanleverde. De cijfers die Johan mij verstrekte zijn medio vorig jaar al verspreid op Biebtobieb (helaas alleen voor bibliotheekmederwerkers).
4,0% meer titels, 2,7% minder exemplaren
In mijn eigen telling van cijfers kom ik tot 4,0% meer titels en 2,7% minder exemplaren in het jaar 2016. Flevoland spant de kroon met een stijging van het aantal titels met 5,9%. Utrecht volgt met 5,8%. Groningen en Friesland sluiten de rij met een stijging van 1,1% en 1,3%.
De telling is een titel- en exemplarentelling uit de NBC+. Dat betekent dat op 1-1-2016 en 1-1-2017 is gekeken hoeveel titels elke bibliotheek had en hoeveel exemplaren. In totaal waren er zo'n 13 miljoen titels en zo'n 27,5 miljoen exemplaren. Die 27,5 miljoen is dus de totale collectie die bij Nederlandse openbare bibliotheken aanwezig is. In werkelijkheid zijn er echter niet 13 miljoen unieke titels. Dat zal veel lager liggen. Bij elke bibliotheek wordt het aantal titels geteld en niet gekeken naar overlap met andere bibliotheken. De wiskundigen onder u hebben al door dat hiermee er theoretisch gezien er een kleine kans dat het totaal aantal titels in heel Nederland gedaald is als men meer dezelfde titels is gaan kopen. Maar ik vermoed eerlijk gezegd van niet.
De situatie in Groningen
Tja, en dan nog het bijzondere Groningen. Waar het aantal exemplaren gewoon met 10% stijgt. Zijn daar werkelijk zoveel meer boeken? Ja, maar het ligt iets anders dan de kale cijfers doen geloven. Er wordt namelijk nog aan de NBC+ gesleuteld waardoor soms ook deelcollecties nog worden ingelezen. De opmerkelijke stijging van Groningen in aantal exemplaren - een kleine 100.000 boeken en andere media - heeft te maken met het feit dat nu ook schoolbibliotheken worden gekoppeld aan de NBC+. Reken maar even mee. Groningen heeft een kleine 100 schoolbibliotheken met gemiddeld 6 boeken per leerling en 225 leerlingen per school. Voila, daar zijn de ruim 100.000 boeken. Ook in Groningen zullen in de vestgingen de collecties kleiner worden. Maar ook hier, meer titels.
Elma hint in haar opmerking dat de betere titeldekking te wijten zou kunnen zijn aan betere afstemming door centraal collectioneren waardoor efficiënter met verdubbeling van het aantal exemplaren in een provinciaal netwerk zou kunnen worden omgegaan. Het zou kunnen maar dat verhaal kun je op basis van deze cijfers denk ik nog niet hard maken. Daar is meer onderzoek voor nodig.
Wel verkleining, geen verschraling
Genoemde cijfers lijken er in ieder geval op te wijzen dat verkleining van collecties niet ten koste gaat van de breedte van de collecties. Wel een verkleining maar geen verschraling. En dat is denk ik een compliment waard aan de collectioneurs!
