Posts tonen met het label bibliotheekcongres. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bibliotheekcongres. Alle posts tonen

zondag 15 juni 2025

Over Eppo, Mariëlle, Erna en Adriaan

In 24 uur kan veel gebeuren. En dat maakte ik woensdag en donderdag mee. Woensdag vond een algemene ledenvergadering plaats van de Vereniging van Openbare Bibliotheken en daags erop een groot bibliotheekcongres waar maar liefst 1.200 bibliotheekcollega's aanwezig waren. Als je weet dat het er in totaal 8.000 mensen een betaalde baan hebben in het bibliotheekwerk, kan bijna verbaasd zijn dat de bibliotheken open waren op donderdag. Kortom, we maakten ons weer lekker druk.

Maar terwijl de ledenvergadering en het congres plaats vonden, vonden de belangrijkste zaken misschien wel plaats buiten die twee toogdagen. Ik neem u mee naar de buiten- en binnenwereld van iets meer dan 24 uur bibliotheekwerk.  

Woensdag 11 juni, 11 uur: € 50 miljoen structureel voor Bibliotheek op school en Boekstart

Wie zijn oor te luisteren legde in de wandelgangen, wist dat dit nieuws er aan zat te komen: structurele financiering voor Bibliotheek op school  en Boekstart.  Minster Eppo Bruins en staatssecretaris Mariëlle Paul maakten dat rond 11 uur op woensdag bekend op de St. Antonius Mavo in Gouda. Goed en noodzakelijk nieuws want de huidige impulsregeling liep nog tot 2026. Ronkende persberichten uiteraard. Maar heeft u de brief ook al gelezen die daar bij hoort? Nee? Dat treft. Dat deed ik wel en daar zijn toch wel wat interessante zaken in te ontdekken. 

In de brief geven minister en staatssecretaris aan hoe het bedrag beschikbaar zal komen:

Er worden structurele middelen beschikbaar gesteld uit zowel het onderwijs- als het cultuurbudget. In 2026 wordt er €10 miljoen beschikbaar gesteld vanuit de onderwijsbegroting om de huidige subsidieregeling, die einde schooljaar 2025/2026 afloopt, met een half jaar te verlengen tot eind 2026. In 2027 is er € 38 miljoen beschikbaar vanuit de onderwijsbegroting; vanaf 2028 gaat het jaarlijks om €50 miljoen. ... 

Daarnaast wordt al sinds 2008 jaarlijks € 3,35 miljoen uit het cultuurbudget geïnvesteerd in de professionalisering van dBos. Deze middelen worden gebruikt voor het opleidingsaanbod voor leesconsulenten en taalcoördinatoren en voor kennisdeling, monitoring en onderzoek.
De huidige regeling die tot einde schooljaar 2025/2026 loopt wordt dus met een half jaar verlengd. In 2027 stijgt dit dan naar € 38 miljoen en in 2028 naar € 50 miljoen. Het bedrag moet verdeeld worden over bibliotheken en onderwijs. Beide de helft. Dat betekent in 2027 een bedrag van € 19 miljoen en vanaf € 2028 een bedrag van € 25 miljoen voor bibliotheekwerk. De hele snelle rekenaars zien dat hiermee in 2027 even een lichte daling optreedt. De impulsregeling voorziet tot en met 2026 in een bijdrage van ongeveer € 24 miljoen per jaar. Maar goed, een kniesoor die daarover valt want die structurele financiering is echt fijne borging. Overigens adviseerde Kwink destijds nog wel een hoger bedrag maar laten we eerst maar eens laten zien dat we dit goed laten landen. Want in een sector die jaarlijks € 500 miljoen omvat, is € 25 miljoen extra een flinke stap vooruit.

Dat het onderwijs ook een bijdrage krijgt, is ook heel waardevol. Het mooiste is natuurlijk om als bibliotheek en onderwijs dan samen plannen te maken en zo de middelen bij elkaar te leggen. Freddy Weima, voorzitter van de PO-raad - die ik mocht interviewen op het congres - gaf aan dat hij graag samen met de bibliotheeksector optrekt. Dat biedt mooie perspectieven. 

Bibliotheek op school en Boekstart worden een plicht voor bibliotheken

Terug naar de brief. Over elk woord in een Kamerbrief is nagedacht. En hoewel de brief niet lang is, kun je toch makkelijk aan het volgende zinnetje voorbij lezen. Het staat ook bijna aan het eind:
Scholen kunnen ervoor kiezen om (een deel van) de gerichte bekostiging te besteden aan dBos. Bibliotheken moeten de structurele financiering inzetten om de samenwerking met het funderend onderwijs en/of de pabo, het mbo en de kinderopvang (BoekStart) voort te zetten. 
Scholen krijgen dus nog enige vrijheid voor de inzet. Dat zal met de vrijheid van onderwijs te maken hebben. Maar bibliotheken krijgen die vrijheid niet: het moét besteed worden aan Bibliotheek op school en Boekstart. En omdat elke bibliotheek geld gaat krijgen, moet dus ook elke bibliotheek het gaan doen. De minister wil het dus echt afdwingen: het is moeten. Hoe doe je dat? Een extra regeling of een wettelijke taak? En ik ben ook wel benieuwd hoe die financiering dan moet lopen om daarvoor te zorgen. Interessant om te blijven volgen.

Alle bij elkaar: Prachtig en noodzakelijk nieuws!. Hulde aan ieder die daar aan meegewerkt heeft bij ministerie, Stichting Lezen, VOB, SPN en KB.

Donderdag 12 juni 10 uur: Het bibliotheekcongres start: netwerkagenda gepresenteerd


Op donderdag 12 juni om 10 uur startte het bibliotheekcongres. Een bomvol Beatrix Theater in Utrecht. In het eerste uur presenteert Erna Winters de netwerkagenda van de sector. De netwerkagenda is een uitwerking van het bibliotheekconvenant en de bibliotheeksector geeft hierin aan hoe zij de ambities gezamenlijk waar gaan maken. Kort gezegd: het is het huiswerklijstje voor iedereen in de sector voor de komende jaren. De foto komt overigens uit de krant die direct na afloop van het congres verscheen. Als je het gemist hebt, wellicht toch aardig om doorheen te bladeren. Het is een mooie samenvatting van de dag. 

Donderdag 12 juni, 11 uur: De wetswijziging gaat gewoon door en gemeenten ga niet bezuinigen! 

Terwijl mijn 1.200 collega's bij het congres vervolgens na de gezamenlijke aftrap naar allerlei sessies gingen, startte in de Tweede Kamer het cultuurdebat. En ook daar werden nog wel wat opmerkingen gemaakt over bibliotheken. 

Ik geef u het fragment waarin minister Eppo Bruins antwoordt op de gestelde vragen over bibliotheken. 


De minister geeft in zijn beantwoording aan dat hij raadsleden van gemeenten oproept om colleges bij de les te houden als het gaat om de extra middelen voor bibliotheekwerk. De raad is de baas in de gemeenten en die moeten daar dus ook toe oproepen. En hij geeft aan dat hij de behandeling van de wetswijziging echt zo snel mogelijk wil doen maar dat het ook zorgvuldig moet. Daarin merk je wel dat er toch nog wel wat sleutelwerk is verricht na de internetconsultatie en dat dat tijd vraagt. De minister hoopt dat het wetsvoorstel voor de verkiezingen door de minsterraad is en dan naar de Raad van State kan. Na de verkiezingen kan het dan behandeld worden. Maar het onderwerp is geenszins controversieel zoals je aan alles hoort. Behandeling hoeft dus niet te wachten op een nieuw kabinet. Wie doortelt komt dan uit op een vroegste afronding in het eerste of tweede kwartaal van 2026. 1 juli 2026 lijkt mij nu dus de vroegste datum van invoering.

Met bovenstaande fragment bent u in drie minuten dus weer bij op de hoofdlijnen. Toch haal ik nog één ander fragment aan en dat is de inbreng van Mohandis (GroenLinks-PvdA). En dan gaat over gemeenten die wellicht toch willen bezuinigen op bibliotheekwerk. 


Mohandis roept in dit fragment, naar aanleiding van vragen van Koops (NSC), de kamer op om dit proces goed te volgen. Kamerleden gaan niet over lokale bezuinigingen maar hij gaf ook aan dat er zeer brede steun is om het geld goed te laten landen en dat de Kamer daar ook weer vragen en moties voor kan aannemen. En als voorbeeld... het extra geld voor Bibliotheek op school begon precies op die manier. De toegezegde bedragen moeten dus ook echt bij bibliotheken komen. Zijn pleidooi: 'De bibliotheek moet gezien worden als essentiële voorziening waar niet op moet worden bezuinigd.' 

Een zijlijn wellicht maar niet onbelangrijk is het volgende. De demping van het ravijnjaar - 2026 - voor gemeenten heeft dit kabinet nog keurig voor haar val in de Mei-circulaire verwerkt. Veel gemeenten die moesten bezuinigen, zouden hiermee dus extra lucht moeten krijgen. Altijd handig om te weten en te volgen. 
 
Donderdag 12 juni, 14.30 uur: De mens achter al het werk: Adriaan Langendonk

Allemaal mooi nieuws. En vooral in de buitenwereld, buiten het congres. En dan ga toch even terug naar die binnenwereld en het congres. Ik hoorde heel veel positieve geluiden. Veel mensen die blij waren dat het weer terug was. Veel complimenten voor de programmering en het mooie plein dat er bij zat. En de VOB had een mooie kaartenactie om onze collega's in de Verenigde Staten een hart onder de riem te steken. 

Zelf had ik het voorrecht om een aantal gesprekken te mogen leiden over de Bibliotheek op school. Het waren stuk voor stuk waardevolle en inspirerende ontmoetingen met mensen uit het onderwijs en de bibliotheekwereld — allemaal even bevlogen over leesbevordering.

Maar het allermooiste moment? Dat was zonder twijfel toen ik Adriaan Langendonk (Stichting Lezen en KB) in het zonnetje mocht zetten. Zie de foto boven. Ik loop al jaren met hem op en heb van dichtbij gezien hoe hij zich onvermoeibaar inzet voor programma’s als BoekStart en de Bibliotheek op school. Hij is echt een drijvende kracht achter deze belangrijke initiatieven.

Namens de directies van Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek kreeg hij een bijzondere en welverdiende onderscheiding: De Boekwijzer van Langendonk. Een prijs die zijn uitzonderlijke bijdrage aan leesbevordering eert — en die, heel passend, zijn naam draagt. Hij was natuurlijk de eerste die deze prijs in ontvangst mocht nemen. Een prachtig en ontroerend moment!

We hadden het over de buitenwereld en de binnenwereld van bibliotheekwerk. In de binnenwereld zijn we druk met onszelf. In de buitenwereld heeft men een mening over ons. En misschien is Adriaan juist wel zo'n schakel die die buiten- en binnenwereld zo noodzakelijk aan elkaar verbindt: scholen, bibliotheken, auteurs en politiek. De kracht van bibliotheekwerk is gelijk aan de kracht die we kunnen maken om die werelden te verbinden. 

Binnenwereld en buitenwereld verbinden. 

In 24 uur kan veel gebeuren. Er werd een ledenvergadering gehouden en 1.200 bibliothecarissen namen deel aan een mooi bibliotheekcongres. Enthousiasme alom. Er kwamen prachtige innovaties en inzichten voorbij. Innovaties en inzichten om de komende tijd in de praktijk te brengen.  Eén man kreeg zelfs een mooie prijs. 

Maar terwijl wij zo druk waren gebeurde in die 24 uur op twee plekken iets dat minstens evenveel impact heeft: structurele financiering voor Bibliotheek op school en Boekstart en met hoogste snelheid de wetswijziging nog steeds naar de Kamer. Een demissionaire minister op missie!

Er is een binnenwereld en een buitenwereld. En de kunst is die zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten. De buitenwereld heeft het deze week goed voor met ons. In de binnenwereld kregen we ons huiwerk uitgedeeld met de netwerkagenda. 

U bent weer bij en aan de slag!

donderdag 2 mei 2019

Mijn eerste vlog!



De dag voorafgaand aan het bibliotheekcongres vonden vier stadssafari's plaats. Drie van deze safari's waren met bibliothecarissen die vooral naar buiten bibliotheken gingen. De vierde - en daar deed ik aan mee - was met allerlei samenwerkingspartners.

Over elke safari zou een vlog gemaakt worden en ze hadden mij gevraagd om dat van deze safari te doen. 'Maar ik heb nog noot gevlogd', sputterde ik nog. 'Heel goed', zeiden ze, 'want we geven een kleine training vooraf''.  Nou die training duurde op de kop af 12 minuten en 22 seconden. Wat ik vooral onthouden heb: geen gesprek langer dan 45 seconden, daarna haken mensen af. Nou 45 seconden is verrekte kort kan ik u alvast vertellen.

En dus was ik de hele dag bezig om kleine interviewtjes te doen een paar sfeerbeelden te maken en vooral om de gesprekken kort te houden.

Ik blog al jaren maar vloggen is echt een heel ander vak. Ik zag mezelf worstelen met een nieuwe methode alsof ik moest leren zwemmen of leren autorijden. Je moet op het beeld letten dat je maakt, op het gesprek blijven letten en het geluid een beetje prettig houden. Het monteren hoefde ik gelukkig niet zelf te doen.

Zelf ben ik wel tevreden met het resultaat en om eerlijk te zijn: eigenlijk vind ik dat ik hier meer mee moet doen. Dus ik was heel blij dat ik uitgedaagd werd hiervoor. Beelden zijn enorm sterk. Misschien soms wel sterker dan veel tekstjes die ik schrijf.

Ik ga er eens op broeden. Maar eerlijk gezegd weet ik het antwoord al. Ik moet hier meer mee gaan doen. Dus organisatie van het bibliotheekcongres: Dank voor de uitdaging!

Wie meer terug wil zien van het biblitoheekcongres kan terecht op deze speciale site.

dinsdag 14 maart 2017

Column Jonge Bibliothecarissen Netwerk Bibliotheekcongres: Over de gevaren van drank, moeilijke woorden en conducteurs


Onderstaande column is een column die live werd geschreven tijdens een deelsessie van het Nationaal Bibliotheekcongres op 14 maart 2017 in Assen. De deelsessie wat georganiseerd over het netwerk van jonge bibliothecarissen en ging over hun rol in het bibliotheeknetwerk. Wie meer wil weten over het Jonge Bibliothecarissen Netwerk kan terecht op hun eigen site.

Een broekie. Dat was ik.

Ik was 21 toen ik begon te werken voor de bibliotheeksector. Jarenlang was ik in elk overleg dat ik bijwoonde de jongste. Hé, maar dat is niet zo moeilijk. In onze sector is 80% van het personeel boven de veertig en 64% boven de vijftig.

Mijn eerste baan was die van stafmedewerker bij het WSF-bureau. Zeg maar de huidige Plusfunctie. Ik werkte tussen allemaal bibliotheekdirecteuren die zo ongeveer allemaal tegen hun pensioen aanzaten. De WSF had toen nog heus bureau met een directeur. En een staf. En die staf die bestond uit één persoon: ik.

Ik weet nog dat ik in die tijd allerlei nieuwe woorden leerde. Gewoon omdat ik ze nog nooit gehoord had. Woorden als notoir, lethargisch en evident. Meestal knikte ik dan maar als ik zo’n woord hoorde in de hoop dat het het juiste knikje was en dat het niet verraadde dat ik dat woord nog niet kende. Om het dan in de pauze maar even stiekem op te zoeken in het woordenboek.

Niet veel later stapte ik over naar een echte bibliotheek. En ik kwam terecht in de wereld van echte bibliothecarissen: aanschaffen, baliediensten, vragen beantwoorden, lezingen organiseren en afschrijven. Ik werd omringd door dames die allemaal met gemak mijn moeder hadden kunnen zijn. Met namen als Truus, Gerrie, Hannie en  Roelie. Kloeke moeders waren het die in mij allemaal een ideale schoonzoon zagen. Ik was echter al voorzien in de liefde want anders  hadden ze mij zeker hun huwbare dochters aangesmeerd. Maar toen internet hun intrede deden was ik hun whizzkid. Wekenlang oefende ik met ze naar het zoeken op internet. En maar uitleggen dat je niet op auteur kon zoeken op internet. Maar het was een dankbaar publiek. Ik leerde ze internet en ze gaven me moederliefde terug.

En toen ik inmiddels net de dertig voorbij was begon ik - als jonge leidinggevende - zelf jonge mensen aan te nemen. Ik investeerde in Richard de briljante bibliothecaris-in-opleiding. Ik zorgde voor een betaalde stage en een betaalde afstudeeropdracht. Hij was een begenadigde trainer voor allerlei digitale cursussen en in ik zag hoe de dames met huwbare dochters zich plotseling op hem richten, in plaats van op mij. Hij had slechts één onhebbelijkheid. Hij hield van treintjes. Elke twee weken wilde hij wel een dag vrij om ergens naar treinen te kijken. Maar hij ging aan de slag bij ons. Tenminste: dat dacht ik. Eén dag voor hij bij ons begon vertelde hij me:  ‘ik ga toch beginnen als conducteur bij de NS’.

Weg alle investeringen in hem.

Of neem nou Herbert. Herbert was een briljante ROC-student die op internet kon maken wat zijn ogen ergens anders zagen. Zelden zo’n handige jongen gezien. Dat hij ook andere sites hackte, zag ik maar door de vingers. Herbert had echter één onhebbelijkheid, hij dronk de hele dag sinas. Kwam je om acht uur ’s ochtends binnen dan had hij zijn eerste blikje al open. Ging je aan het eind van de dag weg, dan zat hij nog steeds aan de sinas.

Tot we erachter kwamen dat hij die sinas flink aanlengde met wodka en hij eigenlijk de hele dag in licht benevelde toestand doorbracht. Dat was het eerste ontslag op staande voet dat ik als jonge leidinggevende meemaakte. En ik brak daarmee een jeugdige carrière in de knop.

Kortom de grote gevaren voor jonge medewerkers zijn wel moeilijke woorden, de drank en het lonkend perspectief van het conducteurschap bij de NS.

'Alles kids' is het thema van het bibliotheekcongres, maar zorgt de bibliotheek wel voor haar eigen kids? Maartje, Tamar en Evi organiseerden een heuse deelsessie met drie stellingen hierover onder leiding van Piet-Hein Peeters. Laat de revolutie maar starten zou ik denken!

De eerste stelling was of kennisoverdracht van oudere naar jongere medewerkers goed geregeld is. Wat is dat nou voor stelling, dacht ik? Hoezo van ouderen naar jongeren? Niet van jongeren naar ouderen dan?  Want voor mij is één ding wel duidelijk wordt dan is het wel dat de hele vakontwikkeling echt nog wel beter kan. Vraag maar eens aan de gemiddelde medewerker: ‘En wat heb jij het afgelopen jaar aan bijgedragen aan de vakontwikkeling van de branche’ en ik vermoed dat het dan toch enige tijd stil zijn. Nu we geen opleiding meer hebben voor bibliothecarissen zullen we daar samen veel harder aan moeten trekken. En als er iets is wat jonge bibliothecarissen ons bij bij deze stelling meegeven is het wel: hoor ons, gebruik onze kennis, laat ons experimenteren!

De tweede stelling is dat jonge medewerkers een meerwaarde hebben voor bibliotheken door hun leeftijd. Het merendeel is het hier wel mee eens. Frank Huysmans is het hier helemaal mee eens. Want hij vindt dat bibliotheken wel een afspiegeling moeten zijn van de samenleving. Ik kan zijn opvatting wel volgen maar vraag me af of we echt een afspiegeling moeten zijn van de hele samenleving: want gaan we ook bejaarden in dienst nemen, minderjarigen, postzegelverzamelaars en voetbalhooligans? De jongeren vinden overigens zelf de stelling bijna discriminerend. Jongeren als excuustruus is wel een heel verkeerd idee. Het gaat meer om passie dan om leeftijd.

De laatste stelling gaat over dat jongeren zich eenzaam kunnen voelen in hun werk en dat dit niet wordt onderkend. Veel zwevers bij deze stelling. Blijkbaar weten we ons daar nog niet goed houding in weten te geven.  De meest concrete oplossing die ik hier hoorde was om samen vaker naar het café te gaan. Maar elke dag naar het café is wellicht ook niet de beste oplossing.  Zijn we jongeren hierdoor kwijt geraakt in de bibliotheek? Een jonge collega vertelt haar kwetsbare verhaal over hoe ze na een reorganisatie alleen over bleef. Ze kan haar privé-wereld niet meer delen en daarmee is de bibliotheek haar wereld niet meer. Hoe breekbaar het verhaal ook is, het slaat de spijker op zijn kop.

Ondertussen zie ik ze wel loeren hoor: de Anki Kesselers, Chris Wiersma’s  en Nan van Schendels. Het zijn de slimme werkgevers die hier zitten. Want ik zie ze denken: werkte die Tamar of Evi maar bij mij. En ja, ik zie ze ook denken: ik heb nog een huwbare zoon. Een bibliothecaresse als vriendinnetje is toch de ideale schoondochter.

En ja, na deze bijeenkomst zie je ze smoezen en is het headhuntseizoen begonnen. De jongeren gaan zometeen allemaal met een nieuw contract de deur uit. En daarmee begint een nieuwe trend. Want volgend jaar doen ze dit weer op het bibliotheekcongres. En ook dan zit u als werkgevers hier weer klaar. U gaat tegen elkaar opbieden: bij mij een personeelsabonnement zonder boetes, bij mij gratis reserveren of bij mij een bibliobusje van de zaak. Volgende bibliotheekcongressen worden de nieuwe transferperiode voor jonge bibliothecarissen!

Ik ben nu 45 en ik behoor nog immer tot de 30% jongste medewerkers. Er is geen sector waar je je zo lang jong kunt voelen. Eeuwig jong. Zeg nou zelf: wie wil er nou niet in zo’n sector werken?
Dus koester deze jongeren. Geef jong talent de tijd, de ruimte en het vertrouwen. Geef ze een woordenboek voor de moeilijke woorden, hou ze weg bij de drank en vooral bij de NS. Voor je het weet zijn ze conducteur. Dat moeten we toch echt zien te voorkomen.

Succes!