zondag 4 oktober 2026

De staat van het Bibliotheekbestel 2026: Het gaat goed met bibliotheken maar gemeenten blijven achter

Op 10 september werden de jaarcijfers van bibliotheken over 2025 bekend. En met goed nieuws want heel veel cijfers van het bibliotheekwerk stijgen. De KB bracht al een zeer uitgebreid dossier uit bij de cijfers. Dat verdient elk jaar een pluim voor al dat harde werk. Overigens net als die pluim terecht is voor alle bibliotheken die de cijfers elk jaar aanleveren.

Net als voorgaande jaren zette ik de belangrijkste statistieken weer in een wat langer historisch perspectief. Ik doe het al een paar jaar (lees hier 2025, lees hier 2024, lees hier 2023,  lees hier 2022) en ik noem het maar onbeschaamd: de Staat van het Bibliotheekbestel 2026. 

Lees mee in dit verhaal langs negen grafieken langs de klassieke cijfers over bibliotheken. 

Bezoekers: wel groei maar weer geen record


We beginnen met de bezoekersaantallen. Onlangs publiceerde ik nog een vergelijkend overzicht met andere culturele instellingen maar ook met voetbalstadions en casino's. En dan zie je dat bibliotheken gezamenlijk heel veel bezoekers trekken. En  ja, we zijn afgelopen jaar weer gegroeid. Maar we zijn nog steeds niet terug op het pre-corona-niveau toen we ruim 60 miljoen bezoekers aantikten. 

Ik verwacht overigens dat het de komende jaren nog wel wat gaat stijgen. In de afgelopen paar jaar zijn er met rijksmiddelen het aantal vestigingen met 35 gegroeid en zijn ook de openingstijden van veel bibliotheken verruimd. Daar gaan we de komende jaren nog bij voortduring de vruchten van plukken.  Die 60 miljoen gaan we de komende jaren dus makkelijk passeren. 

Verder kunnen we nog een stijging van bezoekers verwachten door de verruiming van gratis lidmaatschappen voor vooral jong-volwassenen. We zullen het zo terug zien bij de ledenaantallen. Uit onderzoek weten we dat jong-volwassenen die lid zijn de bibliotheek oko meer bezoeken. Dus ook daar moeten nog wel een paar miljoen bezoekers te vinden zijn. Met andere woorden: we doen iets fout als deze stijging niet doorzet. En stiekem had ik al op een grotere stap gehoopt.

Keine stapjes dus. Eén andere opmerking is daarbij nog op zijn plek. En dat is dat we weten dat de verblijfsduur van bezoekers aan de bibliotheek steeds langer wordt. Steeds meer bezoekers verblijven meer dan anderhalf uur in de bibliotheek. En daarmee leggen dezelfde aantal bezoekers een steeds grotere claim op de beschikbare publieke ruimte. Het bezettingspercentage van bibliotheken stijgt dus sneller dan alleen het bezoekersaantal.   Ik denk dat we schrikken hoeveel jaren de bibliotheken in totaal bezet is. Want als 60.000.000 miljoen bezoekers elk jaar een minuut langer in de bibliotheek blijven praat je al over 1.000.000 uur. Dat is 115 jaar bij elkaar. Elke minuut verblijfsduur telt dus. Een jaarlijks onderzoek dus naar totale verblijfsduur zou de sector kunnen helpen.

Steeds groter aandeel van de bezoekers komt voor activiteiten


Een cijfer dat ik al wat langer volg is de hoeveelheid bezoekers voor activiteiten tegenover het totaal aantal bezoekers. Het aantal deelnemers aan activiteiten in de bibliotheek steeg van 5,4 miljoen naar 5,8 miljoen bezoekers. De spectaculaire stijgingen van de afgelopen jaren vlakt wel wat af maar is nog steeds wezenlijk en groeit ook harder dan het algemene bezoekersaantal. En dus stijgt ook het aandeel van de bezoekers van activiteiten ten opzicht van de alle bezoekers. 

Vorig jaar was nog 9,2% van de bezoekersaantallen afkomstig van deelnemers aan activiteiten en in 2025 steeg dit naar 9,7%. Volgend jaar stijgen we dus boven de 10% uit. 

Dit cijfer wordt pas sinds 2019 landelijk bijgehouden. En dan zie je dat dit sinds 2019 is gestegen van 3,4% naar 9,7%. Het kenmerkt de kanteling van een klassieke bibliotheek naar een maatschappelijk-educatieve bibliotheek. 


Leden: Groei bij jeugd én volwassenen!


Hoewel we als bibliotheken steeds vaker naar bezoekersaantallen kijken, zijn we toch ook nog altijd een echte ledenorganisatie. En ook bij die leden gaat het bijzonder goed. Zowel bij de jeugd als bij de volwassenen zien we groei. Dat was vorig jaar ook al zo maar de groei bij volwassenen was toen nog bijzonder broos. Die groei bij volwassenen zet nu steviger in. Op BNetwerk wordt gemeld dat bij de leeftijdsgroep tussen 18 en 30 jaar de groei zelfs 22% was. Je hoeft geen glazen bol te hebben om te voorspellen dat dat nog een flink aantal jaren door zal gaan. Wie doorrekent komt er dan op uit dat we met een jaar of vijf, zes zijn gestegen van 1,4 naar zo'n  2 miljoen volwassen leden hebben. De komende jaren er dus minimaal 100.000 volwassen leden per jaar bij. 

Hoe dat komt? Dat heeft alles te maken met de verruiming van het gratis lidmaatschap voor (jong-)volwassen. In het voorjaar publiceerde ik hier nog de meest recente onderzoekscijfers over. In meer dan de helft van alle gemeenten wordt dit al aangeboden en steeds meer gemeenten besluiten om hun bibliotheken hier middelen voor te verstrekken. 

Dit cijfer gaan we komende jaren dus flink zien stijgen. De bibliotheek als ledenorganisatie is daarmee terug van nooit weggeweest.  U leest het goed. We gaan snel naar vier misschien wel vijf miljoen leden in totaal. We gaan naar een ledenorganisatie-nieuwe-stijl die naast uitlenen ook draait om activiteiten en bezoek. 

Uitleningen: we zijn lid maar minder om te lenen


Nou, grote woorden meneer Deckers bij die leden. En zien we dat terug bij de uitleningen? Eh, nee. Dat blijft de afgelopen jaren voor uitleningen in de fysieke bibliotheek schommelen rond de 54 miljoen. Waar we vorig jaar misschien nog iets konden mompelen over na-ijlend corona-effect, kom ik daar dit jaar echt niet meer mee weg. Het reële verhaal is: meer leden die gezamenlijk hetzelfde lenen. En per saldo leent en leest elk lid gemiddeld net iets minder dan het voorgaande jaar. In 2015 leende een bibliotheeklid nog gemiddeld 20,1 items. In 2025 waren dat er nog maar 14,1. Hoewel misschien passend bij de ledenorganisatie-nieuwe-stijl is dit natuurlijk iets waar geen bibliothecaris zich zo maar bij neer kan leggen. 

33% meer betaalde formatie in zes jaar


Een trend die al wat langer langzaam speelde is die groei van de formatie. Na jaren van bezuinigen en minder betaald personeel, begon vanaf 2020 het herstel echt in te zetten. In 2025 steeg de totale betaalde formatie naar 5.676 voltijds arbeidsplaatsen. In zes jaar tijd, dus in vergelijking met 2019,  hebben bibliotheken 33% meer formatie gekregen. Dat is een stevige groei en we kunnen ondertussen zeggen dat dat een blijvertje is. 

Het zijn de extra rijksmiddelen die vooral zorgen voor die groei, zullen we straks zien. Veel extra formatie is de afgelopen jaren gegaan naar programma's als Basisvaardigheden maar ook Boekstart en de Bibliotheek op school. Recent is door verruiming van openingstijden ook weer eens geïnvesteerd in betaald personeel in de vestigingen. Groei dus aan alle kanten maar vooral in de brede rol van bibliotheken.

De bibliotheekmedewerker wordt steeds jonger


De bibliotheeksector verjongd. Elk jaar daalt de gemiddelde leeftijd. En dat zal zeker ook te maken hebben met de groei van onze formatie. We nemen graag jonge mensen aan voor een gebalanceerde samenstelling. 

Wie kijkt naar de ontwikkeling sinds 2015 ziet hoe snel dit gegaan is. In 2015 was 65% van het personeelsbestand ouder dan 50 jaar. Dat is in 2025, tien jaar later, nog maar 45%. Elk jaar verschuift het zo'n 2% ten gunste van de medewerkers onder de 50 jaar. En daar moet je bij tellen dat de AOW-leeftijd tussen 2015 en 2024 met bijna twee jaar gestegen is van 65 jaar en 3 maanden naar 67 jaar. Ergo: De werkzame periode tussen 50 en de AOW-leeftijd steeg in die periode met bijna 11% en had bij ongewijzigd beleid dus geleid tot een stijging in die leeftijdscategorie. Om maar aan te geven dat het echt hard gaat met de vergroening van de sector. 

Verdrievoudiging van vrijwilligers in tien jaar


Er is een klassieke tegenstelling tussen betaalde formatie en vrijwilligers. En toegegeven: bibliotheken introduceerden (opnieuw) vrijwilligers in de lastige jaren van  bezuiniging tussen 2010 en 2020. In de grafiek zien we dat vanaf 2015 ook terug. Maar het had niet alleen te maken met bezuiniging. Het past ook bij het adagium om samen met de samenleving de bibliotheek vorm te geven. Met een sjiek woord noemen ze dat de community library. 

Nu sinds 2020 de betaalde formatie weer stijgt, zou je kunnen denken dat bibliotheken dan weer minder met vrijwilligers gaan doen. Dat is zeker niet het geval. De afgelopen jaren steeg elk jaar het aantal vrijwilligers. En het is inmiddels een verdrievoudiging ten opzichte van 2015.  En het tekent ook dat er geen tegenstelling zit tussen betaalde formatie en vrijwilligers maar dat er goede mix is ontstaan van een netwerkorganisatie die zich inzet voor opgaven in de samenleving. Ik hoor ook weinig bibliotheekdirecteuren roepen dat ze zonder vrijwilligers zouden willen en alleen met betaalde formatie willen werken. Vrijwilligers zorgen ook voor een brede inbedding in de samenleving. Ook dat past bij die ledenorganisatie-nieuwe-stijl. 

Financieel: meer geld maar waar blijven de gemeenten?

Zo, en na de prestaties en het personeel maar eens door naar het geld. De hoeveelheid gemeentelijke subsidie steeg vorig jaar opnieuw met ruim € 35 miljoen naar € 511,6 miljoen.


Ik neem voor deze grafiek altijd het totaal aan gemeentelijke subsidie. Dit om het totaal aan geld van gemeenten in beeld te houden. En dan zie je dat er sinds 2017 - twee jaar na de grote decentralisaties - een dieptepunt was bereikt. Daarna zette herstel in. En de laatste drie jaar ging het flink omhoog. Soms tot jaloezie van andere culturele instellingen. Maar dat is niet terecht. Want daar hoort een flinke aantekening bij. 

De stijging van gemeentelijke subsidie komt eigenlijk helemaal niet van extra middelen die gemeenten zelf beschikbaar stelden. In 2023 werden namelijk de middelen voor de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO's en € 15,4 miljoen) niet meer via het Rijk aan bibliotheken verstrekt maar via gemeenten. En daarnaast schreven vele gemeenten in 2023 en 2024 in op de extra SPUK-regeling voor versterking van het bibliotheekwerk waar in 2023 € 17,6 miljoen voor beschikbaar kwam en in 2024 € 38,4 miljoen.  In 2025 ging deze regeling over in een decentralisatieuitkering aan alle gemeenten
van maar liefst € 60 miljoen.  Bibliotheken organiseerden dus zelf dat de koek groter werd voor de cultuursector en ging dus niet ten koste van andere cultuurinstellingen.  

Het Rijk gaf dus geld aan gemeenten voor bibliotheekwerk. Gaven alle gemeenten dat geld door en deden ze er zelf ook nog wat bij? Wie de bedragen optelt moet tot het bedroevende antwoord komen dat er in 2025 per saldo minder geld bij bibliotheken terecht is gekomen. Dat betekent dat de decentralisatieuitkering lang niet altijd bij bibliotheken terecht is gekomen, dat er gemeenten waren die niet indexeerden en zelfs gemeenten die hun bijdrage verlaagden. Hoe hoopvol de landelijk inzet ook is, dit is op lokaal niveau soms wel een flinke domper op het bibliotheekfeestje. Hoe begrijpelijk de financiële situatie op lokaal niveau soms is. Maar begrijp dan van ons ook dat het soms best lastig is om zo vertrouwen te houden in de overheid. 

Subsiede per inwoner stijgt en toch leveren bibliotheken in


Naast het totaal aan gemeentelijke subsidie, kijk ik ook nog even naar de subsidie per inwoner en de subsidie per inwoner exclusief huisvestingslasten. Dat lijkt een mooie stijging. Maar naast de kanttekening die ik hier boven maakte, is er ook hier een stevige disclaimer. 

Tussen 2015 en 2025 steeg de subsidie per inwoner met 16%. Dat lijkt veel maar is het niet. De prijzen stegen in die periode namelijk met 35%. Per saldo leverden bibliotheken dus flink wat koopkracht in, in de afgelopen tien jaar. Bibliotheken deden dus eigenlijk steeds meer met steeds minder. Fatsoenlijke afspraken over indexering zijn dus echt broodnodig. 

De afgelopen twee jaar steeg de susbsidie per inwoner in totaal met € 2,74. Waarom noem ik dat? Nou, omdat de subsidie per inwoner één van de streefwaarden wordt in de handreiking van VNG rond de zorgplicht. Dat bedrag is twee jaar geleden al uitgerekend. Dat bedrag moet dus verhoogd. 

 
Reflectie: De wind in de rug maar nog veel te doen!

Tja, wat is de afdronk als je dit alles leest? Vorig jaar gaf ik drie conclusies en die kon ik dit jaar opnieuw gebruiken maar ook aanscherpen. 

Hier zijn ze. 

Conclusie 1: De sector staat er geweldig op en heeft wind mee
Op de eerste plaats: de sector staat er geweldig op en heeft de wind mee. Alle cijfers in de plus behoudens die uitleningen die maar stabiel blijven. Die wind-mee heeft de sector vooral aan zichzelf te danken in de beweging die de afgelopen tien jaar als stelsel is gemaakt van klassieke bibliotheek naar maatschappelijk-educatieve bibliotheek. Ja, klop uzelf maar even op de schouder. Als u zicht afvraagt waar u zo moe van werd: nou, van het harde werk dat daarbij hoorde.

Conclusie 2: Maar er roept een verantwoordelijkheid en er is werk aan de winkel
Maar daar laat ik het niet bij.  Ik maak deze staat van het bibliotheekstelsel al een aantal jaren. En als ik door de analyses van de afgelopen jaren kijk, dan had ik dit jaar een sterkere stijging verwacht bij bijvoorbeeld bezoekersaantallen en ik had gehoopt dat het aantal uitleningen niet zo stabiel bleef. Dat moet ons scherp houden. Doen we dit eigenlijk wel zo goed?

En we kunnen nu al voorspellen dat ons ledenaantal de komende jaren flink gaat stijgen: wat hebben we voor al die jong-volwassenen in de aanbieding in onze winkel van een leven lang ontwikkelen? 

Vragen die we nu al aan kunnen zien komen nu het zo goed gaat. We moeten kritisch blijven op onszelf. Het gaat niet alleen om aantallen maar ook om impact. En de vraag is of we niet nieuwe wegen moeten vinden om het maatschappelijk rendement verder te vergroten. Denk aan bereik en gebruik door kwetsbare doelgroepen bijvoorbeeld.  De overheden die ons nu zo helpen willen straks het effect zien. 

Succes komt niet vanzelf. En nog meer succes vraagt nog meer aandacht. Kortom sector, begin met denken. We zijn nog lang niet klaar. Een nieuw bibliotheekconvenant moet ons opnieuw uitdagen om over schaduwen heen te springen.

Conclusie 3: Financieel lijkt het gunstig, maar groei kost geld en gemeenten blijven achter
De derde en laatste reflectie gaat over geld. Het lijkt financieel heel goed te gaan met bibliotheekwerk. Maar wie iets verder kijkt dan zijn of haar neus lang is, ziet dat de verbreding en verdieping van het bibliotheekwerk eigenlijk nog niet volledig in de pas loopt met de financiering. Dan zien we dat het een heel wankel evenwicht is en blijft. Ja, er is meer personeel maar daar staan ook heel veel extra taken en prestaties tegenover. Bij de IDO's is geknokt om geen geld kwijt te raken in plaats van er een flinke duit bij te krijgen. Maar vooral: niet alle gemeenten geven de rijksbijdragen door aan bibliotheekwerk en ook indexering is niet overal aan de orde. Op een enkele plek horen we zelfs van bezuinigingen. 

Als ik staatssecretaris was, zou ik de gemeenten toch maar stevig volgen en monitoren op dit punt. Het was natuurlijk niet de bedoeling dat deze middelen naar de bekende lantaarnpalen zouden gaan.

Voor blijvend plezier met de bibliotheek in elke stad of dorp zijn die middelen echt nodig. Stilstand is letterlijk achteruitgang. 

Hup, aan de slag

Er is dus veel om tevreden over te zijn maar klaar zijn we dus zeker niet. Er kan een glimlach op ons gezicht zitten en tegelijkertijd moeten we blijven vernieuwen. Blijf dus scherp en laat u niet in slaap sussen door het succes.

U snapt het al: Hup, aan de slag!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten