'Gratis bibliotheekpas: lokaal ja, landelijk nee', dat was wel de toepasselijke kop die Binnenlands Bestuur plaatste boven een artikel over het onderzoek van AEF over gratis en automatisch bibliotheekmaatschap dat een paar weken geleden uitkwam. Tegelijk met het rapport kwam ook de beleidsreactie van Staatssecretaris Tielen op dit rapport. Maar zo kort als Binnenlands Bestuur het inkopt, is het natuurlijk niet. Want in de politiek zijn er bijna nooit harde ja's en nee's. Lees mee hoe het zit.
Goede resultaten maar nog te weinig zicht op effect
Ik begin met de beleidsreactie van de staatssecretaris en kom iets verderop nog terug op het rapport van AEF.
Staatssecretaris Tielen stelt in haar reactie:
'Gratis lidmaatschap van de bibliotheek voor volwassenen is in verschillende vormen in Nederland aan een opmars bezig. De laatste jaren groeit het aantal lokale initiatieven snel. Inmiddels kunnen volwassen inwoners in meer dan de helft van de gemeenten gratis lid worden van de bibliotheek. Deze ontwikkelingen volg ik met interesse, omdat een belangrijk doel van mijn bibliotheekbeleid is dat openbare bibliotheken toegankelijk en bereikbaar zijn voor alle inwoners. Uit het onderzoek komt naar voren dat gratis lidmaatschap het bereik van de bibliotheek vergroot. Gratis lidmaatschap kan ook kansen bieden voor bibliotheken om inwoners te bereiken met brede, maatschappelijke dienstverlening naast het uitlenen van materialen.'
Appeltje-eitje zou je denken, die staatssecretaris gaat haast maken om dit zo snel mogelijk in te voeren. En leuk ook dat ze mijn onderzoek aanhaalt naar het gratis lidmaatschap in Nederland. Want het sluit naadloos aan bij haar beleid.
Nou, dat appeltje-eitje, blijkt voor dit moment nog niet zo te zijn. Want in het vervolg van de brief schrijft ze.
'Zo blijkt het ingewikkeld de effecten te meten van het invoeren van het gratis lidmaatschap: initieel stijgt het aantal leden, maar het is niet te zeggen of het gratis lidmaatschap ook leidt tot meer gebruik van de bibliotheek, zoals het lenen van boeken of deelname aan activiteiten. De effecten op de langere termijn zijn onduidelijk.'
Tja, de resultaten zijn dus enorm goed maar het effect is nog moeilijk te meten. Waar ze eerst nog zegt dat dat grote bereik voor haar belangrijk is, geeft ze aan dat ook het effect op langere termijn helder moet zijn. Tja, dat is met een ontwikkeling die voor de meesten echt van de laatste jaren is, natuurlijk ingewikkeld. De invoering in Rotterdam met een gratis lidmaatschap voor elke Rotterdammer is nog maar een jaar oud. En toen het door AEF onderzocht werd, bestond het nog maar vijf maanden. Het verlengde gratis abonnement voor jongvolwassenen is al wat ouder. Daar startte de Boekenberg als eerste in 2018 mee. Dat heel veel gemeenten en bibliotheken, heel snel volgen, is voor de staatssecretaris vooralsnog dus onvoldoende overtuigend. Hm, die fantastische resultaten zijn voor haar dus nog niet voldoende. En dus wordt het lokaal ja, landelijk (vooralsnog) nee.
De staatssecretaris zegt dat met iets meer woorden:
'Ik zie op dit moment onvoldoende bewijs dat een landelijk gratis bibliotheeklidmaatschap leidt tot meer gebruik en een grotere maatschappelijke impact van de bibliotheek. Daarnaast vragen de schaarse middelen om het maken van keuzes. De ervaring met de wetswijziging in 2022 voor gratis jeugdlidmaatschap leert dat gemeenten gecompenseerd moeten worden wanneer het gratis lidmaatschap uitgebreid zou worden in de Wsob naar andere leeftijdsgroepen. Hier is geen budget voor. Ik juich lokale initiatieven toe en blijf de ontwikkelingen met interesse volgen.'
De wetswijziging uit 2022 waar zijn naar verwijst is het volgende. Tot 2022 hadden gemeenten het recht om - bij besluit in de gemeenteraad - om af te wijken van de wettelijke verplichting van contributievrijdom voor de jeugd tot 18 jaar. Ik heb in die tijd voor het ministerie nog het vooronderzoek gedaan naar de bibliotheken die nog zo'n betaald jeugdabonnement hadden en wat dit compensatiebedrag moest zijn. Dat ging over een een handvol bibliotheken en een relatief gering bedrag moet ik zeggen. Bibliotheken die nog zo'n betaald jeugdabonnement hadden, werden voor een paar jaar gecompenseerd op de inkomsten van dit jeugdabonnement. Daarna verdween het kleine bedrag generiek in het gemeentefonds.
De staatssecretaris geeft dus de volgende twee argumenten om dit op dit moment niet landelijk te omarmen:
- Ze ziet veel resultaat maar vooralsnog onvoldoende bewijs van de effecten op langere termijn dat dit leidt tot meer gebruik en een grotere maatschappelijk impact van de bibliotheek
- Als het gebeurt moeten gemeenten gecompenseerd worden en hier is geen budget voor.
Amendement van Mohandis
Tegenover deze twee argumenten staat het amendement van Kamerlid Mohandis van GroenLinks-PvdA/PRO die ervoor pleit om nu bij de wetswijziging al mee te nemen dat iedereen tot 27 jaar gratis lid moet kunnen zijn van de bibliotheek. Als dat amendement wordt aangenomen bij de behandeling van de wetswijziging die nu voorligt, wort het toch geregeld. Het is dus helemaal niet zo zeker dat men landelijk nee zegt. Mohandis wil er graag mee aan de slag en de Tweede Kamer heeft het laatste woord.
Wat is het nu? Ja of nee? Daar kom ik later op terug? Want ik ga nu eerst stilstaan bij het rapport van AEF. Want dat verdient dit rapport wel. Ik maak geen breed overzicht maar pik er twee punten uit die het meest van de belang zijn. Dat zijn de casus van de Boekenberg (verlengen van de contributievrijdam tot een bepaalde leeftijd, tot 30 jaar bij de Boekenberg) en de casus Rotterdam gratis (beperkt) lidmaatschap voor iedereen.
AEF: Casus Boekenberg
Over de Boekenberg heb ik in het verleden al veel geschreven. In 2018 begonnen ze met hun voor Nederland bijzondere stap: een gratis lidmaatschap voor jongvolwassenen. Het was een uitvloeisel van een bredere beweging waarbij verschillende bibliotheken onderzoek deden naar vormen van gratis lidmaatschap. Maar tussen onderzoeken en de stap zetten om het echt te doen zit nog wel wat verschil. Boekenberg had toen de moed om dit aan te gaan.
En met succes zoals de grafieken in het rapport laten zien.
AEF: Casus Rotterdam
'Uit verdiepende analyses van de bibliotheek blijkt dat doelgroepen met lagere inkomens en lagere taalvaardigheid bovengemiddeld vaak gebruik maken van het gratis lidmaatschap. Dit kan een indicatie zijn dat het gratis abonnement inderdaad helpt om drempels te verlagen voor groepen voor wie de bieb voorheen onvoldoende toegankelijk was, bijvoorbeeld door financiële drempels. De bibliotheek wijst daarbij ook op het belang van ‘boetevrij’ lenen: juist het risico van boetes zou bepaalde groepen inwoners er eerder van weerhouden om een abonnement af te sluiten.'Een gratis abonnement kon wel eens interessanter zijn dan een abonnement via ondersteuningsregelingen die nu veel gemeenten kennen. Zo'n regeling kan toch zorgen voor een bepaalde schaamte of stigma. Een gratis abonnement kon daarom dus wel eens beter werken dan een minima-regeling. En het is in ieder geval veel minder administratie.
Het gratis lidmaatschap zoals Mohandis voorstelt is in 182 gemeenten al in enige vorm ingevoerd. Van die 182 gemeenten doen 129 al wat Mohandis voorstelt: gratis lid boven de 18 tot een leeftijd van ongeveer 27 jaar. En het aantal stijgt snel. Klaas Gravesteijn had het in het rondetafelgesprek over ongeveer € 5 miljoen gederfde contributie-inkomsten op landelijk niveau als het nu generiek gemaakt wordt. Daar bovenop zul je overigens nog wel wat kosten moeten maken voor extra activiteiten en promotie.
Is het veel geld? Het politiek antwoord is natuurlijk 'ja' en 'nee'. Ja, want het is er niet zegt de staatssecretaris en het antwoord is 'ja' want in de plooien van de Rijksbegroting gaat dit om minder dan een kruimel. Met een klein bedrag kunnen grote groepen blij gemaakt worden. En waar kun je dit tegenwoordig in de politiek?
Een variant binnen deze optie is nog dat afgesproken wordt dat er een ingroeimodel is. Dat betekent dat dit deel van de wet niet ingaat op 1 januari 2027 maar dit deel van de wet bijvoorbeeld op 1 januari 2030. Ook dat kan ruimte bieden.
Het lijkt mij dat er op deze manier nog puzzelstukjes genoeg zijn om politieke bondjes te sluiten.
Optie 2: Er gebeurt niks landelijk maar lokaal groeit het gewoon door
De andere optie is dat er niks gebeurt in de Kamer. Stopt het dan? Nee, natuurlijk niet. Deze ontwikkeling groeit als kool door op lokaal niveau. En dus zullen we volgend jaar weer een overzicht maken waaruit we concluderen dat weer meer gemeenten en bibliotheken hiermee aan de slag zijn. En het jaar erop nog meer.
En ja, ik vermoed dat we dan ook nog meer varianten krijgen. Overzichtelijker wordt het dan niet. En als we zeggen dat bibliotheken een basisvoorziening zijn waar iedereen tegen ongeveer gelijke voorwaarden gebruik van moet kunnen maken, dan is dat wel wat raar. Maar het primaat in het decentrale stelsel ligt bij gemeenten en bibliotheken. Dus er is geen speld tussen te krijgen dat dit is hoe we het hebben geregeld met elkaar.
Kortom, als er niets gebeurt in Den Haag draait het lokaal gewoon door. Tja, en dan is er ook nog een derde optie: het compromis.
Optie 3: Uitwerking van bibliotheekconvenant: sector (en overheidslagen) zoeken compromis
Het verruimen van het gratis bibliotheeklidmaatschap was één van de punten uit het bibliotheekconvenant. In dat convenant binden de overheidslagen en de bibliotheekpartijen zich aan elkaar. Dit onderwerp zou je ook breder binnen dit convenant kunnen oppakken.
Want AEF legt wel de zere vinger op deze plek:
'Het uitwerken van een beleidsconcept is de belangrijkste randvoorwaarde voor invoering van een gratis- of automatisch lidmaatschap. Dit vraagt dat er op landelijk niveau een gezamenlijk en gedragen beeld komt over het doel dat ten grondslag ligt aan het invoeren van een gratis of automatisch lidmaatschap en het creëren van een passende (minimale) vorm die hierbij aansluit. Op basis hiervan kan helderheid worden gecreëerd in voor wie het lidmaatschap geldt, welke diensten het omvat en onder welke voorwaarden het lidmaatschap wordt aangeboden.'Eigenlijk zegt AEF hier: beste politiek en beste sector, zeg nu eerst eens wat je precies wilt en wat daarbij hoort. Tja, dat is natuurlijk wel een beetje een vlucht vooruit op een moment dat er al een praktisch amendement ligt.
Ik heb het graag allebei: nu het amendement van Mohandis en tegelijkertijd verder ontwikkelen naar een nog breder model zoals bijvoorbeeld Rotterdam. Dat biedt ruimte om te implementeren wat al breed bewezen is en verder onderzoek te doen naar een breder model. Niet wachten tot morgen maar invoeren wat nu kan en onderzoeken wat moet. Ik ben benieuwd of daar de politieke moed voor bestaat.
De harde 'ja's' en 'nee's' waar Binnenlands Bestuur mee schermde, bestaan niet in de politiek. Er is altijd een weg te vinden.
Dus hup, aan de slag! Want de toekomst wacht niet. En als we weten wat kan en nodig is, waarom zouden we dat dan niet gaan doen?





Geen opmerkingen:
Een reactie posten