maandag 31 oktober 2022

Hoe een digitale actie uit 2012 na elf jaar een vervolg krijgt


Het was juni 2012. Ik was koud een paar maanden interim-directeur van de Bibliotheek in Hengelo en we lanceerden bovenstaande actie. Over ebooks werd als sinds 2009 gezegd dat ze nu écht gingen doorbreken. 2009 werd het niet maar 2010 zou dan toch echt het jaar van de ebooks worden. Toen zou 2011 dat worden, en toen 2012... Wat ook hip was in 2012 waren QR-codes. Als je al een smartphone had, had je er vaak nog een speciaal programma op je telefoon nodig om het te kunnen lezen. 

Maar goed, daar ging het niet om. We wilden graag aandacht schenken aan de collectie van maar liefst 40.000 ebooks die - ja, toen al - beschikbaar waren via het Gutenbergproject. Toegegeven, rechtenvrij en daardoor ouder materiaal, maar toch. Die ebooks waren toen gewoon beschikbaar in de Overijsselse catalogus, via de Aquabrowser-zoeksoftware.  


Dat aandacht schenken aan al die ebooks deden we via speciale posters waarop aansprekende ebooks stonden die je vervolgens met je QR-code direct kon downloaden. 24 per dag, 365 dagen per jaar. Auke van der Meer, die toen de marketing van de bibliotheek deed, had het uitgedacht. En de posters werden door de posterplakker van het poppodium Metropool door de hele stad gehangen. Ik schreef er destijds ook al een artikel over. En toen dacht ik al dat het wel een aardige actie zou zijn om breder in te zetten.

Eén van de posters was die van de Kama Sutra. Dat vond ik toen nog wel een spannende. Niet vanwege de inhoud maar of ik daar geen gedonder mee kreeg met vragen van raadsleden van wat conservatievere partijen. Je zou kunnen zeggen: any publicity is good publicity maar ik wilde wél publiciteit maar géén gedonder.  

De vragen bleven gelukkig uit, de actie kreeg veel aandacht maar het gebruik bleef nihil. 2012, nu tien jaar geleden, was dus toch niet hét jaar van de ebooks. De grootste groei in ebooks kwam pas jaren later en werd gestimuleerd door een COVID-pandemie en gesloten bibliotheken.

Gejat van Tesco

Het idee van die QR-codes en die posters hadden wij als Bibliotheek Hengelo ook weer gejat van Tesco. Kijk maar eens naar dit filmpje waar ik in september 2011 over schreef. U leest het goed, al weer elf jaar geleden!

Landelijke acties in 2023

Een kleine glimlach kon ik dan ook niet onderdrukken toen ik de afgelopen week de digitale nieuwsbrief van de Koninklijke Bibliotheek kreeg met daarin de oproep om je aan te melden voor de posteractie voor ebooks die je met QR-codes kunt downloaden. Deze actie, die best een beetje veel lijkt op die van Hengelo in 2012, is een initiatief van Fieldlab Noord. Want: 2023 wordt het jaar van de ebooks! 

Het bericht meldt:

"Er zijn ontelbaar veel toepassingen. QR-codes kunnen in plattelandsbibliotheken worden ingezet als aanvulling op een kleine collectie. Of toon voorleesboeken en boeken met korte verhalen op plaatsen waar mensen wachten, bijvoorbeeld OV-hubs. In samenwerking met campings en recreatieparken kunnen gasten tijdens hun vakantie worden voorzien van talloze e-books van de bieb. Of QR-codes kunnen op specifieke plekken worden ingezet om nieuwe doelgroepen zoals jongeren te bereiken met het (digitaal) aanbod van de Bibliotheek. Daarbij versterken collectie en programmering elkaar."

Het doel is dan ook, als ik het goed lees, om vooral te experimenteren met die QR-codes. Wat kun je er allemaal mee? Het lijkt mij een interessante en ook aardig inderdaad om op vele plaatsen eens te kijken wat kan. Vanuit de KB zal, zoals we inmiddels gewend zijn, aan effectmeting worden gedaan. 

Wie mee wil doen, doet er goed aan om op 1 december deel te nemen aan de online vragenronde op 1 december. Op deze pagina, lees je er meer over en kun je je ook aanmelden. 


De poster die bij het bericht zit is die met het boek van Marco van Basten. Dit is dus precies wat Bibliotheek Hengelo ruim tien jaar geleden deed! 

De wet van de remmende voorspong

Wie denkt dat dit ik dit bericht cynisch bedoel, die leest dit verkeerd. Ik vind het een mooie actie en fijn dat op zoveel plekken er straks met creativiteit naar gekeken wordt. Wel vind ik het opvallend dat het tien jaar duurt voor het zover is.  Deze actie lag tien jaar geleden al bijna voor het grijpen. 


Wat is er in die tien jaar gebeurd? Nou, het ebookaanbod is echt flink verbeterd en gecentraliseerd. Mooie stappen vooruit. Maar op andere plekken hebben we stappen achteruit gedaan. De zoekfunctionaliteit die destijds via de Aquabrowser (zie plaatje) beschikbaar was, is nog altijd superieur boven de huidige gemiddelde bibliotheekcatalogus. Je kon zoeken door krantenartikelen, lokale beeldbanken of ingescande AO-boekjes. Uiteindelijk werd landelijk gestopt met de Aquabrowser en was content niet meer op die manier beschikbaar. 

Er voor in de plaats kwamen de - verschillende - interfaces van de leveranciers van bibliotheeksystemen. In het samenvoegen van die systemen zijn bibliotheken ook nog niet heel veel verder.  Daar hebben de Vlamingen ons links en rechts ingehaald. Wie grote stappen wil zetten zal toch een keer iets moeten doen in het verkavelde landschap van catalogi en gebruikersgegevens.

Het is dus een beeld van een stapje achteruit en twee stapjes vooruit. Of andersom als u iets pessimistischer bent. 

Blijven investeren in digitaal én in de combinatie

Het is mooi dat de Koninklijke Bibliotheek de taak heeft om de digitale bibliotheek van Nederland te verzorgen. Maar die bibliotheek moet verbonden zijn met al die lokale bibliotheekvestigingen. Tien jaar geleden werd er actief nagedacht met de lokale en provinciale aquabrowsers, hoe je invloed kon uitoefenen op hoe burgers zoeken. Hoe je lokale fysieke bibliotheekcollecties kon combineren met allerlei digitale content. Dat denken lijkt volledig verschoven naar het landelijke niveau. Krantenartikelen waren toen in één zoekgang samen met bibliotheekboeken én ebooks te vinden. Nu moet je met een lampje zoeken waar die toegang tot de artikelen van Financieel Dagblad te vinden is. In totaal maakte afgelopen maand in heel Nederland bij bibliotheken daar maar 259 mensen gebruik van. Hoeveel waren dat er geweest als die artikelen gewoon in onze catalogus te vinden waren geweest?

En zeg eens eerlijk: wie denkt er in uw organisatie nog na over hoe er in uw catalogus gezocht kan worden, hoe die er uit moet zien of welke content toegevoegd kan worden? Hoeveel mensen weten in uw organisatie precies welke digitale content er is en hoe je die kunt bereiken? En wanneer keek u zelf waar die digitale bronnen eigenlijk te vinden zijn?

Ik zal een klein voorbeeld geven. Als ik in mijn eigen bibliotheek zoek op het theorieexamen vind ik wel de boeken maar niet de online inlog naar het de oefenexamens die landelijk ingekocht worden. En om eerlijk te zijn vind ik het ook niet zo snel op de site. Ik denk dat mijn eigen bibliotheek daar niet uniek in is. De afgelopen maand  werd met bibliotheekabonnementen er ruim 2.900 keer gebruik gemaakt van Theorie.nl. Maar ook hier geldt: dat kan en moet beter.

Voor het onderwijs zou het toch prachtig zijn als krantenartikelen, Literom en de WinklerPrins Junior gewoon in de catalogus zitten? Ooit werd beloofd dat dit in de Nationale BibliotheekCatalogus zou komen. Die belofte is ergens onder het stof terecht gekomen. Maar wat mij betreft mag die er zo weer onder vandaan. Zoeken en vinden zijn  nog steeds een kerncompetenties van de bibliotheek. 

Alleen ga je sneller, samen kom je verder?

Als het gaat over het samenwerken in het netwerk van bibliotheken hoor ik met regelmaat het Afrikaanse spreekwoord 'Alleen ga je sneller, samen kom je verder' voorbij komen. Vaak bedoeld om te benadrukken dat je vooral samen tot grote dingen moet komen. Om eerlijk te zijn voel ik me altijd een beetje ambivalent als dit gezegde gebruikt wordt. 

Als er tussen 'alleen' en 'samen' altijd tien jaar verschil zit (en dan zijn we eigenlijk nog niet een zo heel veel verder) dan is er voor ons toch nog wel wat te leren in de snelheid van 'samen' dingen doen. En er zit er dat 'alleen'gaan ook een kracht die we 'samen' zouden moeten benutten. Verkenners die vooruit gaan maar niet zonder de anderen kwijt te raken. En dat is precies wat volgens mij nu met deze actie gaat gebeuren. 

Ik verheug me vast op welk alternatief er komt van de Kama-Sutra-poster van tien jaar geleden en welke directeur dit keer denkt: 'het is een fantastisch bedacht idee maar ik hoop dat ik er geen ruzie krijg met deze actie'.  En voor het overige: laten we van onze catalogus weer een zoekmachine maken met meer bronnen. We hadden het maar zijn het in de gezamenlijkheid kwijt geraakt. Terug op de agenda ermee!

zondag 16 oktober 2022

Het Masterplan Leesplezier


Als de politiek ons de afgelopen jaren iets heeft geleerd dan is het wel dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken. Het niet of te laat ingrijpen bij grote maatschappelijke problemen lijkt op korte termijn interessant maar keert als een boemerang naar ons terug. De voorbeelden kunt u zelf wel verzinnen als u om u heen kijkt, denk ik.

Laaggeletterdheid is niet alleen een curatief maar vooral een preventief probleem

Eén van die crises, die slechts in de zijlijn telkens voorbij komt, is de leescrisis. Het gaat dan om de slechte leesvaardigheid van kinderen en er wordt op dit moment zelfs een heus masterplan basisvaardigheden voor gemaakt.  Het getal dat daarbij telkens wordt genoemd is dat van het Pisa-rapport. Daaruit blijkt dat 24% van de 15-jarigen zich in het voor portaal van de laaggeletterdheid bevindt. Een kwart dus. En allemaal kinderen die na 2000 geboren zijn. We hebben het dus niet over 19e of vroeg-20e-eeuwse taferelen. Nee, dit is de realiteit van de 21e eeuw. Er komen kinderen van onze scholen die uiteindelijk laaggeletterd blijken en daarmee belangrijke vaardigheden  missen om regie te krijgen over hun eigen leven.

Bij elk onderzoek dat gedaan wordt door stichting Lezen en Schrijven stijgt het aantal laaggeletterden. Ondanks alle inspanningen. Laaggeletterdheid is dan ook niet alleen een curatief probleem van volwassenen maar een preventief probleem bij kinderen. Wie laaggeletterdheid wil oplossen moet beginnen met het leesniveau van kinderen. Als je dat niet doet, blijft het dweilen met de kraan open. Draai de kraan dus dicht!

Dat leesniveau van kinderen kent een directe relatie met leesmotivatie. Kinderen die lezen leuk vinden, lezen meer en scoren daardoor beter. En u raadt het al: de Nederlandse kinderen scoren bijzonder laag in het internationale Pisa-rapport op die leesmotivatie.  

Met beperkte middelen aan de slag...

In 2011 schreef ik over een driepuntenplan voor het onderwijs. De sector moest zich toen nog en masse achter de Bibliotheek op school scharen. Veel bibliotheken hadden eigen programma's met meer of minder resultaat. Dat de sector dat samen oppakte had succes. Het landelijk programma werd beter gemonitord en een landelijk team stimuleerde op vele plaatsen de samenwerking. Die samenwerking met onderwijs werd ook structureler en professioneler. Er werd een concept gebouwd waarmee structureel vooruitgang geboekt kon worden op leesplezier.

In de afgelopen jaren hebben bibliotheken dan ook veel van hun schaarse middelen hiervoor vrij gemaakt. En met succes. De helft van de basisscholen heeft inmiddels een Bibliotheek op school. Met een collectie en met, minstens zo belangrijk, een leesconsulent. En om eerlijk te zijn: dat was best een opgave want er werd tegelijkertijd flink bezuinigd. In 2010 had het bibliotheekwerk nog ruim 5.000 volledige arbeidsplaatsen. In 2021 waren er daar nog 4.400 van over. Tel daarbij dat bibliotheken van die 4.400 arbeidsplaatsen een flink deel hebben weten te verschuiven naar de functies van leesconsulenten en onderwijsspecialisten. Deze omwenteling van dienstverlening is dus dwars door de bankencrisis en later de dencentralisatiecrisis doorgevoerd. 

En werkt de Bibliotheek op school? Het antwoord is ja. Maar het antwoord is ook: ja, maar het kan nog veel beter. Dat leg ik uit. 

Naar een volgende ambitie voor de Bibliotheek op school 

In de afgelopen week las ik over de geschiedenis van het Overijsels bibliotheekwerk in de jaren '50 van de vorige eeuw. In de jaren '50 en '60 groeide het bibliotheekwerk op het platteland onder leiding van de heer Van Uxem. Overal werden vestigingen geopend. Het lijkt een beetje op de snelle groei van de Bibliotheek op school  in onze tijd. De professionele bemensing van die vestigingen was een probleem.

In het boekje dat ik daar over las staat daarover:

'In plaats van de "rijdende bibliotheek" introduceerde Van Uxem "de reizende assistente", die voor de service aan het publiek van plaats naar plaats trok. ... Voorwaar hadden deze reizende assistenten een avontuurlijke boeiende werkkring met ontberingen en nauwe contacten, passende bij het pioniersbestaan.' 

Van Uxem had door dat de vestigingen de ankerpunten waren waar hij verder op kon bouwen maar dat het de mensen waren die het verschil maakten in de dienstverlening. De bibliotheken waren daardoor maar beperkt open want de mogelijkheid om bibliothecarissen in te zetten was altijd te schaars. 

Herkent u de parallel met de Bibliotheek op school? De leesconsulenten die van school naar school trekken overal maar een beperkt aantal uur hebben om hun goede werk te doen. Twee uur hier, vier uur daar en hoera, maar liefst acht uur op plek drie. En ja, je kunt veel in samenwerking met de leraren doen maar ook het onderwijs zelf heeft een capaciteitsprobleem. 

Ergo: we doen ontzettend ons best maar we komen gewoon capaciteit tekort voor een echte grote stap.

Elke basisschool een fulltime leesconsulent en een robuuste, toekomstbestendige en volwaardige schoolbibliotheek

We weten dus dat we een groot probleem hebben in ons land met laaggeletterdheid en leesvaardigheid. En in de crisis van het afgelopen decennium is het bibliotheken gelukt om met de helft van de scholen een start te maken met een beter leesprogramma. Programma's waar een school een tientje per leerling op tafel legt en de bibliotheek er per leerling er nog een paar tientjes bij legt. Groot geld? Nee. Op de grote onderwijsbegroting blijven dit kruimels. 

Volgend jaar komt het volgende Pisa-rapport uit. Hebben we in de afgelopen drie jaar een stap vooruit gezet op leesvaardigheid? Nee. Door corona is zelfs de verwachting dat de achterstanden verder zijn opgelopen. 

Wie dit ziet, kan niet anders dan pleiten voor een veel forsere aanpak tussen bibliotheken en scholen. Het gaat niet om een paar procent erbij. Het gaat om veel grotere stappen. Verdubbeling, verdrie- en verviervoudiging van de capaciteit die we beschikbaar hebben. In mei van dit jaar stuurde onderwijsminster Wiersma zijn brief over Basisvaardigheden naar de de Kamer. Toen pleitte ik er al voor om in 2026 op alle scholen een Bibliotheek op school  te hebben. Leesconsulent met collecties. Maar ik realiseer me dat dat eigenlijk nog te weinig is. Het moet nog forser willen we niet alleen het probleem dempen maar echt terugdringen.

Ik zou een fulltime leesconsulent op elke basisschool geen overbodige luxe vinden. Een leesconsulent overigens met een didactische bevoegdheid die ook betaald wordt op het niveau van de leerkracht basisonderwijs. En vergroot die schoolbibliotheken flink en maak daar een leeslandschappen van waar elke dag geïnvesteerd wordt in leesplezier. De leesconsulent die elke dag in dat leeslandschap kan werken aan leesmotivatie. Denk groot en maak meters!

Zoals nu in het regeerakkoord gepraat wordt over een volwaardige bibliotheek in elke gemeente, zou ik alvast willen pleiten voor een volwaardige schoolbibliotheek op elke school. 

Masterplan basisvaardigheden en NPO-gelden: Naar een volwaardig leeslandschap!

Hoewel bibliotheken voor het eerst sinds lange tijd zich mogen verheugen op wat extra geld, is dat voor het onderwijs nog steeds een druppel op de gloeiende plaat. De € 60 miljoen die bibliotheken de komende jaren extra gaan krijgen in het regeerakkoord staan in schril contrast met de € 8,5 miljard eenmalig voor het Nationaal Programma Onderwijs om corona-achterstanden in te halen en komt er € 1 miljard structureel voor het Masterplan Basisvaardigheden om taal rekenen en digitaal burgerschap vorm te geven. 

Van mij mag de ambitie dus flink omhoog. Want we hebben het al jaren over een leesoffensief maar ik durf het met die luttele miljoenen die er tot nu in gestoken werden geen leesoffensief te noemen. Een offensief vraagt veel meer inzet. Een aanzet voor de middelen is er. Durft de bibliotheeksector het aan om zichzelf in vijf tot tien jaar tijd zichzelf te verdubbelen in omvang? In vijf tot tien jaar een paar duizend leesconsulenten aanstellen, opleiden en inzetten?  

Parlementaire enquêtecommissie Leesvaardigheid

We kennen het probleem al jaren, we weten ook al lang wat we er aan moeten doen en de uitvoerders zouden niets liever willen dan het uitvoeren. Maar in de politiek werden te laat te kleine besluiten genomen. Zie hier de samenvatting van een rapport van een gemiddelde parlementaire enquêtecommissie.  Zover gaat het hier toch niet komen, beste politiek?

En beste bibliotheken, kom met de scholen tot grotere plannen. In uw plaats, in uw provincie maar ook voor heel het land. De landelijke uitstraling van de Bibliotheek op school  heeft onze sector als geheel geholpen. En dat met de zeer beperkte middelen die we hadden terwijl we tegelijkertijd bezuinigden. Kom met een Masterplan, parallel aan dat van Wiersma: het Masterplan Leesplezier. En ga zoals Van Uxem in Overijssel bouwde aan zijn bibliotheken, bouwen aan een groot netwerk van schoolbibliotheken met lesprogramma's en fulltime leesconsulenten. Leg de middelen bij elkaar die er zijn: reguliere onderwijsgelden, NPO-gelden, Masterplangelden, bibliotheekgelden, WEB-gelden, gelden rondom gezinsaanpak etc. 

Maak lokale, provinciale en landelijke coalities. Het kostte tien jaar om de helft van de basisscholen aan te voorzien van een Bibliotheek op school. Laten we in de komende tien jaar doorbouwen en zorgen dat we op elke school zitten maar dat onze inzet echt veel groter zal zijn. Ik ben ervan overtuigd dat het kan. Van Uxem liet het zien in de jaren '50 in Overijssel en wij zelf lieten het de afgelopen tien jaar zien met de Bibliotheek op school.

Denk vooral niet te klein, daar is het probleem te groot voor. Hier zijn geen zachte heelmeesters nodig maar ambitieuze en enthousiaste vakmensen.

zondag 9 oktober 2022

Een gemiste afslag van het leven, een reünie en een middernachtsbibliotheek


Het was in een discotheek. Ik was een jaar zestien of zeventien. Ik praatte met een meisje dat hoorde bij een andere vriendengroep maar onze groepen hadden zich wat in elkaar gevlochten die avond. Het was een leuk en vrolijk gesprek.  Ze vroeg of ik niet even met haar mee wilde om wat te drinken te halen. Ik bedankte vriendelijk. Waarom? Geen idee meer van. Pas toen ik weer thuis was, had ik door, dat deze vriendin hele andere bedoelingen had gehad. Via het drankje had het moeten leiden tot wat in onze streken 'brommers kieken' heet. En toen ik dat, toen ik al thuis was, door had, kon ik me wel voor het hoofd slaan. Het was een leuke meid en het leven had daar een hele andere afslag kunnen nemen. Maar ik had de afslag niet gezien.

Spijt? Nee, dat niet maar wel het besef dat je leven heel anders had kunnen lopen. Soms zijn die keuzes heftig en zie je de consequenties, soms zijn die keuzes heel impliciet en intuïtief en zie je pas achteraf dat je een belangrijke afslag in je leven hebt genomen. Of hebt gemist. Over die kruispunten van het leven gaat het volgende boek. En ik ga die als een ouderwetse bibliothecaris bij u onder de aandacht brengen.

De middernachtbibliotheek 

Meerdere mensen hadden al gezegd dat ik het moest lezen. En een onverwacht iemand gaf me het cadeau. Hoeveel signalen heb je nodig om te weten dat dit dus blijkbaar een boek voor jou is? Het ging over het boek 'Middernachtbibliotheek' van Matt Haig. Dat boek gaat precies over wat ik hierboven beschrijf: hoe had mijn leven eruit gezien als ik een andere afslag had genomen op dit kruispunt van het leven? Had ik inderdaad alles kunnen worden wat ik wilde?  

Matt Haig werd in 2015 bekend met zijn boek 'Redenen om te blijven leven' waarin hij schrijft over de helletocht van zijn eigen depressie. Dat boek leerde hem dat je op het dieptepunt van je leven, niet kunt weten welke mooie momenten er nog voor je liggen. Maar het leerde hem ook hoe ingewikkeld het is om boven je leven te staan en het te overzien. Dat element heeft hij in feite in dit boek uitgewerkt.

De cruciale rol in het boek wordt gespeeld door een bibliotheek en een bibliothecaresse: de middernachtbibliotheek waar mevrouw Elm de baas van is. De middernachtbibliotheek is een plaats tussen leven en dood waar je nog opnieuw richting kunt geven aan je leven. De middernachtbibliotheek bevat evenveel boeken als levens die je geleefd had kunnen hebben. Dat is dus een ontelbare hoeveelheid boeken, evenzoveel als je keuzes had kunnen maken. De hoofdpersoon, Nora Seed, mag zelf kiezen welk leven ze wil leiden. En dat leidt natuurlijk tot vragen als, waar heb je spijt van gehad en wat had je eigenlijk willen doen? 

Schrijfster Susan Smit zegt over dit boek dat het eigenlijk een zelfhulpboek is in romanvorm. Die opmerking kan ik wel volgen. Het is een boek dat je probeert te helpen je te gidsen door je eigen leven en de grote vragen die daar bij horen. Het lijkt wel iets op 'De alchemist' van Paolo Coelho

Het boek leest als een filmscript, kent korte hoofdstukken en is opmerkelijk eenvoudig geschreven.  Sommige recensenten vallen daarover. Ik had daar minder moeite mee. Ik had namelijk net het boek 'Het lied van de ooievaar en de dromedaris' uit,  een compexe roman in Brönte-stijl van ruim 700 pagina's. Ook mooi, maar het boek van Matt Haig las daarna wel als een speer. Ik denk dat dit boek het ook goed doet als Young Adult-boek, maar ik ben geen specialist in die materie.

En nu we toch wat filosofisch bezig zijn, blijf ik daar maar even bij. Wat Haig laat zien is dat de samenleving zelf één grote bibliotheek van levens is. Sommige boeken zijn al helemaal klaar en opgeborgen maar onze eigen levens kennen nog steeds lege bladzijden. Bladzijden die we nog zelf in kunnen vullen. Boeken die we nog met elkaar kunnen schrijven. 

Reünie

Zelf had ik een paar weken geleden een reünie van de klas van mijn basisschool. De foto van die klas ziet u hierboven. Probeer me maar te vinden. Een club mensen die ik al heel lang niet meer had gezien. Een collectie mensen die een tijdje naast elkaar op de plank had gestaan in de bibliotheek van levens die de basisschool heet. Daarna ging ieder zijn eigen pad en schreef zijn eigen boek.  In hoog tempo trekken op zo'n avond de verhalen aan je voorbij. De een had geluk, de ander pech. Zoveel afslagen en kruispunten in evenzovele levens. 

Maar ondanks al die jaren die waren afgelegd en hoe levens veranderd waren, viel me ook op hoe mijn eigen oude klas, na bijna veertig jaar, zich weer ordende in patronen van evenzoveel jaar geleden. Ongeschreven regels en verhoudingen die toen golden, lagen nog als fundament onder de reünie. De klas plooide zich bijna precies zo als we hem zo lang geleden achter ons hadden gelaten. Het verhaal dat we samen die avond vertelde ging verder waar het veertig jaar geleden eindigde.

Een bibliotheek vol levens

Die reünie en dat boek van Matt Haig vielen dus opmerkelijk samen. Als je dit artikeltje hebt gelezen, weet je wel of dit boek iets voor je is. En anders is de boodschap toch vooral om zelf de bladzijden van je eigen boek te blijven schrijven. Je eigen keuzes doen ertoe terwijl spijt over het verleden vaak groter wordt gemaakt dan het is.  

Blijft nog over: dat meisje waar ik niet wat mee ging drinken. Volgens mij heette ze Nicole. En welk toeval zou ze het zijn dat ze dit leest. Nemen we alsnog die afslag en doen we dat drankje. Ik garandeer overigens niet dat het 'brommers kieken' wordt.

zondag 2 oktober 2022

De Bijbel van Piet

In de afgelopen tien jaar is tegen mij een paar keer gezegd dat mijn cijferlijstjes over bibliotheken wel wat leken op 'de Bijbel van Piet'. Het waren steevast bibliothecarissen met een lange staat van dienst in het Gelders bibliotheekwerk die dat zeiden. In een ver verleden was er een Piet die lijstjes bijhield. De lijstjes kregen een bijna goddelijke status waardoor het eerbiedig de 'Bijbel van Piet' werd genoemd. 

Ton Mengerink, de inmiddels oud-directeur van de Bibliotheek Oost-Achterhoek en voormalig rayondirecteur in Gelderland, ruimde zijn archief op en bood me een stapel rapporten aan. Beginnend in 1985 en eindigend in 2002.  'Zo', zei hij 'dit zijn de bijbels van Piet. Die mag je meenemen'. Ton wist dat hij me er een plezier mee deed. De lijstjes waar menigeen het over had gehad maar die niemand meer had, hield ik nu zo maar in mijn handen. 'Als je meer wilt weten, moet je Henk ten Zijthoff even vragen, die weet vast meer'. Zo geschiedde. Ik neem u mee in het bijzondere verhaal over de Bijbel van Piet. 

Hoe werkte de Bijbel van Piet?
De Bijbel van Piet is ontstaan in 1985 bij de rayonchefs van de Provinciale Bibliotheek Centrale (PBC) Gelderland. Het was de tijd van de eerste bibliotheekautomatisering en ook van de automatisering van de financiële administratie. Daarmee werd het mogelijk om de prestaties op bibliotheekvlak te gaan vergelijken met de financiële cijfers. Tegelijkertijd was het de tijd van bezuinigingen - een terugkerend refrein in bibliotheekwerk - en was er daardoor behoefte aan onderlinge vergelijking. 

De rayonchefs hadden echter niet zo'n hoge pet op van de financiële afdeling, het was niet de meest flexibele afdeling en niet echt in voor vernieuwing. Piet van Lier, toen hoofd van de boekhouding bij de PBC Gelderland, was volgens de rayonchefs nog de meest flexibele en dus gingen ze met hem om tafel. Ze organiseerden een werksessie met een externe deskundige. Dat zou wel eens Paul Zijlstra kunnen zijn geweest die niet veel later de klassieker 'Management in dienstverlenende organisaties' schreef met daarin veel aandacht voor zogeheten kengetallen voor het bibliotheekwerk. Een week na die werksessie schoof Piet een stapeltje papier op de bureaus van de rayonchefs met de woorden: 'Ik denk dat dit is wat jullie bedoelen'. De Bijbel van Piet was geboren. 

Dat eerste lijstje zag er zo uit en omvatte zo'n 10 pagina's en beschreef alle bibliotheekvestigingen van de  PBC Gelderland.


In 1985 kende het overzicht 47 cijfers en kengetallen in 2002 was dit aantal gegroeid tot 58. In de tussentijd kwamen er bijvoorbeeld cijfers bij over de zaterdagopenstelling, de uitleningen van nieuwe media zoals CD-ROM en Video. Maar in de basis veranderde er in die zeventien jaar niets.  In 2001 zag de lijst er dan ook als volgt uit.


De cijfers waren bijzonder populair. Je kon namelijk met deze cijfers een prima argumentatie opbouwen voor extra financiering voor gemeenten of voorkomen dat er bezuinigd werd. Explosieve gegevens dus. In de laatste jaren werden de cijfers dan ook gedrukt op rood papier. Zo waren ze namelijk niet te kopiëren en er was een strikte opdracht dat de Bijbel van Piet niet in zijn geheel aan ambtenaren mocht worden gegeven. 

De opbouw van de Bijbel van Piet was op grootte van de plaats. Alle plaatsen met ongeveer dezelfde omvang stonden bij elkaar. Zo kun je dus vrij makkelijk onderling vergelijken. Bovenaan zie je een letter staan. Dit is de letter van de rayondirecteur (M= Mieke, T=Ton, D=Dick, etc). 

Het is aardig om zo nog eens door de oude cijfers te bladeren. Opvallend is bijvoorbeeld het hoge percentage van de bevolking dat lid is. In 2001 in Beuningen 45,5%, in Lichtenvoorde 45,4%, in Zaltbommel 40,8% van de bevolking. In het hele gebied van de PBC Gelderland was het maar liefst 35,3%. Het huidige landelijke gemiddelde ligt op 19%.

Interessant is dat men ook bijhield hoeveel boete er per uitlening werd betaald. Dat berekende je door alle boetegelden te delen door het aantal uitleningen. Gemiddeld was dat in 2001 fl. 0,15 per uitlening. Maar ook hier forse verschillen. Zo was het fl. 0,20 in Zutphen en zelfs fl. 0,30 in 't Harde terwijl het maar fl. 0,07 per uitlening was in Doorwerth en fl. 0,09 in Pannerden.  Of men in Zutphen en 't Harde nu zo stout was met inleveren of dat de tarieven gewoon hoger waren vertelt het staatje niet. Maar ik blijf het vermakelijk vinden. 

Verder zijn het natuurlijk vooral echte 'bibliotheekcijfers'. Zelfs bezoekers komen nog niet voor in de meest recente overzichten. De reeks eindigt in 2002. Dan begint in Gelderland de vorming van de basisbibliotheken en eindigt het imperium van bibliotheken van de PBC Gelderland die toen al Biblioservice Gelderland heette. 

En wie was Piet?

Henk ten Zijthoff, ook oud-rayondirecteur,  wist me nog wat meer te vertellen over Piet van Lier. Piet werd geboren in 1937 in Nijmegen en maakte als jongetje het bombardement op Nijmegen mee in februari 1944. Als kind wordt hij daarna geëvacueerd naar een klooster in Keyenborg. Hij is daar zonder zijn ouders en in het voorjaar maakt hij mee dat ook de Achterhoek bevrijd wordt. Vlak voor de bevrijding maakt hij mee dat een Duitser zichzelf opblaast in een munitiedepot met een flink aantal doden tot gevolg. De Canadezen vinden hem als jongetje bibberend onder zijn deken. Hij huilt samen met hen om de bevrijding. Alles bij elkaar is dat een tekenende ervaring voor zijn leven geweest.

Voordat Piet bij de PBC Gelderland komt te werken, is hij boekhouder bij een bouwbedrijf. Hij neemt daar ontslag omdat er naar zijn mening teveel geknoeid werd in de boekhouding. Daar kon hij zich niet mee verenigen. De eerlijke Piet kwam zo in het bibliotheekwerk terecht. 

Bij de PBC maakt hij mee hoe er steeds meer geautomatiseerd wordt. Hieronder zien we hem in de reusachtige computerruimtes met terminals en de grote matrixprinter waar wellicht de bijbels van het eerste uur op zijn geprint.  


Piet werkte nog vele jaren voor de PBC en later Biblioservice. Het was een zeer gewaardeerde collega als ik de verhalen hoor, hoewel zijn leven niet bepaald over rozen ging. Piet overleed in 2018 in Nijmegen, hij was toen 81 jaar oud.

'In den beginne was het woord', staat in die andere Bijbel. De Bijbel van Piet zou moeten beginnen met 'In den beginne was het getal'. Een kengetal wel te verstaan.  Piet schiep een nieuwe wereld en werkelijkheid met zijn lijstjes.

Dit verhaal werd mogelijk door de hulp van Henk ten Zijthoff en Ton Mengerink.