donderdag 31 oktober 2019

Rolf Schrama: 'Tegenslagen waren juist Pokon voor mij'

Rolf Schrama is para-olympisch zeiler. Deze foto stond in NRC Handelblad. Met de tekst: 'zijn ego was te groot voor mijn lichaam. Hij neemt ons mee naar 43 jaar gelden. Hij werd geboren in De Rijp. Een klein dorpje boven Amsterdam. Hij was de derde in rij. Boven hem zat broer Rolf. Hij overleed na een paar dagen. De medische stand gaf aan data het overlijden domme pech was.

Na twee jaar werd Rolf 2 geboren. De Rolf die we nu kennen. Ook hij moest vlak na geboorte naar het ziekenhuis. Er was van alles mis met hem. Nadat hij uit het ziekenhuis kwam, gaf de medische stand aan: 'heb geen verwachtingen met hem'. Hij zou nooit kunnen lopen, hij zou nooit worden als een gewone jongen.



Zijn moeder zette hem na verloop van tijd maar gewoon in het raam. Dan kon hij een beetje naar buiten kijken. Hij kon weinig. Maar zijn moeder daagde hem uit. Ze raapte het speelgoed niet op maar liet het liggen. En Rolf kroop centimeter voor centimeter naar het speelgoed. Telkens legde ze het speelgoed verder weg. En Rolf werd sterker.

Totdat hij zowaar kon staan en lopen. De artsen hadden het blijkbaar niet bij het goede eind. Zijn ouders begonnen een eigen koers te varen.  Eerst ging hij naar het speciaal onderwijs  maar daar was hij doodongelukkig. Hij mocht naar een gewone school.

Op zijn eerste dag kreeg hij een stomp van iemand: 'jij bent een lilliputter'. Zijn moeder zei aan het eind van die dag: 'morgen schop je die jongen zo hard je kan'. Dat deed hij. En  hij won het respect van de grootste jongen van de school. Dat was een goede tijd. Het leven lachte hem toe.  Ik voelde me eigenlijke een gewone jongen.

Tot de dag dat zijn zus prachtige sportschoenen kreeg. En hij realiseerde zich dat hij die nooit zou kunnen dragen. Het werd een obsessie voor hem, hij aaide die schoenen. Toen zijn moeder dat ontdekte, kocht ze die schoenen. Niet om te dragen maar voor zijn zelfvertrouwen.

Als groter jongetje wilde hij op een racefiets. Dat was natuurlijk wel lastig. Tientallen keren is hij van het fietsje gevallen. Maar toen lukte het. Hij fietste het dorp uit! Net zolang tot het donker wordt. Hij eindigde tegen de voorkant van de auto van de buurman.

Zijn eerste levenslessen waren dat hij moest genieten van de kleine dingen, dat hij kracht moest vinden in kleine stapjes, je moet in jezelf geloven en je moet veel werk verzetten voor weinig resultaat.

In de puberteit moest hij bepalen wat hij wilde. Hij wilde sleutelen. Sleutelen aan auto's. Maar dat is verrekte lastig als je je vingers niet kunt buigen. Maar anderen zeiden wel eens achter mijn rug: 'dat is toch zielig voor hem'.

En nu switch ik toch maar even naar hoe hij zijn verhaal vertelt, dus naar de ik-vorm:  Het was een moment dat ik langzaam begon te merken dat ik anders was. Als ik niet kon sleutelen aan een Porsche moest ik  maar een Porsche gaan kopen. Van de mavo naar de havo, van de havo naar de heao.

Tegenslagen waren juist Pokon voor mij. Maar ik werd ook cynisch. Ik ging anderen omlaag halen. Van heao ging ik naar de universiteit en haalde ik mijn bul economie.

Mijn ouders waren blij maar voor mij was er nog geen spoortje van geluk. Ik ging werken bij een financieel bedrijf en werkte 60 uur per week. Ik zat op een rijdende naar succes. Dacht ik.

En op een zondagmiddag op een boot zei een vriendin: 'hoe kan het dat je zo hard bent geworden'. En toen vielen de oogkleppen af. En ik heb gehuild. Elke dag was ik bezig om het beter te maken. Dat leek weg. En toen zag ik mezelf als een kleine man. Al die jaren had ik me groot gemaakt. En plotseling kromp ik voor mezelf.

Er was nog een verandering nodig. Hij ging naar een conventie van 'kleine mensen' in Amerika. Daar zag hij 3.000 van die kleine mensen bij elkaar. En ik dacht: 'zouden die wel gelukkig zijn?' Ik had dus dezelfde vooroordelen als alle grote mensen.

Toen zag ik bij thuiskomt dit filmpje:



Ik dacht: 'ik moet gaan sporten!' Alleen zo blijf ik goed. Hij ging zeilen en had een doel om naar de paralympics te gaan. Een jaar later mocht ik voor het eerst op open zee. Tegen golven van vier meter hoog. En ik knokken. Tegen die golven. De coach zei: je moet niet vechten tegen die golven, je moet er gebruik van maken. Ik leerde de wind voelen en snel mijn koers wijzigen.

Stap voor stap werd hij beter. En langzaam kwam hij in de top-10 terecht. Hij kwam tussen de mensen met de meest vreemde handicaps. In een tweemansboot werden we Europees kampioen. Ik werd een echte zeiler!

En toen kwam de dag dat bekend werd gemaakt wie mee mocht naar de Olympische Spelen in Rio. En jawel, we gingen! We werden 7e. Dat was een teleurstelling. We stonden vierde op de wereldranglijst. En het lukte niet. Een half jaar lang heb ik toen 's nachts waker gelegen. Wat had ik fout gedaan?

Maar na een half jaar werd me helder welke weg ik had afgelegd. Zoveel moeite en zweet, zoveel tegenslag. En dat was eigenlijk wel fantastisch. En nu, nu adviseer ik bedrijven rond diversiteit. En adviseer is over de talenten van mensen. Want die kunnen meer dan je denkt.

Het getoonde Tedx Hilversumfilmpje laat grotendeels dit verhaal ook zien.




Geen opmerkingen: