maandag 13 november 2017

De Grote DigiTaalStrijd : een community-aanpak voor bewustzijn rond basisvaardigheden


Het kwam er even niet van maar ik wist dat er nog een keer over moest schrijven: de Grote DigiTaalStrijd. Een bijzonder evenement van de immer creatieve bibliotheek in Rivierenland om aandacht te vragen voor de strijd tegen laaggeletterdheid en digibetisme.  Misschien idee dat navolging kan vinden bij andere bibliotheken.

Wat is het?
Rivierenland werkt voor vele gemeenten. Op zeven plekken in hun werkgebied organiseerde men voorrondes voor een dictee en een quiz over laaggeletterdheid en digitale vaardigheden. De teams bestonden uit bedrijven en instellingen die voor een mooi sponsorbedrag mochten meedoen. Het organiseren van contacten met deze bedrijven ging via de serviceclub Betuwe in Zaken. Kijk, dat zijn handige partnerschappen.

De ingelegde sponsorbedragen komen ten goede aan de inzet tegen laaggeletterdheid. Van de vele tientallen teams die zo meededen konden er op 26 oktober 10 meedoen aan de finale. Eén team uit elke gemeente uit het werkgebied van de bibliotheek.

De finale vond plaats op 26 oktober. Dit was de dag dat het Cultuurcentrum Zinder waar de bibliotheek van Tiel in gehuisvest is, werd geopend door prinses Beatrix.  Een prachtig gebouw overigens zoals u ziet.



Rijnbrink girls
Ook met onze eigen instelling Rijnbrink deden we mee en een aantal collega's van mij wierp zich - getooid in de huiskleuren - vol in de strijd. De strijd bestond uit een aantal quizrondes met vragen en een groot dictee van de hand van Ronald Giphart.


Die quiz zat trouwens bijzonder goed in elkaar. Elk team kreeg een iPad waar de antwoorden op moesten worden ingevuld waarna de jury gelijk zag wat de actuele puntenstand was. Die techniek was verzorgd Kevin van Blokland van Bloklab. Hij werd ondersteund door studenten van ROC-studenten van het praktijklab.

De avond werd  gewonnen door het team 'ik spreek überhaupt maar één woord Duits'. Rijnbrink eindigde - met vele andere - op de vierde plaats.

Community aanpak met bedrijven
Wat mij opviel op de avond van de finale was hoe men er in geslaagd was om bedrijven te interesseren om zich laagdrempelig en eenmalig te verbinden aan een goed doel. Met overigens een leuke opbrengst van een kleine € 8.000,-.

Door de opzet met de voorrondes zal er in vele bedrijven een keer over gesproken zijn en zal men het op verschillende plekken verder hebben verteld. Een mooi begin van een traditie denk ik. Dit jaar was het nog niet altijd even eenvoudig om overal teams vandaan te halen maar dat een kwestie van traditie opbouwen.

Door de deelname ontstaan ingangen bij bedrijven waar eerst nog geen contact mee was en men maakt op een leuke manier kennis met de bibliotheek. Ik denk echt dat deze aanpak voor andere bibliotheken interessant kan zijn.

Mooie website




Voor de Grote DigiTaalStrijd is een mooie website gemaakt waar veel informatie te vinden is. Opvallend is dat men veel videomateriaal beschikbaar is dat zich weer makkelijk verder laat verspreiden. Daar is bijvoorbeeld ook het filmpje van Ronald Giphart met het eerste dictee nog een keer te zien. Schrijft u maar even mee.

Alles bij elkaar zit dit bijzonder knap in elkaar. Alle complimenten voor de bibliotheek Rivierenland en Betuwe in Zaken. In het bijzonder Lisanne van Iterson die dit als projectleider vanuit de bibliotheek neerzette en die ongetwijfeld bereid is om geïnteresseerde bibliotheken verder te woord te staan. Ik denk dat de opzet zich daar zeer voor leent.

donderdag 2 november 2017

Wouter: ik kom in niet meer in de bibliotheek door die € 1,50 boete....


Wouter legt in zijn vlog in  vier minuten uit dat hij niet meer een boek gaat lezen uit de bibliotheek. Zijn boete was slechts € 0,90 en liep door niet betalen op naar € 1,50. Het gaat om niks geeft hij zelf nog toe en hij had het gewoon in moeten leveren....Maar Wouter is er wel klaar mee: ik ga er nooit meer een boek lenen want ik heb er slechte ervaringen mee.... Nee, fijn, weer een jongen die niet meer leest.....

maandag 16 oktober 2017

Breng dat boek terug of sterf!


'Breng dat boek terug of sterf!'. Is dat niet wat te heftig? Zijn kwartjes en dubbeltjes boete niet voldoende? En kan het niet helemaal zonder die boetes? Dat boetes diep in het DNA van de bibliotheek zitten bewijst bovenstaande plaat.

De plaat komt uit de laatste bladzijde van 'Der naturen bloeme' dat in bezit is van de British Library. Met de hand is op de laatste bladzijde er later in  middelnederlands bij gezet dat degene die dit boek leende zwoer  bij het kruis dat ze dit boek zou terugbrengen en dat men anders haar leven mocht nemen.

Als ik het goed lees staat er zoiets als:

Bij het kruis dat hier staat
Doe ik een dure eed
....
Dat ik dit boek zal weder geve
Of het gebied mijn leven

Dat het een dame was die het boek leende is  te halen uit de onderstaande afzender die eindigt met 'heifmoeder'.

Een bijzondere uitlening dus. Ik stel me zo voor dat ik aan een gemiddelde bibliotheekbezoeker dit ook eens ga vragen: 'Prima dat u dit leent, maar als u het niet terug brengt, kost het uw leven. Akkoord?' Nou, de kinderboekenweek met het thema 'gruwelijk eng' zit er net op. Maar dit had er prima in gepast.

Het boek dat geleend werd is overigens rond 1270 geschreven door Jacob van Maerlant en is een planten- en dierenencyclopedie. De uitlening zou van de viertiende of vijftiende eeuw zijn.  Meer informatie over het boek en de bijzondere uitlening vind je op het blog van de Britisch Library.

vrijdag 13 oktober 2017

Drenthe is klaar met bibliotheekwerk maar er is nog zoveel te doen


Door mijn vriendin werd ik gewezen op dit filmpje over Drentse bibliotheken in 1979. Een aflevering van 'Gewest tot gewest'. In het filmpje wordt verhaald hoe in de periode tussen 1965 en  1979 steeg van 4 - ja, u leest het goed - naar 35. In de jaren '60 waren er dus maar vier openbare bibliotheken in Drenthe.

In 1975 werd de bibliotheekwet ingevoerd en groeide het aantal vestigingen als kool. Uit die periode  komen ook de verhalen dat studenten van de bibliotheekopleiding direct hoofd van de bibliotheek werden. Een schaarste aan personeel.

Dat netwerk van bibliotheken dat we tegenwoordig dus zo normaal vinden, is dus eigenlijk pas echt in de jaren '70 echt opgekomen. Dat is dus nog helemaal niet zo heel lang.

Het is interessant om de heer de Kruif  - de oud-directeur van de PBC Drenthe - te horen over het bibliotheekwerk. Hoewel het meubilair compleet veranderd is en internet zijn intrede heeft gedaan, zijn veel thema's nog steeds actueel. Bijvoorbeeld als je hem hoort over hoe bibliotheken informatie verstrekken over maatschappelijke thema's. Hem wordt ook gevraagd of het nu wel klaar is met die bibliotheken: '35 dat zal toch wel genoeg zijn'. En hij antwoordt dan dat dat qua aantal misschien wel zo is dat maar wie kijkt naar de ontwikkelingen in de samenleving allemaal onderwerpen ziet waar de bibliotheek iets mee moet. Hij heeft het - zij het met andere woorden - over een Leven Lang Leren.

Nou, een mooie een stukkie om vandaag maar eens met een grijns te bekijken. 

zondag 8 oktober 2017

Wie wint? Journalisten versus terroristen, woorden tegen daden


Het zijn beelden uit mijn vroegste jeugd. Die trein die daar stond. Eenzaam geel in het groene landschap. Daar werden mensen in vast gehouden. Meer dan dat heb ik als klein jongetje niet onthouden.

Liever praten dan knokken
Op dit moment vindt een parlementaire hoorzitting plaats over de treinkaping bij De Punt met als vraag of er buitenproportioneel geweld is gebruikt. Het kenmerkt ons land: wij zijn niet (meer) gewend om geweld te gebruiken.

Wij leven in Nederland in een land waarin we problemen oplossen door erover te praten. Liever praten dan knokken. Maar hoe wapen je je in zo'n land tegen terreur? Tegen partijen die bereid zijn om de grens over te steken om anderen fysiek geweld aan te doen of zelfs te doden? Het is een vraag die me op veel vlakken bezig houdt. Hoe wapen je je tegen mensen die bereid zijn andere grenzen over te steken dan jij zelf. Wat als doden en moorden voor jou geen optie is? Of zelfs dichterbij: wat als demagogie of populisme voor jou geen optie is en voor andere partijen wel? Leg je het dan niet altijd af tegen dit soort partijen?

Een woord een woord
Frank Westerman schreef het boek 'Een woord een woord' dat ik in de afgelopen weken ademloos uit las. Westerman woonde in zijn jeugd op 'schootsafstand' van één van de twee door Molukkers gekaapte treinen. Hij vertelt het verhaal van deze kapingen door interviews en bronnenonderzoek vanuit twee perspectieven: die van de onderhandelaars namens de regering en die van Molukse gemeenschap. Dat levert mooie historische journalistiek op waarbij beide werelden voelbaar en inleefbaar worden.

Molukse geschiedenis
Eén van de kapers was namelijk de leraar handenarbeid van Frank Westerman. De Molukse geschiedenis was voor mij trouwens een onderbelichte. En voor veel Nederlanders denk ik. Hoe de Molukkers klem kwamen te zitten tussen  drama van de politionele acties in Nederlands Indië en de zelfstandigheid van Indonesië. En zo belandden de Molukkers in Nederland en worden 'tijdelijk' opgeborgen in de toch leegstaande kampen Westerbork en Vught. Afgedankt door het Nederlandse leger. De rancune die je ziet ontstaan bij deze gemeenschap maakt dat je snapt dat ze - soms wat ondoordachte - gijzelingsacties inzetten. Het was overigens de tijd dat de RAF in Duitsland huis hield en de ETA in Spanje. Wekelijks werden er vliegtuigen gekaapt en bommen tot ontploffing gebracht.

Wereld van de onderhandelaars
De Nederlandse regering zet bij de gijzelingen in op onderhandelingen. Professionele psychiaters die met de gijzelnemers in gesprek gaan. Westerman gaat aan de hand van één van de twee de onderhandelaars uit die tijd - Henk Havinga - op zoek naar hoe je terroristen met woorden toch tot andere daden probeert te brengen. Daar blijkt een hele wetenschappelijke wereld achter schuil te gaan die zich in de afgelopen decennia razendsnel ontwikkeld heeft. Nederland was zelfs lange tijd koploper in deze aanpak: 'The dutch approach' betekent net zo lang praten met je vijanden totdat ze murw zijn.

Als intermezzo's in het boek maakt hij dan ook uitstapjes naar commando-oefening met gijzelpogingen bij de KLM en volgt hij een training voor professionals die met gijzelaars te maken hebben. Het levert een boeiende inkijk op in het spanningsveld tussen inzet van woorden of om als politie toch ook geweld te gebruiken. Ook zijn journalistiek ervaring in de Tjetseense oorlog en gijzelingen in schouwburgen en op scholen  laat hij de revue passeren.



140 tekens
'Kun je met woorden altijd geweld voorkomen?', lijkt de impliciete vraag achter het boek te zijn? Westerman geeft niet direct antwoord. Maar de ander kennen, zijn achtergrond weten en begrijpen blijken wel hele belangrijke zaken. Niet zozeer spreken als wel luisteren blijkt misschien wel het meest sterke wapen. Tenminste als de overzijde ook bereid is te luisteren. Achter al dat luisteren blijft het adagium zweven: Wie vrede wil, bereidt zich voor op oorlog. Optimistisch maar niet naïef, zoiets.

Maar aan dat luisteren valt in deze wereld nog wel wat te verbeteren zolang de dialoog slechts met 140 karakters wordt gevoerd. Sommige mensen bereiden zich iets te graag voor op oorlog.

Een prachtig boek met mooie menselijke verhalen die puzzelstukjes vormen in het grote schaakbord van belangen.

Dit boek bestellen bij je eigen bibliotheek? Klik dan hier.

maandag 2 oktober 2017

Zelfspot: Stakende bibliothecarissen


Geen betere spot dan zelfspot. Vrijdagavond werd ik geattendeerd op dit filmpje van de redactie.be. Het gaat over stakingen in België. De redactie onderzocht de stakingen in Vlaanderen. Het zijn niet alleen de cipiers of de verkeersluchtleiders die het land kunnen plat leggen..... Hoe dat afloopt, bekijk dat zelf. Briljante humor.

Helaas is het filmpje niet te embedden. Even op de link klikken dus.

donderdag 28 september 2017

Liveblog Expeditie Bibliotheekplaza 2017 #biebplaza


6.15 uur
Al vele jaren verzorg ik tijdens BibliotheekPlaza van Probiblio het liveblog. Een prachtige bijeenkomst met de blik naar buiten: wat zien we om ons heen gebeuren wat belangrijk is voor het bibliotheekwerk? Ik noem het altijd: het meest okselfrisse bibliotheekevenement van het jaar.
Dit jaar is de opzet anders dan anders. Het thema is 'Expeditie Bibliotheekplaza' Het programma kent geen lange rij sprekers. Deelnemers is verzocht makkelijk zittende kleding aan te trekken. En voor uw live-blogger betekent dat, dat ik ook nog niet weet wie of wat ik tegen kom. Ik zal dit live-blog deze dag een aantal aanvullen met 'mijn' expeditieverslag. Een Bibliotheekplaza die anders is dan anders. Of toch niet? De tijd om op te staan, 5.15 uur, is voor mij dezelfde als in andere jaren.



10.20 uur
Plaza is begonnen. De zaal is opgedeeld in 54 teams. Elk team bestuurt een land en wil zijn of haar inwoners zo gelukkig mogelijk maken. Probleem is alleen dat je als land niet alleen alles voor elkaar kunt krijgen. Je moet dus samenwerken.  De expeditie gaat dus bestaan uit het gelukkig maken  van je land en het land dat het gelukkigst is wint vandaag.



In de zaal 450 bibliothecarissen. Met de opdracht om een vlag te maken van je land die je identiteit weergeeft. Het wordt een dag met teamopdrachten. Met onderhandelen over grondstoffen, geld en voorzieningen. Een soort Kolonisten van Catan met een supergroot speelbord. 54 teams en slechts 1 winnaar. Degene met de meeste smileys wint.... Hoe simpel kan het zijn.

Opdracht: creëer een strategie, benoem je voorzieningen en maak een vlag. U snapt het nog niet? Prima. De rest van de zaal verkeert ook nog in licht verwarring. Of zoals de spreker het zei: 'Dat is leuk!'



11.20 uur
De eerste opdrachten zitten erop. Een strategie een vlag en de middelen die je nodig hebt om het te bereiken.  Chaos en vertwijfeling. Je moet dealen met de informatie die je nu hebt. Je moet dealen met je nieuwe team. Hoe kunnen we taken verdelen? Wat is een zinvolle actie en wat niet? Maar ondertussen worden er vlaggen gemaakt en jawel er volgt een heuse vlaggenparade.  Gijs van der Linden, ik wist niet dat Eppo van Nispen een broer heeft,  van Business Game praat alles aan elkaar  Hoog in de energie. Maar waar gaat dit naar toe?


12.05 uur
En dan volgt een break. Remco Claassen Een spreker. De energie moet even kantelen. We kwamen net uit een modeshow. 'Iemand enig idee wat ik hier kom doen?' is zijn startvraag. Remco Claassen omschrijft zichzelf als een nerd met menselijke trekjes.  En hij gaat over leiderschap.

Leiderschap gaat over de essentie van het leven: je draagt de consequenties van je vorige stappen en je stuurt naar de consequenties van de volgende stappen. Niet wijzen naar buiten dus. Daar ligt het niet aan. Je bent zelf verantwoordelijk. Zit ik nou naar een goeroe te luisteren? Ik haak even af merk ik.

Maar hij belooft: 'binnen 10 minuten ben je gehypnotiseerd en denk je: dit is goede stuff...'  Nog een oefening met in- en uitademen en ogen dicht. Maar daarna kiest hij toch richting. Hij stuurt naar richtingen waar organisaties naar toe gaan of moeten. Organisaties en medewerkers weten vaak niet waar ze naar toe moeten. Tenminste als je een beetje doorvraagt zit er maar weinig onder het chroom van de managementtaal. Het gaat veel meer over leiderschap. Minder management en meer leiderschap. We moeten niet meer managen. Met moeten meer leiden.

En verhip. Ik zit plotseling toch geboeid te luisteren.

Het begint al met de mission statements... Ja, die heeft uw bedrijf ook. Maar het zijn toch verschrikkelijke volzinnen? En dan die communicatie-afdelingen die dat dan met allerlei middelen lopen uit te dragen. Met zo'n zinnetje zet je echt geen mensen flink in positie om mee te werken.

En wat zegt zo'n zinnetje over die mensen? Toch ook niks? Of verwijst u naar uw HRM-afdeling? Nee, eerlijk gezegd: mission statement, arbeidsvoorwaardenbeleid, uw excelsheets of uw story telling...... het zijn geen leiderschapsmiddelen.

Met al die inzet schiet u niks op.  Die mensen blijven we gewoon hetzelfde doen als wat ze altijd deden. Leuk dat u directeurtje speelt. En na een paar weken constateren ze: 'het werkt toch niet'.

De essentie van zijn verhaal is: 'Mensen willen wel veranderen maar willen niet veranderd worden'.

Ja, dat vinden we ook allemaal. Maar dan kantelt het verhaal. Hé maar dat betekent dat je ook zelf aan zet bent. Hoeveel denk jij zelf eigenlijk na over je toekomst? De meeste mensen besteden meer tijd aan het voorbereiden dan hun vakantie dan hier aan?

Wat heb je nodig in een team, in een gezin of je eigen leven? Hij brengt het via leuke mopje terug naar twee zaken: richtingbesef en moed.

Hij vertelt het verhaal over toen hij 28 jaar was, manager bij een ICT-bedrijf. Hij had alles mee. Zittend in zijn leasebak merkte hij dat hij leegliep.  Alle technieken die hij gebruikte werkten niet meer. En hij ging naar huis. Zonder iets te hoeven. En pas toen ontdekte hij wat werkelijk belangrijk was: waar ga ik van kwispelen? Wie kwispelt houdt energie over.

Doe meer aan kwispeldiagnostiek.
Grijns.
Lunch.


14.10 uur
De lunch achter de kiezen. De buik vol en het spel gaat verder. Nu begint het echte onderhandelen. Met andere tafels moet nu gekeken worden of grondstoffen, geld en arbeid geruild kunnen worden tegen elkaar zodat elk land zijn eigen faciliteiten kan bouwen. Er wordt onderhandeld. Partners tegen elkaar uitgespeeld en coalities gesloten. Ons land zet alles in op samenwerking met twee anderen landen die andere spullen hebben. Door faciliteiten te delen kan geld bespaard worden en tegelijkertijd moet je snel genoeg acteren voordat de faciliteiten. Ik zie drie strategieën om me heen: samenwerken en delen, hard onderhandelen of passief achterover hangen. Een vrouw loopt voorbij en roept naar ons: 'hebben jullie nog niks? Haha losers...' Het tekent de fanatieke sfeer.



14.27 uur
Het spel wordt onderbroken door een schuldencrisis.  Die moet opgelost anders valt anders valt alles in elkaar en heeft niemand wat. Tja, op zo'n interventie kon je wachten. Daarvoor moet iedereen zijn geld en spullen op tafel leggen. Ben je bereid voor het algemene doel dat te doen?  Ik hoor dat ons team alle geld, arbeid en grondstoffen gelijk heeft ingeleverd. Dat blijkt echter niet iedereen te willen. Een collega zegt: 'ik ga mijn geld toch niet inleveren want dan kan ik na de crisis niks meer'. Niks menselijks is ons vreemd. Er wordt geschreeuwd en geronseld. De tijd dringt.  Het wordt gehaald..... inderdaad op het laatste nippertje. Net echt.



14.54 uur
Hans Bassing is de volgende spreker. Met als thema klantgerichtheid. In vergelijking met alle vorige sprekers is Hans bijzonder rustig. Dat is even wennen merk ik maar heerlijk om weer even te ervaren. Zijn verhaal begint over hoe cijfers en rendementen leidend zijn geworden in organisaties en hoe dit doelen op zichzelf zijn geworden. 'Mensen' worden daarmee 'materiaal'.  En dat is natuurlijk de dood in de pot. Mensen moeten mensen blijven. Blijf overal de mensen zien, ook in stresssituaties.

Bibliotheken zitten naar Bassings mening in een spannende tijd zitten. Het moet nu gebeuren. En belangrijk voor het committment om daaraan mee te werken is of je zelf vind dat je bij de goede organisatie zit?  Werk je bij een organisatie die relevant is? Gebeurt daar wat jezelf ook belangrijk vindt?

De basis van klantgericht werken - volgens het Walt Disney-principe is 1) vakkundigheid, 2) gastvrijheid en 3) betrokkenheid. Maar wel in die volgorde. Eerst zorgen dat alles in orde is, zorg voor een glimlach en de juiste toon en kijk of je kunt aansluiten op iets dat specifiek geldt voor deze gast of persoon.

Tja, tot hier hoor ik nog niet veel nieuws.  Toch?

Bassing vindt klanttevredenheid niet helemaal het goede woord. Wie vakkundigheid levert, krijgt tevreden klanten. Wie daar ook gastvrijheid bij levert, krijgt blije klanten, wie ook nog betrokkenheid levert, krijgt enthousiaste klanten.

Vakkundigheid is iets wat je kunt leren. Maar gastvrijheid en betrokkenheid laten zich toch niet leren? Het zijn toch gedragskenmerken? Die kenmerken worden alleen getoond door medewerkers die het 'leuk' vinden bij de organisatie waar ze zitten. Alleen dan wordt ook echt invulling gegeven aan de kernwaarden van een bedrijf.

Toch blijft dit verhaal knagen. Dit verhaal gaat niet lopen en er ontstaat wat geroezemoes. Iemand naast mij fluistert: 'deze man heeft nog een oud beeld van de bibliotheek'. Hij heeft het steeds over meelopen met klanten en de oude taken.  En ik denk dat mijn buurvrouw wel een punt heeft.

Aan vakkundigheid geen gebrek bij deze spreker zullen we maar zeggen.

Hij maakt toch een mooie afsluiter. Hij reflecteert nog even op het spel: 'Hadden jullie nog steeds voor ogen dat je meest gelukkige inwoners moest hebben en niet de meeste smileys?'


16.05 uur
Dan volgt de laatste ronde om te handelen voor je land. Eerlijk gezegd is bij ons de energie wel een beetje op. Er volgt nog een heuse bouwopdracht met Kapla. Je moet je land nog bouwen en ook daar vallen weer - jawel - smiley's te verdienen. Het levert mooie plaatjes op zoals je ziet.

Dan het slot met Bas Haring, volksfilosoof. Hij mag terugkijken op de dag, het spel, verandering in het algemeen en bibliotheken in het bijzonder. Hij waarschuwt maar gelijk: 'aan mijn informatie heb je niks, ik ben immers filosoof'.


Hij zegt maar vast: bibliotheken hebben hem vreselijk veel geld gekost.... Aan boetes wel te verstaan.  Nou, hij is toch nog goed terecht gekomen, denk ik dan maar.

Filosofen houden van informatie. En het liefst doorwrochte informatie. En om eerlijk te zijn: daar hebben we niet zoveel meer van tegenwoordig. Het regent fake-news en gekakel.  En bibliotheken zijn daar ook wel van toch?

En als volksfilosoof houdt hij ook wel van volksverheffing. En daar was u ook wel van toch?

En als laatste houdt Haring een pleidooi voor de verstandelijke makerscultuur. Zoals er een technisch fablab is met 3D-printen en zo moet er ook een verstandelijk makerschap komen. Gewoon dat je in je eentje zelfstandig eens wat uit gaat zoeken. Neem toch niet alles zo maar aan maar ga dat zelf eens doen! Dat past ook wel bij bibliotheken toch?

Nou, dit was het leuke deel waarschuwt hij vast.

Dan zijn reflectie op het spel. Tja, die smileys. Doordat je de ander te slim af bent, krijg jij die punten. Maar de ander niet. Is dat geluk? Ik weet niet hoor, betuigt Haring. Ik heb toch liever een eerlijker samenleving dan een samenleving met gelukspunten.

Die gelukspunten... dat is natuurlijk iets raars. Er zijn wel eens steden geweest die geld wilde uitbannen en een soort stadspunten gebruikten. Maar als je daarmee betaalt dan is dat toch gewoon geld? In de echte wereld zijn onze bankbiljetten gewoon gelukspunten.

Het spel is veilig oefenen. Want het is spel. Dus je kunt heel veilig leren hoe iets werkt. Oefenen is een essentieel deel van leren. Wie niet oefent, leert niet snel genoeg. En oefenen moet je vaak doen om het onder de knie te krijgen. Dat leer je dus niet in één keer. Dus als we zeggen: 'bij ons op ons werk moeten we betere naar elkaar luisteren' dan moeten we dat vaak oefenen. En het liefst zo vaak mogelijk.

In dit spel was er sprake van landen. Landen die elk een doel hadden. En daarmee vergeten ze soms het grote geheel. Maar is dat erg? Tja, het grote geheel is ook wel complex en daarom kan je je beter op iets kleins oplossen dat je wel kan oplossen. Wat is nou beter: grote doelen of  eigen belang?

Haring illustreert dat met een voorbeeld. Hij eet graag scharrel-kippedij. Maar die was op in de winkel. Hij had de keus tussen kip van de kiloknaller of een hele scharrelkip. Dat gaf hem een goed gevoel want een hele kip zorgt ervoor dat er geen kippeafval is. Zo gezegd zo gedaan maar hij stond daarna wel kippenbouillon te trekken terwijl hij eigenlijk had willen fietsen. Ook gezond.

Je kan dus beter je kleine problemen oplossen. Probeer toch niet die grote problemen op te lossen. Tja, het zal niet de beste oplossing zijn maar ach, goed is ook goed genoeg. Het is meer het beeld van het mierennest die blaadjes naar een nest slepen. Ze kunnen die niet opeten maar door ze in het nest te leggen, ontstaat er schimmel waardoor de mier alsnog te eten krijgt. Die mier is dom en kan slechts domme taken uitvoeren. Er zijn geen mieren die alles overzien. En dat geldt voor mensen ook, suggereert hij.

Dan nog over veranderen. Tja, waarom dat lastig is, weet ik niet als filosoof. Maar dat het noodzakelijk is, zie ik wel. En wat noodzakelijk is daar moet je niet tegen vechten. Dan ben je Don Quichotte.

Wat is de essentie van werk?  Waarom werken we? Is het voor geld? Is werk alleen werk als het stom is? Twee keer nee. Werk is jouw tijd ter beschikking stellen aan een ander. En die ander vindt dat waardevol. En daarom krijg je meestal geld.

Als die ander dat niet meer waardevol vindt, dan houdt het op. En dan verandert het dus. Of je kunt zelf niet meer wat je die ander gaf door bijvoorbeeld een fysieke beperking. Dan verandert het dus. Werk is dus altijd veranderlijk. Verandering is dus noodzakelijk en dus kunt u zich er maar beter niet druk om maken.

Dan het slotakkoord. Waar moet het dan naar toe met de bibliotheek? Daar heb ik drie vragen bij. De eerste is: Wie bent u? Zelfs als er niemand meer is?  De tweede vraag is: 'Hoe wilt u contact'  En de derde vraag is 'Waartoe ben ik op aard?' Nou als je die drie vragen kunt beantwoorden ben je goed bezig.

Zijn antwoord voor bibliotheken zou zijn om terug te gaan naar volksverheffing. Fysiek lezen blijft belangrijk. Onderschat dat niet. En tot slot: geef rust in deze drukke samenleving. 

Hoor ik dit nou goed? Is het zo simpel?  Ik ga er denk ik nog maar eens over nadenken als ik de kippenbouillon ga maken als ik ook weer een hele kip heb gekocht.

Het applaus klinkt, de borrel lonkt maar de prijsuitreiking volgt nog. De broer van Eppo van Nispen komt nog even terug. Enthousiast legt hij alles nog eens uit maar hij werkt ondertussen wel op mijn lachspieren. 

Hop hop naar de borrel! Tot volgend jaar.

dinsdag 12 september 2017

Waarom papier de toekomst heeft....


Hoewel mijn dochter van 18 deze vakantie het e-lezen heeft ontdekt - jawel, via de bibliotheek - lees ik zelf toch nog altijd het liefst van papier. Of dat zo blijft? Absolute antwoorden zijn altijd gevaarlijk. Maar sommige filmpjes kunnen je makkelijk overtuigen. Nee, papier blijft altijd. Kijk maar.

vrijdag 8 september 2017

'Waar blijft de 3.000 die in kas zijn?' : De samenwerking van Overijsselse Bibliotheken 1918-1924, Deel 5




Vandaag het laatste deel over die illustere samenwerking in Overijssel tussen 1918 en 1924. Dit keer hoe de subsidie stopte en hoe op een zacht pitje de opmaat naar het vervolg kwam.  De Bond voor Openbare Leeszalen in Overijssel had in 1920 een subsidie gekregen voor drie jaar van de provincie Overijssel.We zagen in een vorig artikel dat men flink bouwde aan een netwerk van correspondentschappen maar ook dat men misgreep bij de landelijke subsidie in 1920.

In 1924 is er geen subsidie meer en lobbyen de Overijsselse bibliotheken voor een verlenging. Zonder resultaat zoals blijkt uit bovenstaande artikel in Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 12 mei 1924.

Het bijzonder aan het verslag van de vergadering,  dat je hierboven ziet, is wel dat de staten vooral vonden dat er geen grond was voor verdere subsidiëring omdat het rijk ook niet subsidieerde.

Heringa, de penningmeester-secretaris van de Bond en directeur van Bibliotheek Enschede informeerde nog wel bij de Centrale Vereniging of er toch geen kans was op rijkssubsidie. In Friesland was de provincie namelijk gestopt met subsidiëren en Heringa hoopte dat hij gebruik zou kunnen maken van de vrijgevallen Friese gelden.

H. E Greve, de secretaris van de Centrale Vereniging antwoordt met bijgaande brief.


De kans dat Overijssel de subsidie van Friesland krijgt is nul. En daarmee valt de deur voor de provinciale subsidie in het slot.  De Overijsselse bibliotheken moeten zich bezinnen op hoe verder.

Referendum van 1924
Ze moeten kiezen: gaan we verder maar zonder subsidie of laten we de correspondentschappen  vervallen? Heel modern organiseert de bond een referendum onder de leeszalen.

Het bestuur van de Bond bereid hiervoor een kort plan voor en stuurt dit in het najaar van 1924 rond en vraagt elk bestuur zich via de post uit te spreken.


Men stelde voor een strategie te volgen zonder subsidie door de contributies te verhogen van fl. 1,50 naar fl. 2,50. Als ik het goed begrijp moest men die fl. 2,50 ook weer afdragen aan de bond om daar de correspondenten en het transport weer mee te betalen. Uit de reserves werd dan nog een tijdje een vergoeding aan de bibliotheken gedaan.

De meeste besturen gaan akkoord met dit voorstel. De enige 'stevige' reactie komt van mejuffrouw Stoffel, de directeur in Deventer. Het archief zit vol met stekelige briefjes tussen Stoffel en Heringa. Maar deze spant wel de kroon.




Aan het eind van het eerste blaadjes schrijft ze:
'waar blijft de 3000 die in kas zijn? Zullen ze aan administratie uitgegeven worden! Vrouwen geven gewoonlijk wat weinig aan dergelijke dingen uit, maar deze som lijkt me toch wel wat erg hoog!' 
Mejuffrouw Stoffel betoogt eigenlijk dat ze net zo goed zelf correspondentschappen kan onderhouden zonder de bond en dat ze dan zelf de contributies kan houden. Het voorstel haalt het overigen gewoon en de bond gaat op een laag pitje verder.

Verder op een lager pitje

De verhoogde contributie en verminderde vergoeding voor de correspondent leidt tot een terugloop. Er vallen correspondentschappen af zoals hier  in Borne.



Het overzicht van 1928 laat dan ook het volgende zien.


Waar in 1923 nog negen correspondentschappen waren zijn er in 1928 nog zes. Het aantal leden en uitleningen liep terug. Het wegvallen van de provinciale subsidie had een stevig negatief effect. Toch valt het niet stil en zet de bond zijn werk - op een lager pitje weliswaar - voort.

In het archief komen daarna nog een paar documenten voor. Eind jaren '20 en eind jaren '30, begin jaren '40 is er weer wat correspondentie of toch niet getracht moet worden om opnieuw te proberen provinciale subsidie te verwerven.

In 1941 stuurt Molhuysen, inspecteur van de Centrale Vereniging en directeur van de Koninklijke Bibliotheek bijgaande kattebelletje.



Hoewel op dit scherm wellicht niet heel goed leesbaar geeft hij aan dat er wellicht wat zicht is op provinciale middelen en dat het goed is als de provinciale bonden dan weer paraat zijn. Blijkbaar waren de besturen dus niet helemaal meer op sterkte aangezien hij aanraad om weer een voorzitter te zoeken en daarvoor de heer Tulp uit Deventer aanbeveelt. Het archief kent vervolgens de correspondentie met de heer Tulp en hij aanvaardt, zij het tijdelijk, het voorzitterschap.

Vereniging voor reizende bibliotheken
Eind jaren '30 en begin jaren '40 hebben bibliotheken geen middelen meer om zelf nog nieuwe zaken op te zetten. In het archief zitten dan ook veel briefjes van de Vereniging voor de reizende bibliotheek. Dat was een landelijke vereniging (die wel subsidie kreeg) en die op aanvraag boekenkisten kon toesturen.


Deze vereniging stuurde dus altijd een keurig briefje of het goed was dat men dit leverde in het werkgebied van de bond. De bond verleende altijd toestemming. Dat zorgde vervolgens voor een briefje waarin de vereniging voor reizende bibliotheken maar voorstelde om voortaan.

Van BOLO naar VOBO naar DOBO
Ook uit de begin jaren '40 zien we nog allerlei overzichten waar de bibliotheken uitleencijfers en boekenbezit met elkaar vergeleken. Men was geïnteresseerd in elkaars werk en probeerde waar mogelijk zaken uit te wisselen.



Kenmerkend is dan ook dat vlak na de oorlog gelijk weer de draad wordt opgepakt en men op werkbezoek gaat in Deventer, zoals uit bovenstaande brief blijkt. Een brief met prachtige details over wie welke trein moet nemen en wie mag blijven slapen bij mejuffrouw Timmenga, de directeur van de bibliotheek in Deventer en de opvolger van mejuffrouw Stoffel.

Vlak na de oorlog was Overijssel de eerste provincie die in 1948 begon met een provinciale bibliotheekcentrale en daar provinciale subsidie voor gaf. Waar men in 1920 net te laat was, was men in 1948 de eerste in Nederland. Over dat werk en het pionierswerk van Van Uxem en Goudzwaard schreef Marijke Borghgraef  in 2010 een uitstekende en lezenswaardige scriptie.

En de bond? De bond bleef bestaan! De BOLO ging over in de VOBO (Vereniging van Openbare Bibliotheken in Overijssel). De VOBO werd opgeheven in maart 1987en men besloot door te gaan als een informeel DOBO (Directie-overleg) Openbare Bibliotheken in Overijssel. Dit DOBO overlegt nog ongeveer elke maand, hebben een eigen programma voor vernieuwing van het bibliotheekwerk en werken nog steeds samen met de Vereniging van Openbare Bibliotheken (de voortzetting van de Centrale Vereniging). What's new?



P.M. Heringa
Een laatste woord is misschien nog op zijn plek voor P.M. Heringa, de directeur van de Bibliotheek in Enschede die vanaf de oprichting van in 1920 zeker tot begin jaren '40 veel werk heeft verzet als de vaste secretaris-penningmeester.Op de foto - die gemaakt is bij de opening van het Blijdesteinhuis in Enschede - is het man met het lichte jasje.

In Enschede opende onder zijn leiding in 1938 de muziekbibliotheek (volgens eigen opgave de derde in het land). Onbekende schenkers gaven fl. 10.000,- met als opmerking dat nooit naar ras of politieke overtuiging van de componist mocht worden gekeken. Een bijzonder statement in die tijd.

Heringa lijkt met zijn combinatie aan activiteiten  een beetje op zijn evenknie bij de Centrale Vereniging H.E. Greve die ongeveer over de hele zelfde periode actief is geweest. Verder is er ook  een P.M Heringa als bestuurslid betrokken bij de oprichting van de Almelose leeszaal in 1918. Maar ik vermoed echter dat hij dat niet zelf maar misschien wel zijn vader is zijn geweest.

Bijna een eeuw samenwerking
In den lande roemt men vaak de samenwerking tussen de Overijsselse bibliotheken. Men bedoelt daarbij vooral de samenwerking van de afgelopen decennia en hoe men in gezamenlijk de vernieuwing van de bibliotheek vormgaf. Met succes. Wie echter verder terug kijkt ziet dat die samenwerking dus al bijna een eeuw oud en begon in oktober 1918 toen het Zwolse bibliotheekbestuur ander bibliotheken uitnodigde om maar eens te praten over samenwerking. Een samenwerking die tot op heden zijn vruchten afwerpt.

Dit artikel maakt onderdeel uit van een vijfdelige reeks over de geschiedenis van de samenwerking tussen de Overijsselse bibliotheken tussen 1918 en 1924. 

De vijf delen zijn:
Deel 1: Hoe het begon in 1918
Deel 2: De rijkssubsidievoorwaarden 1921
Deel 3: Hoe de bond startte in 1920
Deel 4: De correspondentschappen 1920-1924
Deel 5: Verder zonder subsidie

donderdag 7 september 2017

Aan het werk! Correspondentschappen 1920-1924: De samenwerking van Overijsselse Bibliotheken 1918-1924, Deel 4

Zo, alle inleidende beschietingen hebben we nu wel achter de rug. In vorige artikelen legde ik uit hoe de Bond voor Openbare Leeszalen in Overijssel was opgericht en dat er eindelijk wat geld was geregeld. Men kon aan het werk!

De evaluatie uit 1924 laat zien dat er elk jaar drie nieuwe correspondentschappen werden geopend. Na drie jaar waren er begin 1924 dan ook negen extra plekken in de provincie met een 'mini-bibliotheek'. Elk van deze correspondentschappen werd ondersteund door één van de bestaande bibliotheken.


De subsidie liep officieel eind 1923 af. Men wilde graag extra subsidie maar deze zou niet komen zoals ik in het laatste artikel nog zal toelichten. Men geeft echter aan dat er nog wel wat reserves zijn van de reeds ontvangen subsidie en men had het voornemen om ook in 1924 nog drie nieuwe punten te openen waarmee het aantal op dertien zou uitkomen. 

De correspondentschappen kregen kleine collecties opgestuurd door de ondersteunende bibliotheek. Een correspondent moest een minimaal aantal leden zien te werven om het correspondentschap te kunnen starten en moest voor een uitleenplek zorgen. De correspondent kreeg hier een vergoeding voor. Vervolgens kon het uitlenen beginnen.

Zie hier bijvoorbeeld de uitleencijfers van het correspondentschap in Borne in 1923.


In totaal ging het in Borne om 660 uitleningen waarvan er 616 in de rubriek Nederlandse letterkunde (fictie) vielen. Een statenlid had bij de subidieverstrekking nog opgemerkt dat het niet alleen om 'lectuur' moest gaan. In de praktijk was het dus vooral fictie wat er uitgeleend werd. Dat was overigens wel streng geselecteerde literatuur dus geen 'cowboyverhalen' of 'dokterromannetjes'

De omvang van die 'uitleenposten' was beperkt. Het om enkele tientallen leden. Onderstaande scan komt van een handgeschreven document met cijfers over 1923.  


Zo'n 1% van de bevolking was lid van deze uitleenposten. Ook de krabbels aan de zijkant zijn leuk om te te zien. In totaal leenden de correspondentschappen 3.500 boeken uit. Dit was  zo'n 12 uitleningen per lid en de totale uitgaven waren fl. 2.900,-. Echt goedkoop was een uitlening daarmee niet.

Hoe kreeg je zo'n correspondentschap?


Bovenstaande brief van 4 mei 1924 van dierenarts Capelle in Oldenzaal geeft aan hoe zo'n correspondentschap gestart werd. Er was een 'leesgezelschap' in Oldenzaal en die zochten vervolgens iemand die wel zo'n 'mini-bibliotheek' wilde beheren. In dit geval wordt dit de heer Venderbosch. De heer Heeringa - de secretaris/penningmeester van de bond en directeur van de bibliotheek in Enschede - verzorgde vervolgens de opzet hiervan. 

De administratieve verantwoording
De bibliotheek declareerde vervolgens de kosten weer bij bond. In het archief zitten talloze handgeschreven en soms getypte briefjes met daarbij een overzicht van het bedrag dat men wilde hebben. Voor een bibliotheek was een correspondentschap best een aardige bijverdienste. 

Bijgaand bijvoorbeeld zo'n briefje van mejuffrouw Stoffel, directeur van de bibliotheek in Deventer aan de bond met zo'n afrekening. 


Dit briefje is van 1925. De provincie subsidieerde toen al niet meer. In het begin was de vergoeding fl. 5,- per lid voor de desbetreffende bibliotheek. In 1925 is dat dan al gedaald naar fl. 2,50. Mejuffrouw Stoffel lag overigens met regelmaat overhoop met de heer Heringa. Het beeld dat je krijgt is dat mejuffrouw Stoffel een 'zuinige' directeur was die soms vond dat de bond teveel kosten maakte. Maar ondertussen declareerde men natuurlijk wel gewoon de bedragen die ervoor stonden. 

In 1924 dus dertien correspondentschappen en zeven openbare bibliotheken. Daarmee stond er dus al een netwerk van 20 bibliotheekpunten. En daarmee stond het fundament van het Overijsselse netwerk. 

De subsidie liep af in 1924 en daarmee moest de bond zich gaan herbezinnen. Hoe verder? Daarover de volgende keer meer en dat zal dan ook het laatste artikel zijn in deze reeks.

Dit artikel maakt onderdeel uit van een vijfdelige reeks over de geschiedenis van de samenwerking tussen de Overijsselse bibliotheken tussen 1918 en 1924. 

De vijf delen zijn:
Deel 1: Hoe het begon in 1918
Deel 2: De rijkssubsidievoorwaarden 1921
Deel 3: Hoe de bond startte in 1920
Deel 4: De correspondentschappen 1920-1924
Deel 5: Verder zonder subsidie

woensdag 6 september 2017

Komt er niet teveel ontspanningslectuur? : De samenwerking van Overijsselse Bibliotheken 1918-1924, Deel 3

Vandaag het derde deel over de geschiedenis van de Overijsselse samenwerking tussen 1918 en 1924. In het vorige artikel ging ik in op de Rijkssubsidievoorwaarden van 1921 voor Openbare Leeszalen en Bibliotheken. In die regeling was ook een speciale paragraaf opgenomen voor plattelands-lectuur-voorziening. Vandaag ga ik verder met de subsidie-aanvraag  van de Bond van Openbare Leeszalen in Overijssel. De Bond is opgericht op 16 april 1920. De eerste overleggen vonden plaats vanaf oktober 1918.

Dat men in april 1920 daadwerkelijk een bond oprichtte betekende dat men zicht had op provinciale subisdie. In 1919 werd op landelijk niveau al gewerkt aan de nieuwe verordening voor 1921 en bij menige provincie werd gesproken om daarop aan te haken. Rijkssubsidie als vliegwiel. In mei 1920 stuurt men onderstaande aanvraag in.



Het is het allereerste subsidieverzoek aan de Provincie Overijssel om subsidie voor bibliotheekwerk. Het origineel beslaat drie handgeschreven pagina's en men vraagt in totaal fl. 16.000,- aan de Provincie. Het argument dat gebruikt wordt is dat het Rijk en een aantal gemeenten al zijn overgegaan tot financiering van bibliotheken maar dat het platteland nog ernstig achterblijft.

Met het bedrag wil de Bond van Openbare Bibliotheken en Leeszalen in Overijssel (BOLO) filialen en correspondentschappen oprichten. Ook in andere delen van Nederland gebeurt dat op dat moment.

Komt er niet teveel ontspanningslectuur?
Dit briefje zal het niet het origineel zijn dat is ingestuurd -het archief is verre van volledig op dit punt - maar is wel het afschrift dat bewaard is gebleven. De provincie Overijssel antwoordt met een bondig 'nee'. De brief van die afwijzing heb ik niet kunnen achterhalen.  Maar bijgaande krantenartikel uit de Povinciaale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 14 juli 1920 gaat wel over de behandeling van deze aanvraag.




Er waren dus nog wel wat bezwaren te noemen: de gemeenten moesten het naar betalen en kwam er niet teveel  ontspanningslectuur? Bij grootst mogelijke meerderheid ging men mee in het voorstel van de staten om niet te financieren. Kortom, iedereen was tegen.

De bond laat het er echter niet bij zitten. In juli stuurt men een hernieuwde aanvraag naar de provincie Overijssel. Men gaat in dat stuk - wat nu weer een prachtig drukwerkje is - in de op de geuite bezwaren. Mijn inschatting is dat er ook vervolgens flink gelobbyd is bij de verschillende partijen.


In die hernieuwde aanvraag wordt een argument gebruikt waar de politiek vaak gevoeliger voor is dan voor het inhoudelijke argument. Dat argument is: bij de buren gebeurt het ook. Er zit dan ook een aardige bijlage bij met een overzicht van gemeenten die in 1919 provinciale subsidie ontvingen.


De lijst is niet volledig. In een geschreven toelichting worden nog vele andere plaatsen genoemd. Het was dus heel gewoon in die tijd dat er geld werd gegeven aan grotere bibliotheken die vervolgens kleinere bibliotheken moesten gaan opzetten. Dat geld ging overigens niet direct naar de grotere bibliotheken. Daar waren die provinciale bonden voor opgezet zoals ik eerder al eens scheef.

Er volgt een hernieuwde discussie in de staten van Overijssel waar opnieuw de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 20 november 1920 verslag van doet.




Uit het verslag van de krant blijkt dat de Overijsselse Bond de Centrale Vereniging had gevraagd om mee te ondersteunen bij de aanvraag. Daarbij heeft men de provincie verleid met het landelijk geld dat in de nieuwe Rijkssubsidieverordening van 1921 werd benoemd. Dat geld durfde men niet zomaar te laten lopen. Uiteindelijk wordt voorgesteld om om voor drie jaar een cent per inwoner beschikbaar te stellen. Dat kwam neer op fl. 2.500,- per jaar. In de eerste aanvraag had men nog om fl. 16.000,- per jaar gevraagd. Maar de staten gingen er vanuit dat het rijk nog 2 cent per inwoner zou bijleggen.

De provincie stuurt pas op 8 februari 1921 de definitieve beschikking.



Weg landelijke subsidie?
Men kreeg dus fl. 2.500,-  provinciale subsidie, 1 cent per inwoner. In de verwachting dat er 2 cent per inwoner van het rijk bij zou komen. In totaal zou men dan de beschikking hebben over fl. 7.500,-. Nog altijd flink minder dan de fl. 16.000,- die men origineel vroeg.

In het gedenkboek dat H.E. Greve in 1933 schreef ter ere van het 25-jarig bestaan van de Centrale Vereniging (de voorganger van de VOB), meldt hij dat de de nieuwe regeling een meer dan positief effect had op de verschillende provincies. Veel bonden hadden succes. Op pagina 248 staat dit staatje.


Vijf provincies waren eerder klaar dan Overijssel. De late beschikking door de provincie Overijssel treft de Overijsselse bibliotheken hard. Her rijksgeld komt namelijk niet.

In de evaluatie van 1924 wordt daarover het volgende geschreven:


Met andere woorden: Overijssel was nét te laat. Anderen hadden al aangevraagd en zaten al in de regeling en Overijssel viel buiten de boot.

Hoe ging het financieel?

Die evaluatie van 1924 staat ook een jaarbegroting. Die zie je hieronder.


Dat is overigens ook één van de weinige financiële overzichten die ik zag. Want eerlijk gezegd: in het archief ben ik geen enkel jaarverslag of begroting tegen gekomen. Ook verslagen van vergaderingen ontbreken of zijn nooit gemaakt.

De kosten bestonden dus vooral uit vergoedingen voor de correspondenten (fl. 50 of fl. 75,- per jaar), transportkosten (ja, ook toen waren de provinciale organisaties daar al goed in) en een vergoeding aan de bibliotheek per lid. De contributie van fl. 1,50 werd dus afgedragen aan de bond maar de lokale bibliotheken kregen een vergoeding per lid van fl. 5,-.

Voor nu een mooie geschiedenis over hoe het ook in 1920 al knap ingewikkeld was om een structurele subsidierelatie te starten. Volgende keer meer over de correspondentschappen zelf en welk circus er om heen zat - ook toen al - om alles te verwantwoorden

Dit artikel maakt onderdeel uit van een vijfdelige reeks over de geschiedenis van de samenwerking tussen de Overijsselse bibliotheken tussen 1918 en 1924. 

De vijf delen zijn:
Deel 1: Hoe het begon in 1918
Deel 2: De rijkssubsidievoorwaarden 1921
Deel 3: Hoe de bond startte in 1920
Deel 4: De correspondentschappen 1920-1924
Deel 5: Verder zonder subsidie