maandag 24 april 2017

In welke provincie leest men het meest en waar heeft men de meeste boeken?


In Overijssel leest men het meest. Met Groningen, Gelderland en Utrecht als goede tweede. Tenminste als we af mogen gaan op het aantal uitleningen per inwoner bij bibliotheken in deze provincies. Het afgelopen weekend dook ik maar weer eens in wat cijfers van het bibliotheekwerk.  Daarbij kwamen twee bronnen op een leuke manier samen. Maar daarover aan het eind meer.

Eerst maar eens naar deze cijfers. Want zeggen ze ook iets?

Over bereik en collectiegebruik
Ja, ze zeggen zeker wat. Neem bijvoorbeeld Overijssel. Die kennen dus een hoog gebruik 7,1 uitleningen per inwoner waar 4,6 het  landelijk gemiddelde is. 54% boven het landelijk gemiddelde.  Veel uitleningen per inwoner dus. Dat betekent dat in Overijssel relatief veel mensen lid zijn van de bibliotheek en dat zij relatief veel lenen. Hoe komt dat? Deels zal dit verklaren zijn uit het 'formule'beleid dat men de afgelopen jaren voerde. Daar schreef ik al eerder over.

Verder zien we dat Overijssel iets bovengemiddelde hoeveelheid collectie heeft: 2,0 stuks media per inwoner tegenover 1,6 als landelijk gemiddelde. 25% boven het landelijk gemiddelde.  Men kent een gebruik dat 54% hoger ligt dan het landelijk gemiddelde terwijl de collectie slechts 25% groter is dan landelijk gemiddeld. Uit dat cijfer kun je weer afleiden dat die collectie best efficiënt gebruikt wordt. Dat weerspiegelt zich ook in de uitleenfrequentie (het aantal uitleningen gedeeld door het aantal media). Die uitleenfrequentie geeft aan hoe vaak een boek of DVD wordt uitgeleend.

De bovenste vier provincies zijn ook allemaal provincies die (nagenoeg) provinciebreed centraal collectioneren. Heel even dacht ik dat daar ook nog een succespunt zat maar volgens mij collectioneren ook Zeeland en Drenthe (nagenoeg) op provinciaal niveau.

Maar zoals gezegd: cijfers zeggen niet alles. Zeeland en Friesland hebben bijvoorbeeld grote collecties gezien hun inwonertal. Dat komt door de grote historische collecties die Tresoar en de Zeeuwse Bibliotheek hebben.Collecties die niet direct bedoeld zijn als openbare bibliotheekcollectie en die dus een relatief laag gebruik zullen kennen. Dat weerspiegelt zich ook in de lage uitleenfrequentie. Dus voordat u de conclusie trekt dat Zeeland en Friesland het niet efficiënt doen, is het ook goed om te kijken naar de collecties die daarachter zitten en de functie van die collecties. Een ander detail is bijvoorbeeld dat ik moeilijk kan taxeren is het feit dat één van de Friese bibliotheken geen uitleencijfers heeft aangeleverd bij de WOB-gegevens waar ik me op baseer.

Over de bronnen van deze cijfers
Zoals ik al zei, hier zijn twee bronnen op een leuke manier samen gekomen.

Johan Stapel had mij begin dit jaar de tellingen uit nationale bibliotheekcatalogus gestuurd. Hij telt maandelijks hoeveel media de verschillende bibliotheken hebben. Johan had die ook al getotaliseerd naar provincies. Het aantal per inwoner per provincie was dus vrij eenvoudig boven tafel te krijgen. Ik ben er daarna een tijdje mee aan het stoeien geweest om deze cijfers te koppelen aan de aanvraagcijfers uit het landelijk aanvraagverkeer. Maar dat blijkt door de complexe routing en uitval nog knap ingewikkeld te zijn om daar iets zinnig over te zeggen. En toen kwamen die WOB-statistieken en verschoof mijn aandacht naar die cijfers.

Tot dit weekend dus. Ik pakte de cijfers van Johan er nog eens bij en bedacht me dat het aantal media per inwoner niet zoveel zegt.  Want als je veel leden hebt dan heb je meer media per inwoner nodig dan wanneer je minder leden hebt. Eigenlijk moest ik dus de goede tegenhanger hiervoor vinden. Die vond ik in het aantal uitleningen per inwoner. 

Uit de cijfers van het WOB-verzoek is per basisbibliotheek aangegeven bij welke provincie deze hoort. De provinciale cijfers zijn hier door clustering vrij eenvoudig uit te halen. Toen ik de cijfers bij elkaar legde zag ik dat de meeste nieuwswaarde natuurlijk zit in het gegeven in welke provincie men het meeste leest. En zo kwam dat cijfer bovenaan.

Met als leuke bijkomstigheid dat dat natuurlijk mijn eigen provincie is. Maar u snapt, meer tijd om er over te vertellen heb ik niet, want ik hoognodig verder lezen in mijn boek.

vrijdag 21 april 2017

De schatkamer van Stadkamer


Gisteren werd een nieuwe parel toegevoegd aan de Overijsselse bibliotheken: Stadkamer Zwolle.De Stadkamer , een combinatie van bibliotheek, kunsteducatie en amateurkunst, verhuisde haar centrale vestiging. Van een plek in de Diezerstraat, de koopgoot van Zwolle, naar de Zeven Alleetjes aan de rand van het centrum.

Tegelijkertijd werd er niet een compleet nieuw gebouw neergezet maar een oud gebouw van de GGD in Zwolle gestript en opnieuw ingericht. De buitenkant van het gebouw is dan ook geen 'landmark'.


En daarmee had de Stadkamer toch een redelijke opgave: hoe ga je op die plek de bibliotheek van de toekomst maken? Mijn persoonlijke mening is dat die buitenkant van een 'functionele lelijkheid' is. Want het contrast met de binnenkant is enorm. Zodra je twee stappen binnen bent, ben je die buitenkant vergeten.  Het is bijna een statement: het draait hier niet om de buitenkant maar de binnenkant. Het gaat hier om persoonlijke ontwikkeling.

Na een paar rondjes door het gebouw te zijn gelopen is het mij wel duidelijk dat dit gebouw inderdaad gaat doen wat het moet doen: huiskamer worden van Zwolle. Een prachtige horecafunctie die in eigen beheer wordt opgepakt. Veel studieruimtes voor groepen en individuen. Veel plekken waar samen met partners uit de stad invulling wordt gegeven aan allerlei functies.


Amsterdam en Arnhem lieten het al eerder zien: je hoeft niet op de AAA-locatie te zitten om toch veel bezoekers te trekken. Sterker nog: door een bibliotheek ergens neer te zetten, wordt dat een AAA-locatie. En door de inrichting van Stadkamer - sterk gericht op verblijf, programma's en activiteiten zal dat ook hier gebeuren. Ik twijfel er niet aan.

Stadkamer is er in geslaagd een gebouw te maken waar elke Zwollenaar zich thuis mag voelen. Waar elke Zwollenaar zijn eigen schat mag vinden: worden wie je bent. Ik feliciteer de Zwollenaren er graag mee en mijn oproep: neem bezit van deze huiskamer!

Foto's: Astrid Kroon en Mark Deckers

maandag 17 april 2017

'Heer, behoed ons voor horden mensen'


Eind 2015 was ik ook al in Zuid-Limburg. Toen een aantal dagen wandelen door de laatste zonnestralen van dat jaar. De bossen rood van de herfst. Dit keer waren we in het voorjaar. De lente stond op punt van uitbreken. Limburg is ook bekend van de vele kruisbeelden langs de wegen. Ik besluit de kruisbeelden te fotograferen. Pas dan valt op hoeveel je er tegen komt. En bijna allemaal op een kruispunt.

Het is Pasen. Nederland heeft net weer massaal te Passion gevolgd. Met Kerst hebben we Serious Request. We kennen in ons land een herinvuling van de oude christelijke tradities. Er zijn zelfs niet-christelijke politieke partijen die vinden dat we onze joods-christelijke tradities moeten beschermen.Waar twintig jaar geleden nog nadrukkelijk werd afgezet tegen deze waarden, lijkt de ontzuiling inmiddels zover weg dat een herinvuling weer mogelijk is.

Ik vind het allemaal best. Mijn stille gebed is slechts: 'Lieve Heer, bescherm ons voor horden mensen op al deze wandelpaden'

Hieronder alle kruisbeelden. U hebt wel Flash nodig om het te zien. Dat werkt dus niet op Apple. Toch zien? Volg dan deze link


zaterdag 8 april 2017

Hoe zwaar is een dag?


Het is zaterdagochtend. Een vast ritueel is dat ik samen met mijn dochter Eva-Lotta boodschappen doe. Ze is tien en altijd gezellig om deze klus te klaren. Op weg naar huis loop ik met een hele volle boodschappentas. Zeldzaam vol. Zo vol dat ik af en toe stop om de tas neer te zetten en van hand te wisselen.

Als we thuis zijn, wipt ze haar kamer in en komt ze even later terug met dit gedicht. Haar gedachten zijn aan de haal gegaan met de zware tas.  Een dag die zo begint, is uiterst licht, kan ik u vertellen.

donderdag 30 maart 2017

Deckers-index: de Beste Bibliotheek staat in Stadskanaal!


deze column verscheen in licht gewijzigde versie ook in Bibliotheekblad nr. 3 van 2017

Leuk hoor die Beste Bibliotheek van Nederland, maar klopt het eigenlijk wel? Uiteraard zijn het allemaal prachtige plekken waar goed is nagedacht over de inrichting van de bibliotheek van toekomst. Maar presteren ze ook?

‘Fact check’
Hoog tijd dus voor een ‘fact check’ naar de resultaten van bibliotheken. En dat treft: want dankzij een WOB-verzoek liggen alle bibliotheekcijfers op straat en kunnen we de prestaties van alle bibliotheken in een benchmark rangschikken. Zo presenteerde ik op mijn blog de afgelopen tijd al menig top-10: activiteiten, bezoekers, leden en uitleningen.  Speciaal voor Bibliotheekblad maakte ik daar de Deckers-index van. De Deckers-index is een optelling van al die resultaten. En wat blijkt: Bibliotheek Stadskanaal is de Beste Bibliotheek van Nederland! Op de voet gevolgd door Maas en Peel en op de derde plaats ex aequo Twenterand en Deventer.



En de genomineerden?
Ook de genomineerde bibliotheken heb ik maar eens door deze cijfermolen gehaald. Van de genomineerde bibliotheken is Winschoten de Beste Bibliotheek van Nederland. Overigens is Winschoten wel gemeten binnen het geheel van Biblionet Groningen (zie ook de top-15). Wijchen is tweede en Schiedam derde.  Bij de werkelijke prijs was Den Helder de Beste bibliotheek gevolgd door Schiedam en Winschoten. Een iets andere top-3 maar ook niet heel ver van de werkelijkheid (hoewel ze dat in Winschoten wellicht toch anders zien en toch graag die eerste prijs hadden gepakt).

Deckers-index
Hoe werkt deze Deckers-index precies? Zoals je ziet zijn er vier factoren gemeten: leden, uitleningen, bezoekers en activiteiten. Die zijn niet in absolute aantallen gemeten, maar als kengetal: het percentage van de bevolking dat lid is, het aantal uitleningen per lid, het aantal bezoeken per inwoner en het aantal activiteiten per 1.000 inwoners. Van elk kengetal heb ik de 156 stichtingen onder elkaar gezet. De stichting die het beste presteert op een bepaald kengetal krijgt daarvoor 156 punten, de volgende 155 en zo verder. Wie geen gegevens heeft aangeleverd komt onderaan terecht. De bibliotheek Stadskanaal komt in geen enkele top-10 voor maar presteert ook nergens slechter dan de 17e plaats (bij activiteiten). Een heel stabiel beeld dus.

Kan het beter?
Is dit alleszeggend? Driedubbel nee. Nee, want achter elk cijfer zit een verhaal.  Daar doet zo’n kort top-15 geen recht aan.  En nogmaals nee,  want er ontbreken zeker nog wel kengetallen als je echt een wat breder beeld wilt hebben.  Bijvoorbeeld cijfers over de Bibliotheek op school. Die zaten niet  in dit WOB-verzoek. En ook voor de digitale dienstverlening moeten betere cijfers beschikbaar komen dan alleen de term ‘bezoekers website’. Want de manier waarop die geteld worden verschilt nogal. Tot slot vullen nog veel bibliotheken ‘weet niet’ in bij sommige basale gegevens en her en der staan zelfs nog wat fouten. Ik vermoed overigens dat als we elk jaar deze gegevens openbaar maken, we die kwaliteit snel gaan verbeteren.

Mijn felicitaties aan de top-3: Stadskanaal, Maas en Peel, Twenterand en Deventer!

Mark Deckers is strategisch adviseur bij Rijnbrink en publiceerde op zijn blog diverse top-10’s van bibliotheken. Deze zijn terug te vinden  via deze link.

zaterdag 25 maart 2017

Leve de Boekenweek! Waarom je verboden vruchten moet koesteren

Het is zaterdagochtend en ik word wakker op de eerste ochtend van de boekenweek. Thema: verboden vruchten. Ik draai me om en pak nog slaperig mijn boek van het nachtkastje: 'Mi have een droom, alle vaderlandse gedichten' van  Ramsey Nasr. Ik lees verder waar ik aan het begin van de nacht geëindigd was. 
Een verhaal over zijn bezoek aan Beijing in september 2011. Nederland was gastland op de boekenbeurs. Ik zie hem worstelen: 'Wat moet ik in dit land waar geen schrijver vrij is, waar geen gedachte onbespied en waar de kunst niet zo maar mag bestaan?'  Moet hij opstaan en zich uitspreken tegen het regime? Moet hij in bedekte termen en metaforen zich uitdrukken zodat mensen tussen de regels zijn boodschap horen? Of moet hij helemaal niks zeggen omdat hij lokale schrijvers daarmee in gevaar brengt. 
Hij ontmoet de kunstenaar Ai Weiwei in een ruimte die vergeven van camera's. En daar bespreken ze dit thema. En langzaam wordt helder hoe censuur letterlijk en figuurlijk hele werelden verborgen houdt voor burgers. Dat men niet kan weten hoe de wereld in elkaar omdat men is afgesneden van informatie. 
Onze Tweede Kamerverkiezingen zitten er net op. We hebben zelf mogen kiezen hoe dit land eruit ziet. We kunnen ons vol enthousiasme storten op de boekenweek is 'Verboden vruchten'.  Ik zie boekhandels die fruit inzamelen voor de voedselbank, bibliotheken met bierproeverijen en lezingen in de kroeg. Ik zal zelfs een boekhandelaar op het NOS-journaal erotische gedichten voordragen. 
Het kan allemaal. Of het nu banaal is, triviaal of literair.  Ik kan zelf een mening vormen. Mijn internet is ongefilterd. Mijn huis wordt niet bewaakt met een camera. Ik woon in het witte del op deze kaart.

Ik kan schrijven wat ik wil.
Ik kan lezen wat ik wil.
Leve de Boekenweek
Koester uw verboden vruchten
Sonnet voor 456 letters
En hier gebeurt het allemaal: vanbinnen
liggen de zinnen doodstil ingeklapt
als chromosomen, diep onder mijn kaft.
Ze wachten op een oog om te beginnen.
U leest – en loom weet zich een vers te ontspinnen.
Het was een val, u bent erin getrapt.
Geen geld of eeuwigheid wordt u verschaft.
Hooguit een ander heeft hier bij te winnen.
Andermans letters kapen uw gedachten:
mijn minutieus verzonnen DNA
heeft uit het niets al wat bestaat onttroond.
Mijn lichaam fonkelt op geroofde krachten.
Voel hoe ik groei en blakend openga.
Wie leest, wordt door het leven zelf bewoond
Ramsey Nasr

dinsdag 14 maart 2017

Column Jonge Bibliothecarissen Netwerk Bibliotheekcongres: Over de gevaren van drank, moeilijke woorden en conducteurs


Onderstaande column is een column die live werd geschreven tijdens een deelsessie van het Nationaal Bibliotheekcongres op 14 maart 2017 in Assen. De deelsessie wat georganiseerd over het netwerk van jonge bibliothecarissen en ging over hun rol in het bibliotheeknetwerk. Wie meer wil weten over het Jonge Bibliothecarissen Netwerk kan terecht op hun eigen site.

Een broekie. Dat was ik.

Ik was 21 toen ik begon te werken voor de bibliotheeksector. Jarenlang was ik in elk overleg dat ik bijwoonde de jongste. Hé, maar dat is niet zo moeilijk. In onze sector is 80% van het personeel boven de veertig en 64% boven de vijftig.

Mijn eerste baan was die van stafmedewerker bij het WSF-bureau. Zeg maar de huidige Plusfunctie. Ik werkte tussen allemaal bibliotheekdirecteuren die zo ongeveer allemaal tegen hun pensioen aanzaten. De WSF had toen nog heus bureau met een directeur. En een staf. En die staf die bestond uit één persoon: ik.

Ik weet nog dat ik in die tijd allerlei nieuwe woorden leerde. Gewoon omdat ik ze nog nooit gehoord had. Woorden als notoir, lethargisch en evident. Meestal knikte ik dan maar als ik zo’n woord hoorde in de hoop dat het het juiste knikje was en dat het niet verraadde dat ik dat woord nog niet kende. Om het dan in de pauze maar even stiekem op te zoeken in het woordenboek.

Niet veel later stapte ik over naar een echte bibliotheek. En ik kwam terecht in de wereld van echte bibliothecarissen: aanschaffen, baliediensten, vragen beantwoorden, lezingen organiseren en afschrijven. Ik werd omringd door dames die allemaal met gemak mijn moeder hadden kunnen zijn. Met namen als Truus, Gerrie, Hannie en  Roelie. Kloeke moeders waren het die in mij allemaal een ideale schoonzoon zagen. Ik was echter al voorzien in de liefde want anders  hadden ze mij zeker hun huwbare dochters aangesmeerd. Maar toen internet hun intrede deden was ik hun whizzkid. Wekenlang oefende ik met ze naar het zoeken op internet. En maar uitleggen dat je niet op auteur kon zoeken op internet. Maar het was een dankbaar publiek. Ik leerde ze internet en ze gaven me moederliefde terug.

En toen ik inmiddels net de dertig voorbij was begon ik - als jonge leidinggevende - zelf jonge mensen aan te nemen. Ik investeerde in Richard de briljante bibliothecaris-in-opleiding. Ik zorgde voor een betaalde stage en een betaalde afstudeeropdracht. Hij was een begenadigde trainer voor allerlei digitale cursussen en in ik zag hoe de dames met huwbare dochters zich plotseling op hem richten, in plaats van op mij. Hij had slechts één onhebbelijkheid. Hij hield van treintjes. Elke twee weken wilde hij wel een dag vrij om ergens naar treinen te kijken. Maar hij ging aan de slag bij ons. Tenminste: dat dacht ik. Eén dag voor hij bij ons begon vertelde hij me:  ‘ik ga toch beginnen als conducteur bij de NS’.

Weg alle investeringen in hem.

Of neem nou Herbert. Herbert was een briljante ROC-student die op internet kon maken wat zijn ogen ergens anders zagen. Zelden zo’n handige jongen gezien. Dat hij ook andere sites hackte, zag ik maar door de vingers. Herbert had echter één onhebbelijkheid, hij dronk de hele dag sinas. Kwam je om acht uur ’s ochtends binnen dan had hij zijn eerste blikje al open. Ging je aan het eind van de dag weg, dan zat hij nog steeds aan de sinas.

Tot we erachter kwamen dat hij die sinas flink aanlengde met wodka en hij eigenlijk de hele dag in licht benevelde toestand doorbracht. Dat was het eerste ontslag op staande voet dat ik als jonge leidinggevende meemaakte. En ik brak daarmee een jeugdige carrière in de knop.

Kortom de grote gevaren voor jonge medewerkers zijn wel moeilijke woorden, de drank en het lonkend perspectief van het conducteurschap bij de NS.

'Alles kids' is het thema van het bibliotheekcongres, maar zorgt de bibliotheek wel voor haar eigen kids? Maartje, Tamar en Evi organiseerden een heuse deelsessie met drie stellingen hierover onder leiding van Piet-Hein Peeters. Laat de revolutie maar starten zou ik denken!

De eerste stelling was of kennisoverdracht van oudere naar jongere medewerkers goed geregeld is. Wat is dat nou voor stelling, dacht ik? Hoezo van ouderen naar jongeren? Niet van jongeren naar ouderen dan?  Want voor mij is één ding wel duidelijk wordt dan is het wel dat de hele vakontwikkeling echt nog wel beter kan. Vraag maar eens aan de gemiddelde medewerker: ‘En wat heb jij het afgelopen jaar aan bijgedragen aan de vakontwikkeling van de branche’ en ik vermoed dat het dan toch enige tijd stil zijn. Nu we geen opleiding meer hebben voor bibliothecarissen zullen we daar samen veel harder aan moeten trekken. En als er iets is wat jonge bibliothecarissen ons bij bij deze stelling meegeven is het wel: hoor ons, gebruik onze kennis, laat ons experimenteren!

De tweede stelling is dat jonge medewerkers een meerwaarde hebben voor bibliotheken door hun leeftijd. Het merendeel is het hier wel mee eens. Frank Huysmans is het hier helemaal mee eens. Want hij vindt dat bibliotheken wel een afspiegeling moeten zijn van de samenleving. Ik kan zijn opvatting wel volgen maar vraag me af of we echt een afspiegeling moeten zijn van de hele samenleving: want gaan we ook bejaarden in dienst nemen, minderjarigen, postzegelverzamelaars en voetbalhooligans? De jongeren vinden overigens zelf de stelling bijna discriminerend. Jongeren als excuustruus is wel een heel verkeerd idee. Het gaat meer om passie dan om leeftijd.

De laatste stelling gaat over dat jongeren zich eenzaam kunnen voelen in hun werk en dat dit niet wordt onderkend. Veel zwevers bij deze stelling. Blijkbaar weten we ons daar nog niet goed houding in weten te geven.  De meest concrete oplossing die ik hier hoorde was om samen vaker naar het café te gaan. Maar elke dag naar het café is wellicht ook niet de beste oplossing.  Zijn we jongeren hierdoor kwijt geraakt in de bibliotheek? Een jonge collega vertelt haar kwetsbare verhaal over hoe ze na een reorganisatie alleen over bleef. Ze kan haar privé-wereld niet meer delen en daarmee is de bibliotheek haar wereld niet meer. Hoe breekbaar het verhaal ook is, het slaat de spijker op zijn kop.

Ondertussen zie ik ze wel loeren hoor: de Anki Kesselers, Chris Wiersma’s  en Nan van Schendels. Het zijn de slimme werkgevers die hier zitten. Want ik zie ze denken: werkte die Tamar of Evi maar bij mij. En ja, ik zie ze ook denken: ik heb nog een huwbare zoon. Een bibliothecaresse als vriendinnetje is toch de ideale schoondochter.

En ja, na deze bijeenkomst zie je ze smoezen en is het headhuntseizoen begonnen. De jongeren gaan zometeen allemaal met een nieuw contract de deur uit. En daarmee begint een nieuwe trend. Want volgend jaar doen ze dit weer op het bibliotheekcongres. En ook dan zit u als werkgevers hier weer klaar. U gaat tegen elkaar opbieden: bij mij een personeelsabonnement zonder boetes, bij mij gratis reserveren of bij mij een bibliobusje van de zaak. Volgende bibliotheekcongressen worden de nieuwe transferperiode voor jonge bibliothecarissen!

Ik ben nu 45 en ik behoor nog immer tot de 30% jongste medewerkers. Er is geen sector waar je je zo lang jong kunt voelen. Eeuwig jong. Zeg nou zelf: wie wil er nou niet in zo’n sector werken?
Dus koester deze jongeren. Geef jong talent de tijd, de ruimte en het vertrouwen. Geef ze een woordenboek voor de moeilijke woorden, hou ze weg bij de drank en vooral bij de NS. Voor je het weet zijn ze conducteur. Dat moeten we toch echt zien te voorkomen.

Succes!

woensdag 8 maart 2017

Hoe moeilijk oude businessmodellen het hebben en hoe de burger betaalt met verlies aan privacy


Gisteren kopte de NRC: Waarom NRC stopt met Blendle. Een artikel waarin hoofdredacteur Peter Vandermeersch uitlegt hoe de NRC startte met Blendle voor losse artikelen maar dat met het nieuwe abonnementsmodel Blendle kannibaliserend kan werken op de NRC-abonnementen. En dus stopt men met Blendle. U weet wel, dat aaibare en vernieuwende verdienmodel voor bestaande kranten door a la Facebook eigen filters op het nieuws te zetten.

Ik kan de redenering van Peter Veandermeersch goed volgen. Goede verslaggeving kost geld en dat moet op een bepaalde manier bij elkaar gebracht worden. Maar het toont ook aan hoe moeilijk bestaande kranten het hebben om hun bestaande verdienmodel (abonnementen en advertenties) om te bouwen naar een nieuw model. Hun huidige verdienmodel hangt als een molensteen om hun exploitatie.

Van NRC wordt overigens allang gezegd dat hun huidige basis van abonnees te krap is om een goede krant te maken. Experts zeggen dat die grens rond de 200.000 abonnementen ligt.NRC zit rond de 150.000 abonnees. Het artikel toont wel aan hoe krap de marges voor de papieren kranten zijn.

Het digitale model van Blendle - vooralsnog een aardige bijverdienste maar niet meer dan dat - gaat die positie voor de krant voorlopig dus niet structureel verbeteren. NRC zal de komende jaren dus op zoek moeten naar nieuwe opties. Opties zoals samenvoeging met Trouw en Volkskrant zoals De Stentor bijvoorbeeld eerder deed met regionale kranten.  Of komt er opnieuw een durfinvesteerder die nog een bezuinigingsronde doet om daarna alles weer met winst te verkopen?

Hoewel kranten geen bibliotheken zijn, liggen de parallelen voor het oprapen: blijf je lokale stichting, hoe zorg je voor een digitale positie en welke stappen moet je zetten om de juiste toekomst te bereiken?

De NRC telt zijn knopen en constateert dat 'Money makes the world go round'. Blendle zal er gewoon om doorgaan en ook een initiatief als De correspondent - met louter internetedities en slechts 40.000 abonnees - gaan hun weg vinden. Ondertussen surft de rest van de wereld  gewoon verder op het gratis internet waar je 'slechts' betaalt met verlies van privacy.

zaterdag 4 maart 2017

Stasiland: onder de huid van voormalige inwoners van de DDR

Zoals bekend houd ik van bizarre geschiedenissen. In die categorie behoort ook het boek van Anna Funder 'Stasiland'. Stasiland is een boek dat de verhalen optekent van vele inwoners van de voormalige DDR. Dat doet ze op een meesterlijke wijze.

Zo interviewt ze Mirjam die op haar zestiende met een vrij naïeve poging probeert te vluchten naar het westen en die daardoor bijna de Derde Wereldoorlog had laten starten. Ze wordt gepakt en komt in de malle molen van de Stasi. Funder laat zien wat er van haar leven terecht komt en hoe ze haar geschiedenis meedraagt.

Ze laat de heer Von Schintzler aan het woord, een tv-presentator die voor de DDR  TV-programma's uit het Westen 'kapot' praatte op het 'zwarte kanaal'. Von Schnitzler, in het boek al een zeer oude man, is volledig blijven hangen in de tijd van de SED, de muur, de Stasi en het anti-imperialisme. Hij is er heilig van overtuigt dat het kapitalisme binnenkort toch nog zal instorten en dat het socialisme zal overwinnen.

Het meest aangrijpende verhaal is dat van Frau Paul, een moeder wiens zoontje in West-Berlijn in het ziekenhuis behandeld moet worden en die moet kiezen: 'je zoontje zien  en iemand verraden of je zoontje niet zien en iemand niet verraden'. Grote groepen mensen zijn op die manier door manipulatie verplicht om mee te werken aan de praktijken van de interne veiligheidsdienst.



Het verhaal met de grootste glimlach is wel die van Klaus. Klaus was rebels kunstenaar in het DDR-regime. Hij speelde in het Klaus Renft-combo (zie video) en laat zien hoe hij dezelfde manipulatietrucs uithaalde met de Stasi als die de Stasi met hem uithaalde.

Funder verbindt de verhalen op magistrale wijze door haar eigen gebeurtenissen als Australische journalist in Duitsland hier door heen te laten lopen. Ze laat zien hoe ze in contact komt met oud-Stasi-medewerkers en ze verhaalt over de 'puzzelvrouwen' in Neurenberg. De 'puzzelvrouwen' is een groep van ongeveer 30 medewerkers die oude versnipperde Stasi-archieven, snippertje voor snippertje weer aan elkaar te leggen. Rond de val van de muur was er wel tijd om ze te versnipperen maar geen tijd meer voor een definitieve vernietiging.

De muur is inmiddels op bijna alle plekken van Berlijn verdwenen. Het verhaal van Funder laat zien dat mensen blij zijn dat de muur verdwenen is. Niet alleen omdat de vrijheid terug is maar ook omdat het velen herinnert aan het verraad waartoe ze gedwongen werden door het systeem en de schaamte die dat met zich meebrengt.

In een recensie werd het boek van Funder aangeduid als: 'een meesterwerk van onderzoeksjournalistiek, haast geschreven als een roman, met een perfecte mix van compassie en distantie'. Nou, die kan ik wel onderschrijven.

Wie Stasiland wil lenen bij de bibliotheek, kan dat hier doen.

dinsdag 28 februari 2017

Welke bibliotheek heeft de jongste bibliothecarissen?


21. Dat was mijn leeftijd toen ik begon te werken voor de bibliotheeksector. Jarenlang was ik in elk overleg dat ik bijwoonde de jongste. En wie bovenstaande grafiek ziet, snapt dat dat niet zo gek was. En met mijn 45 jaar behoor ik zelfs vandaag de dag nog tot de 30% jongste bibliotheekmedewerkers. Ik blijf me dus al jaren lang jong voelen door de bibliotheeksector. 

Wie deze grafiek tien jaar geleden zou hebben gemaakt, zou hebben gezien dat de gemiddelde leeftijd toch een flink eind lager was. Dat heeft twee oorzaken. Door een personeelsstop bij bezuinigingen zijn er nauwelijks banen vrij gekomen na pensionering. En de tweede is dat in de afgelopen tien jaar de datum van pensionering bijna vijf jaar is opgeschoven. Gingen vroeger medewerkers met 40 dienstjaren met vervroegd pensioen (zou in mijn geval 61 zijn geweest), dat werd later vervroegd pensioen met 62. Daarna werd het vervroegd pensioen afgeschaft en de AOW-leeftijd verhoogd naar 67 jaar. Nou, inmiddels houd ik er rekening mee dit ik met pensioen ga op mijn 71e. 

Zijn we overal zo opgeschoven met de leeftijd? Of zijn er ook bibliotheken die het wel lukte om in deze tijd toch een diverse leeftijdsopbouw te hebben? Tijd voor een top-10 van bibliotheken met het jongste personeel!

Top-10 bibliotheken met het jongste personeel


Uit de cijferbestanden van het WOB-verzoek is ook op te maken hoe het personeelsbestand van elke bibliotheek is opgebouwd.  Gemiddeld is 8,6%  van de bibliotheekmedewerkers jonger dan 30 jaar. Bovenstaande bibliotheken wijken daar flink vanaf. Bibliorura (Roermond e.o.) spant daarbij met 37,5 % de kroon. Als tweede de bibliotheek Hoeksche Waard en DOK Delft. Deze top-30 scoren allen boven de 30%.

Wie het rijtje verder kijkt ziet veel bibliotheken in een combinatie met ander culturele voorzieningen (Nieuw Nobelaer, Schunck, Stadkamer, Idea en Coda). Ik heb een vermoeden deze instellingen op een of andere manier meer jonge medewerkers trekken. Hebben zij meer startersfuncties? Zijn het de educatieve afdelingen die jongere medewerkers trekken? Een andere verklaring kan zijn dat sommige bibliotheken werken met opruimers die een vast of tijdelijk dienstverband krijgen aangeboden waar andere bibliotheken dit via een uitzendconstructie doen. Een ploeg opruimers kan daarmee je statistieken flink 'verjongen'. Wie het weet mag het zeggen.

Maar al met al denk ik toch dat in ieder geval een deel van deze instellingen bewust zoekt naar een diverse opbouw in leeftijd en dus ook bewust zoekt naar jonge medewerkers.

JBN: netwerk van Jonge bibliothecarissen
Ik ben dan ook blij dat er een netwerk is van 'jonge bibliothecarissen'. Opgericht door Tamar van Moolenbroek. En ze staan volgende week ook nog eens met dat netwerk op het Nationale Bibliotheek Congres met een heuse deelsessie 'Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst'. En ik roep u op om daar ook te zijn en hun enthousiasme te delen. Overigens ook een plek waar u uiteraard actief kunt 'headhunten' naar jong personeel. 

Top-10 oudste medewerkers?
Om eerlijk te zijn: ik had ook een top-10 oudste medewerkers. Maar het is een nogal saaie lijst. Eigenlijk zou het een top-12 moeten zijn. Want er zijn twaalf basisbibliotheken die een personeelsbestand hebben dat voor de volle 100% bestaat uit medewerkers die ouder zijn 50 jaar. Maar de vraag is: zegt het iets?

Het antwoord is: ja en nee. Ik heb die twaalf bibliotheken snel bekeken op de cijfers van hun resultaten en daaruit blijkt niet dat zij minder scoren dan andere bibliotheken.  Er zitten zelfs bibliotheken tussen die heel hoog in de top-10's scoren. Wel zitten er bibliotheken  tussen die al jarenlang achtervolgd worden door een bezuiniging. En dus vaak met een personeelsstop. En het zijn relatief kleine bibliotheken. Wie zes of zeven medewerkers heeft, heeft minder mogelijkheden om te sturen op een diverse opbouw dan een bibliotheek 150 medewerkers.

Diverse opbouw
Toch denk ik dat een mix van leeftijden voor een bibliotheek wel belangrijk is. Verschillende leeftijden zullen in de regel ook een mix van kwaliteiten en interesses meebrengen. Van generaties die opgroeiden met papier tot de generatie die opgroeide met YouTube. En vooral die generatie die opgroeide met YouTube kunnen we nog goed gebruiken.  Maar goed, tot die tijd blijf ik me eeuwig jong voelen in deze sector. En zeg nou zelf, daar kan geen nacht- of dagcrème tegenop.

woensdag 22 februari 2017

Bibliotheekleden zijn gewoon 'betere' burgers!


Dit weekend was ik op internet naar iets aan het zoeken naar iets en stuitte ik op iets anders. Namelijk een interessant onderzoek van de gemeente Nijmegen naar 'de effectiviteit van de subsidie aan de openbare bibliotheek'. Nou, een hele mond vol. Een heel rapport ook trouwens.

Maar ik scrollde eens door het rapport. Een goed rapport over hoe je als gemeente de prestaties van de bibliotheek kunt meten. Want gemeenten willen graag output en nog liever maatschappelijke effecten kunnen meten van hun inspanningen.  Maar hoe doe je dat eigenlijk?

En zo stuitte ik op bovenstaande tabel op pagina 30 van het onderzoek.

Tja, het staat er echt: bibliotheekleden zijn gewoon betere burgers! Ze zijn maatschappelijk actiever, geven meer aan goede doelen en zijn liever voor hun buren. In lezingen vertelde ik wel eens dat bibliotheekleden het typische 'giro-555-publiek' is. Mensen die je graag helpen als je ziet dat het even minder gaat. En dat je als gemeenschap gebruik kunt maken van die kracht: als taalmaatje, als vrijwilliger bij de VoorleesExpress of als begeleider bij een iPad-café.

Niet alleen de hoger opgeleide linkse elite...
Vraag is natuurlijke nog wel wat oorzaak en gevolg is. Worden we beter doordat we naar de bibliotheek gaan of komen de betere burgers vaker in de bibliotheek? Een echt antwoord komt er niet maar de onderzoekers verwijzen nog wel naar de bijlagen. Want wie hier nu zou zeggen dat alleen de hoogopgeleide en goede verdienende elite deze kenmerken vertoont komt bedrogen uit. In elke categorie leeftijd, sociale klasse en  opleiding scoren bibliotheekbezoekers beter dan niet-bibliotheekbezoekers. Daarmee is het causale verband er nog niet maar het geldt zeker niet alleen voor middelbaar of hoger opgeleiden. Ook lager opgeleiden en mensen uit een lager welstandsklasse vertonen een positief onderscheid.

Hoewel het onderzoek uit Nijmegen al weer uit 2015 is, is het interessante kost voor iedereen die wel eens met de gemeente om tafel zit over de prestaties van de bibliotheek.

En voor alle anderen: Bibliotheekleden zijn gewoon 'betere burgers'.

Voor wie in nog meer onderzoek geïnteresseerd is: in een eerdere blogpost verwees ik naar dit Amerikaanse onderzoek waar soortgelijke uitkomsten in te vinden zijn. 

woensdag 15 februari 2017

Welke bibliotheek leent het meeste en het beste uit?


Het laatste blogje over deze cijfers en ik bezondig mij aan de cijfers aller cijfers voor bibliotheken: de uitleenaantallen. Hoewel we tegenwoordig graag ook onze 'nieuwe' kernfuncties laten zien, zijn bibliotheken jaarlijks nog altijd goed voor bijna 80 miljoen uitleningen. Met andere woorden, elke Nederlander leest gemiddeld zo'n  vier tot vijf boeken van de bibliotheek per jaar.

Voordat ik de 'mammoeten van de uitleen' laat zien, eerst weer een kengetal. En dat is het aantal uitleningen per lid. Ook dat levert weer een vergelijking op waar zowel grote als kleine bibliotheken goed vergelijkbaar zijn.

Tja, ik kom uit Overijssel.... nummer 1, 2, 3, 4, 6 en 10 zijn bibliotheken uit die provincie. Met op de eerste plaats Enschede. Een mooi resultaat voor een bibliotheek die forse bezuinigingen te verduren heeft. Dat geldt ook voor de derde plaats van Utrecht. Mooie prestaties voor stedelijke gebieden.

 In de top-10 plaatsen als Rijssen, Staphorst en Kampen die met hun christelijke achtergrond nog een stevige leescultuur kennen.

En ook dit keer weer in de top-10 de Graafschapbibliotheken  en Lek en IJssel. Complimenten.

Wellicht nog aardig om op te merken: 8 van de 10 bibliotheken komen uit Gelderland en Overijssel en kennen allebei een team voor Centraal Collectioneren. Ook daar denk ik een compliment.

De meest efficiënte: de uitleenfrequentie




Een ander cijfer dat veel gebruikt wordt bij bibliotheken is de uitleenfrequentie. Dat wil zeggen hoe vaak een boek gemiddeld per jaar uitgeleend wordt. Hoe hoger het cijfer, hoe efficiënter je hebt ingekocht. Een uitleenfrequentie van 3 wil bijvoorbeeld zeggen dat een boek gemiddeld 3 x de uitleentermijn (van vaak drie of vier weken) is uitgeleend,  In totaal is een boek dan negen tot twaalf weken bij een lezer.  Afhankelijk van de uitleentermijn kan een boek dus maximaal twaalf tot zestien keer uitgeleend worden.

Op deze top-10 staan veel bibliotheken die al in eerder top-10's voorkwamen. De enige die we nog niet eerder zagen is Cultura Ede.

De zwaargewichten




Tot slot opnieuw de mastodonten. Deze top-10 is samen goed voor 25% van alle uitleningen in Nederland. En drie maal is scheepsrecht: Utrecht bovenaan. Bij de andere twee lijstjes (bezoekers en uitleningen per lid) al heel goed scorend maar Utrecht mag zich uitleenkampioen noemen. Bibliotheek AanZet, met een groot werkgebied en veel vestigingen rond Dordrecht, volgt daar kort achter. Groningen, Amsterdam en Den Haag staan heel dicht bij elkaar.

Het is interessant om de lijstjes van bezoekers en uitleningen eens naast elkaar te leggen en de verschillen in accent te zien. Sommige bibliotheken scoren op één accent en sommige zelfs op beide.

De allerbeste bibliotheek?
Zo, ik geloof dat ik het hier even bij houdt. Er is nog van alles te zeggen. Waar ik in ieder geval even over ga nadenken is of er een index te maken is die verschillende kengetallen koppelt van verschillende functies. Door een ranking te maken op verschillende factoren kun je technisch de beste bibliotheek van Nederland presenteren. Het lijkt me aardig om daar rond de verkiezing van de 'Beste Bibliotheek' in maart nog wat mee te doen.

Voor nu, dank voor het volgen.  Mijn tip voor nu: verdiep je in deze cijfers en zorg dat je je eigen verhaal kunt vertellen. Ik verheug me eerlijk gezegd al wel op de cijfers van volgend jaar.

De cijfers van dit overzicht komen uit door het ministerie van OCW gepubliceerde cijfers die naar aanleiding van een WOB-verzoek openbaar zijn gemaakt. In een eerder berichten maakte ik al melding van vergelijkingen op basis van ledental, mediabezit en subsidiebedrag , activiteiten in de bibliotheek, en bezoekersaantallen


dinsdag 14 februari 2017

Bij welke bibliotheken komen de bezoekers het liefste nog eens?


Zo, we gaan weer naar een twee volgende top-10's. Iemand zei me,naar aanleiding van al deze overzichten, dat ik waarschijnlijk net zolang doorging totdat elke bibliotheek wel in een top-10 voor zou komen. Nou, het zou mooi zijn als het zo is. De cijfers tonen in ieder geval aan dat elke bibliotheek wel zo haar eigen accent kent.

Hierboven ziet u  wat naar mijn mening te echte top-10 is van meest bezochte bibliotheken. Berekend in het aantal bezoeken per inwoner per jaar van het werkgebied. U weet, ik heb een voorliefde voor kengetallen boven absolute aantallen.  Gemiddeld komt elke Nederlander iets meer dan drie keer per jaar in de bibliotheek. En hier prijkt - met enige trots - Deventer fier bovenaan. De bibliotheek waar ik zelf werkte en ook een tijdje directeur was. Een bibliotheek met een fijnmazig spreidingsbeleid dat naast de bibliotheek ook de Wijkwinkel kent waar mensen terecht kunnen voor allerhande vragen rond wonen, werk, inkomen en gezondheid. Dat betaalt zich uit in deze bezoekcijfers. Deventernaren komen meer dan negen keer per jaar in de bibliotheek.

Op nummer 3 een bibliotheek waar ik ook werkte: Hengelo. Mooie bibliotheek die als een magneet werkt op de inwoners van de stad. En dat is wat we veel zien in deze top-10: Arnhem, Nieuwegein, Almere, de Chocoladefabriek en het Eemhuis, allemaal bibliotheken die in het verleden al meestreden om de titel Beste Biblitoheek van Nederland en vaak met de titel ervan doorgingen.

Verder ook biblotheken die nadrukkelijk de brede functie van de bibliotheek uitdragen: Wageningen en Kulturhus Borne en Naarden-Bussum, allemaal actief met een veel bredere functie dan alleen de klassieke bibliotheek.

Absolute aantallen



Maar goed om de echte mastodonten van het bibliotheekbezoek kunnen we natuurlijk ook niet heen. Hier de 'hotspots' van Nederland als het gaat om bezoekersaantallen. En het verbaast me niet dat hier Amsterdam bovenaan prijkt. Dit jaar bestaat OBA op het Oosterdokseiland alweer tien jaar. En in die tien jaar heeft het zich verder ontwikkeld als echte 'verblijfs'bibliotheek.

Verder in de top-10 uiteraard ook Den Haag, Rotterdam en Utrecht. Opvallende de derde is het Eemhuis in Amersfoort die Utrecht in aantal ver voorbij gaat. Ik hoor ze in Utrecht denken: "wacht maar tot wij op onze nieuwe plek zitten".

Verder is het aardig om in deze lijst te zien dat bibliotheken met veel vestigingen zoals Midden-Brabant, Biblionet Groningen en AanZet met deze kleinere vestigingen eigen net zoveel bezoekers trekken als bijvoorbeeld Almere.

Foei bibliotheken! Een kwart vult geen bezoekersaantallen in
Opvallend om te melden is nog dat 40 van de 156 basisbibliotheken - en dat is bijna 25% - de bezoekersaantallen niet invult. Ik kan dat niet helemaal interpreteren: heeft men in het geheel geen bezoekerscijfers of ontbreken van een één of twee vestigingen cijfers. Maar een minpuntje vind ik het wel. Eigenlijk zou je dit op orde moeten hebben. Aandachtspunt voor de volgende keer.

Het volgende en waarschijnlijk laatste blogje over deze cijfers gaat nog één keer over wat toch nog altijd het cijfer aller cijfers is bij bibliotheken: uitleningen. Stay tuned!

De cijfers van dit overzicht komen uit door het ministerie van OCW gepubliceerde cijfers die naar aanleiding van een WOB-verzoek openbaar zijn gemaakt. In een eerder berichten maakte ik al melding van vergelijkingen op basis van ledental, mediabezit en subsidiebedrag en activiteiten in de bibliotheek. 

maandag 13 februari 2017

Wat is de meest actieve bibliotheek?


We gaan nog even verder met de dataset met cijfers over bibliotheken die uit het WOB-verzoek komen. Want ik bezondigde mij bij de eerste reeks cijfers natuurlijk vooral aan gegevens over de klassieke taken van de bibliotheek. Nu dus tijd om weer een stapje verder te kijken.

In de dataset is ook opgenomen hoeveel activiteiten elke bibliotheek organiseert. Die activiteiten zijn ook nog eens uitgesplitst per bibliotheek naar de vijf kernfuncties: lezen en literatuur, educatie, kennis en informatie, kunst en cultuur en ontmoeting en debat.

Hierboven ziet u de top-10 van bibliotheken met de meeste activiteiten. Daar vallen wel een paar dingen aan op.  In de top-10 staan drie van vier zogeheten G4-bibliotheken: Den Haag, Amsterdam en Rotterdam. Utrecht ontbreekt in dit rijtje. Om precies te zijn: ze zijn op plaats 32 van alle bibliotheken.

Een aantal bibliotheken verbaast me niet: Kennemerwaard die al jaren inzet op dit beleid. Biblionet Groningen die hier alle vestigingen van Groningen telt. Mooie noteringen voor Hoeksche Waard, Maas en Peel, Waterland en de Graaschapbibliotheken. Kleinere bibliotheken die hier flink hun mannetje staan.  Hoeksche Waard geeft bijvoorbeeld aan in de onderliggende cijfers meer dan 1.300 activiteiten te organiseren voor 'ontmoeting en debat'. Ik ben wel benieuwd wat daar gebeurt.

Activiteiten per 1.000 inwoners



Voor een betere vergelijking kun je beter een kengetal gebruiken. In dit geval ben ik eens gaan kijken hoe de top-10 er uit als je rangschikt op het aantal activiteiten dat men organiseert per 1.000 inwoners. Kleine en grote bibliotheken kun je dan onderling rangschikken.

Een aantal bibliotheken uit bovenstaande top-10 komen ook in deze top-10 terug. Met als uitschieter Hoeksche Waard die Den Haag en de OBA in de vorige lijst nog voor moest laten gaan. Ook Maas en Peel, de Graafschap bibliotheek, Den Haag en Waterland komen in deze lijst weer terug.

Maar ook een paar opvallende nieuwe die door hun kleine werkgebied minder in beeld kwamen bij de absolute vergelijking zoals Hoogeveen, Veldhoven en Veluwezoom. En, ook in deze top-10 prijkt weer Scherpenzeel, de kleinste basisbibliotheek van Nederland!

Onderverdeling van activiteiten naar kernfuncties



In zijn totaliteit geven bibliotheken aan dat zij in 2015 77.426 activiteiten organiseerden. De meeste activiteiten, zo'n  45%, bevond zich in het domein van lezen en literatuur: schrijversavonden, dichtercafés, schrijfworkshops etc. Daarna volgt educatie waar veel activiteiten met scholen in zullen zitten.  Het laatste kwart wordt verdeeld over kunst en cultuur, kennis en informatie en ontmoeting en debat.

Definitie?
Wie overigens naar de onderliggende cijfers kijkt, moet constateren dat deze cijfers nog lang niet altijd goed zijn ingevuld door bibliotheken. Een paar bibliotheken geeft aan op geen enkel gebied cijfers te kunnen leveren en zeker 1 op de 8 bibliotheken geeft bij één van de gebieden wel aan het niet te weten. Het is helder dat dit soort tellingen nog in de kinderschoenen staan. Want wat is de definitie van een activiteit?  Is het lezersfeest in Rotterdam 'slechts' één activiteit die vergelijkbaar is met één spreekuur voor de belasting? Met andere woorden: we gaan hier de komende jaren nog veel leren.

In het volgende blog gaan we kijken naar wie de meeste bezoekers heeft....

Cijfers zijn afkomstig uit bijgaande bericht van het ministerie van OCW waar verschillende excelbestanden worden aangeboden. In een eerder bericht maakte ik al enkele vergelijkingen op klassieke functies van de bibliotheek zoals ledenaantal, mediabezit en subsidiebedrag.

donderdag 9 februari 2017

De goedkoopste, de grootste en de beste bibliotheek, weten wie dat is?


Anderhalve dag geleden werd door het Ministerie van OCW na  een WOB-verzoek de complete dataset vrijgegeven met statistieken van afzonderlijke bibliotheken. En  daarmee komt in één klap een complete benchmark van openbare bibliotheken beschikbaar. In de dataset zitten alle gegevens die volgens mij in de BIS-enquete zitten voor de CBS-cijfers. Hoewel ik het nergens heb kunnen vinden, zijn dit de cijfers over 2015.

Hoewel ik gewoon aan het werk was, jeukten mijn handen wel om met die cijfers aan de slag te gaan. Maar na een avondje sleutelen kan ik u alvast wat eerste gegevens geven. Leest u even mee?

Meer dan 30% van de bevolking lid
De eerste grafiek die u ziet, is die van de bibliotheken die de  meeste leden hebben. Nou ja, alle bibiotheken waar meer dan 30%. van de bevolking lid is. Dat zijn er veertien in totaal en dat is iets minder dan 10% van alle basisbibliotheken.

De Zeeuwse Bibliotheek prijkt daar fier bovenaan met bijna 40% van de bevolking die lid is. Verder valt op dat heel Flevoland (twee basisbibliotheken) meer dan 30% lidmaatschap kent. De andere bibliotheken komen uit Gelderland, Overijssel, Drenthe, Zeeland en Brabant. Opvallend is dat dat de randstad compleet ontbreekt in deze lijst.

De goedkoopste bibliotheek






Wie krijgt het minste subsidie en is dus het goedkoopst voor de gemeente? Zie hier de top-10. En daar is wat vreemds aan de hand. Utrecht zou slechts € 3,55 per inwoner ontvangen. Als je in de cijfers duikt zie je staan dat Utrecht slechts € 1,1 miljoen structurele gemeentelijke subsidie ontvangt. Ook bij de andere subsidies staat geen ander groot bedrag. Het lijkt er dus op dat hier gewoon een ordinaire fout in de opgave zit. Om toch aan die top-10 te komen, heb ik dus ook nummer elf, De Lage Beemden maar toegevoegd.

Historisch gezien ontvangen bibliotheken op het platteland minder subsidie per inwoner dan grotere steden. Dat reflecteert zich nog steeds in deze top-10. Hoewel Eindhoven hier de grote uitzondering is. Deze bibliotheek heeft stevige bezuinigingen te verduren gekregen en bungelt hiermee dus nu in de onderste regionen. De gemeenteraad van Eindhoven moet zich eigenlijk schamen: jezelf kennisregio noemen en je bibliotheek dan zo weinig subsidie toekennen!

Overigens heb ik gebruik gemaakt van het cijfer 'structurele gemeentelijk subsidie'. De opgave geeft ook nog aan wat de andere gemeentelijke,  provinciale of overige subsidies zijn. Ook zou je een top-10 kunnen maken die gaat over gebruikersinkomsten. Nou ja, voor een volgende keer.

Grootste collectie




Tja, dan nog een andere spannende. Wie heeft de grootste collectie? Dat drukken we niet uit in het aantal boeken of DVD's die je hebt, maar in het mediabezit per inwoner. Daarmee kun je grotere en kleinere bibliotheken redelijk met elkaar vergelijken. De gemiddelde bibliotheek heeft 1,49 banden per inwoner. Hier ziet u de top-10 en allemaal scoren ze ruim boven dat landelijk gemiddelde.

Opnieuw is de Zeeuwse Bibliotheek een uitzonderlijke uitschieter. Met hun grote collectie met relatief weinig inwoners schieten zij iedereen ruim voorbij en scoren bijna tien keer het landelijk gemiddelde. Daar moet je overigens bij opmerken dat de Zeeuwse Bibliotheek naast de openbare bibliotheek ook tegelijk een Plusbibliotheek en een POI is voor de hele provincie. Die collectie wordt nu slechts verrekend op de inwonertallen van Noord-Beveland, Middelburg en Veere. Dat verklaart veel.

In de lijst prijkt nog één andere PLUS-bibliotheek en dat is Arnhem voor de rest zijn relatief kleine bibliotheken met veel vestigingen. Kleine vestigingen hebben van nature meer media per inwoner omdat eigenlijk elke vestiging wel een minimumcollectie nodig heeft om mee te starten.

Mooi vind ik ook dat Scherpenzeel in top-10 staat. Het is namelijk de kleinste basisbibliotheek van Nederland (werkgebied: 9.500 inwoners). Hij staat er gewoon mooi te glimmen. Waar een kleine bibliotheek groot in kan zijn!

Mijn advies: verdiep u in deze cijfers!
Nou, dat zijn zomaar wat eerste cijfers. Wat ik met deze cijfers wil laten zien, is dat je een verhaal kunt vertellen. Ik heb nu de bibliotheken laten zijn met de meest leden of meeste collectie. Ik laat hier niet de slechtste zien. Wij kunnen deze cijfers in ons voordeel gebruiken. Maar een ander kan er ook andere dingen mee doen. En ik verwacht dat een aantal datajournalisten maar ook commerciële partijen flink naar deze cijfers gaan kijken.

Dus hoe gaan we hier mee om als bibliotheken? Aanval is dan de beste verdediging. Verdiep u dus in deze cijfers. Kijk hoe u er voor staat. Weet welk goede verhaal u kunt vertellen met uw eigen cijfers. Kunt u dat niet zelf? Zoek dan hulp hierbij. Als je dit moet gaan doen als een ander al aan de haal is met uw cijfers, bent u al te laat.

Misschien een aardige klus om in provinciaal verband samen op te pakken?

woensdag 8 februari 2017

Over champions league, eredivisie en de toekomst van het boek... (vooral de toekomst van het boek)



Elsbeth Kwant van de Koninklijke Bibliotheek is misschien wel één van de slimste mensen uit het bibliotheekwerk. Niks ten nadele van u natuurlijk, u bent ook slim. Anders las u dit niet. Maar, zelden iemand tegen gekomen die zo snel kan denken en verbindingen kan maken als Elsbeth. In de afgelopen tijd deed ze onderzoek naar de toekomst van het boek. U weet wel, dat papieren ding dat iedereen al tien keer dood heeft verklaard.

Elsbeth nodigde een heel stel slimme mensen uit om mee te denken over dit thema. Met bijgaande presentatie als resultaat. Via harde cijfers naar wat filosofische kanten om bij een paar onderbouwde conclusies te komen.

Eén van die conclusies is dat de maatschappelijke waarde van het boek groter is dan de economische. Wie boeken vanuit economische principes blijft benaderen, ziet iets heel anders dan wie het boek vanuit maatschappelijke waarde benadert. De noodzaak tot het scheppen van wetenschap of verbeelding vergt een vehikel. Die maatschappelijke drijfveer laat zich maar zeer ten dele sturen door economische principes. Een hele gerusstelling.

Een aanrader om het verhaal eens door te lopen. Via horseless carriage syndrome, over champions league en eredivisie-auteurs en waarom je meer boekenmensen nodig hebt dan tandartsen.....

Nou, het lijkt me dat uw interesse wel gewekt is, snel klikken dus door die platen!

vrijdag 3 februari 2017

Hoe grote innovaties, klein beginnen... de slimme oplossingen van Derk Jan


De bibliotheek wordt steeds meer een ontmoetingsplek. Mensen studeren er, werken er, volgen een lezing of organiseren iets samen met andere burgers. Er zijn steeds vaker studieplekken, stiltecabines of vergader- en cursusruimtes. Maar hoe regel je nou die reserveringen van al die ruimtes en faciliteiten zonder dat je weer een duur pakket heb met betaalautomaten en regel-pc's. Dan is de oplossing van Derk Jan Bovenmarsch wellicht iets voor u.

Derk Jan werkt onder andere voor de Bibliotheek Oost-Achterhoek waar ik al wat jaren hand- en spandiensten verricht. Derk Jan is een no-nonsense digitaal specialist. Iemand die van een conceptuele gedachte dienstverlening weet te maken.

En dus ging Derk Jan aan de slag met de vraag: er zijn steeds meer groepjes die 'iets' in de bibliotheek willen doen, hoe organiseren we dat? En dus bouwde Derk Jan een eenvoudige tool om ruimtes te boeken in de bibliotheek. Dat doet hij met het pakket Supersaas (deels gratis en anders een kwestie van een paar euro). Daar koppelde hij een agenda per ruimte aan. En je kunt de agenda vervolgens natuurlijk ook openbaar maken waardoor je een activiteitenoverzicht in je bibliotheek hebt, die je bijvoorbeeld kunt koppelen aan je narrow-cast-systeem.

Met meerdere vestigingen die deels onbemand open zijn, is dit een mooie voorziening. Voor mij zijn dit pareltjes. Je hebt dit soort tools nodig om de nieuwe rol van de bibliotheek mogelijk te maken. Voor meer informatie verwijs ik graag naar Derk Jan.Hij helpt je graag verder.

DSCF3075

Voor wie het nog simpeler wil: deze kwam ik tegen in de mooie bibliotheek in Aarhus. Studenten kunnen studieruimtes reserveren. Moet je alleen wel in de bibliotheek zijn...

dinsdag 31 januari 2017

IBL-barometer: Wat kosten 10 aanvragen bij een andere bibliotheek? Antwoord: tussen € 0,- en € 130,-



De Nederlandse bibliotheken bieden gezamenlijk toegang tot de collectie Nederland. Wat je eigen bibliotheek niet heeft, kun je bestellen en wordt opgevraagd bij een andere bibliotheek. Op deze manier borgen Nederlandse bibliotheken gezamenlijk vrije toegang tot informatie.

10 aanvragen: tussen € 0,- en  € 130,-
Alleen wat kost die toegang? Nou dat verschilt behoorlijk. Voor 10 aanvragen bij een andere bibliotheek betaal je tussen de 0 en 130 euro en alles er tussenin. Het wordt slechts bepaald door de bibliotheek waar je toevallig lid bent.

156 stichtingen en 88 tariefgroepen met 264 tarieven
Samen met Johan Stapel van de Koninklijke Bibliotheek zette ik op een rijtje wat het kost om 10 boeken aan te vragen die niet in de eigen bibliotheek aanwezig zijn. Alle 156 bibliotheekstichtingen vullen hun tarieven in in het aanvraagsysteem van VDX. Deze maakt onderscheid tussen aanvragen in het provinciale netwerk, een aanvraag bij de Plusbibliotheken of een aanvraag bij de universiteitsbibliotheken. Bij sommige bibliotheken is het tarief voor alledrie hetzelfde en bij andere zijn ze allemaal verschillend. De 156 stichtingen slagen erin om 88 verschillende tariefopbouwen te hebben. Elke tariefopbouw bestaat uit drie tarieven en in totaal ging het dus om 264 verschillende tarieven.

Vervolgens hebben we een pakket samengesteld van 10 aanvragen: 6 uit de provincie, 3 van een Plusbibliotheek en 1 bij een Universiteitsbibliotheek. Voor elke bibliotheek hebben we uitgerekend wat dit pakketje aan aanvragen kost.

De uitkomsten zijn per gemeente geplot op de kaart. Op de kaart staan bedragen afgerond in hele euro's.

De duurste en de goedkoopste



De duurste bibliotheken zijn Eindhoven (€ 130,-) en Nieuwegein (€ 75,-). Daarna volgt een flinke groep bibliotheken uit Utrecht (€ 50).  Onder de € 50,- worden de verschillende steeds kleiner.

Gemiddeld kost het pakket van tien aanvragen € 24,91.

Er zijn een aantal bibliotheken waar dit pakket volledig gratis is. Dat is het geval bij de bibliotheek Hengelo, Hof van Twente, Almelo, Rivierenland, Stadkamer Zwolle, Nijkerk en ZOUT. Bijna allemaal bibliotheken in Overijssel en Gelderland.

Witte vlekken
Een paar gemeenten blijven ongekleurd in dit overzicht. Het gaat om gemeenten waar geen openbare bibliotheek is (zoals bijvoorbeeld Korendijk) of waar Karmac actief is (Buren en Lopik). Korendijk heeft alleen vrijwilligersbibliotheken en heeft geen koppeling met een andere openbare bibliotheek. Karmac kan geen mogelijkheid bieden tot IBL omdat zij geen onderdeel uitmaakt van het bibliotheekstelsel. In al deze gemeenten blijven burgers verstoken van de toegang tot de collectie Nederland.

IBL-tarieven tussen klantperspectief en bedrijfsvoering
Hoe kan het dat de tarieven zo verschillende zijn? Waarom biedt de ene bibliotheek het helemaal gratis aan en waarom vraagt de ander € 13,- per aanvraag? Vooropgesteld: lokale bibliotheken bepalen zelf hun tarieven en zijn vrij om te doen wat ze willen. Toch is er wel enige duiding te geven.

Bibliotheken die IBL gratis aanbieden handelen vanuit het perspectief dat de burger altijd overal toegang moet hebben en dat de kosten geen belemmering mogen zijn. Bibliotheken die een hoog tarief hanteren kunnen daar zo hun redenen voor hebben. Redenen zijn bijvoorbeeld dat men met de prijs het gebruik wil ontmoedigen of redelijk kostendekkend wil laten zijn. Een aanvraag bij een andere bibliotheek vergt meer werk dan een gewone uitlening en daar past dan die hogere prijs bij. Ook kan je als bibliotheek vinden dat het IBL niet voor elke uitlening gebruikt moet worden en dat een prijs dat speciale gebruik uitdrukt. Bedrijfsvoering en klantperspectief schuren hier langs elkaar.

Naar een groeimodel voor een uniform tarief?
Ik denk dat velen schrikken van de grote verschillen in prijs voor IBL-aanvragen. Om eerlijk te zijn: ik zie de gemiddelde middelbare scholier nog niet 80 tot 130 euro neertellen om zijn boeken voor het profielwerkstuk bij elkaar te krijgen. Die haakt af en gaat naar internet.Vanuit  klantperspectief zou je iedereen gratis toegang tot alles willen geven. Maar ook dat is de uitzondering.

Gemiddeld zitten we rond de € 25,- voor tien aanvragen. En hoewel we veel verschillende tarieven weten te hanteren, ligt de rekening aan het eind toch ook vaak dicht bij elkaar. En laten we wel wezen: het gaat hier niet om de grootste inkomstenbron. Het isveel minder dan de subsidie-inkomsten of de contributies en vaak ook nog ver onder de inkomsten van de boetes (tenzij u boetevrij bent natuurlijk).

Zou het mogelijk zijn om in Nederland toe te groeien tot een uniform IBL-tarief? Bijvoorbeeld in twee of drie jaar? Johan Stapel en ondergetekende bieden onze kennis hiervoor aan. Welke bibliotheken willen mee opstaan om voor Nederlandse bibliotheken te komen tot een groeimodel voor een uniform tarief? We horen het graag.

Het gebeurt alleen als we dat zelf willen. Tot die tijd regeren 264 tarieven voor 156 basisbibliotheken en loont het om je aanvragen wellicht bij een bibliotheek in een dorp verderop aan te vragen.

Meer info over het onderzoek
Dit onderzoek is met de grootste zorg samengesteld. Daarbij is gebruik gemaakt van de laatst bekende tarieven zoals deze in de VDX-applicatie bekend zijn. Het overzicht aan alle data kun je vinden onder deze link.  Een directe link naar de bovenstaande landkaart vind je hier. Op biebtobieb is een discussie actief onder deze link, daar zijn ook enkele verbeteringen weergegeven die hier al zijn verwerkt. De bedragen in de landkaart zijn afgerond op hele euro's. Mocht ondanks de grote zorg toch onvolkomenheden constateren, laat ons dat dan weten, maar controleer ook zelf of tarieven goed vermeld zijn in VDX.

Op verzoek kunnen voor regio's of provincies verdere uitsnedes gemaakt worden of verder onderzoek worden gedaan. 

woensdag 25 januari 2017

Het mijnenveld van de bibliotheeksystemen?

Op dinsdag 24 januari presenteerde Marc van den Berg, sectorhoofd innovatie en ontwikkeling en plaatsvervangend directeur van de Koninklijke Bibliotheek, de uitkomsten van het onderzoek naar een landelijk bibliotheeksysteem. Hoewel ik over dit onderwerp al veel geschreven heb, past het mij dit keer niet om er artikelen lang op in te gaan. Waarom niet? Nou, omdat ik deel uitmaakte van het team dat het onderzoek deed en zelfs aan de wieg van dit onderzoek heb gestaan. Met andere woorden: een kritische houding kunt u hier van mij niet verwachten.

Maar mijn mond houden kan ik toch ook niet. Ik zal er een paar woorden aan wijden en paar dingen aanwijzen waarvan ik denk dat het interessant is om daar het lampje eens op te zetten.

Mijnenveld?
Sommige mensen zeggen dat de wereld van de bibliotheeksystemen een mijnenveld is. In ieder geval een gebied waar het voorzichtig manoeuvreren is. Bibliotheken die zelfstandig automatiseren (ik werkte ooit bij zo'n bibliotheek) ontlenen namelijk een bepaalde mate van autonomie aan zo'n systeem.  Dan gaat het om het gevoel dat men het helemaal zelf kan inrichten en innovaties ook volledig zelfstandig kan uitvoeren. Ja, ook alles zelf betalen. Dat ook. En nooit toegeven dat je meer betaalt dan een ander uiteraard.

Verder sturen de bibliotheeksystemen heel veel processen in bibliotheken. Het gaat zoals een systeem het wil. Een overstap naar een ander systeem betekent dan ook dat ontzettend veel processen opnieuw bekeken moeten worden. Daar worden we als bibliotheken redelijk 'merkentrouw' van en roepen we al snel: 'mijn systeem is de beste'. Sommige mensen zeggen zelfs dat de bibliotheeksystemen kenmerken hebben van fundamentalistische geloofsrichtingen.

En tot slot: elke bibliotheek heeft er een mening over, terwijl ze lang niet altijd zelf de contractpartner zijn met een leverancier. Dat is vaak weer een provinciale ondersteuningsinstelling die dit in opdracht van een groep bibliotheken doet.

Simpel is het dus niet. En binnen dat mijnenveld geeft het rapport aan dat bibliotheken een collectief systeem mogelijk is en dat dat het operationeel zou kunnen zijn vanaf  2019. De keurig geformuleerde eindconclusie luidt dan ook:
"Op basis van dit onderzoek concluderen de onderzoekers dat een landelijk bibliotheeksysteem voor Nederland technisch, bestuurlijk-organisatorisch en financieel haalbaar is. Met een landelijke bibliotheeksysteem kan het netwerk van openbare bibliotheekorganisaties voordelen behalen, in het bijzonder het versnellen van innovatie en het behalen van efficiency- en ketenverbetering binnen de branche. Voorwaarde is dat de bibliotheken bereid zijn processen en functionaliteiten te harmoniseren zodat alle bibliotheken gebruik maken van een ‘standaard’ systeem." 
Iemand noemde het een 'wollige' conclusie. Dat zal, maar wie bovenstaande veld ziet, moet die opinie denk ik toch bijstellen. De conclusie beweegt binnen de meest maximale ruimte die op dit moment mogelijk is. En laten we wel wezen,  Denemarken en Vlaanderen gingen ons al voor. Onmogelijk is het zeker niet. Maar het vraagt wel wilskracht en stuurmanskunst.

Een basissysteem mét schoolbibliotheken en een impliciete keus voor vernieuwing
In het rapport worden vier scenario's geschetst om te komen tot een landelijk systeem: 1) houden zoals het is, 2) modulaire opbouw, 3) basissysteem en 4) breed bibliotheeksysteem.  Beredeneerd wordt uitgelegd waarom gekozen wordt voor een basissysteem. Overigens wordt wel benoemd dat ook schoolbibliotheken al binnen dit systeem vallen. Dat is dus geen aanvullende functionaliteit. Iets waar veel bibliotheken op dit moment óf veel voor betalen óf waar men kiest voor een niet geïntegreerde oplossing vanwege de kosten.

Dat basissysteem is impliciet ook een keus voor vernieuwing. Tijdens het proces waren er bibliotheken die aangaven dat systemen vooral ook ruimte moeten bieden voor allerlei nieuwe functies.  Een enkele bibliotheek was zelfs zo stellig dat deze aangaf in het geheel geen bibliotheeksysteem meer te willen. Dat lijkt me met bijna 80 miljoen uitleningen (160 miljoen transacties) wellicht te vroeg maar duidelijk is dat er allerlei nieuwe functies bijkomen. De vraag is echter: komen die in het bibliotheeksysteem of naast en gekoppeld met het bibliotheeksysteem.

Op dit moment werkt de KB bijvoorbeeld aan een marketingplatform dat hier natuurlijk goed op kan aansluiten. Niet in datzelfde systeem maar wel afgestemd op elkaar.


Kosten
Er wordt in het rapport wel iets gezegd over een mogelijke prijs van het bibliotheeksysteem. Die zou tussen 40 en 50 cent per inwoner kunnen zitten. Maar daar worden nog allerlei opmerkingen bij gemaakt en zelfs dat dat nader onderzocht moet worden.

Interessanter naar mijn mening is het om nog eens goed naar de bijlage te kijken. Daar zit een vrij aardige analyse in van de kosten van biblliotheeksystemen. Gemiddeld besteden bibliotheken € 1,- per inwoner aan het bibliotheeksysteem (in totaal € 17.000.000,- in heel Nederland). Maar er zit een stevige variatie in naar onder en boven. Hoe groot die exact is, is niet bekend omdat in het onderzoek dat niet voor alle bibliotheken is onderzocht. Het is interessant om die calculatie nu voor de eigen organisatie te gaan maken en bovenstaande schema daarbij te gebruiken. Daarmee voorkom je dat je veel verborgen kosten vergeet.

Wie dus € 1,- per inwoner vergelijkt met die 40 tot 50 cent ziet dus dat er voor de sector als geheel  toch wat te winnen moet zijn. De kunst is dan om het voor iedereen interessant te maken. Ook voor partijen die wellicht aan de onderkant van deze prijs zitten. Maar dat er wat te winnen valt, mag duidelijk zijn.

Vlaanderen
Ondertussen is men in Vlaanderen aan de aanbesteding begonnen. Die moet ergens rond de zomervakantie afgerond worden. Stel dat het in Nederland nu aan het eind van dit jaar of ergens in 2018 helder is dan wordt het ook nog interessant om nog eens naar samenwerking met Vlaanderen te kijken. Want zou het interessant zijn om bijvoorbeeld IBL en collectiebeheer ook grensoverschrijdend te laten gaan. Niet de collectie Nederland maar de collectie Nederland en Vlaanderen dus. Hoe groter de netwerkcollectie is, hoe beter de dienstverlening zou moeten kunnen zijn.

Interactief proces
De Koninklijke Bibliotheek heeft al aangekondigd dat er een vervolgtraject komt. Om met de woorden van de website te spreken:
"Er moet nog een aantal onderwerpen helder worden voordat bibliotheken zich kunnen committeren: de invulling van de regievoering, de precieze uitwerking van de noodzaak tot standaardisering, de financiering van een collectief systeem en de richtprijs en de voorwaarden waaronder bibliotheken kunnen deelnemen."
Het traject was tot nu toe vormgegeven met een brede stuurgroep en een brede projectgroep. De projectgroep waar ik aan deelnam was een mooie mix van kwaliteiten van bibliotheken, POI's en KB. Al pratend kwam je bijna altijd tot goede of acceptabele oplossingen. Daarnaast zijn verschillende informatiesessies georganiseerd waar telkens 50 tot 70 bibliotheken aan deelnamen en die met goede aanvullingen kwamen in het onderzoek. Ik heb daarvan genoten. En ik kijk dus ook wel uit naar het vervolg.

Denemarken, Vlaanderen en nog een handje Europese regio's gingen ons al voor. Ik ken de tijd nog dat er meer dan 100 bibliotheekinstallaties waren (zo eind jaren '90 van de vorige eeuw). Dat zijn er nu nog maar 45. Bibliotheken werken meer samen dan ooit als het gaat over allerlei programma's zoals Bibliotheek op school en Basisvaardigheden. Alle bibliotheken gebruiken een landelijk logo of hebben een goede reden om ervan af te wijken. We delen een mooi gezamenlijk systeem voor ebooks waar best wat aan te verbeteren valt maar waar iedereen in kan en gebruik vna kan maken.  Tja, zo bekeken is het geen mijnenveld maar een mooie kans.

Het is aan de sector zelf: zien we samen een kans en hoe moet die er uit zien?  De ruimte is er. De vraag of we hem samen in willen vullen. Ik doe graag weer mee om die vraag te beantwoorden.

Download hier het rapport en de bijlagen

maandag 23 januari 2017

Over mentale drempels en spelend leren


Wie me een beetje kent, weet dat ik nog wel eens fotografeer. Als hobby. Gewoon omdat ik er lol aan beleef om iets moois te creëren. Een mooie combinatie tussen techniek en kunst. Een snijvlak wat met nog steeds fascineert. De afgelopen jaren fotografeerde ik steeds vaker mensen. En om eerlijk te zijn: dat vind ik nog steeds spannend. Daar zitten twee componenten aan. Op de eerste plaats ben je ook bij het maken van portretten ongelofelijk aan het hannesen met je techniek en je licht. En tegelijkertijd wil je degene die je vastlegt gerust stellen en meenemen in het beeld dat je maakt. Maar het is een fantastische kick als het lukt om dat beeld ook echt te maken en ik heb er ook al best wat mensen blij mee kunnen maken. Het is een mooie mentale uitdaging.

Maar alles bij elkaar blijf ik echt een amateur. Ik heb niet de beste camera en niet de beste spullen maar ik heb er wel lol in.

Met m'n stoute schoenen aan meldde ik me dan ook aan voor een cursus studiofotografie van Mich Buschman. In fotoland best een bekende naam als redacteur van het fotoblad Focus. Vooral als het om technische zaken gaat is hij denk ik wel één van de mensen die je in Nederland het beste kunt hebben.  En hoewel ik best wel wat technisch onderlegd ben, ligt daar toch nog wel mijn zwakke punt.

En zo belandde ik tussen een groep semi-professionele fotografen die van Mich wel wat kneepjes wilden leren. Een ochtend met wat techniek en een middagdeel waar samen met een model geoefend werd. In het ochtenddeel was ik zelf ook één van de modellen. Hierboven zie je dan wat je als model ziet.  Raar hoor, als iedereen zo naar je zit te loeren. Het resultaat - door Mich Buschman - zie je hieronder. Misschien niet spectaculair maar wel gebalanceerd belicht.

In het middagdeel mocht je soms ook zelf aan de slag maar ik merkte dat ik met zoveel mensen om me toch wat opgelaten voel. Toch heb ik wel veel geleerd over lichtval en hoe een studio werkt. Ik was vooral verbaasd over hoeveel apparatuur je kunt gebruiken. Dan doe ik het met mijn beperkte set nog helemaal niet zo gek.

En tja, zet fotografen bij elkaar en het gaat veel over allerlei technische vergelijkingen zoals  auto-liefhebbers alle details van alle auto's kennen. Daar heb ik wat minder mee maar ik zie ook wel dat je een bepaalde technische kennis nodig hebt om artistiek te kunnen maken wat je graag wilt.

Wie een keer op foto wil (of een foto van een ander wil), mag zich melden. Voor mij een uitdaging en voor jou misschien ook wel.

Wie eerdere foto's van wil zien die ik maakte: klik hier, of hier, of hier, of hier.