dinsdag 20 juni 2017

De Panama Papers van de bibliotheken? Zes observaties bij het Ecorysrapport over leenrecht


Op dit moment houdt de Tweede Kamer een mini-enquete over de Panama Papers. Een onderzoek naar ontwijking van belasting door allerlei handige constructies. Ook het bibliotheekwerk zou zo'n schandaal hebben volgens uitgevers en auteurs.  De kwestie: Bibliotheken zouden moedwillig allerlei nieuw constructies gebruiken als ruilbibliotheken en schoolbibliotheken om het leenrecht te ontduiken.

De kwestie werd een aantal jaren geleden aangezwengeld met de marktverkenning van de Stichting Leenrecht. Een auteur als Ted van Lieshout deed op zijn blog in 2016 ook een stevig duit in het zakje met de titel: 'de zaak van de in het niets oplossende leenrechtgelden' Het meest ronkende voorbeeld kwam wellicht van schrijfster Rian Visser die in de NRC onder de titel 'Stop de boekendief' onder andere schreef: 
"Helaas sluiten steeds meer gemeenten, gedwongen door bezuinigingen, hun bibliotheekfilialen en brengen de collecties in scholen onder. Leerlingen mogen de boeken vaak ook mee naar huis nemen en zo delen de scholen gratis boeken uit. Maar ze doen dit bijna allemaal zonder de makers te betalen. Educatieve instellingen, zoals basisscholen, middelbare scholen en universiteiten, zijn namelijk vrijgesteld van het betalen van uitleenvergoeding. Vroeger was dit een relatief kleine schadepost voor de makers, maar op het ogenblik zijn al 2.500 basisscholen aangesloten bij de Bibliotheek op school, die samen rond de twintig miljoen boeken uitlenen."
Twintig miljoen uitleningen zouden bibliotheken verdonkeremanen per jaar! 20.000.000! En daar maar geen leengeld over betalen! Forse beschuldigingen die onderbouwd werden met een schamele aanname uit het rapport van de stichting Leenrecht. Meer dan een snelle rekensom achterop de sigarenkist was het niet. En overigens: schoolbibliotheken vallen (in veel gevallen) onder een legale uitzondering van het leenrecht. 

Maar ondertussen was er voldoende rook gecreëerd om vuur te vermoeden en nam het ministerie van OCW begin 2016 het besluit op onderzoek te gaan. Dat onderzoek is er nu dus, ruim een jaar later. En de vraag is: Zijn het de Panama Papers?

Het bureau Ecorys kreeg van het ministerie opdracht om het te onderzoeken. Met 173 pagina's en de keuze  voor veel bureauonderzoek is het een prachtig college over leenrecht en statistiek geworden. Heel veel statistiek zelfs. De gemiddelde bibliotheekdirecteur en ook de gemiddelde auteur gaat al die tabellen niet meer doorgronden. Taaie kost dus.

Verder werd bij de onderzoeksvragen al redelijk richting gekozen waar gezocht moest worden. Kijk bijvoorbeeld even naar naar onderzoeksvraag 5:
"Waardoor wordt de daling in de afdracht van leengelden door bibliotheken veroorzaakt? Onderliggende vragen zijn: Kunnen de ontwikkelingen in het landschap, zoals het sluiten van vestigingen en het starten van andere en nieuwe(re) bibliotheekvormen (zoals dBos , de komst van alternatieve leenlocaties en vrijwilligersorganisaties), de ontwikkeling in leenvergoedingen verklaren? Zo ja, welk deel?"
Dat is niet echt een open vraag. Sommigen zouden zelfs zeggen dat het een doelredenering is.  Die deelvragen worden overigens uitstekend nagelopen maar Ecorys neemt niet heel veel ruimte om van de uitgestippelde paden af te wijken. Maar goed, daarover verderop meer.

Met zes observaties leid ik u langs de uitkomsten van het onderzoek en het voorstel van het ministerie. 


Observatie 1: De olifant in de kamer... waar dan?
De auteurs en de uitgevers hebben zich stevig ingegraven en Ecorys volgt met de hierboven genoemde deelvragen de richting waarin auteurs en uitgevers hebben gewezen. De olifant in de kamer wordt naar mijn gevoel grotendeels genegeerd. En die staat hierboven. Hier staat hoe leenrechtafdracht en de uitleningen zich hebben ontwikkeld sinds 1999.

In de onderzochte periode (en die is iets kleiner dan mijn grafiek hierboven) daalde de inkomsten van leenrecht met 34%. Dat is inderdaad een forse val. Leenrecht is 1:1 gekoppeld aan het aantal uitleningen. Minder uitleningen betekent minder leenrecht (behoudens inflatiecorrectie). Het aantal uitleningen daalde echter met 36%.  Met andere woorden de daling van de afdracht weerspiegelt grotendeels de daling in uitleningen.

Er is echter nog een tweede olifant in de kamer die niet benoemd wordt. En dat is de uitspraak van de rechter dat verlengingen niet meer onder de leenrechtafdracht vallen. Dat verklaart de sterke terugloop in 2013. Dit feit wordt niet benoemd. Een vergelijking op indexniveau (zoals hierboven) ontbreekt naar mijn gevoel echt in het rapport.  Want wie het zo naast elkaar ziet, heeft naar mijn gevoel ruim 90% van alle verklaringen te pakken. En dan had een onderzoek echt niet zo lang hoeven duren.

Maar goed, in de brief van de minister wordt dit overigens wel redelijk rechtgezet zullen we later zien.



Observatie 2: Complexe materie
Ik zei al dat het rapport een uitstekend college leenrecht is. Hierboven zo'n plaatje met een beslisboom of in een situatie vrijstelling op leenrecht geldt of niet. Eén verkeerde afslag en je interpreteert het leenrecht verkeerd en kunnen auteurs en uitgevers terecht hun beklag doen dat we dat zo slordig doen..

De Bibliotheek op school  vraagt al je kennis over het leenrecht. In veel gevallen val je onder de vrijstelling maar in een aantal gevallen ook niet. Op pagina 74, 75 en 76 (jawel daar zijn drie pagina's voor nodig) wordt uitgelegd welke varianten er zijn welke wel of niet onder leenrecht vallen.

Dat dit zo complex is, illustreert Ecorys met een enquete onder bibliotheekdirecteuren over leenrecht en schoolbibliotheken. Een soort leenrechtexamen. Lang niet alle vragen worden door de directeuren juist beantwoord: soms geeft men aan dat iets vergoedingsplichtig is terwijl dit niet zo is en andersom. Hier kan de sector echt nog in verbeteren maar eerlijk is eerlijk: de wetgeving is redelijk complex. Want zelfs ik kan bij de verschillende varianten nog weer uitzonderingen verzinnen waardoor je zelf maar weer moet interpreteren hoe het zit.

Observatie 3: Bibliotheken dragen vaker dan nodig leenrecht af in de schoolbibliotheek
De suggestie die door rechthebbenden is gewekt dat bibliotheken proberen stelselmatig leenrecht te ontduiken kan krachtig ontkend worden. Wie goed leest, ziet zelfs dat bibliotheken naar de letter van de wet te veel afdragen.

Ecorys heeft in 52 situaties van schoolbibliotheken onderzocht hoe het nou werkelijk zat. Was hier nou leenrecht verschuldigd of niet? En droeg de bibliotheek ook leenrecht af? Ecorys constateert dat in 31% van de gevallen leenrecht is verschuldigd en in 69% van de gevallen is geen leenrecht verschuldigd. Tot zover lekker overzichtelijk. Maar daarna begint het gedonder.

Wat van die 31% blijkt 15-18% wel leengeld af te dragen en 12-15% niet. Ongeveer de helft doet het dus goed en de andere helft niet. En jawel, hier ontduikt een deel van de bibliotheken het leenrecht.

Maar voordat u nu met zijn allen het boetekleed aantrekt als bibliotheken of de messen slijpt als rechthebbende is het goed om nog wat verder te kijken. Want van die 69% die niet hoeft te betalen.... blijkt 31% tot 36% wél te betalen! De andere helft - ook 31% tot 36% doet het hier wel goed. Kortom, hier betalen bibliotheken waar dat volgens de wet niet zou hoeven!

En omdat die groep die niet hoeft te betalen groter is dan de groep die wel zou moeten betalen maar het niet doet, zou je kunnen concluderen dat er een klein beetje te veel wordt betaald door bibliotheken voor de bibliotheek op school! Mijn conclusie is dat een aantal bibliotheken toch maar het zekere voor het onzekere heeft genomen en het heeft opgegeven voor leenrecht.

Observatie 4: Zijn 10 miljoen verplaatste uitleningen diefstal?
Ecorys gaat echter nog een stapje verder. Ze deden een statistische analyse - let op: dat is geen werkelijkheid maar een cijfermatige nabootsing hiervan - van mogelijk gemiste uitleningen in jeugdbibliotheken die nu in schoolbibliotheken zitten.

Her rapport schrijft:
"Wanneer de extra aan het “dBos” programma toegeschreven daling van het aantal jeugdboeken waarover leengeld is betaald, wordt opgeteld over de veranderjaren en de jaren daarna tot en met 2015, resulteert dat in een totale daling van 9,9 miljoen jeugdboeken. Deze 9,9 miljoen jeugdboeken is de meest waarschijnlijke totale “schadepost” voor auteurs (en andere rechthebbenden zoals vertalers, illustratoren en uitgevers) van het “dBos”-programma over de periode 2008-2015. Door de uitrol van dit programma loopt de jaarlijkse schadepost geleidelijk op, van bijna niets in 2008 tot circa vier miljoen jeugdboeken in 2015"
Hier beginnen we de Panama Papers te benaderen. Want hier komen twee weergaven van de werkelijkheid naar voren.

Bibliotheken zeggen: wij werken om goede redenen samen met scholen. Kinderen leren beter lezen en worden beter in taal. Bij-effect is dat we niet meer onder het leenrecht vallen.

De rechthebbenden redeneren anders: bibliotheken verplaatsen hun uitlening naar scholen om hun kosten te verlagen en wij hebben daarvan een schadepost.

Ik vraag u: welke versie van de werkelijkheid is waar? Ik weiger te geloven dat bibliotheken moedwillig vestigingen sloten om  onder het leenrecht uit te komen. De vestigingen zijn gesloten doordat gemeenten zwaar hebben bezuinigd. Daar hebben bibliotheken zwaar onder geleden: er zijn vele honderden bibliothecarissen zijn ontslagen in de afgelopen jaren.

En nu ik heb benoemd dat zoveel bibliothecarissen het onderspit hebben gedolven in de afgelopen jaren kom ik ook bij mijn volgende observatie: 

Observatie 5: Auteurs hebben minder gekregen van bibliotheken
Nou, genoeg gezeurd over ons. Ja, niet alleen honderden bibliothecarissen zijn hun baan kwijt, ook de auteurs hebben een flinke klap gemaakt in de crisis. Er is minder verkocht, er werden minder titels uitgegeven en ja, ook bibliotheken kochten minder als gevolg van gedaalde uitleen. En dankzij die gedaalde uitleen (en dat arrest over verlengingen) gingen ook de inkomsten van leenrecht nog eens omlaag. Gemiddeld zo'n € 775,- per jaar per auteur. En daar zit veel variatie in. Voor grote Nederlandse auteurs  kan dat oplopen tot duizenden euro's minder per jaar. Opgeteld bij die mindere verkoop zie je dat ook auteurs het niet makkelijk hebben. Net als bibliotheken moeten die soms naar een nieuw 'verdienmodel' zoals dat met een lelijk woord heet. Meer richting optredens, festivals en workshops. En dat is niet altijd waar een auteur voor koos, toen hij of zij als auteur begon. 

Observatie 6: Bibliotheken wees (nog) zorgvuldiger met uw cijfers
Ook het onderzoek van Ecorys geeft aan dat bibliotheken goed zijn met hun cijfers maar dat ze nog beter moeten worden. Zelf puzzelde ik de afgelopen maanden met de cijfers van bibliotheken uit het WOB-verzoek en ik zag daar zelf welke fouten er werden gemaakt bij het invullen door bibliotheken. Of welke gegevens gewoon niet werden aangeleverd. Die tijd is echt voorbij. Met de toegenomen transparantie klinkt de roep om spijkerharde en eenduidige cijfers over de hele sector. De tijd dat we ons nog discussie konden permitteren over de interpretatie van een definitie is voorbij. Hou er maar rekening mee dat alle cijfers van elke bibliotheek gewoon elk jaar openbaar worden en vergeleken kunnen worden. Dat leenrecht en CBS niet uit dezelfde bron putten is natuurlijk ook niet zo handig.

Reactie van de minister
De reactie van de minister op het onderzoek getuigt naar mijn mening wel van wijsheid.  In de brief die de minister meestuurt naar de kamer wordt kort samengevat waar het in zijn totaal om ging. 
  • Over de periode 2006-2015 is het aantal uitleningen gedaald van ongeveer 125 mln. naar ongeveer 80 mln.;
  • In dezelfde periode zijn de afdrachten van leengelden gedaald van circa €15 mln. naar circa € 11 mln.;
  • De daling is het grootst onder de uitleningen en afdrachten bij boeken voor volwassenen;
  • De gemiddelde inkomsten uit leenrechtvergoedingen waren voor rechthebbenden in 2014 op jaarbasis in reële termen € 775 lager dan in 2006;
  • Van de daling van leenrechtplichtige uitleningen van jeugdboeken is over de gehele onderzochte periode een aantal van circa 10 mln. toe te schrijven aan het ontstaan van bibliotheken op school;
  • Er zijn verschillen tussen de uitleendata van het CBS en de Stichting Leenrecht. Het rapport beschrijft een aantal factoren dat de verschillen voor een belangrijk deel verklaart.
Zelfs het woordje 'schadepost' is bij de 10 miljoen uitleningen op scholen keurig uitgegumd. De minister geeft aan dat het goed zou zijn dat de sector de cijfers verbetert waarbij het zojuist herstartte datawarehouse goede diensten zou kunnen bewijzen. Bibliotheken kunnen verwachten dat steviger ingezoomd zal worden op de uitleningen op scholen en die uit te splitsen in uitleningen waar wel of niet een afdracht voor nodig is.

Het is goed dat de minister - als wetgever en dus verantwoordelijk voor de regels van het leenrecht - met alle partijen in gesprek blijft. En goed dat het initiatief is genomen tot dit onderzoek. Er zijn geen Panama Papers en geen Bermudadriehoek waar geld in verdwijnt.

Samen voor lezen!
Tot slot: Bibliotheken, uitgevers en auteurs hebben een gezamenlijk belang: lekker veel lezen! Voor ons alle drie zijn financiële marges in de crisis veel kleiner geworden. Wij hebben honderden collega's verloren tijdens de bezuinigingen. U verloor omzet en leenrecht. Laten we elkaar niet de maat nemen maar de hand reiken . Kijken hoe we samen nieuwe wegen kunnen vinden.

Samen met de minister kijken hoe we het moderne lezen weer flink op de agenda kunnen krijgen. Zorgen dat de koek weer groter wordt in plaats van vechten over hoe die kleine koek verdeeld wordt. Elke uitnodiging op dit vlak neem ik van harte - en zonder kosten - aan.

Lees hier het onderzoek en de brief van de minster.

donderdag 15 juni 2017

Meer dan 1.000 blogs, 25 jaar aan het werk voor bibliotheken en Van Swelmen krijgt zijn eigen boek!

Het afgelopen jaar schreef ik mijn 1.000e blog. De afgelopen maand was ik 25 jaar aan het werk voor openbare bibliotheken. Begonnen als broekie van 21. Om die twee heugelijke feiten te vieren, geef ik een boekje uit met de columns van Van Swelmen. En zoals Van Swelmen zou zeggen: 'Bestel me!' Want voor € 9,50 is die bundel voor u, thuisgestuurd en wel! Hieronder vind je het bestelformulier.

Van Swelmen
Tja, Van Swelmen..... Als u al wat vaker artikelen hier leest bent u hem al eens tegengekomen: De heer Van Swelmen dwingt om een positie te kiezen, die geen weldenkend mens kiest. Tenminste, op het eerste gezicht.

Van alle bibliotheekdirecteuren is de heer Van Swelmen  ‘by far’ de meest erudiete. Als directeur van de bibliotheek van Oppendam houdt hij met regelmaat collega’s de spiegel voor. Over welk onderwerp het ook gaat: Van Swelmen weet het beter.  En hij weet ook altijd een insteek te kiezen die geen enkele collega aandurft.

Of het nu gaat om contributietarieven, boetevrije bibliotheken, de participatiesamenleving of de digitale bibliotheek: Van Swelmen weet raad!

Er zijn dan ook stemmen die fluisteren dat het niet anders kan dan dat Van Swelmen ooit  de premier van dit land gaat worden.  Wij geloven dat eerlijk gezegd ook.

De man die durfde te fuseren met de Koninklijke Bibliotheek, die de Nationale BibliotheekLoterij introduceerde en  de enige bibliotheekdirecteur die voor komt rijden met een Maserati.
Van Swelmen is uw man!

Aldus de tekst op de achterflap. Wij durven hier ook wel te stellen dat dit het de facto handboek is voor de moderne Nederlandse bibliotheekdirecteur.

De lach in een serieuze wereld
De artikelen op mijn website zijn vaak serieus. Ik probeer iets voor het voetlicht te krijgen. En daarbij komt: bibliotheekwerk is ook een serieuze branche. Iemand zei: 'iets simpel in deze branche is een hele opgave'.  Laat Van Swelmen daar nou een held in zijn. De erudiete directeur die ons een spiegel voorhoudt en die ons om onszelf laat lachen.

Na die meer dan 1.000 blogartikelen was het tijd om eens wat op papier te gaan doen. Daar heb ik lang over nagedacht en met velen over gesproken. Het valt je dan pas op hoeveel je geschreven hebt in negen jaar tijd! Na alle omzwervingen kwam ik toch uit op een eenvoudige bundeling van Van Swelmen. De man die ons altijd laat inzien dat wie langdurig wil investeren in vooruitgang, af en toe om zichzelf moet kunnen lachen om weer door te kunnen.

Wie zijn relativeringsvermogen en humor verliest, verliest uiteindelijk zijn eigen energie.

Van Swelmen op uw personeelsbijeekomst?
Iets waar ik nog mee speel is om met Van Swelmen nog op toernee te gaan. Volgens mij leent hij zich prima voor een lichtvoetige invulling van belangrijke thema's in bibliotheekwerk. Als u denkt: dat durf ik wel aan, neem dan eens contact met me op.

Dank, dank, dank
Voordat u nu allemaal die bundel bestelt:dank voor jullie jarenlange trouw in het lezen van alle artikelen, het reageren en het aandragen van tips. Door de jaren heen bleek dit blog van meer en meer waarde voor mij.  Ik kijk uit naar het vervolg: er ligt een mooie toekomst voor bibliotheken, er is veel werk te verzetten en last but least: Van Swelmen zal ons blijven volgen!

Dus hup: druk op die bestelknop!

   

maandag 12 juni 2017

Gemeente sluit alle loketten in 2019... en dan?


De gemeente Hollands Kroon in de kop van Noord-Holland is voornemens om per 2019 alle gemeenteloketten te sluiten. Burgers moeten alles zelf digitaal regelen en paspoort en de geboorteaangifte worden gewoon thuisbezorgd.

Meeste vooruitstrevende gemeente
Dit opmerkelijke bericht las ik afgelopen week in Binnenlands Bestuur die bezig zijn met een serie over de deze bijzondere Noord-Hollandse gemeente. Want Hollands Kroon bestempelt zichzelf als meest vooruitstrevende gemeente van Nederland. Bekijk maar eens het bijgaande filmpje. Het is wel opvallend want Hollands Kroon is geen grote stad, is niet een high-tech-omgeving, het bestaat vooral uit kleinere dorpen en hele gewone Nederlanders.

Iedereen kan dit
De visie op de gemeentelijke dienstverlening, ziet er volgen Binnenlands Bestuur als volgt uit:
Met ‘slechts’ ruim 47.000 inwoners en kernen verspreid over alle uithoeken van het gebied vraagt dat nogal wat van de dienstverlening. Hollands Kroon zet daarom vol in op ‘digitaal’ en hanteert het principe ‘click, call, face’. Dat houdt in: zoveel mogelijk online, daarna telefonisch en als dat niet lukt volgt een persoonlijk gesprek bij de mensen thuis. Maatwerk is volgens Hollands Kroon essentieel om alle inwoners van de gemeente te kunnen bedienen
Uiteraard wordt de vraag gesteld: 'Kan iedereen dit wel? Je gaat toch niet al die 70-plussers zo helpen? Daarop antwoordt de gemeente:
’ Uit onderzoek van de gemeente zelf blijkt dat maar liefst 95 tot 98 procent van de inwoners mee kan gaan in de digitale ontwikkelingen. ‘Wij horen vaak: “Je kunt toch niet van 70-plussers verlangen dat ze een nieuw rijbewijs via de website aanvragen?”’, zegt Strooper. ‘Maar in de praktijk blijken de meeste mensen heel zelfredzaam. Als ze zelf niet weten hoe het moet, hebben ze vaak wel een bekende met een tablet die ze kan helpen.’

Kan iedereen dat?
Tja, de vraag is of dat zo is. Volgens de monitor Waarstaatjegemeente.nl heeft de gemeente Hollands Kroon - gewoon - 11-13% laaggeletterden. Dat 95-98% zo maar alles digitaal kan afhandelen betwijfel ik. Dat er allerlei hulpstructuren zijn waarmee je dat op dat peil kunt brengen, geloof ik weer wel.

Een rol voor de bibliotheek?
De bibliotheek zou daar rustig een rol in kunnen spelen. Vaak op veel plekken aanwezig, vaak met een cursusaanbod of spreekuur en met deskundig personeel en enthousiaste vrijwilligers.

Hollands Kroon is wellicht een enthousiaste gemeente die met lef haar dienstverlening anders vormgeeft, maar het is geen bijzondere gemeente. Wat in Hollands Kroon kan, kan ook op andere plekken. En ik denk dat als Hollands Kroon in 2019 de loketten sluit en er breekt geen opstand uit, dat dan veel gemeenten in Nederland dat voorbeeld gaan volgen.

Gemeenten, belastingdienst, UWV, SVB, allemaal trekken ze zich terug. Kantoren sluiten en het menselijk contact wordt door veel mensen gemist.

De fysieke beschikbaarheid van bibliotheken blijkt steeds vaker een voordeel dan een nadeel te worden. Het organiseren van hulp waarbij de combinatie van techniek, professionals en burgerkracht gecombineerd wordt, kon wel eens de essentiële hulpstructuur van de samenleving worden. Saillant detail is dan weer wel dat juist in de gemeente Hollands Kroon ook veel vestigingen verdwenen zijn van de bibliotheek. Ik zeg het maar vast, voordat u dat gras voor mijn voeten wegmaait. Aan de andere kant, deze functie is natuurlijk ook vorm te geven zonder eigen bibliotheekgebouwen.

En ik hoor u denken: moeten wij dan alles maar opvangen wat anderen laten liggen?
Dat is de vraag. Alle organisaties die deze strategie volgen, snijden stevig in hun kosten door deze  digitalisering. Dat bibliotheken dit soort taken voor nop oppakken lijkt me dus niet nodig. Noem het flankerend beleid van de digitale overheid.

zaterdag 3 juni 2017

Boetebarometer juni 2017 : 34% van Nederland leent boetevrij (op één of andere manier)!


Laatste update: 3 juni  2017

Op 9 januari 2017 publiceerde ik voor het eerst een overzicht over boetevrije bibliotheken. Ik besloot toen om een boetebarometer van Nederland bij te houden en die regelmatig te updaten. Onlangs belde het Algemeen Dagblad voor een artikel. Een goede reden om de update maar eens te maken.




Actuele stand
Op dit moment kent 34% van de inwoners een vorm van boetevrij lenen. Deze inwoners zitten bij 35% van de gemeenten en bij 21% van de bibliotheekstichtingen. Daaruit valt af te leiden dat er meer grote bibliotheekstichtingen boetevrij zijn dan kleine.

Wie echter kijkt naar wie geheel boetevrij is en wie gedeeltelijk, ziet weer een omgekeerd beeld: het zijn vooral de kleine stichtingen die geheel boetevrij worden terwijl de hele grote (vooralsnog) gedeeltelijk boetevrij zijn.

Verder is te zien op de landkaart dat een aantal provincies die een gezamenlijk abonnementenbeleid voert nog relatief achter blijft: Drenthe, Overijssel en Zeeland. Maar zodra deze overstappen op boetevrij zal dit dus ook met een hele provincie tegelijk zijn.  Groningen is daar een positieve uitzondering.


In 2022 laatste boete in bibliotheken?
Hoe lang zou het duren voor alle bibliotheken de boetes hebben afgeschaft. In 2013 was het BiblioPlus die een pilot deed en 2014 waren BiblioPlus en de bibliotheek Rivierenland de eerste twee bibliotheken. In drie jaar tijd is meer dan 30% van de bibliotheken overgegaan op een vorm van boetevrij lenen waarvan mijn schatting is dat de helft hiervan in het laatste jaar is overgegaan. Zo'n 15% van de bibliotheken stapt dus nu elk jaar over naar boetevrij. Als we nu op 35% zitten hebben we dus nog zo'n vijf jaar te gaan met dit tempo. Lijkt mee een reële schatting.

Verschillen ten opzichte van januari 2017
Meestal voeren bibliotheken abonnementswijzigingen door per 1 januari van het jaar. Ten opzichte van de update van januari heb ik nog drie wijzigingen ontdekt. De bibliotheek Theek 5 (Oosterhout en omgeving),  de Bibliotheek Lek en IJssel (m.u.v. gemeente Houten) en de Rozet Arnhem. Deze laatste was per 1 januari al over maar die had ik gewoon gemist.

Opmerkingen, wijzigingen, 
Een fout is in dit soort overzichten zo gemaakt. Mocht u die zien of mocht wijzigingen of opmerkingen willen doorgeven dan kun je die aan mij doorgeven: mark.deckers-at-rijnbrink.nl of via het opmerkingenveld onder dit bericht.

Wie interesse heeft in mijn actuele excel-bestand met alle onderzoeksgegevens kan deze ook bij mij opvragen.

woensdag 31 mei 2017

Fuck the system!


Hoe lang werken wij nu al met de 'sociale media'? Op een aantal platforms zit ik al zeker tien jaar. Linkedin stuurde me deze week een berichtje. Zo'n notificatie die je wel vaker krijgt: weet je wie er allemaal een andere baan heeft, weet je wie er allemaal naar jouw profiel kijkt, weet je wie is er jarig? Maar dit keer kreeg ik een berichtje: 'weet je van wie je het eerste contact was op Linkedin?' En daaronder twee foto's van bekenden.

Ik schrok. Beiden waren namelijk al overleden.  Hoe goed de algoritmes ook zijn, tegen de dood zijn ze blijkbaar niet bestand. Steeds meer gebruikers eindigen als 'dode link'. En dat terwijl ze alles van ons weten: waar we zitten, wat we doen en wie onze vrienden zijn. Maar niet dat we al onder de groene zoden zitten. En zelfs daar laten de sociale media ons dus niet met rust.

Niet veel later krijg ik een ander berichtje van een contact van Linkedin. Hij vraagt:Welke van jouw ‘Uitgelichte vaardigheden’ wil je dat ik van jou onderschrijf op jouw LinkedIn profiel? Hij biedt aan mijn profiel te pimpen met vaardigheden die ik zelf kies. Voor wat hoort wat: Want even verderop vraagt hij mij om hem ondersteunen op vijf door hem benoemde vaardigheden. 

Het voelt dubbel. Ik moet wel lachen dat hij het systeem te slim af wil zijn. Aan de andere kant: hoe gepoetst en kunstmatig is deze wereld? Wat moet je doen in een wereld van gekochte likes, betaalde reviews en gesponsorde vlogs? Meedoen of weerstand bieden?

Het omzeilen van het algoritme wordt ooit nog een daad van verzet: Fuck the system.

dinsdag 23 mei 2017

Waar komen wij elkaar nog tegen in de samenleving?


Een weekendje Antwerpen. Je plant wat dingen. Maar de mooiste dingen zijn toch vaak de zaken die je plotseling overkomen. Het is zaterdagavond.  Bijna middernacht.  Het concert is afgelopen en we lopen terug richting binnenstad. De weg is versperd.

Wat is er gebeurd? Wat is er aan de gang? Het lijkt wel een soort optocht. Opeens herinneren we de tribune en tentjes die we zagen staan toen we richting het concert gingen.


We raken aan de praat met twee politieagenten waarvan er één en dikke sigaar rookt. Op zaterdagnacht mag dat. Ze leggen ons uit dat we kijken naar een kunstwerk. Een parade met 1.000 Antwerpenaren. De kunstenaar - Thomas Verstraeten - wil de diversiteit van Antwerpen laten zien door 1.000 burgers op te delen in 50 groepen. 50 groepen met mensen die iets gemeen hebben. We zien stratenvegers, mensen met een rollator, wegwerkers, filerijders, bakfietsmoeders, dames met een herenracefiets, directeuren, gekleurde jongens die voetballen en mannen met een dikke auto (die hun asbak leeggooien).


Verstraeten wil laten zien dat de stad al veel diverser is dan wij denken. Ja, wij denken in hokjes. Hokjes met vooroordelen. Het liefst vooroordelen van goed en kwaad. Uiteindelijk lopen we allemaal door dezelfde stad. En juist door kenmerken te nemen die soms verder van de segregatie af  staan, hoe we dat verhaal soms zelf invullen. 

Terwijl je naar de groepen kijkt, krijg je je eigen verhaal. Bij de groep met gelukkige gezinnen, lopen de gezinnetjes allemaal mooi bij elkaar. Er is slechts één iemand die alleen loopt. Waarom vraagt iedereen die toekijkt zich af. En allemaal maken we ons eigen verhaal. 


De metafoor die deze kunstenaar gebruikt is ijzersterk. Met deze parade houdt hij ons een spiegel voor. Over hoe uniek ieder mens is en dat ondanks of juist dankzij al die verschillen dat samenleven zo kleurrijk kan zijn. 

Twee dagen later vindt in Manchester een aanslag plaats. Eén individu treft, door zichzelf op te blazen, vele jonge levens. De aanslag wordt opgeëist door IS. En ik voel hoe deze boodschap weer polariseert. Het doel is om de samenleving te ontwrichten. Als de kunstenaar zaterdagnacht iets liet zien, is het wel hoeveel kracht er zit in onze diverse samenleving.

Waar komen wij elkaar nog tegen?
Tegelijkertijd laat het kunstwerk zien dat het niet vanzelfsprekend is dat groepen onderling verbonden zijn en juist die verbondenheid is nodig om vooroordelen weg te nemen en samenleven mogelijk te maken. Waar komen jong en oud, arm en rijk, autochtoon en allochtoon over de vloer. Waar kunnen ze elkaar ontmoeten?

Op dezelfde dag liep ik even de hoofdvestiging binnen van de Antwerpse bibliotheek: Permeke. Een bibliotheek die op een plek is gebouwd op een plek die wij in Nederland een krachtwijk noemen. De bibliotheek zit stampvol. Overal wordt geleerd en zitten mensen in de boeken. Alle pc's zijn bezet. Ik tel minstens die groepjes die bezig zijn met taalles en de studiezaal zit afgeladen vol. Vol inderdaad met arm, rijk, autochtoon en allochtoon, jong en oud.  Ze zitten allemaal door elkaar. 

Integratie is belangrijker dan segmentatie
Thomas Verstraeten deelt de wereld op in bizarre groepen. Onze marketingdeskundigen segmenteren onze klanten: dynamische gezinnen, welvarende genieters, traditionele gezinnen..... Ik snap dat we het doen. Maar juist de verbindingen tussen deze groepen, konden wel eens belangrijker zijn. 

Misschien is integratie voor bibliotheken wel een belangrijker thema dan segmentatie.

dinsdag 16 mei 2017

De Liedjeskast: Zingend Nederlands leren met Frans Duijts, Guus Meeuwis, Bennie Jolink en Brigitte Kaandorp


Gisteravond was ik uitgenodigd bij een geweldig initiatief: de lancering van De Liedjeskast van Oefenen.nl. De Liedjeskast is een taalprogramma waar je zingend Nederlands leert. En dat samen met allerlei topartiesten als Frans Duijts, Guus Meeuwis en Bennie Jolink en nog vele andere. Zingend de taal leren. Ik schreef er al wel eens eerder over onder de titel 'Zing Nederlands met me', een programma dat thans langs vele steden in Nederland trekt.

De Liedjeskast
De Liedjeskast is een taalprogramma van Oefenen.nl dat is opgezet door taaldocent Marjan Suilen, levenspartner van de artiest Gé Reinders. Marjan gaf al jaren Nederlandse les aan volwassenen en ze merkte dat lesstof telkens weer wegzakte. Taalregels die voor de vakantie waren geleerd, waren na de vakantie weer weeg. Ze bedacht daarvoor twee oplossingen. De eerste wat een plaat waarop kasten stonden waarin de taalregels stonden. In verschillende kasten waren overzichtelijk alle taalregels nog eens te zien. En bij elke kast kwam een liedje om de regel nog eens uit te leggen. En dat was ook het moment dat Gé Reinders om de hoek kwam kijken.

Met de gedachte: 'daar zou je wat meer mee moeten doen', klopten ze aan bij de Stichting ABC, de stichting van en voor laaggeletterden. De Stichting ABC verwees door naar expertisecentrum Oefenen.nl. Daar groeide het idee verder: kun je meerdere bekende Nederlanders vinden die mee willen doen, kun je financiering vinden voor dit project  en hoe moet het er verder uit zien. Een zoekproces dat alles bij elkaar zo'n zes jaar in beslag nam. Over lange adem gesproken.

Ondertussen verfijnde Marjan haar Liedjeskast en de liedjes die erbij hoorden. Soms bleken cursisten de liedjes toch niet goed te begrijpen en werd de tekst weer aangepast.

Het programma
Het programma 'De Liedjeskast is voor iedereen gratis te volgen via Oefenen.nl. Taalhuizen en bibliotheken kunnen het programma prima inzetten in allerlei cursussen of maatjesprojecten. Via de licentie van Oefenen.nl (die bibliotheken hebben) kun je ook een handleiding, oefenbladen, de tekst van ieder liedje en ook de bladmuziek gebruiken. Vooral dat laatste lijkt me nog allerlei leuke opties te bieden voor een taalfestival bijvoorbeeld. Het oefenboekje en de CD zijn ook los te bestellen.

Ik heb een deel van het programma van De Liedjeskast gevolgd en ik merkte zelf weer hoeveel regels onze taal heeft die ik eigenlijk automatisch toepas. Weet u nog wat korte, lange en duo-klinkers zijn en wat daar allemaal van afhangt? Voor mij weer een eye-opener waar je tegen aanloopt als je de Nederlandse taal machtig probeert te worden en dat dat nog geen eenvoudige klus is. Maar De Liedjeskast is een mooie speelse manier om dat te doen. De animaties en de oefeningen zitten - zoals altijd - weer slim in elkaar en bouwen heel goed op.



Ambassadeurs
Slim aan het concept van de Liedjeskast is ook dat bekende Nederlanders zich verbinden aan dit thema. Een juist ook volkszangers als Guus Meeuwis, Frans Duijts en Bennie Jolink die onder hun fans ongetwijfeld een schare (autochtone) laaggeletterden zullen kennen. Een groep die vaak niet makkelijk te bereiken is. Fantastisch dat al deze mensen zich daar zo voor inzetten.

Gaat u vooral oefenen(.nl)
Bibliotheekdirecteuren of -medewerkers die Oefenen.nl nog nooit hebben gezien moeten nu toch echt even gaan kijken. En wie het al wel kende: verrijk je ook met deze methode.

Als u dat ondertussen doet, druk ik de CD nog even in de speler en zing nog even mee met mijn favoriet: 'de voltooide tijd' van Lange Frans. Complimenten voor Marjan Suilen en Gé Reinders en aan het kleine team van Oefenen.nl voor weer een mooie productie.

maandag 8 mei 2017

Zeven observaties bij de voortgang van het Vlaamse bibliotheeksysteem

De afgelopen week woonde ik  in Brussel een informatiesessie bij van de Vlaamse bibliotheken. De Vlamingen, ik heb er al vaak over geschreven, zijn bescheiden maar maken ondertussen vele meters. Met het onderzoek naar een Vlaams bibliotheeksysteem zitten zij op dit moment in een fase die ongeveer één tot twee jaar voor ligt op de Nederlandse situatie. En daarmee is Vlaanderen zeer interessant om goed te volgen.

En zo zat ik temidden van bijna 100 Vlaamse bibliotheekcollega's te luisteren naar de voortgang. Ik geef u een paar van mijn observaties van die bijeenkomst.

Observatie 1: Stevige aanbesteding
De Vlamingen zitten inmiddels ver in hun aanbesteding. Uiterlijk 15 mei moeten leveranciers hun offertes inleveren. Dan volgen presentaties door de leveranciers en eind juli moet de beslissing zijn gevallen. Als alles meezit gaan de Vlamingen dus in 2018 starten met de migratie. Kijk, daar wordt stevig doorgepakt!

De aanbesteding is overigens gebaseerd op een zogeheten 'Bestek'. In Nederland zouden we dat het Programma van Eisen noemen of het aanbestedingsdocument noemen. Dat document vindt u op deze keurige pagina, net als veel andere interessante informatie.  Het 'bestek' bevat bijvoorbeeld een vrij complete beschrijving van wat een bibliotheeksysteem allemaal moet kunnen: hoe je moet kunnen uitlenen, hoe een lid moet kunnen inschrijven, hoe je titel- of exemplaargegevens muteert maar ook wordt gevraagd naar beschikbare helpdesk en regelingen rond intellectueel eigendom. Het is een document wat ons in Nederland, als wij ook verder kunnen, nog veel van over kunnen nemen. Daar is echt al heel veel denkwerk verricht. Leveranciers zullen echt een tijdje zoet zijn om dit allemaal goed aan te leveren.

Er zijn vijf partijen die ene offerte in deze gunningsfase kunnen aanbieden. Dat zijn:
  • Brocade/Cipal
  • Infor samen Cevi
  • Ex Libris samen met KU Leuven
  • OCLC met HKA
  • Systematic

Deze vijf kwamen uit een eerdere selectiefase waarin men al moest bewijzen dat men deze klus aan zou kunnen en men een deugdelijk product had dat op hoofdlijnen zou moeten kunnen functioneren.

Observatie 2: Maak onderscheid tussen operationeel en innovatie
Het Vlaams Bibliotheeksysteem maakt onderscheid tussen wat een systeem moet kunnen vanaf de eerste dag  dat het operationeel is wat de ontwikkelagenda is voor de komende jaren. Die ontwikkelagenda is ondergebracht in tien projecten. Die projecten zijn echt superconcreet. Daar kunnen wij in Nederland nog wel wat van leren. Dat heeft ook te maken met het feit dat het Vlaams Bibliotheeksysteem plotseling geen rekening meer hoeft te houden met allerlei verschillende systemen. Het gaat niet meer over koppelen maar over ontwikkeling binnen het systeem.

Projecten in de doorontwikkeling zijn bijvoorbeeld een nieuwe doorontwikkeling op de frontend, een API ter vervanging van het SIP-protocol en de inrichting van de statistiekmodule.

Een ander onderwerp dat ik er graag even uitlicht is  de koppeling met de basisregistratie door de overheid. De Vlaamse bibliotheken maken onderdeel uit van de lokale overheid. Een koppeling met de Gemeentelijke BasisAdministratie (het heet in Vlaanderen het Rijksregister) ligt voor de hand. Als je een lid inschrijft kun je dan automatisch de gegevens overhalen van deze burger. Ook tussentijdse wijzigingen in de GBA zouden op termijn dan doorgegeven kunnen worden. Dit gaat via een koppeling met het platform Magda. Deze koppeling wordt nog niet verwacht bij de oplevering van het Vlaamse systeem maar zeker op niet al te lange termijn beschikbaar komen. 




Observatie 3: Over de kracht van standaardiseren
In het haalbaarheidsonderzoek dat in Vlaanderen is uitgevoerd was al geconstateerd dat het nodig zou zijn om een aantal zaken nog verder te standaardiseren. Een deel van die uitkomsten werd gedeeld op deze bijeenkomst maar ook concreet gemaakt. Zo komt er een standaardlijst met abonnementen die een bibliotheek kan aanbieden. Dat zullen er enkele tientallen zijn en bibliotheek kan zelf bepalen welke echt worden aangeboden aan publiek. De prijs van elk abonnement kan de lokale bibliotheek zelf vaststellen. Het is een standaardisatie die ook in de Nederlandse projectgroep voorbij is gekomen en wellicht ook voorgesteld zal worden. 

Verder werd het proces van inschrijven van leners beschreven en daar werd plotseling zichtbaar hoe handig het is als je maar één lenersbestand hebt. 1 op de 7 inwoners verhuist elk jaar. Soms buiten de eigen gemeente. Hoe handig zou het zijn dat die gewoon 'meeverhuist' naar de volgende bibliotheek. 

Ook werd aangegeven hoe je mededelingen over een lener die ook buiten de eigen bibliotheek leent, zou kunnen doorzetten naar andere bibliotheken of naar het hele netwerk. 

Maar ook bijvoorbeeld een standaardlijst voor de kasverkoop in bibliotheken. Die wordt nu ook door elke bibliotheek apart ingevuld. Nou ja, een hoop kleine dingen dus waar veel mensen op veel plekken toch druk mee zijn. 

Observatie 4: Eén zoekinterface 
Geen onderdeel van de aanbesteding of het Vlaamse Bibliotheeksysteem maar hij kwam toch een aantal keer voorbij: alle Vlaamse bibliotheken gebruiken dezelfde zoekinterface. En dat is eigenlijk toch wel verrekte handig. Want die zoekinterface moet straks gekoppeld worden met het Vlaamse bibliotheeksysteem. En als dat allemaal verschillende leveranciers zijn, krijg je het daar nog knap druk mee. De aquabrowser vervult in Vlaanderen zowel de rol van index als van zoekinterface. De interface is lokaal instelbaar maar alle koppelingen zijn uniform en wijzigingen zijn daardoor voor alle bibliotheken door te voeren. 

In Nederland hebben we wel de index landelijk beschikbaar (NBC+) maar niet de zoekinterface. Als Nederland echt werk wil maken van een landelijk bibliotheeksysteem dan zou ik er een groot voorstander van zijn om ook die zoekinterface te standaardiseren. 


Observatie 6: Hoe de catalogus verdween uit Vlaanderen
Over indexen gesproken. In de aanbesteding wordt ook aangegeven hoe men om wil gaan met de OpenVlacc (ongeveer de NBC+ van Vlaanderen). Het eengemaakt bibliotheeksysteem zal in de beginfase nog kopiëren uit het OpenVlacc. Maar op termijn zal men de OpenVlacc en de titelindex uit het landelijk bibliotheeksysteem in elkaar schuiven. En daarmee verdwijnt in feite de lokale catalogus uit Vlaanderen. En dat is wel bijzonder want in Vlaanderen maakt men nog veel meer werk van catalogiseren. Dat komt omdat men veel minder kan terugvallen op het werk dat in Nederland door de NBD wordt gedaan. In Nederland zien we zelf bijna niet meer hoe efficiënt we dat hebben geregeld. 

Observatie 7: Het gaat niet over de prijs
Tot slot: het gaat in Vlaanderen niet over de prijs van het systeem. Veel gesprekken in Nederland gaan daar wel over. Hetgeen uiteraard het vooroordeel bevestigd dat wij op de penning zijn in Nederland. Dat het daar in Vlaanderen minder over gaat is dat de budgetten van de provincies (die tot nu tot het overgrote deel van de kosten betaalde) worden overgeheveld naar Vlaams niveau. De rekening zal dus wellicht voor het overgrote deel bij Cultuurconnect terecht komen. Nu waren niet alle Vlaamse bibliotheken aangesloten bij die provinciale systemen dus daar zal nog wel iets voor verzonnen zijn, maar in grote lijnen ligt het wel zo.

Er zijn in Nederland ook wel eens mensen geweest die zeiden dat dit geld maar naar het niveau van de KB moest worden getild. Net zoals bij de ebooks is gebeurd met een uitname uit het gemeentefonds. Maar anders dan bij ebooks is er geen standaardbedrag in lokale of provinciale begrotingen te vinden dat gecentraliseerd kan worden. En aangezien het ook niet een directe taak is voor de KB in de WSOB zie ik dat ook nog niet gebeuren. Wie echter de Vlamingen bezig ziet, zal niet kunnen ontkennen dat één bibliotheeksysteem het werk van de KB voor de digitale bibliotheek toch wel eenvoudiger zou maken.

Tot slot: Wat de Vlamingen nog kunnen leren van de Nederlanders
Wij kunnen veel leren van de Vlamingen. Ze flikken dit toch maar mooi en zijn ondertussen gewoon uit de startblokken. Petje af dus voor het team van Johan Mijs. Toch zijn er nog wel een aantal zaken die de Vlamingen weer van ons kunnen leren.

Eén van de zaken die mij opviel is dat het collectie- en catalogiseerproces in Vlaanderen veel minder is gestandardiseerd dan in Nederland. Door de titelaanlevering door de NBD zijn de cataloguswerkzaamheden in Nederland tot een minimum beperkt en variëren we ook nauwelijks meer met alternatieve plaatsingen. Ook het werken met centraal collectioneren is in Nederland eerder regel dan uitzondering. In Vlaanderen staat dat echt in de kinderschoenen.

Tot slot viel mij op dat veel van de verbeteringen in de projecten worden gezocht binnen het bibliotheeksysteem terwijl we in Nederland daar toch al veel meer om heen durven te programmeren. Ik ben er zelf nog niet helemaal uit wat nu beter is. Ik zie het pragmatisme en tempo van de Vlamingen. En ik zie het principiële en de hang naar autonomie over eigen systemen in Nederland.

Het was me een genoegen zo tussen honderd vakgenoten in Vlaanderen te zitten. Collega's waar we in Nederland nog veel plezier van kunnen hebben.

Dank aan u allen daar voor wat u mij leerde en graag tot een volgende keer!

Wie de presentaties van deze bijeenkomst wil zien, kan deze hier vinden.

zaterdag 6 mei 2017

Be my eyes, en waarom bibliotheken aan de slag moeten met digitale communties


Een tijdje geleden attendeerde collega Erik Boekesteijn mij op een mooie app: 'Be my eyes'. Door drukte bleef zijn attendering even liggen. Tot ik op een vrijdagmiddag er eens wat beter in dook en erg blij van werd. Bekijk het filmpje maar eens.

'Be my Eyes' laat blinden zien door de camera van hun smartphone. Honderdduizenden 'vrijwilligers'  zijn bereid even hun ogen te lenen voor deze blinden. Vrijwilligers over de hele wereld zodat er dag en nacht een netwerk ontstaat die blinden of slechtzienden kunnen helpen.


Op de website laten ze zien hoe vaak de app al is aangeroepen (217.000 keer) en hoeveel blinden deelnemen (34.000). Er is een netwerk van bijna een half miljoen mensen die de app heeft geïnstalleerd.

Meer helpers dan hulpvraag

Er is dus nu al een groter netwerk van mensen die wil ondersteunen dan dat er vragen zijn van blinden. Het is een beetje dezelfde ervaring die ik heb met het werven van taalmaatjes voor laaggeletterden: er zijn veel mensen die willen helpen maar de hulpvraag loopt daar nog niet mee in de pas.

Digitale maatjes

Naast het feit dat ik dit een heel sympathiek initiatief vindt, is het ook om een andere reden nog een bijzonder interessante ontwikkeling. Dat is namelijk die van de creatie van digitale hulpstructuren. Want als je blinden op deze manier zou kunnen helpen, wie zou je dan nog meer kunnen helpen? Zou je laaggeletterden ook op die manier kunnen ondersteunen?  Of zou je huiswerkbegeleiding zo kunnen organiseren?  Of zou je belastingspreekuren zo kunnen doen?


Digitale communities toevoegen aan ons samenwerkingsmodel

De klassieke oplossing van bibliotheken was in de afgelopen eeuw om boekcollecties op te bouwen rond onderwerpen. Met de opkomst van interenet hebben we afscheid genoemen van het idee dat de bibliotheek alles zelf moet organiseren: de informatie kwam namelijk gewoon uit de hele wereld.

Tegelijkertijd zijn we veel meer lokale netwerken gaan activeren en laten we actieve burgers meedoen in het creëren van een nieuwe hulpstructuur voor de samenleving. Uiteraard kunnen bibliotheken dat niet alleen en doen ze dat samen met andere professionele organisaties of burgerinitiatieven.

Met andere woorden: bibliotheken hebben hun kracht flink vergroot door deze vormen van samenwerking. Kenmerk is dat ze vooral nog lokaal of regionaal georganiseerd waren. Wat als we daar nou ook nog eens de hele digitale wereld aan toe zouden kunnen voegen?

En helemaal met niks beginnen we natuurlijk ook niet. Denk bijvoorbeeld eens aan Oefenen.nl, de instructievideo's die door meer dan 100.000 cursisten in samenwerking met de bibliotheek worden gebruikt. Hoe gaaf zou het zijn om zo'n community als bij 'Be my eyes' toe te voegen aan deze omgeving? Of voeg zo'n community toe aan de Digisterkercursussen.

Tot nog toe gebruikte om die samenwerkingsvormen aan te duiden, bijgaande plaat. Een bibliotheek die in de maatschappij en haar problemen haar kracht probeert te bundelen en zo tot oplossingen te komen. Maar je ziet dus dat de digitaliseringslaag nu een verbinding aangaat met de 'burger'laag. En dat daar nieuwe kracht uit voort komt.

Ik ben onverminderd optimistisch over onze toekomst en ben razend benieuwd welke kracht wij nog allemaal kunnen organiseren voor deze snel veranderende samenleving.

maandag 24 april 2017

In welke provincie leest men het meest en waar heeft men de meeste boeken?


In Overijssel leest men het meest. Met Groningen, Gelderland en Utrecht als goede tweede. Tenminste als we af mogen gaan op het aantal uitleningen per inwoner bij bibliotheken in deze provincies. Het afgelopen weekend dook ik maar weer eens in wat cijfers van het bibliotheekwerk.  Daarbij kwamen twee bronnen op een leuke manier samen. Maar daarover aan het eind meer.

Eerst maar eens naar deze cijfers. Want zeggen ze ook iets?

Over bereik en collectiegebruik
Ja, ze zeggen zeker wat. Neem bijvoorbeeld Overijssel. Die kennen dus een hoog gebruik 7,1 uitleningen per inwoner waar 4,6 het  landelijk gemiddelde is. 54% boven het landelijk gemiddelde.  Veel uitleningen per inwoner dus. Dat betekent dat in Overijssel relatief veel mensen lid zijn van de bibliotheek en dat zij relatief veel lenen. Hoe komt dat? Deels zal dit verklaren zijn uit het 'formule'beleid dat men de afgelopen jaren voerde. Daar schreef ik al eerder over.

Verder zien we dat Overijssel iets bovengemiddelde hoeveelheid collectie heeft: 2,0 stuks media per inwoner tegenover 1,6 als landelijk gemiddelde. 25% boven het landelijk gemiddelde.  Men kent een gebruik dat 54% hoger ligt dan het landelijk gemiddelde terwijl de collectie slechts 25% groter is dan landelijk gemiddeld. Uit dat cijfer kun je weer afleiden dat die collectie best efficiënt gebruikt wordt. Dat weerspiegelt zich ook in de uitleenfrequentie (het aantal uitleningen gedeeld door het aantal media). Die uitleenfrequentie geeft aan hoe vaak een boek of DVD wordt uitgeleend.

De bovenste vier provincies zijn ook allemaal provincies die (nagenoeg) provinciebreed centraal collectioneren. Heel even dacht ik dat daar ook nog een succespunt zat maar volgens mij collectioneren ook Zeeland en Drenthe (nagenoeg) op provinciaal niveau.

Maar zoals gezegd: cijfers zeggen niet alles. Zeeland en Friesland hebben bijvoorbeeld grote collecties gezien hun inwonertal. Dat komt door de grote historische collecties die Tresoar en de Zeeuwse Bibliotheek hebben.Collecties die niet direct bedoeld zijn als openbare bibliotheekcollectie en die dus een relatief laag gebruik zullen kennen. Dat weerspiegelt zich ook in de lage uitleenfrequentie. Dus voordat u de conclusie trekt dat Zeeland en Friesland het niet efficiënt doen, is het ook goed om te kijken naar de collecties die daarachter zitten en de functie van die collecties. Een ander detail is bijvoorbeeld dat ik moeilijk kan taxeren is het feit dat één van de Friese bibliotheken geen uitleencijfers heeft aangeleverd bij de WOB-gegevens waar ik me op baseer.

Over de bronnen van deze cijfers
Zoals ik al zei, hier zijn twee bronnen op een leuke manier samen gekomen.

Johan Stapel had mij begin dit jaar de tellingen uit nationale bibliotheekcatalogus gestuurd. Hij telt maandelijks hoeveel media de verschillende bibliotheken hebben. Johan had die ook al getotaliseerd naar provincies. Het aantal per inwoner per provincie was dus vrij eenvoudig boven tafel te krijgen. Ik ben er daarna een tijdje mee aan het stoeien geweest om deze cijfers te koppelen aan de aanvraagcijfers uit het landelijk aanvraagverkeer. Maar dat blijkt door de complexe routing en uitval nog knap ingewikkeld te zijn om daar iets zinnig over te zeggen. En toen kwamen die WOB-statistieken en verschoof mijn aandacht naar die cijfers.

Tot dit weekend dus. Ik pakte de cijfers van Johan er nog eens bij en bedacht me dat het aantal media per inwoner niet zoveel zegt.  Want als je veel leden hebt dan heb je meer media per inwoner nodig dan wanneer je minder leden hebt. Eigenlijk moest ik dus de goede tegenhanger hiervoor vinden. Die vond ik in het aantal uitleningen per inwoner. 

Uit de cijfers van het WOB-verzoek is per basisbibliotheek aangegeven bij welke provincie deze hoort. De provinciale cijfers zijn hier door clustering vrij eenvoudig uit te halen. Toen ik de cijfers bij elkaar legde zag ik dat de meeste nieuwswaarde natuurlijk zit in het gegeven in welke provincie men het meeste leest. En zo kwam dat cijfer bovenaan.

Met als leuke bijkomstigheid dat dat natuurlijk mijn eigen provincie is. Maar u snapt, meer tijd om er over te vertellen heb ik niet, want ik hoognodig verder lezen in mijn boek.

Wie de openbare bronnen zoekt bij dit artikel: hier de cijfers van Johan Stapel en hier de cijfers uit het wob-verzoek.

vrijdag 21 april 2017

De schatkamer van Stadkamer


Gisteren werd een nieuwe parel toegevoegd aan de Overijsselse bibliotheken: Stadkamer Zwolle.De Stadkamer , een combinatie van bibliotheek, kunsteducatie en amateurkunst, verhuisde haar centrale vestiging. Van een plek in de Diezerstraat, de koopgoot van Zwolle, naar de Zeven Alleetjes aan de rand van het centrum.

Tegelijkertijd werd er niet een compleet nieuw gebouw neergezet maar een oud gebouw van de GGD in Zwolle gestript en opnieuw ingericht. De buitenkant van het gebouw is dan ook geen 'landmark'.


En daarmee had de Stadkamer toch een redelijke opgave: hoe ga je op die plek de bibliotheek van de toekomst maken? Mijn persoonlijke mening is dat die buitenkant van een 'functionele lelijkheid' is. Want het contrast met de binnenkant is enorm. Zodra je twee stappen binnen bent, ben je die buitenkant vergeten.  Het is bijna een statement: het draait hier niet om de buitenkant maar de binnenkant. Het gaat hier om persoonlijke ontwikkeling.

Na een paar rondjes door het gebouw te zijn gelopen is het mij wel duidelijk dat dit gebouw inderdaad gaat doen wat het moet doen: huiskamer worden van Zwolle. Een prachtige horecafunctie die in eigen beheer wordt opgepakt. Veel studieruimtes voor groepen en individuen. Veel plekken waar samen met partners uit de stad invulling wordt gegeven aan allerlei functies.


Amsterdam en Arnhem lieten het al eerder zien: je hoeft niet op de AAA-locatie te zitten om toch veel bezoekers te trekken. Sterker nog: door een bibliotheek ergens neer te zetten, wordt dat een AAA-locatie. En door de inrichting van Stadkamer - sterk gericht op verblijf, programma's en activiteiten zal dat ook hier gebeuren. Ik twijfel er niet aan.

Stadkamer is er in geslaagd een gebouw te maken waar elke Zwollenaar zich thuis mag voelen. Waar elke Zwollenaar zijn eigen schat mag vinden: worden wie je bent. Ik feliciteer de Zwollenaren er graag mee en mijn oproep: neem bezit van deze huiskamer!

Foto's: Astrid Kroon en Mark Deckers

maandag 17 april 2017

'Heer, behoed ons voor horden mensen'


Eind 2015 was ik ook al in Zuid-Limburg. Toen een aantal dagen wandelen door de laatste zonnestralen van dat jaar. De bossen rood van de herfst. Dit keer waren we in het voorjaar. De lente stond op punt van uitbreken. Limburg is ook bekend van de vele kruisbeelden langs de wegen. Ik besluit de kruisbeelden te fotograferen. Pas dan valt op hoeveel je er tegen komt. En bijna allemaal op een kruispunt.

Het is Pasen. Nederland heeft net weer massaal te Passion gevolgd. Met Kerst hebben we Serious Request. We kennen in ons land een herinvuling van de oude christelijke tradities. Er zijn zelfs niet-christelijke politieke partijen die vinden dat we onze joods-christelijke tradities moeten beschermen.Waar twintig jaar geleden nog nadrukkelijk werd afgezet tegen deze waarden, lijkt de ontzuiling inmiddels zover weg dat een herinvuling weer mogelijk is.

Ik vind het allemaal best. Mijn stille gebed is slechts: 'Lieve Heer, bescherm ons voor horden mensen op al deze wandelpaden'

Hieronder alle kruisbeelden. U hebt wel Flash nodig om het te zien. Dat werkt dus niet op Apple. Toch zien? Volg dan deze link


zaterdag 8 april 2017

Hoe zwaar is een dag?


Het is zaterdagochtend. Een vast ritueel is dat ik samen met mijn dochter Eva-Lotta boodschappen doe. Ze is tien en altijd gezellig om deze klus te klaren. Op weg naar huis loop ik met een hele volle boodschappentas. Zeldzaam vol. Zo vol dat ik af en toe stop om de tas neer te zetten en van hand te wisselen.

Als we thuis zijn, wipt ze haar kamer in en komt ze even later terug met dit gedicht. Haar gedachten zijn aan de haal gegaan met de zware tas.  Een dag die zo begint, is uiterst licht, kan ik u vertellen.

donderdag 30 maart 2017

Deckers-index: de Beste Bibliotheek staat in Stadskanaal!


deze column verscheen in licht gewijzigde versie ook in Bibliotheekblad nr. 3 van 2017

Leuk hoor die Beste Bibliotheek van Nederland, maar klopt het eigenlijk wel? Uiteraard zijn het allemaal prachtige plekken waar goed is nagedacht over de inrichting van de bibliotheek van toekomst. Maar presteren ze ook?

‘Fact check’
Hoog tijd dus voor een ‘fact check’ naar de resultaten van bibliotheken. En dat treft: want dankzij een WOB-verzoek liggen alle bibliotheekcijfers op straat en kunnen we de prestaties van alle bibliotheken in een benchmark rangschikken. Zo presenteerde ik op mijn blog de afgelopen tijd al menig top-10: activiteiten, bezoekers, leden en uitleningen.  Speciaal voor Bibliotheekblad maakte ik daar de Deckers-index van. De Deckers-index is een optelling van al die resultaten. En wat blijkt: Bibliotheek Stadskanaal is de Beste Bibliotheek van Nederland! Op de voet gevolgd door Maas en Peel en op de derde plaats ex aequo Twenterand en Deventer.



En de genomineerden?
Ook de genomineerde bibliotheken heb ik maar eens door deze cijfermolen gehaald. Van de genomineerde bibliotheken is Winschoten de Beste Bibliotheek van Nederland. Overigens is Winschoten wel gemeten binnen het geheel van Biblionet Groningen (zie ook de top-15). Wijchen is tweede en Schiedam derde.  Bij de werkelijke prijs was Den Helder de Beste bibliotheek gevolgd door Schiedam en Winschoten. Een iets andere top-3 maar ook niet heel ver van de werkelijkheid (hoewel ze dat in Winschoten wellicht toch anders zien en toch graag die eerste prijs hadden gepakt).

Deckers-index
Hoe werkt deze Deckers-index precies? Zoals je ziet zijn er vier factoren gemeten: leden, uitleningen, bezoekers en activiteiten. Die zijn niet in absolute aantallen gemeten, maar als kengetal: het percentage van de bevolking dat lid is, het aantal uitleningen per lid, het aantal bezoeken per inwoner en het aantal activiteiten per 1.000 inwoners. Van elk kengetal heb ik de 156 stichtingen onder elkaar gezet. De stichting die het beste presteert op een bepaald kengetal krijgt daarvoor 156 punten, de volgende 155 en zo verder. Wie geen gegevens heeft aangeleverd komt onderaan terecht. De bibliotheek Stadskanaal komt in geen enkele top-10 voor maar presteert ook nergens slechter dan de 17e plaats (bij activiteiten). Een heel stabiel beeld dus.

Kan het beter?
Is dit alleszeggend? Driedubbel nee. Nee, want achter elk cijfer zit een verhaal.  Daar doet zo’n kort top-15 geen recht aan.  En nogmaals nee,  want er ontbreken zeker nog wel kengetallen als je echt een wat breder beeld wilt hebben.  Bijvoorbeeld cijfers over de Bibliotheek op school. Die zaten niet  in dit WOB-verzoek. En ook voor de digitale dienstverlening moeten betere cijfers beschikbaar komen dan alleen de term ‘bezoekers website’. Want de manier waarop die geteld worden verschilt nogal. Tot slot vullen nog veel bibliotheken ‘weet niet’ in bij sommige basale gegevens en her en der staan zelfs nog wat fouten. Ik vermoed overigens dat als we elk jaar deze gegevens openbaar maken, we die kwaliteit snel gaan verbeteren.

Mijn felicitaties aan de top-3: Stadskanaal, Maas en Peel, Twenterand en Deventer!

Mark Deckers is strategisch adviseur bij Rijnbrink en publiceerde op zijn blog diverse top-10’s van bibliotheken. Deze zijn terug te vinden  via deze link.

zaterdag 25 maart 2017

Leve de Boekenweek! Waarom je verboden vruchten moet koesteren

Het is zaterdagochtend en ik word wakker op de eerste ochtend van de boekenweek. Thema: verboden vruchten. Ik draai me om en pak nog slaperig mijn boek van het nachtkastje: 'Mi have een droom, alle vaderlandse gedichten' van  Ramsey Nasr. Ik lees verder waar ik aan het begin van de nacht geëindigd was. 
Een verhaal over zijn bezoek aan Beijing in september 2011. Nederland was gastland op de boekenbeurs. Ik zie hem worstelen: 'Wat moet ik in dit land waar geen schrijver vrij is, waar geen gedachte onbespied en waar de kunst niet zo maar mag bestaan?'  Moet hij opstaan en zich uitspreken tegen het regime? Moet hij in bedekte termen en metaforen zich uitdrukken zodat mensen tussen de regels zijn boodschap horen? Of moet hij helemaal niks zeggen omdat hij lokale schrijvers daarmee in gevaar brengt. 
Hij ontmoet de kunstenaar Ai Weiwei in een ruimte die vergeven van camera's. En daar bespreken ze dit thema. En langzaam wordt helder hoe censuur letterlijk en figuurlijk hele werelden verborgen houdt voor burgers. Dat men niet kan weten hoe de wereld in elkaar omdat men is afgesneden van informatie. 
Onze Tweede Kamerverkiezingen zitten er net op. We hebben zelf mogen kiezen hoe dit land eruit ziet. We kunnen ons vol enthousiasme storten op de boekenweek is 'Verboden vruchten'.  Ik zie boekhandels die fruit inzamelen voor de voedselbank, bibliotheken met bierproeverijen en lezingen in de kroeg. Ik zal zelfs een boekhandelaar op het NOS-journaal erotische gedichten voordragen. 
Het kan allemaal. Of het nu banaal is, triviaal of literair.  Ik kan zelf een mening vormen. Mijn internet is ongefilterd. Mijn huis wordt niet bewaakt met een camera. Ik woon in het witte del op deze kaart.

Ik kan schrijven wat ik wil.
Ik kan lezen wat ik wil.
Leve de Boekenweek
Koester uw verboden vruchten
Sonnet voor 456 letters
En hier gebeurt het allemaal: vanbinnen
liggen de zinnen doodstil ingeklapt
als chromosomen, diep onder mijn kaft.
Ze wachten op een oog om te beginnen.
U leest – en loom weet zich een vers te ontspinnen.
Het was een val, u bent erin getrapt.
Geen geld of eeuwigheid wordt u verschaft.
Hooguit een ander heeft hier bij te winnen.
Andermans letters kapen uw gedachten:
mijn minutieus verzonnen DNA
heeft uit het niets al wat bestaat onttroond.
Mijn lichaam fonkelt op geroofde krachten.
Voel hoe ik groei en blakend openga.
Wie leest, wordt door het leven zelf bewoond
Ramsey Nasr

dinsdag 14 maart 2017

Column Jonge Bibliothecarissen Netwerk Bibliotheekcongres: Over de gevaren van drank, moeilijke woorden en conducteurs


Onderstaande column is een column die live werd geschreven tijdens een deelsessie van het Nationaal Bibliotheekcongres op 14 maart 2017 in Assen. De deelsessie wat georganiseerd over het netwerk van jonge bibliothecarissen en ging over hun rol in het bibliotheeknetwerk. Wie meer wil weten over het Jonge Bibliothecarissen Netwerk kan terecht op hun eigen site.

Een broekie. Dat was ik.

Ik was 21 toen ik begon te werken voor de bibliotheeksector. Jarenlang was ik in elk overleg dat ik bijwoonde de jongste. Hé, maar dat is niet zo moeilijk. In onze sector is 80% van het personeel boven de veertig en 64% boven de vijftig.

Mijn eerste baan was die van stafmedewerker bij het WSF-bureau. Zeg maar de huidige Plusfunctie. Ik werkte tussen allemaal bibliotheekdirecteuren die zo ongeveer allemaal tegen hun pensioen aanzaten. De WSF had toen nog heus bureau met een directeur. En een staf. En die staf die bestond uit één persoon: ik.

Ik weet nog dat ik in die tijd allerlei nieuwe woorden leerde. Gewoon omdat ik ze nog nooit gehoord had. Woorden als notoir, lethargisch en evident. Meestal knikte ik dan maar als ik zo’n woord hoorde in de hoop dat het het juiste knikje was en dat het niet verraadde dat ik dat woord nog niet kende. Om het dan in de pauze maar even stiekem op te zoeken in het woordenboek.

Niet veel later stapte ik over naar een echte bibliotheek. En ik kwam terecht in de wereld van echte bibliothecarissen: aanschaffen, baliediensten, vragen beantwoorden, lezingen organiseren en afschrijven. Ik werd omringd door dames die allemaal met gemak mijn moeder hadden kunnen zijn. Met namen als Truus, Gerrie, Hannie en  Roelie. Kloeke moeders waren het die in mij allemaal een ideale schoonzoon zagen. Ik was echter al voorzien in de liefde want anders  hadden ze mij zeker hun huwbare dochters aangesmeerd. Maar toen internet hun intrede deden was ik hun whizzkid. Wekenlang oefende ik met ze naar het zoeken op internet. En maar uitleggen dat je niet op auteur kon zoeken op internet. Maar het was een dankbaar publiek. Ik leerde ze internet en ze gaven me moederliefde terug.

En toen ik inmiddels net de dertig voorbij was begon ik - als jonge leidinggevende - zelf jonge mensen aan te nemen. Ik investeerde in Richard de briljante bibliothecaris-in-opleiding. Ik zorgde voor een betaalde stage en een betaalde afstudeeropdracht. Hij was een begenadigde trainer voor allerlei digitale cursussen en in ik zag hoe de dames met huwbare dochters zich plotseling op hem richten, in plaats van op mij. Hij had slechts één onhebbelijkheid. Hij hield van treintjes. Elke twee weken wilde hij wel een dag vrij om ergens naar treinen te kijken. Maar hij ging aan de slag bij ons. Tenminste: dat dacht ik. Eén dag voor hij bij ons begon vertelde hij me:  ‘ik ga toch beginnen als conducteur bij de NS’.

Weg alle investeringen in hem.

Of neem nou Herbert. Herbert was een briljante ROC-student die op internet kon maken wat zijn ogen ergens anders zagen. Zelden zo’n handige jongen gezien. Dat hij ook andere sites hackte, zag ik maar door de vingers. Herbert had echter één onhebbelijkheid, hij dronk de hele dag sinas. Kwam je om acht uur ’s ochtends binnen dan had hij zijn eerste blikje al open. Ging je aan het eind van de dag weg, dan zat hij nog steeds aan de sinas.

Tot we erachter kwamen dat hij die sinas flink aanlengde met wodka en hij eigenlijk de hele dag in licht benevelde toestand doorbracht. Dat was het eerste ontslag op staande voet dat ik als jonge leidinggevende meemaakte. En ik brak daarmee een jeugdige carrière in de knop.

Kortom de grote gevaren voor jonge medewerkers zijn wel moeilijke woorden, de drank en het lonkend perspectief van het conducteurschap bij de NS.

'Alles kids' is het thema van het bibliotheekcongres, maar zorgt de bibliotheek wel voor haar eigen kids? Maartje, Tamar en Evi organiseerden een heuse deelsessie met drie stellingen hierover onder leiding van Piet-Hein Peeters. Laat de revolutie maar starten zou ik denken!

De eerste stelling was of kennisoverdracht van oudere naar jongere medewerkers goed geregeld is. Wat is dat nou voor stelling, dacht ik? Hoezo van ouderen naar jongeren? Niet van jongeren naar ouderen dan?  Want voor mij is één ding wel duidelijk wordt dan is het wel dat de hele vakontwikkeling echt nog wel beter kan. Vraag maar eens aan de gemiddelde medewerker: ‘En wat heb jij het afgelopen jaar aan bijgedragen aan de vakontwikkeling van de branche’ en ik vermoed dat het dan toch enige tijd stil zijn. Nu we geen opleiding meer hebben voor bibliothecarissen zullen we daar samen veel harder aan moeten trekken. En als er iets is wat jonge bibliothecarissen ons bij bij deze stelling meegeven is het wel: hoor ons, gebruik onze kennis, laat ons experimenteren!

De tweede stelling is dat jonge medewerkers een meerwaarde hebben voor bibliotheken door hun leeftijd. Het merendeel is het hier wel mee eens. Frank Huysmans is het hier helemaal mee eens. Want hij vindt dat bibliotheken wel een afspiegeling moeten zijn van de samenleving. Ik kan zijn opvatting wel volgen maar vraag me af of we echt een afspiegeling moeten zijn van de hele samenleving: want gaan we ook bejaarden in dienst nemen, minderjarigen, postzegelverzamelaars en voetbalhooligans? De jongeren vinden overigens zelf de stelling bijna discriminerend. Jongeren als excuustruus is wel een heel verkeerd idee. Het gaat meer om passie dan om leeftijd.

De laatste stelling gaat over dat jongeren zich eenzaam kunnen voelen in hun werk en dat dit niet wordt onderkend. Veel zwevers bij deze stelling. Blijkbaar weten we ons daar nog niet goed houding in weten te geven.  De meest concrete oplossing die ik hier hoorde was om samen vaker naar het café te gaan. Maar elke dag naar het café is wellicht ook niet de beste oplossing.  Zijn we jongeren hierdoor kwijt geraakt in de bibliotheek? Een jonge collega vertelt haar kwetsbare verhaal over hoe ze na een reorganisatie alleen over bleef. Ze kan haar privé-wereld niet meer delen en daarmee is de bibliotheek haar wereld niet meer. Hoe breekbaar het verhaal ook is, het slaat de spijker op zijn kop.

Ondertussen zie ik ze wel loeren hoor: de Anki Kesselers, Chris Wiersma’s  en Nan van Schendels. Het zijn de slimme werkgevers die hier zitten. Want ik zie ze denken: werkte die Tamar of Evi maar bij mij. En ja, ik zie ze ook denken: ik heb nog een huwbare zoon. Een bibliothecaresse als vriendinnetje is toch de ideale schoondochter.

En ja, na deze bijeenkomst zie je ze smoezen en is het headhuntseizoen begonnen. De jongeren gaan zometeen allemaal met een nieuw contract de deur uit. En daarmee begint een nieuwe trend. Want volgend jaar doen ze dit weer op het bibliotheekcongres. En ook dan zit u als werkgevers hier weer klaar. U gaat tegen elkaar opbieden: bij mij een personeelsabonnement zonder boetes, bij mij gratis reserveren of bij mij een bibliobusje van de zaak. Volgende bibliotheekcongressen worden de nieuwe transferperiode voor jonge bibliothecarissen!

Ik ben nu 45 en ik behoor nog immer tot de 30% jongste medewerkers. Er is geen sector waar je je zo lang jong kunt voelen. Eeuwig jong. Zeg nou zelf: wie wil er nou niet in zo’n sector werken?
Dus koester deze jongeren. Geef jong talent de tijd, de ruimte en het vertrouwen. Geef ze een woordenboek voor de moeilijke woorden, hou ze weg bij de drank en vooral bij de NS. Voor je het weet zijn ze conducteur. Dat moeten we toch echt zien te voorkomen.

Succes!

woensdag 8 maart 2017

Hoe moeilijk oude businessmodellen het hebben en hoe de burger betaalt met verlies aan privacy


Gisteren kopte de NRC: Waarom NRC stopt met Blendle. Een artikel waarin hoofdredacteur Peter Vandermeersch uitlegt hoe de NRC startte met Blendle voor losse artikelen maar dat met het nieuwe abonnementsmodel Blendle kannibaliserend kan werken op de NRC-abonnementen. En dus stopt men met Blendle. U weet wel, dat aaibare en vernieuwende verdienmodel voor bestaande kranten door a la Facebook eigen filters op het nieuws te zetten.

Ik kan de redenering van Peter Veandermeersch goed volgen. Goede verslaggeving kost geld en dat moet op een bepaalde manier bij elkaar gebracht worden. Maar het toont ook aan hoe moeilijk bestaande kranten het hebben om hun bestaande verdienmodel (abonnementen en advertenties) om te bouwen naar een nieuw model. Hun huidige verdienmodel hangt als een molensteen om hun exploitatie.

Van NRC wordt overigens allang gezegd dat hun huidige basis van abonnees te krap is om een goede krant te maken. Experts zeggen dat die grens rond de 200.000 abonnementen ligt.NRC zit rond de 150.000 abonnees. Het artikel toont wel aan hoe krap de marges voor de papieren kranten zijn.

Het digitale model van Blendle - vooralsnog een aardige bijverdienste maar niet meer dan dat - gaat die positie voor de krant voorlopig dus niet structureel verbeteren. NRC zal de komende jaren dus op zoek moeten naar nieuwe opties. Opties zoals samenvoeging met Trouw en Volkskrant zoals De Stentor bijvoorbeeld eerder deed met regionale kranten.  Of komt er opnieuw een durfinvesteerder die nog een bezuinigingsronde doet om daarna alles weer met winst te verkopen?

Hoewel kranten geen bibliotheken zijn, liggen de parallelen voor het oprapen: blijf je lokale stichting, hoe zorg je voor een digitale positie en welke stappen moet je zetten om de juiste toekomst te bereiken?

De NRC telt zijn knopen en constateert dat 'Money makes the world go round'. Blendle zal er gewoon om doorgaan en ook een initiatief als De correspondent - met louter internetedities en slechts 40.000 abonnees - gaan hun weg vinden. Ondertussen surft de rest van de wereld  gewoon verder op het gratis internet waar je 'slechts' betaalt met verlies van privacy.