maandag 20 april 2015

Het S-woord, hardlopen en bibliotheken


Gisteren liep ik de halve marathon in mijn eigen woonplaats. En plotseling viel me iets op wat me ik in al die jaren wel had gezien maar wat niet tot me was doorgedrongen. Het gaat over het S-woord: samenwerken. En dat is toch wel bijzonder, want er is nauwelijks een meer individuele sport te bedenken dan hardlopen.

S-woord en hardlopen
Ooit vertelde ik voor een groep bibliotheekmedewerkers dat ik mijn beste hardlooptijd onder zeer slechte omstandigheden had gelopen. Ook een halve marathon en er stond windkracht 8 op het parcours. Een parcours dat ook nog eens bestond uit lange rechte wegen waarvan een deel vol in de wind. Bij een halve marathon is het deelnemersveld vaak niet zo groot. Lopers lopen dan ook al snel een eindje uit elkaar. Die dag was dat niet het geval. Iedereen ging in groepjes lopen, zodat je met elkaar uit de wind loopt. Doordat je met een groepje loopt, hou je niet alleen elkaar uit de wind maar je motiveert elkaar ook om hetzelfde tempo te houden. Wie moe is, dwingt zichzelf nog even aan te pikken, want wie de groep verlaat weet dat zijn motivatie een flinke duw krijgt waardoor snel tempo verliest.

Samenwerken doe je voor jezelf en je helpt toevallig ook nog een ander
Sindsdien weet ik dat het lopen in groepjes evident voordelen heeft. En gisteren betrapte ik mezelf erop dat ik daar ook automatsich op let. De eerste kilometers kijk je om je heen: wie loopt er ongeveer even snel? En gisteren zag ik dat meer mensen dat deden. Er wordt niet gepraat maar heel stilletjes worden er groepjes gevormd. Tot de derde kilometer liep ik alleen en daarna ontstond een groepje van ongeveer zes lopers. Vooraan liepen een man en een vrouw die duidelijk bij elkaar hoorden. Daar achter 'hingen' nog vier lopers. De man en de vrouw liepen een strak tempo dat ze de hele wedstrijd volhielden. Bij de waterposten viel het soms even uit elkaar. Iemand staat even stil, anderen lopen door. Maar binnen een paar honder meter zat dit groepje weer bij elkaar. Tot ongeveer elf kilometer na de start. Twee lopers moeten lossen.

Mart en ik
Bij kilometer veertien zetten de man en de vrouw licht aan. De andere loper en ik moeten ze laten gaan. Meter voor meter lopen ze weg. Ook nu wordt er niet gesproken. Ze gaan gewoon. We blijven met z'n twee├źn over. Hij heet Mart - zie ik aan zijn shirt - en is ongeveer oud als ik. We maken een bocht en draaien de wind in. Ik zeg tegen hem dat we niet meer naast elkaar lopen maar even om elkaar heen gaan draaien. Om de beurt vangen we de wind. En verdraaid, we lopen langzaam weer in op de twee andere lopers.

Bij kilometer zestien zit een kasseienweggetje, een vals plat en een zandweg. De man en de vrouw lopen weer bij ons weg. Mart vraagt of er een nog waterpost komt, hij heeft dorst. Ik weet dat die over een kilometer komt. Even denk ik dat hij afhaakt. Ik haas hem naar de waterpost. Daarna komen de zwaarste kilometers, nummertje achttien en negentien. Er zit nog een klimmetje de brug op bij kilometer negentien. Mart trekt me omhoog en bij de afdaling, loopt hij bij me weg. Hij finisht dertig seconden voor mij.

Na de finish kom je elkaar nog even tegen, met een bezweet lichaam geef je elkaar een hand en bedankt elkaar voor de hulp. En daarna ga je weer ieder zijn weg. Soms kom je elkaar bij een volgende wedstrijd weer tegen.

Eigen belang en wederzijds belang liggen in elkaars verlengde
Het zijn gelegenheidscoalities. Stille samenwerkingen. Ieder wil zijn eigen resultaat halen maar weet ook dat de hulp van een ander daarbij weleens cruciaal kan zijn. Door samen te werken maak ik niet alleen gebruik van een ander maar die ander heeft ook iets aan mij. Want zonder elkaar kun je geen groepje vormen. Eigen belang en wederzijds belang liggen in elkaars verlengde.

Hardlopen en bibliotheken
Bibliotheken lijken wel wat op hardlopers: ze worden lokaal gefinancierd en hebben geen directe verplichting om zich te verbinden met andere bibliotheken uit andere plaatsen. Tegelijkertijd weten bibliotheken van nature dat als een ze een topprestatie willen neerzetten, ze wel moeten samenwerken. Je moet samen ontwikkelen, samen exploiteren en elkaar soms uit de wind houden in barre tijden. Bibliotheken vormen een keten die op lokaal niveau tot de beste maatschappelijke rendementen moet komen. Net als hardlopers kun je in de uitvoering slim van elkaar gebruik maken, maar uiteindelijk telt je eigen eindtijd.

De wedstrijd die bibliotheken lopen is vergeven van tegenwind, kasseienweggetjes en venijnige klimmetjes.  Kijk naar de partners om je heen, zoek elkaar stilletjes op en maak gebruik van elkaars kracht.

Gezamenlijk haal je indvidueel de beste prestatie.

Foto: www.mprofe.com

Geen opmerkingen: