maandag 26 januari 2015

Honderd jaar cijfers over openbare bibliotheken: Dag uitleenorganisatie, welkom clubhuis van de samenleving!



Structurele statistische gegevens over openbare bibliotheken in Nederland zijn er sinds 1915. Daarmee hebben we dit jaar cijfers over 100 jaar bibliotheekwerk! Hoe hebben ze het in die 100 jaar gedaan?

Die cijfers laat ik u vandaag eens zien in twee grafieken. Eén over de groei van vestigingen en collecties en één over leden en uitleningen.

En laten we wel zijn: 100 jaar is een lange tijd en plaatst veel van wat we doen in een veel ruimer perspectief dan de jachtige vier jaar van een beleidsplan. Best aardig om eens naar te kijken dus.Vooral omdat er twee bijzondere conclusies aan te verbinden zijn.

Collecties en vestigingen
De eerste grafiek gaat over collecties en vestigingen (zie hierboven). Te zien is dat het aantal vestigingen na de Tweede Wereldoorlog snel toeneemt. De collecties ijlen daar iets op na. Na 1985 daalt het aantal vestigingen licht. Wat betreft vestigingen zitten we nu op hetzelfde niveau als ongeveer in 1985.

De collecties dalen veel sneller. En dat past natuurlijk ook in de verandering die de bibliotheek inzet: van collectie naar connectie. Wat betreft de omvang van collecties zitten we nu op hetzelfde niveau als in 1978.

Doe ik een discutabele uitspraak als ik zeg dat vestigingen voor ons belangrijker zijn geworden dan collecties?

Leden en uitleningen


Dan de leden en uitleningen. Atijd gebruikt als onze kerncijfers. En 'guess what?': deze grafiek laat een soortgelijk beeld zien. Ook hier zien we een sterke groei tot 1985 en daarna een teruggang. Alleen is de teruggang van uitleningen veel sterker dan die van leden.

Doe ik een discutabele uitspraak als ik zeg dat hieruit blijkt dat leden voor ons belangrijker zijn geworden dan uitleningen?

'Vestigingen en leden' boven 'collecties en uitleningen'
In beide grafieken zit een opvallende parallel. De uitleenaantallen en de collectieomvang maken dezelfde scherpe daling. Vestigingen en leden vertonen een veel zachtere daling.

Mijn conclusie is dat je kunt zien dat de bibliotheek in de kern al veel eerder veranderde dan we zelf door hadden. De aanwezigheid van vestigingen was belangrijker dan de omvang van collecties. Zichtbaarheid in de samenleving door veel vestigingen ging en gaat dus boven een grote collectie. En dat past bij het beeld dat er ook hele andere redenen zijn gekomen om naar de bibliotheek te gaan. Denk dan aan lezingen, spreekuren, cursussen, workshops of gewoon leeszaalgebruik.

Nieuw spreidingsbeleid: van collectie naar connectie
Voor wie preekt dat we van 'collectie naar connectie' gaan is dit dan ook een logisch beeld. In deze participatiesamenleving is het verbinden van burgers onderling misschien wel belangrijker dan burgers in contact te brengen met bergen informatie. Bergen informatie die men overigens met een muisklik van internet kan halen.

Voor mij zijn de cijfers ook een bevestiging dat er een nieuw spreidingsbeleid ontstaat. Vroeger was spreiding van vestigingen een noodzaak om collectie dichter bij burgers te brengen. Nieuw spreidingsbeleid is nodig om die nieuwe activiteiten als spreekuren, cursussen, workshops en lezingen dicht bij burgers te brengen.

En zo zie je, door de statistieken van 100 jaar op een rijtje te zetten, dat er ook in de toekomst nog een mooie rol ligt voor bibliotheken waar vestigingen en leden een cruciale rol spelen. We zitten al veel meer in de toekomst dan we zelf denken. Waar kennen we dat ook al weer van?

Dag uitleenorganisatie... Welkom clubhuis van de samenleving!

Verantwoording van de cijfers
De afgelopen week werd ik geatendeerd op de leuke cijfers over de statistieken van bibliotheken tussen 1950 en 2013. Frank Huysmans wees mij er vervolgens op dat er ook nog statistieken waren die verder terug gaan. Reden genoeg om met alle cijfers eens te knutselen en de statistiekenreeksen aan elkaar te plakken. Want de reeks die Frank aandroeg gaat slechts tot 1995. Het CBS heeft vervolgens nog een statistiekreeks vanaf 1999. Op verzoek mail ik mijn Excelsheet of grafieken toe aan geïnteresseerden.

5 opmerkingen:

Frank Huysmans zei

Hoi Mark,
de historische cijferreeksen staan al een paar jaar op de SIOB Bibliotheekmonitor (uitleningen en leden hier bijv.: http://tinyurl.com/Hist-uitl). Tussen 1995 en 1999 is er iets misgegaan met de cijferverzameling door de VOB. Teveel bibliotheken hadden niet gerespondeerd, als ik me niet vergis, en daarom vond het CBS dat er geen betrouwbare landelijke schattingen gemaakt konden worden. Cijfers voor de jaren 1996, '97 en '98 ontbreken dus. In de reeks vanaf 1999 zitten twee niet al te serieuze trendbreukjes; die de toelichting in Statline van CBS.
Overigens gaat je interpretatie van de cijfers wel wat kort door de bocht. Het is met het advies van de Raad voor Cultuur uit '98, het rapport Meijer (Open poort tot kennis) en de daarop volgende Bibliotheekvernieuwing (2001-2008) niet echt vol te houden 'dat de bibliotheek in de kern al veel eerder veranderde dan we zelf door hadden' zoals je schrijft. Men zag wel degelijk dat de teruggang in het vrijetijdslezen gevolgen zou gaan hebben voor de bibliotheek. Oudgedienden in de branche kunnen ons hier meer over vertellen - hopelijk reageren ze…
groet Frank

Mark Deckers zei

Dag Frank: dank voor je toevoeging. Oorzaak en gevolg liggen dicht bij elkaar wat betreft interpretatie. Soms schept de oorzaak ruimte voor het gevolg en wat het gevolg er nooit geweest zonder de oorzaak. En om met Cruijff te spreken: je gaat het pas zien als je het doorhebt.... En dat geldt voor veel historische ontwikkelinge :-)

En dank voor de attendering!

Kees van Hensbergen zei

Al in de jaren negentig was zichtbaar dat het aantal uitleningen dalend was en dat het lezen stevige concurrentie ondervond van andere vrijetijdsbestedingen zoals televisiekijken. Als gevolg van deze constatering hebben veel bibliotheken besloten om minder te investeren in de collectie en meer in bijvoorbeeld mediawijsheid en leesbevordering, samen met een cultureel en informatief activiteitenprogramma.
Als gevolg van de crises zijn/worden vestigingen gesloten of in m2 verminderd. Dit heeft natuurlijk gevolgen, de dalende trend wordt versneld. Een clubhuis zonder collectie biedt mijns inziens weinig inspiratie, net zoals een (dig.) collectie zonder clubhuis. Net zoals vroeger bij de introductie van de stripverhalen in de bibliotheek, moeten we accepteren dat de beeldcultuur sterker is geworden en dat de aanweige coll. niet zozeer geleend hoeft te worden, maar wel dat deze 'gelezen' moet worden met de juiste kennis. Daarnaast is de bibliotheek natuurlijk een school zonder schoolplicht en examens, met studiegelegenheid waar de bezoeker zich kan 'nestelen' zonder zijn aanwezigheid te hoeven verklaren. De boekenwanden dienen als ook inspratie en bieden een omgeving die inspireert tot geconcentreerd zelfstudie.

Mark Deckers zei

Dag Kees: dank voor je reactie! Ik vond opvallend dat collecties harder dalen dan vestigingen. Daar zit een soort impliciete keus achter van spreiding boven grote collecties. Wat ik wel snap. Ik snap ook je redenering dat 'zonder collectie' ook geen optie is. Het 'collectie' kan echter nog op vele wijzen ingevuld worden. Het antwoord ligt in de toekomst en die zie ik met vertrouwen tegemoet.

Wim Keizer zei

In reactie op Frank: in 1988 schreef ik in de "PBC-Kroniek" (orgaan PBC NH) een artikel waarin ik me afvroeg hoe lang wethouders de recreatieve functie nog willen betalen. Nou, erg lang, is gebleken.
Dat er veranderingen nodig waren bleek bijvoorbeeld uit de NBLC-strategienota "Op weg naar 2005" uit 1995 (is niet digitaal). Wel digitaal is een commentaar van Hans Veen erop uit 1998: http://dspace.library.uu.nl/bitstream/handle/1874/2880/Veen%2001.98.pdf?sequence=2.

In 1998 kwam de Raad voor Cultuur met het advies toe te gaan naar bibliotheken van 400.000 tot 500.000 inwoners om de uitdagingen aan te kunnen. Het woord "internet" kwam er nog niet voor. Wel in het rapport-Meijer van 2000. Hoewel er dus wel mensen waren die zagen dat veranderingen nodig waren, was daar echter nog geen breed gedragen gevoel bij. En tot op de dag van vandaag zijn er verschillende ideeën over wat een "toekomstbestendige"(raar woord) bibliotheek is. Of gaat het met de bibliotheek net als met V&D en de PvdA? ;-)

Overigens merk ik bij de cijfers op dat, om goed te vergelijken, je natuurlijk wel de context moet meenemen, zoals - om maar wat te noemen - het stijgende inwonersaantal.
In 1915 had Nederland 6,3 miljoen inwoners, in 1935 8,4, in 1955 10,7, in 1975 13,6, in 1995 15,4 en in 2015 gaat het naar 17 miljoen (bron: Wikipedia).