vrijdag 30 juli 2010

Hebt u ook nog vakantie?


Heb je ook nog vakantie, vroeg Louisa? Jazeker, maar dit was óók vakantie. Een leuke afwisseling van familiebezoek, vriendenbezoek en een tegenprestatie voor een eerder tegenbezoek aan Nederland.

donderdag 29 juli 2010

Wil je ook eens naar Hongarije? Dit is je kans!

Kijk maar eens goed. Sommige boeken op deze foto zullen jullie herkennen. Dit is een foto van een stukje van de Nederlandse collectie in de National Library of Foreign Literature in Budapest. Mijn Hongaarse vriend had een oproep gedaan wat de beste bibliotheken van Hongarije waren. Dit was er één van. We hadden daar een ontmoeting met Ildikó Sóron, één van de afdelingshoofden.

De National Library of Foreign Literature is een prachtige instelling. Voortgekomen uit verschillende andere bibliotheken waardoor de collectie wel een beetje een bonte verzameling is. Want hoewel de specialiteit vreemde talen zijn, hebben ze ook een rijke collectie klassieke muziek en jazzmuziek. Nou ja, voor cultuurliefhebbers natuurlijk een leuke oase.

Doel van de National Library of Foreign Literature is om minderheden, taal- en literatuurstudenten te helpen aan een goede collectie van alle landen. Dus ja, er staat ook een leuke collectie Nederlandse boeken: literatuur, woordenboeken en jawel een heuse Oosthoekencyclopedie. De collectie is echter niet up-to-date. Men ontbeert de kennis over de Nederlandse literatuur en talencursussen.

Mijn vraag is dan ook de volgende: wie zou het leuk vinden om deze bibliotheek te helpen met het verder ontwikkelen van deze collectie? Het gaat om 700 items die een goede weergave moeten zijn van de Nederlandse literatuur, woordenboeken en encyclopedie. Lijkt mij een leuke klus voor een uitwisselingsproject of voor een student die een stage in Budapest wil doen? Oh ja, om het complex te maken: men heeft geen geld voor de collectie, dus we zoeken ook nog wel partijen die of goede materialen kunnen leveren of die kunnen sponsoren. In het verleden heeft bijvoorbeeld de Nederlandse ambassade in Hongarije bijgedragen.

Maar ik hoor u al denken: Allemaal leuk en aardig Deckers, maar wat maakt deze bibliotheek bijzonder? Deze bibliotheek is getipt vanwege de prachtige leeszaal maar bovenal vanwege de digitale ontwkkelingen die er zijn. Er is een team dat een blog bijhoudt, er wordt intensief gechat met klanten, ze zitten met een community op Facebook en zijn erg bedreven in allerlei databasesearches.

Dus, ben jij degene die deze bibliotheek kan helpen met collectioneren of lijkt het je leuk om je stage te doen, meld je dan bij mij.

woensdag 28 juli 2010

Wat verandering doet met mensen

Deze week trek ik door Oost-Europa. Langs mijn broer in Slowakije en langs een goede vriend in Hongarije. Mijn broer runt een staalfabriek waarbij hij 70 stoere mannen in dienst heeft. Iets heel anders dus dan dat bibliotheekwerk van mij. Slowakije heeft te maken met veel werknemers die gaan werken in het westen: Oostenrijk, Duitsland en soms Nederland. Ik vraag hem wat dat doet met een land: zoveel mannen en soms ook vrouwen die hun gezin met kinderen achterlaten. Let op zijn antwoord: hij weet hoe je een relatie lang gelukkig kunt houden.

video

Voor mij een verbazend antwoord. Ik spreek verschillende mensen deze dagen en ze zijn erg verdeeld over de vooruitgang in Oost-Europa. Er rijdt geen enkele Trabant meer door de straten en hr en der nog een Wartburg. In de supermarkten zijn de prijzen op veel punten gelijk aan het westen. De salarissen zijn echter maar een kwart tot de helft van wat er in Nederland verdiend wordt. Dat verklaart een groot deel van de onvrede. Ja, er is veel keuze maar weinig mogelijkheden om die keuze te verzilveren. Samen met mijn vriend zag ik overigens ook nog een aantal universiteitsbibliotheken. Daar zal ik de komende posts nog wat over schrijven. Maar voor nu toast ik nog even met Hongaarse vrienden op een laatste geslaagde avond. Egészségedre!

maandag 26 juli 2010

Ik ben een loser.. vliegen 2.0

Afgelopen week boekte ik een vliegticket. En zoals iedereen weet: vliegen kost niks meer. Sterker nog: het is een nationale volksport geworden om zo goedkoop mogelijk te vliegen. Wie meer dan tien euro betaalt voor een vliegticket is een loser. Of het nu naar Londen, Milaan, Barcelona of Tenerife is, meer dan tien euro mag het niet kosten.

Ik moest naar Budapest of Wenen en van daaruit verder met een huurauto. Op weg naar mijn broer en een vriend van me. Mijn broer raadde mij een goedkope maatschappij aan. De laatste keer dat ik naar hem vloog was met Tirolian Airways op Wenen.

De maatschappij raadde mij aan om te vliegen vanuit Eindhoven naar Budapest. En inderdaad zo vliegen was goedkoper dan vliegen vanaf een Duits vliegveld. Dat scheelde zeker 50 euro op een ticket. Echter, voor 10 euro vlieg ik niet. Aangezien ik nogal laat was met boeken was mijn heenticket 90 euro en mijn terugticket 50 euro.

Ik ging boeken. En toen werd het ingewikkeld. Ik schrik niet snel van allerlei schermen en koop heel regelmatig van alles via internet. Maar lieve help. Er kwamen schermen met allerlei aanpalende tarieven. Zucht. Wilde ik wel of niet extra beenruimte. Wilde ik inchecken via internet of inchecken via de balie. Wilde ik een SMS-service. Wilde ik alleen handbagage (max. 10 kg) of wilde ik ook nog een koffer meegeven in het vrachtruim (max. 32 kg). Ik geloof dat ik me door een stuk of 20 keuzes heen geworsteld heb. Zucht. Maar dat was dat.

Vervolgens moet ik online inchecken. Op mijn tickets staat mijn gewone naam: Mark. Op mijn paspoort staat mijn doopnaam: Markus. Ik ken verhalen van mensen die hun ticket weer kwijt raken door een foute naam erop. Dus die naam wilde ik nog wel wijzigen. Hmm, kan niet meer. Nou ja, we gokken er maar op dat dat goed gaat. Zucht.

Via e-mail kreeg ik de tickets binnen. Toen de huurauto. Gezien de temperatuur moest dat er wel eentje zijn met airco. Daar vielen de eerste auto's af. Toen bleek dat er een aantal aanbieders waren die helemaal niet op het vliegveld in Budapest zitten maar die met allerlei shuttlebusjes werken. Die vielen ook af.

Het belangrijkste item was echter: ik zou om acht uur 's avonds aankomen op het vliegveld. En dat is het moment waarop alle verhuurders sluiten. Zucht. Einde oefening?

Nee, toch niet. Alle verhuurders kennen weer een regeling waarmee je een auto op kunt halen buiten openingstijden. Uiteraard tegen verschillende vergoedingen. Dus er volgden weer een aantal rekensommetjes. Het einde van het liedje is dat ik maar een vlucht eerder heb geboekt. Die was echter 20 euro duurder en ik mocht 30 euro omboekkosten betalen. Zucht.

Dan nog even de kwestie hoe bij vliegveld Eindhoven te komen vroeg in de morgen waarop ik zou vertrekken? Openbaar vervoer leek niet echt een optie. Blijft eigen vervoer en lang parkeren over. En inderdaad, een leuk parkeertarief. Zucht.

Ik herinner mij nog dat een oud-collega van mij ooit een annekdote vertelde. Ze had een ticket geboekt naar Milaan met één van de eerste prijsvechters. In het vliegtuig zat ze naast een man die trots zijn ticket liet zien en zei: "ik vlieg voor één euro!". Waarop zijn trots haar ticket liet zien: één cent.

Wie niet voor 10 euro vliegt, is een loser. Inderdaad, ik ben een loser. Nu maar hopen dat er straks niet iemand naast me zit die zo nodig zijn ticket moet laten zien: één cent!
Maar ja, op het moment dat u dit leest, is deze vogel allang gevlogen.

zaterdag 24 juli 2010

t is lettertuig meneer, t zijn allemaal kakkerlakken


"t is lettertuig meneer, t zijn allemaal kakkerlakken, as ge erop trapt dan leggen ze eikes met inkt in"

Het zijn woorden van Ramsey Nasr, de Palestijnse Hollander, zoals hij zichelf ook wel noemt. En thans figurerend als dichter des vaderlands. Zijn intredegedicht - "Ik wou dat ik twee burgers was" - vind ik nog steeds een weergaloos tijdsbeeld. Maar daar wilde ik het niet over hebben.

Nee daar ging het niet over. Het ging over dat lettertuig. Bovenstaande fragment komt uit het gedicht "Achter een vierkante vitrine", is geschreven in 2005 bij de opening van Permeke, de stadsbibliotheek van Antwerpen. Want behalve dichter des vaderlands was Ramsey Nasr de tweede stadsdichter van deze stad. Hij volgde Tom Lanoye op en na hem kwam Bart Moeyaert en daarna weer Joke van Leeuwen. En ze woonden allemaal in Antwerpen. Ik ben wel jaloers op die mensen in Antwerpen. Zo'n mooi gezelschap van stadsdichters.

En in die functie mag hij een gedicht schrijven voor de nieuwe stadsbibliotheek. Een prachtig gedicht. Zelf zeg hij erover: "Lezen is een vorm van verteerd worden. De vraag is: door wie? We denken graag dat wij het zijn die een boek consumeren, wij nemen het werk tot ons, en een goede roman wordt doorgaans verslonden. Volgens mij is het echter andersom. Letters zijn geen prooien, maar roofdieren." Daar heeft hij me wel te pakken. Het perspectief kantelt: lezers als slachtoffers. Als verslaafden.

De nieuwe stadsbibliotheek in Antwerpen is gebouwd op een plek waar je vroeger niet durfde te komen. Een hol voor daklozen en junks. Door juist een bibliotheek te bouwen op zo'n plek maak je een statement: wij geloven in betere samenleving, een samenleving met een goede plek voor iedereen. En daar is de bibliotheek - ook wel aangeduid als "de kubus" - de uitdrukking van.

Om tegemoet te komen aan uw verslaving naar poëzie, kan hier een uitgebreider fragment niet ontbreken. Maar graag verwijs ik u ook naar het hele gedicht. Leest Nasr!

ja ik heb lettervraat
maar ik kan mijn schuld niet eten

ziet u meneer
dit valt mij zwaar
maar

heeft u
misschien
een letter voor mij
om thuis te geraken

meneer
kunt u een letter missen
voor een slaapplek
maaltijd
ik kom nog net een halve letter
tekort voor

nee
ik zal eerlijk met u zijn
ik heb het vandoen
ik heb het gewoon nodig
ik moet naar de kubus
nu

nu meneer
helpt u mij
en ik zal
u en mij
verbeteren

ik geef toe
ik ben de getande zwakkeling
ik ben lezer geworden

ik moet zelf eten
zelf schrijven
vuur met vuur bestrijden
letters verzamelen
rond dit verhitte lijf
ze vastbinden
africhten
als inktzwart bestek
meneer

ik moet eten
meneer

ik moet
dit plein
deze stad
met taal terroriseren

ik moet
als een plaag
van wandelende blaren
doorheen stad

ik wil een overlast
voor de mensen wezen

ik zal
mijn wankel volk
op nieuw
le ren
le zen

woensdag 21 juli 2010

Het nieuwe kamperen

De afgelopen dagen heb ik als start van de vakantie een paar nachten gekampeerd met onze twee jongste dochters. Domweg op de camping aan de overkant van de IJssel in Deventer. Het weer was te mooi om ingewikkeld te doen. En dan ook nog gewoon met een koepeltentje en met een eenvoudige kampeeruitrusting. Hoewel ik luxe niet schuw, blijf ik toch zo blij als een kleine jongen als ik koffie mag zetten met zo'n gasbrandertje. En tja, kinderen vinden het gewoon leuk om een beetje rond te sjouwen en af en toe een beetje te zwemmen. En dan doe ik graag een paar dagen mee.

Ik vind het altijd opvallend hoeveel mensen je spreekt op een camping. In die paar dagen dat ik kampeerde sprak ik mensen uit Australië, Frankrijk, Duitsland en allerlei plaatsen in Nederland.

Maar de ontdekking van dit jaar was voor mij wel internet op de camping. De camping waar ik stond had één ster. Weinig voorzieningen maar één ding was er en het was gratis: internet.

Nee, dames en heren, ik had geen laptop bij me. Maar ik kan rustig stellen dat ik één van de weinigen was. Op weg naar het toiletgebouw zou het er zomaar zo aan toe kunnen gaan.

Bij de eerste tent:
"Nee, we kunnen nog wel even blijven staan. En er komt geen bui volgens buienradar dus vanavond gaan we barbecuen hoor. Er zit overigens een slager iets verderop, zag ik op Googlemaps".

Een plek verder. "Oh look, Mathilda. Randall has sent pictures of his grandson. Come overhere and look! This evening we will skype him!" "By the way: Heinrich has sent us an e-mail that he would be pleased to invite us in Leipzig. Something for next week?"

Weer een plek verder.
"O, Mien, we moeten morgen toch naar de Aldi . Er is zo'n externe harddisk in de aanbieding. D'r zit ook een Aldi hier in Deventer. Dus morgenochtend rijd ik daar even langs."

En dan de laatste plek voor het toiletgebouw.

"Nou jongens, ga nou eens achter die laptop weg. Ga lekker zwemmen, hierachter! Jullie hebben de hele reis al achter dat scherm gezeten! We zijn toch niet helemaal naar Deventer gereden om alleen maar een filmpje te kijken? Wil er dan echt niemand met mij badmintonnen?" "Toe nou pa, nog één deel Lord of the rings en dan zijn we klaar...."

Zo, het toiletgebouw weer gehaald. Even rust. En straks weer lekker koffie zetten. Met mijn gasbrander. En diep in mijn hart weet ik: een laptop wordt straks een vast onderdeel van de vakantieuitrusting.

maandag 19 juli 2010

Elizabeth Batts - alias de vrouw van James Cook

Wie mij een beetje volgt, kent mijn passie voor bizarre geschiedenissen. Omdat geschiedenis laat zien hoe gek de wereld in elkaar kan zitten. Omdat geschiedenis laat zien dat wat je niet kunt verzinnen gewoon al is gebeurd.

In mei schreef ik over ontdekkingsreiziger James Cook. Dit naar aanleiding van het boek van Martin Dugard. Nu was het de beurt aan Elizabeth Batts, alias de vrouw van James Cook. Haar verhaal is met enige fictieve verdichtsels weergegeven door Anna Enquist in het het boek De thuiskomst.

Elizabeth en James hadden een bijzondere relatie. James is gedurende hun huwelijk slechts zeer sporadisch aan land geweest. Maar als hij aan land was, was hun relatie warm en vol verstandhouding. Maar ook dubbel. Altijd trekt de zee en de ontdekking en telkens laat hij haar in de steek. Tegelijkertijd is haar leven bijzonder wreed. Ze draagt al haar zes kinderen op verschillende leeftijden naar het graf. En zoals bekend sterft James Cook wreed op Hawaï. Zelfs haar neef Isaac waar ze na verloop van tijd mee samen woont, overleeft ze. En dan is er nog een merkwaardige relatie met Hugh Palliser, een mysterieuze steun en toeverlaat die tegelijkertijd volstrekt onbereikbaar is.
Sommige mensen waarschuwden mij vooraf voor het boek: "het is te treurig". Ja, er zit veel leed in. Maar ik heb in het boek heel veel warmte gelezen: de kracht van een dappere vrouw, kleinere en grotere momenten van gelukzaligheid zoals bijvoorbeeld de blijdschap om een geslaagde samenwerking tussen James en Elizabeth als ze het reisjournaal uitwerken.

Waar ik echt van onder de indruk was, waren de gedachten van Elizabeth en hoe die door Enquist weergegeven waren. Een recensent beschreef dit als eenvoudig en intiem. En die mening deel ik graag. Het boek is doorspekt van prachtige observaties van menselijke verhoudingen. Het schetst heel mooi hoe mensen kunnen veranderen of hoe relaties zich kunnen ontwikkelen. Het schetst een beeld van een vrouw die geen greep krijgt op haar relatie met haar man en en man die op de wal niet aarden kan en die op zee steeds verder van de realiteit komt te staan. Zelden heb ik een boek zo dicht bij me gevoeld als dit boek. Op naar de volgende Enquist zou ik zeggen.
Dit boek kwam in mei op mijn pad omdat ik interesse heb in bizarre geschiedenissen. Het is geschreven door een auteur die zelf al jong een dochtertje verloor. Het gaat over een vrouw die al haar zes kinderen verloor. Wie mijn laatste serie blogs heeft gelezen, snapt dat dit boek die andere geschiedenis op een bijzondere manier doorkruist. En geloof me, het is echt toeval. En geloof me, laat ik daar nou net niet in geloven. Laten we het maar als een bijzonder "thuiskomst" bestempelen.

Voor wie dit boek nu ook gelijk wil lezen, klik hier

donderdag 15 juli 2010

De malle molen van het leven


De tijd leek even stil te staan. Dank voor alle lieve woordjes over de vorige posts. Goed om te horen wat zo'n verhaal doet. Niet omdat het mooi is, maar omdat het iets met jezelf doet. Dat het je doet beseffen wat het leven is.

Het is raar om de draad weer op te pakken. De malle molen van het leven draait telkens door. Het leven is soms bizar. En daarom maken we maar een overgang met de muziekgroep BOT.

In de video ziet u een samenwerking van de muziekgroep BOT met de Fanfare Beatrix uit Lettele en Okkenbroek. Een gewone fanfare uit een klein lief plaatsje met een experimentele muziekgroep. Dat levert dan ook wonderlijke muziek op.

Op de achtergrond staat een machine die op de maat van de muziek serviesgoed stuk gooit. De fanfare speelt onverstoorbaar verder. Dat is het leven: de muziek gaat door maar elke seconde worden er mensen geboren en elke seconde sterven er mensen. En zo vormen mensen de hartslag van de tijd. Een schakeltje in een groot geheel.

BOT omschrijft zichzelf als volgt:

BOT is begonnen als experimentele samenwerking van Job van Gorkum en Tomas Postema (twee leden uit de Arnhemse band BEU) met Geert Jonkers van Odd Enjinears Amsterdam. In 2008 maakte BEU een proeve onder de vlag van productiehuis Generale Oost met als titel ‘Katrol’. Job en Tomas vroegen Geert Jonkers een klankmechaniek te maken, wat tegelijk het toneelbeeld bepaalde. Het resultaat was bijzonder succesvol.

Het smaakte naar meer, maar dan zeer geconcentreerd: met z’n drieëen plus Doan als technicus en compaan, onder de naam BOT (Beu+Odd=BOT, zo simpel kan t leven zijn). Om de proef op de som te nemen kropen ze de repetitieruimte in. Het eerste programma van een uur speelde in acht dagen negentien maal uitverkocht in de allermooiste schuur op Terschellings Oerol 2009. Voor de 100 mensen per voorstelling bleken de stukken van BOT een overrompelende ervaring, voor de muzikanten zelf was het succes even overweldigend als onwennig: dat deze markante combinatie iets goeds te bieden had was hen wel duidelijk, maar dat het zóveel snaren raakte... daar werden ze een beetje beduusd van.

Was de voorstelling op Terschelling ‘de dood of de gladiolen’, dan is het op een karrevracht gladiolen uitgedraaid.

Deze zomer nog te zien op een flink aantal festivals. Zelf wil ik ze graag nog zien op 22 augustus bij Radio Kootwijk. Wie mee wil kan zich melden.

dinsdag 13 juli 2010

Afscheid van haar : slot

Wat mij het meest duizelt is het verhaal van jouw lichaam. Een lichaam dat nog zo in de groei is. Een lichaam dat zich gewoon doorontwikkelt. Van meisje naar jonge vrouw. En tegelijkertijd sluipt de dood in je lichaam rond en breekt het af. Leven en dood staan vreselijk dicht bij elkaar.

Je vader zoekt nog wat foto’s voor me op en ik krijg een dvd te zien. Ik zie alledaagse situaties voorbij trekken. Een sinterklaasfeest waar je cadeautjes open maakt. Een bruiloft waar je meedoet met de polonaise.

Je vader laat mij zo wat van jou zien. Hoe je was. Hoe je deed. Hoe je leefde. Het is teder en het is goed.

Het is een rare situatie. Ik zit met hem in de woonkamer te kijken naar een situatie van 27 jaar geleden. Hoe vindt hij dat? Zo’n rare snuiter die zich plotseling meldt. Wat moet hij mij laten zien? Wat moet hij mij vertellen? Hij zoekt en weegt zijn woorden. Twee vreemden met een gezamenlijk middelpunt. Een middelpunt dat niet meer aanwezig is.

In alles is te merken dat hij een zorgzame vader is geweest. Samen met zijn vrouw heeft hij zoveel en zo goed mogelijk alles proberen te doen. Maar meer dan dat was niet mogelijk. Hij is getekend door het leven maar ook nuchter. Het leven gaat verder en moet verder. Het leven is bepaald niet eenvoudig. Hij treft een nieuwe vriendin. Hij slaat zich dapper door het leven.

Nee, mijn brieven aan jou zijn er ook niet meer. Bij al het opruimen zullen ze al een keer verdwenen zijn. Eén vraag durf ik hem niet te stellen en je vader roert hem ook niet aan. Heb jij ooit nog wat over mij gezegd? Het voelt te gênant om hem te stellen. Eigenlijk maakt het ook niet zoveel uit.

Na twee uur praten eindigt ons gesprek. Het voelt onhandig. Wanneer heb je genoeg gepraat, gezien of gehoord?

Het was goed om te doen. En ik dank hem voor zijn ontvangst. Dat hij zo’n rare vraag van mij zo goed heeft opgevangen. Ik krijg van hem een envelop met een bidprentje en het misboekje van de uitvaart. Die mag ik houden.

Hij laat mij uit. Het miezert nog steeds. Hij zwaait als ik wegrijd.

Ik rijd naar mijn oude dorp. Naar de begraafplaats. Ruim een jaar eerder ben ik impulsief ooit hier gestopt en heb toen gezocht naar je graf. Toen startte dit. Vandaag eindigt het. Jouw verhaal.

Ik leg bloemen neer en zeg je gedag.

Het verhaal eindigt. De puberjongen vond zijn vriendinnetje. Wat toen niet mogelijk was, is nu weer rechtgezet. 27 jaar heeft het geduurd.

Viel er wat recht te zetten? Viel er iets kwalijk te nemen? Nee. Niet voor je vader en waarschijnlijk ook niet voor jou. Misschien is mijn bezoek nog een klein lichtpuntje in een donker verleden. Je hebt voor mij iets betekend en met je leven heb je mij iets laten leren. Ik heb de betekenis die jouw leven voor mij heeft gehad, kunnen vertellen en kunnen uitdrukken. Betekenis kunnen geven.

Viel er voor mezelf wat recht te zetten? Nee, ik had af te rekenen met de spoken in mijn hoofd. Spoken die zich af en toe nog meldden om te zeggen dat er nog iets lag. Maar die spoken, die spoken zijn weg.

zondag 11 juli 2010

Afscheid van haar : deel 3

De TomTom leidt mij vlekkeloos naar het kleine plaatsje waar je vader nu woont. Aan de telefoon heeft hij al uitgelegd dat je moeder enkele jaren geleden is overleden. Hij heeft een nieuwe vrouw leren kennen. Hij woont nu in haar dorp.

Naast jou heeft hij dus ook je moeder vroeg verloren. Hoeveel leed kan iemand aan? Het miezert. Ik vind zijn huis. Hij doet open. Ik herken zijn gezicht niet. Ik heb hem vroeger ook niet veel gezien.

Langzaam begint je vader aan zijn verhaal. Hoe de ziekte – botkanker - ontdekt werd bij je. Wat dat betekende. Hij legt uit dat er grote operaties nodig waren en een chemokuur. Ik zie foto’s van je. Voor de operatie, na de operatie. In de rolstoel, uit de rolstoel. Ik zie een kaal meisje. Een kaal meisje dat toch nog dwarsfluit speelt. Kerstliedjes onder de kerstboom.

Maanden verblijf je in een kliniek aan de andere kant van het land. Je ouders huren een flat in die plaats om vaak bij je te kunnen zijn. Je vader vertelt dat dat ingewikkeld was met een baan en nog een zoon thuis. Luisterend naar zijn verhaal schaam ik me soms dat ik zelf ontevreden kan zijn door klein leed dat me overkomt.

Langzaam werd je weer beter. Je mocht naar huis. Je been werd sterker. Je ging weer naar school. Je wilde weer zelf fietsen. En dat ging goed.

Verschillende maanden lang lijkt de operatie geslaagd. Op weg naar herstel. Dan krijg je pijn in je nog goede been. Alarmbellen. De kanker is terug. En nu uitgezaaid op verschillende plekken.

Je vader vertelt me van de vergadering met de doktoren. Je hebt zelf overlegd wat je opties waren. Een meisje van veertien tegenover een groot artsenteam. Je kan kiezen tussen niets doen of een levensverlengende chemokuur. Na de loodzware eerdere chemokuur kies je bewust voor het eerste: geen chemo, geen pijn, korter leven.

Daarna wordt je verhaal kort. Een pijnlijke periode, ook voor je vader. Je sterft rustig zonder gevreesde complicaties. Wel heb je lange tijd niet meer kunnen eten. Een nachtkaars. En langzaam dooft de vlam.

vrijdag 9 juli 2010

Afscheid van haar : deel 2

De gedachte dat ik nooit meer wat heb laten horen laat me nooit helemaal los. Op een keer rijd ik door mijn oude dorp. Mijn ouders wonen hier al jaren niet meer. Ik stop bij de begraafplaats. Ik zoek je graf en vind het. Soms denk ik dat het goed zou zijn je ouders op te zoeken. En even zo vaak druk ik die gedachte weer weg.

Een aantal maanden geleden heb ik met mezelf een afspraak gemaakt. Ik ga je ouders opzoeken om dit verhaal af te ronden. Om alsnog afscheid te nemen. Wat heb ik te verliezen? Het is slechts een mentale barrière die me tegenhoudt om het niet te doen. Nee heb ik, ja kan ik krijgen.

Ik heb een paar dagen vrij; deze dagen moet het maar gebeuren. Ik ga op zoek naar een telefoonnummer. Ik start internet en ga naar de telefoongids. Er blijken twee mensen met jouw achternaam in ons oude dorp. Hoewel ik niet meer weet in welke straat je woonde weet ik wel dat het oorspronkelijke adres er niet bij zit. Je ouders moeten zijn verhuisd.

Eén van de twee adressen lijkt mij een seniorenflat. Dat lijkt me de meest voor de hand liggende. Een oudere man neemt op. Ik leg uit dat ik op zoek ben naar je ouders. “Waarom?” vraagt hij. Ik zeg dat ik je ouders graag wil spreken . “Dan moet je mijn broer hebben. Die woont tegenwoordig twee dorpen verderop.” Hij geeft mij het goede telefoonnummer.

Hij sprak nadrukkelijk over zijn broer en niet over de moeder. Er is iets met je moeder maar ik weet niet wat.

Het kost me moeite je vader te pakken te krijgen. Hij neemt niet op.

Even vermoed ik dat het niet gaat lukken tijdens deze vrije dagen. Maar na ruim een dag proberen, wordt de telefoon opgenomen. “Met Gerrit.” Plotseling heb ik je vader aan de telefoon. Ik vertel wie ik ben. Na wat uitleg kan hij het plaatsen en ik zeg dat ik het gevoel heb dat ik deze geschiedenis nog niet heb afgerond. Dat het me dwars zit dat ik nooit wat heb laten horen, hoe stom dat misschien ook is.

Hij is aardig. Op mijn vraag of ik misschien een keer langs mag komen antwoordt hij positief. De volgende ochtend ben ik van harte welkom op de koffie.

Op de foto: Een vermaledijd zomerkamp in het jaar dat ik het jeugdorkest verlaat. Ik zit rechts naast de jongen met het Philipsshirt

donderdag 8 juli 2010

Afscheid van haar : deel 1


Na 27 jaar ga ik op zoek naar de geschiedenis van een jong overleden vriendinnetje.

Ik heb een raar verhaal. Een verhaal dat 27 jaar geleden begon. Een verhaal dat ergens de afgelopen weken eindigde. Het verhaal van een liefde.

Toen ik jong was, was ik een verlegen jongen. Ik speelde in een jeugdorkest. Zij ook. Ik trompet, zij dwarsfluit. Wij zaten tegenover elkaar. Ik was verliefd maar ondernam geen stappen: veel te voorzichtig. Dit is wat er gebeurde. Dit is haar verhaal.


Ik verliet het jeugdorkest en stroomde door naar de fanfare. Jij was iets jonger en bleef in het jeugdorkest. We zagen elkaar niet meer.

Na een paar maanden trok ik mijn stoute schoenen aan. Ik schreef je een brief. Een liefdesbrief. Ik zat in de tweede klas van de HAVO en mijn vrienden wisten van niks. Na enige tijd kreeg ik een brief terug. Ook een liefdesbrief. Het begin van een schriftelijke verkering. Schriftelijk, maar echt. Met echte vlinders en echte liefde.

De brieven die ik ooit van je kreeg heb ik niet meer. Ergens zijn ze verdwenen. Wanneer en hoe weet ik niet.

Je stuurde een lief fotootje mee. Blonde haren, mooie ogen, een brilletje en een eigenwijze wipneus. Je wilde secretaresse worden. Ik stelde voor om elkaar te ontmoeten maar daar waren je ouders geen voorstander van. Ze vonden je nog te jong. En daar kan ik me nu wel wat bij voorstellen.

Na een aantal brieven stopte het. Ik weet niet meer precies hoe dat ging. Bloedde het dood? Hadden we niks meer te schrijven?

Na enige tijd hoor ik dat je ziek bent. Ernstig ziek. Kanker. Nog vrij onbekend maar iedereen weet dat het een erge ziekte is. We hebben dan al geen contact meer met elkaar. Af en toe zie ik je nog in de kerk van ons dorp. Je bent kaal en draagt een muts. De gevolgen van een chemokuur.

Als we al zeker twee jaar niet meer geschreven hebben, komt het bericht dat je bent overleden. Mijn ouders hebben dit nieuws ongetwijfeld gehoord in hun winkel en hebben het mij verteld. Er komt een begrafenis. Mijn ouders zeggen nog zoiets als “Moet je daar niet heen?” Maar ik ben zestien, bijna zeventien, puberaal en heb al die tijd niets laten horen. Nee, dat is dus niks voor me. Geen vreemde gedachte voor een jongen van zestien. Maar nog jaren later knaagt er toch iets dat ik daar nooit wat mee heb gedaan. Ook al was het een papieren verkering, het was mijn eerste liefde die ook echt beantwoord werd.

Op de foto: Oefenend voor het jeugdorkest

woensdag 7 juli 2010

Een waarschuwing vooraf..

Wie is deze jongen? Dit ben ik. Hij genomen op de boerderij van mijn opa en oma. Gedateerd met september 1973, tweeënhalf jaar oud dus. Deze foto vond ik afgelopen weekend. Veel foto's van deze leeftijd heb ik niet. En hij is me dierbaar. In deze foto kan ik karaktertrekken die ik nu heb toen ook al had.

Op deze plaats bent u van mij gewend dat ik mij druk maak om bibliotheken en de informatiewereld. Zoveel mogelijk constructief en positief. Soms boos, soms fanatiek en soms met een kwinkslag zoals met de heer Van Swelmen. En af en toe maak ik u ook deelgenoot kleiner of groter huiselijk genot van mijn vileine dames.

Daarom volgt er nu een waarschuwing. De komende week zal ik in mijn blog een heel ander verhaal vertellen. Een verhaal dat me dicht aan het hart ligt, dat onder andere over mezelf gaat en dat werkelijk gebeurd is.

Het is een kort verhaal in vier delen. Elke dag/elke paar dagen zal ik een deel publiceren.

Ik waarschuw dus maar. Het is even anders dan u gewend bent. Maar soms moet je het durven om over de grenzen heen te stappen.

dinsdag 6 juli 2010

De vlag uit: Deltion sluit 9.000 studenten aan op Biebsearch

Heet van de naald. Een paar uur geleden kreeg ik het telefoontje waar de onderhandelingen mee afgerond werden. Om eerlijk te zijn, ik zat op het terras van de pizzeria toen ik de laatste afspraken maakte.

En het nieuws is dat vanaf volgend jaar alle 9.000 studenten van het Deltion College aangesloten worden op Biebsearch. Na een aantal pilotjaren staat er nu een mooie dienstverlening en is de tijd rijp om flink uit te breiden. Tot nog toe maakten 2.000 studenten van een beperkt aantal voltijds opleidingen gaan we nu door naar alle voltijds en deeltijds studenten. Daarmee is ROC Deltion de eerste ROC in Nederland die alle leerlingen aansluit op Biebsearch.

De onderhandeling is op hoofdlijnen nu klaar. Op details moet er nog wel wat ingvuld worden. Deltion was al één van de eerste ROC's waar Biebsearch mee startte en tevens de ROC die de eerste livekoppeling maakte tussen de bibliotheekzoekmachine Aqaubrowser en de Elektronische Leeromgeving N@tschool.


Houd deze school dus maar weer in de gaten. Ik heb zo'n vermoeden dat hier weer mooie dingen gaan gebeuren. En voor ons Biebsearchteam natuurlijk een prachtige opsteker.

Uiteraard nu ook weer dank aan alle mensen die er hard aan getrokken hebben: Tineke van Ham, Jelle Kooistra, Marcel Mentink en Nicole Giling.